← België

Arrest 243362 - Milieuvergunningen - 10/01/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 januari 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.362 Rolnummer: A. 225587/VII-40324 Zaak: Arrest 243362 - Milieuvergunningen - 10/01/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-01-14 Raadplegingen: 67 - laatst gezien 2026-06-25 01:14 Fiche Arrest nr 243.362 van 10 januari 2019 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 243.362 van 10 januari 2019 in de zaak A. 225.587/VII-40.

  1. In zake : de NV O.B.&D. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Tom Malfait en Charlotte Ponchaut kantoor houdend te 9000 Gent Kasteellaan 141 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Steve Ronse en Deborah Smets kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij : de VZW MILIEUFRONT OMER WATTEZ gevestigd te 9700 Oudenaarde Dijkstraat 75 alwaar woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  2. Het beroep, ingesteld op 2 juli 2018, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw van 7 mei 2018 waarbij het beroep ingesteld tegen de beslissing van de afdeling Milieu-inspectie, buitendienst Oost-Vlaanderen van 9 januari 2015, houdende weigering om in te gaan op het verzoek om bestuurlijke maatregelen op te leggen aan de NV O.B.&D., gegrond wordt verklaard en het dossier wordt teruggestuurd om het verzoek tot het opleggen van bestuurlijke maatregelen opnieuw te behandelen. VII-40.324-1/4 II. Verloop van de rechtspleging
  3. Bij arrest nr. 242.609 van 11 oktober 2018 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit verworpen. Het genoemde arrest is op 18 oktober 2018 aan de verzoekende partij ter kennis gebracht. Op 27 november 2018 heeft de hoofdgriffier aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 11/3, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Beoordeling
  5. Naar luid van artikel 17, § 7, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest. Bij arrest nr. 242.609 van 11 oktober 2018 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit verworpen. De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. VII-40.324-2/4 De hoofdgriffier heeft de verzoekende partij medegedeeld, met toepassing van artikel 11/3, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij zij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Er bestaat aanleiding om de afstand van het geding vast te stellen. BESLISSING
  6. De Raad van State stelt de afstand van het geding vast.
  7. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro verschuldigd aan de verwerende partij. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. VII-40.324-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van tien januari tweeduizend negentien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Patricia De Somere, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Patricia De Somere VII-40.324-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.362 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.242.609 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.