id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 januari 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.377 Rolnummer: A. 227131/VII-40469 Zaak: Arrest 243377 - Artsen, geneesheren-specialisten en dierenartsen - 10/01/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-01-11 Raadplegingen: 70 - laatst gezien 2026-06-25 01:12 Fiche Arrest nr 243.377 van 10 januari 2019 Sociale zaken en volksgezondheid - Artsen, geneesheren-specialisten en dierenartsen Beslissing : Verwerping Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 243.337 van 10 januari 2019 in de zaak A. 227.131/VII-40.
- In zake : XXXX wonende te XXXX XXXX alwaar woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minster van Sociale Zaken en Volkgezondheid bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Koen Clonen kantoor houdend te 2600 Antwerpen Fruithoflaan 124, bus 14 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 20 december 2018, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid “omwille van visum beperking zonder mogelijkheid tot aangehoorde verdediging […]; opzet en ouverte pesterij”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 10 januari
- VII-40.469-1/7 Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Verzoeker, die verschijnt in persoon, en advocaat Koen Clonen, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Alexander Van Steenberge heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- De beslissing die het voorwerp lijkt te zijn van de huidige vordering luidt als volgt: “Bij aangetekende brief van 21 juni 2018 gericht aan de provinciale geneeskundige commissie van West-Vlaanderen en ontvangen op 25 juni 2018, stelt Dr. […] hoger beroep in tegen de beslissing van 6 juni 2018 van deze provinciale commissie, die met toepassing van art. 119 § 1, 2b van de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen met eenparigheid van stemmen beslist zijn visum aan de volgende voorwaarden to koppelen: - Dr. […] moet zich intensief laten begeleiden door een psychiater of coach naar keuze. Hij moet ten laatste tegen 4 juli 2018 schriftelijk of per mail aan de Provinciale Geneeskundige Commissie van West-Vlaanderen laten weten wie hij hiervoor gekozen heeft. - Dr. […] moet maandelijks een verslag van zijn behandelend psychiater of coach overmaken aan de Provinciale Geneeskundige Commissie van West-Vlaanderen. - Dr. […] mag niet werkzaam zijn als arts op de dienst spoedgevallen. - Dr. […] moet de Provinciale Geneeskundige Commissie van West-Vlaanderen inlichten alvorens hij een nieuwe tewerkstelling start. - Dr. […] moet de voorwaarde van de Provinciale Geneeskundige Commissie van West-Vlaanderen schriftelijk melden aan de hoofdarts van het ziekenhuis of de geneeskundige dienst waar hij werkzaam zal zijn en het bewijs van ontvangst overmaken aan de Provinciale Geneeskundige Commissie van West-Vlaanderen. - De hoofdarts moet 3-maandelijks een evaluatie/functioneringsverslag VII-40.469-2/7 overmaken aan de Provinciale Geneeskundige Commissie van West-Vlaanderen. - Dr. […] is er zelf verantwoordelijk voor dat alle gevraagde verslagen tijdig de Provinciale Geneeskundige Commissie van West-Vlaanderen bereiken. - Dr. […] zal opnieuw uitgenodigd worden door de Provinciale Geneeskundige Commissie van West-Vlaanderen ten vroegste 4 maanden na deze beslissing, tenzij zich ander feiten hebben voorgedaan. - Zo aan één van deze voorwaarden niet voldaan wordt, kan de Provinciale Geneeskundige Commissie van West-Vlaanderen het visum van Dr. […] intrekken. - Dr. […] kan tegen deze beslissing beroep aantekenen door middel van een aangetekend schrijven aan de Provinciale Geneeskundige Commissie van West-Vlaanderen en dit uiterlijk binnen de 14 dagen na ontvangst van de beslissing. Het beroep is niet opschortend. Dit hoger beroep is thans zonder voorwerp omdat de bestreden beslissing naar aanleiding van naderhand vastgestelde nieuwe feiten inmiddels werd vervangen door een opvolgende beslissing van dezelfde provinciale geneeskundige commissie van 3 oktober 2018 die met eenparigheid van stemmen van de aanwezige stemgerechtigde leden het visum van Dr. […] met toepassing van voormeld art. 119 § 1, 2b intrekt voor onbepaalde tijd. De beslissing van 3 oktober 2018 werd aan Dr. […] betekend op 9 oktober
- […] Dr. […] heeft op 17 oktober 2018 tegen voormelde beslissing van 3 oktober 2018 hoger beroep ingesteld bij aangetekend schrijven aan de provinciale geneeskundige commissie van West-Vlaanderen. Bij aangetekend schrijven van 14 november 2018, aan de post toevertrouwd op 20 november 2018, werd Dr. […] opgeroepen om voor de Nederlandstalige kamer van de Geneeskundige Commissie van Beroep te verschijnen op 7 december
- Hij is op de zitting verschenen en werd er door de Geneeskundige Commissie van Beroep gehoord. […] Na de beslissing van 3 oktober 2018 werd door prof. dr. C. Bervoets, die door Dr. […] op grond van de eerste voorwaarde gesteld in de beslissing van 6 juni 2018, werd gekozen als begeleidend psychiater, een advies neergelegd […]. In de periode van 10 tot en met 26 oktober 2018 stuurde Dr. […] een aantal mails naar de Geneeskundige Commissie van Beroep. Ze zijn in het tweede dossier opgenomen onder de nummers 41 tot en met
- Daaronder bevinden zich 3 mails ontvangen van prof. dr. C. Bervoets: - Op 10 oktober 2018 schreef deze, als reactie op het bericht van Dr. […] dat hij beroep ging aantekenen tegen de beslissing van 3 oktober 2018, dat hij zijn reactie begreep maar dat hij, in alle eerlijkheid, dacht dat verder beroep weinig zin had; - Op 11 oktober om 8u40 schreef hij aan Dr. […] dat coaching geen zin had en dat hij overtuigd was dat de provinciale geneeskundige commissie een juiste VII-40.469-3/7 beslissing had genomen; - Op 11 oktober 2018 om 18u35 schreef hij te vinden dat Dr. […] te ziek was om te werken. […] Het college van deskundigen, wier deskundigenverslag op 28 april 2018 […] werd neergelegd, was niet in de gelegenheid kennis te nemen van het advies van prof. dr. C. Bervoets en evenmin van het feit dat Dr. […], in strijd met de in de beslissing van 6 juni 2018 van de geneeskundige commissie van West-Vlaanderen opgelegde voorwaarden, op 1 augustus 2018 in de dienst spoedgevallen van het AZ Alma te Eeklo ging werken en daardoor verwikkeld geraakte in een nieuwe procedure voor de geneeskundige commissie van West-Vlaanderen. Alvorens ten gronde te beslissen acht de Geneeskundige Commissie van Beroep het aangewezen dat het college van deskundigen kennis zou nemen van deze aanvullende gegevens en, na desgevallend de bijkomende onderzoeken te hebben gedaan die zij nodig achten, een aanvullend advies uit te brengen over de vraag of Dr. […] thans voldoet aan de vereiste fysieke of psychische geschiktheden om, zonder risico’s, de uitoefening van zijn beroep voort te zetten. OM DEZE REDENEN, DE GENEESKUNDIGE COMMISSIE VAN BEROEP, Bij meerderheid van stemmen, Stelt vast dat het hoger beroep van 21 juni 2018 zonder voorwerp is. Verklaart het hoger beroep van 17 oktober 2018 ontvankelijk. Bepaalt bij tussenbeslissing dat het dossier voor kennisneming van het advies van prof. C. Bervoets en van de verdere evolutie van het dossier na hun advies van 28 april 2018, wordt overgemaakt aan het college van deskundigen voor aanvullend advies. Bepaalt dat het visum van Dr. […] beperkt wordt tot het volgen van de opleiding in de verzekeringsgeneeskunde in de context van de uitvoering van zijn aangenomen stageplan en in het kader waarvan hij bij zijn patiëntencontacten steeds wordt begeleid door een andere erkende arts. Bepaalt dat Dr. […] zijn stagemeester dient in te lichten van voormelde visumbeperking en de Geneeskundige Commissie van Beroep een schriftelijk bewijs hiervan dient over te leggen. Bepaalt dat Dr. […] vóór 1 maart 2019 een verslag van de stagemeester over het verloop van de opleiding aan de Geneeskundige Commissie van Beroep moet laten geworden”. IV. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat VII-40.469-4/7 minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing. Er kan alleen rekening worden gehouden met hetgeen daarover in het verzoekschrift werd uiteengezet en gestaafd. De Raad van State kan geen acht slaan op hetgeen ter terechtzitting nog door de verzoekende partij wordt bijgebracht. De verwerende partij kan daarop immers niet meer repliceren en de auditeur kan daarover niet op een deugdelijke wijze advies verlenen in een procedure die op grond van artikel 22 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State essentieel schriftelijk is. V. Uiterst dringende noodzakelijkheid Standpunt van verzoeker “Artikel 25/2 stelt ook dat ik een bedrag tot schadevergoeding kan naar voor schuiven. Vermits m’n laatste maandloon als zelfstandige 13.000 Euro bedroeg […], en vermits gevreesd kan worden dat het twee jaar kan duren vooraleer ik enige kans krijg om m’n RIZIV nummer terug te krijgen (strafmaat zal dan wel lang genoeg geduurd hebben) stel ik hier een bedrag van 24 x 13000 = 312.000 Euro voor (schade kan zelfs oplopen tot 600.000 Euro indien geen gevolg gegeven wordt aan m’n aanvraag). Ik wil uiteraard hiermee een zo snel als mogelijk afwikkeling van deze toch wel erg vervelende en schadelijke zaak die tot nu geenszins onvoldoende naar inhoud toe werd geanalyseerd”. Beoordeling
- Op grond van artikel 16, § 1, eerste lid, 7°, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State moet het verzoekschrift een uiteenzetting van de feiten bevatten die de uiterst dringende noodzakelijkheid rechtvaardigen. Dit houdt in dat het aan de verzoekende partij toevalt in het verzoekschrift aan de zaak eigen, specifieke VII-40.469-5/7 gegevens bij te brengen die in concreto aantonen dat, in het licht van de door haar gevreesde gevolgen van de bestreden beslissing, de schorsing van de tenuitvoerlegging volgens de gewone schorsingsprocedure te laat zal komen. Het komt de Raad van State niet toe om eigenmachtig op zoek te gaan naar dergelijke gegevens. Te dezen kunnen de door de verzoekende partij aangehaalde argumenten niet worden aanzien als gegevens die aantonen dat, in het licht van de door haar gevreesde gevolgen van de bestreden beslissing, de schorsing van de tenuitvoerlegging volgens de gewone schorsingsprocedure te laat zal komen. Het blijkt dat het verzoekschrift geen dergelijke gegevens bevat. Een financieel verlies kan, behoudens tegenbewijs, worden hersteld na een annulatiearrest, tenzij bijzondere omstandigheden worden aangevoerd waaruit blijkt dat de financiële gevolgen van de bestreden beslissing onomkeerbaar zijn. De verzoekende partij moet concreet aantonen dat wanneer het bestreden besluit niet wordt geschorst, zij in een dermate moeilijke positie dreigt terecht te komen dat zij dit nadeel in afwachting van een uitspraak over het beroep tot nietigverklaring niet zal kunnen dragen. Dit kan te dezen niet worden afgeleid uit de summiere uiteenzetting in het verzoekschrift. VI. Verzoek tot anonimisering
- Ter terechtzitting vraagt verzoeker de anonimisering van het arrest, bij de publicatie ervan.
- Luidens artikel 2, eerste lid, van het koninklijk besluit van 7 juli 1997 betreffende de publicatie van de arresten en de beschikkingen van niet-toelaatbaarheid van de Raad van State, kan een natuurlijke persoon die partij is bij een geschil dat bij de Raad van State aanhangig is, vragen dat zijn identiteit wordt weggelaten bij de publicatie van de beschikking van niet-toelaatbaarheid of van het arrest. Dergelijk verzoek kan in het verzoekschrift of in voorkomend geval tot aan de sluiting van de debatten, worden ingediend. VII-40.469-6/7 Te dezen verzet niets zich tegen het inwilligen van deze vraag. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt de vordering.
- Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van verzoeker niet bekendgemaakt. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van tien januari tweeduizend negentien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-40.469-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.377 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.048 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div