id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 januari 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.426 Rolnummer: A. 224911/VII-40243 Zaak: Arrest 243426 - Voedselveiligheid (FAVV) - 17/01/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-01-24 Raadplegingen: 75 - laatst gezien 2026-06-25 02:14 Fiche Arrest nr 243.426 van 17 januari 2019 Sociale zaken en volksgezondheid - Voedselveiligheid (FAVV) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 243.426 van 17 januari 2019 in de zaak A. 224.911/VII-40.
- In zake : de BVBA SLACHTHUIS HEIST-OP-DEN-BERG bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Peter Flamey kantoor houdend te 2018 Antwerpen Jan Van Rijswijcklaan 16 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen :
- de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Middenstand, Zelfstandigen, KMO’s, Landbouw en Maatschappelijke Integratie
- het FEDERAAL AGENTSCHAP VOOR VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN (FAVV) bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Rik Depla kantoor houdend te 8310 Brugge Karel van Manderstraat 123 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 25 mei 2018, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing van de Minister van Middenstand, Zelfstandigen, KMO’s, Landbouw en Maatschappelijke Integratie dd. 29 maart 2018, waarbij wordt beslist om de erkenning als slachthuis (erkenning 1.1.1.) met als activiteiten en producten Slachthuis runderen (PL1 1C2 PR40) en Slachthuis eenhoevigen (PL1 AC2 PR156) onder het nummer 79 voor de vestiging genaamd Slachthuis Heist-op-den-Berg (met ondernemingsnummer 0837.424.358 en vestigingseenheidnummer 2.001.247.184), gelegen te Mechelsesteenweg 101-103 te 2220 Heist-op-den-Berg te willen intrekken”. VII-40.243-1/4 II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 241.214 van 11 april 2018 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit verworpen. De eerste verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend die aan de verzoekende partij ter kennis werd gebracht op 17 augustus
- Op 17 augustus 2018 werd aan de verzoekende partij eveneens ter kennis gebracht dat de tweede verwerende partij verzuimde een memorie van antwoord in te dienen. Op 5 december 2018 heeft de hoofdgriffier aan de verzoekende partij en de verwerende partijen de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling
- Bij het versturen van een kopie van de memorie van antwoord aan de verzoekende partij, en de mededeling dat geen memorie van antwoord werd ingediend door de tweede verwerende partij, heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- De verzoekende partij heeft binnen de termijn van zestig dagen, gesteld in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent, geen memorie van wederantwoord of toelichtende memorie aan de griffie toegestuurd. Krachtens VII-40.243-2/4 voornoemd artikel 21, tweede lid, dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt. De hoofdgriffier heeft de partijen medegedeeld, met toepassing van artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat de kamer uitspraak zou doen onder aanvoering van het ontbreken van het vereiste belang, tenzij een van de partijen binnen een termijn van vijftien dagen zou vragen om te worden gehoord. Geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord. Er bestaat aanleiding om het beroep te verwerpen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingvergoeding van 700 euro verschuldigd aan de eerste verwerende partij . VII-40.243-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zeventien januari tweeduizend negentien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-40.243-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.426 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.214 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.