id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 januari 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.439 Rolnummer: A. 220173/X-16717 Zaak: Arrest 243439 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 18/01/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-01-24 Raadplegingen: 76 - laatst gezien 2026-06-25 02:24 Fiche Arrest nr 243.439 van 18 januari 2019 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Vernietiging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 243.439 van 18 januari 2019 in de zaak A. 220.173/X-16.
- In zake :
- Eddy COUSIN woonplaats kiezend te 1701 Itterbeek (Dilbeek) Rollestraat 35
- Carla STEENS woonplaats kiezend te 1701 Itterbeek (Dilbeek) Oude Geraardsbergsebaan 12
- Robert VAN CAUWENBERGE woonplaats kiezend te 1701 Itterbeek (Dilbeek) Oude Geraardsbergsebaan 6 tegen :
- de PROVINCIE VLAAMS-BRABANT
- het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Michel van Dievoet kantoor houdend te 1000 Brussel Wolstraat 56 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partijen :
- de GEMEENTE DILBEEK bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Filip De Preter kantoor houdend te 1000 Brussel Keizerslaan 3 bij wie woonplaats wordt gekozen
- de CVBA COLIM bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Yves Loix en Joris Geens kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 27 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- X-16.717-1/15 I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 2 september 2016, strekt tot de nietigverklaring van: “
- De beslissing van de Deputatie van 22 oktober 2015 [Nr 294]
- De beslissing van de Vlaamse minister van omgeving, natuur en landbouw van 7 juli 2016 [Nr 300] met betrekking tot de „gemeente Dilbeek – goedkeuring rooilijnplan (deel) en gedeeltelijke wijziging van buurtweg nr. 1 te 1701 Itterbeek‟”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partijen hebben een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. De gemeente Dilbeek en de cvba Colim hebben een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomsten zijn toegestaan bij beschikking van respectievelijk 18 oktober 2016 en 23 november
- De tussenkomende partijen hebben een memorie ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft een verslag opgesteld. De verwerende partijen, de tussenkomende partijen en de verzoekende partijen hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 21 december
- Staatsraad Stephan De Taeye heeft verslag uitgebracht. X-16.717-2/15 Eerste en tweede verzoekende partijen, advocaat Michel van Dievoet, die verschijnt voor de verwerende partijen, advocaat Nicolas Goethals, die loco advocaat Filip De Preter verschijnt voor de eerste tussenkomende partij, en advocaat Fatema Hosseini, die loco advocaten Yves Lois en Joris Geens verschijnt voor de tweede tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Op 4 januari 2010 verleent het college van burgemeester en schepenen van de eerste tussenkomende partij aan (de rechtsvoorganger van) de tweede tussenkomende partij de stedenbouwkundige vergunning voor het bouwen van een handelsgebouw met bijhorende parking op een te Dilbeek gelegen terrein dat in het noorden grenst aan de Ninoofsesteenweg, in het oosten aan de Herdebeekstraat en in het zuiden aan de Oude Geraardsbergsebaan. In deze vergunning wordt volgende voorwaarde opgelegd: “[d]e verbreding van de Herdebeekstraat moet worden uitgevoerd door en op kosten van de aanvrager. Deze werken mogen pas worden uitgevoerd nadat de verlegging van de rooilijn van de Herdebeekstraat, conform het decreet van 8 mei 2009 houdende de vaststelling en realisatie van de rooilijnen, goedgekeurd is door de gemeenteraad. De grond gelegen binnen de nieuwe rooilijn moet gratis worden afgestaan aan de gemeente. De aanvrager staat in voor de hiermee verbonden notariskosten.” De Herdebeekstraat is een nog steeds bestaande en erkende buurtweg (nr. 1) in de zin van de wet van 10 april 1841 „op de buurtwegen‟. 3.
- Bij besluit van 27 april 2010 stelt de gemeenteraad van de eerste tussenkomende partij een ontwerp van rooilijnplan voor de verlegging van X-16.717-3/15 de rooilijn van de Herdebeekstraat tussen de Ninoofsesteenweg en de Oude Geraardsbergsebaan voorlopig vast. Het plan betreft uitsluitend het opschuiven van de rooilijn op het bouwterrein van de tweede tussenkomende partij. Het strekt ertoe de Herdebeekstraat te verbreden door de oostelijke rand van het bouwterrein in die straat op te nemen. Zoals in het laatstgenoemde besluit wordt overwogen, zal aldus langs het ingekrompen bouwterrein een “extra afslagstrook” in de Herdebeekstraat kunnen worden gecreëerd. 3.
- Bij besluit van 22 juni 2010 stelt de gemeenteraad van de eerste tussenkomende partij het rooilijnplan voor de verlegging van de rooilijn op het bouwterrein van de tweede tussenkomende partij definitief vast. Dit besluit wordt op vordering van de tweede en de derde verzoekers vernietigd met ‟s Raads arrest nr. 222.063 van 15 januari
- 3.
- Bij besluit van 22 december 2011 verleent de deputatie van de provincieraad van de provincie Vlaams-Brabant aan de tweede tussenkomende partij de stedenbouwkundige vergunning voor het bouwen van een polyvalent handelsgebouw met bijhorende parking op het bouwterrein. Dit besluit wordt op vordering van onder meer de verzoekers vernietigd bij arrest nr. A/2015/0279 van 5 mei 2015 van de Raad voor Vergunningsbetwistingen. Het tegen het laatstgenoemde arrest door de nv Etablissementen Franz Colruyt bij de Raad van State ingestelde cassatieberoep wordt met ‟s Raads arrest nr. é.885 van 23 februari 2016 verworpen. 3.
- Bij besluit van 23 april 2013 stelt de gemeenteraad van de eerste tussenkomende partij opnieuw een ontwerp van rooilijnplan voor de verlegging van de rooilijn op het bouwterrein van de tweede tussenkomende partij voorlopig vast “rekening houdend met het arrest nr. 222.063 van 15 januari 2013 [van] de Raad van State”. 3.
- Op 28 januari 2014 neemt de gemeenteraad van de eerste tussenkomende partij met toepassing van het decreet van 8 mei 2009 „houdende vaststelling en realisatie van de rooilijnen‟ (hierna: het rooilijndecreet) het besluit X-16.717-4/15 tot verlegging van de rooilijn op het bouwterrein van de tweede tussenkomende partij. Het door de verzoekers tegen dit besluit ingestelde beroep wordt met ‟s Raads arrest nr. é.708 van 2 februari 2016 verworpen. 3.
- In het Belgisch Staatsblad van 15 april 2014 wordt het decreet van 4 april 2014 „houdende wijziging van diverse decreten met betrekking tot de ruimtelijke ordening en het grond- en pandenbeleid‟ bekendgemaakt (hierna: het decreet van 4 april 2014). 3.
- Bij besluit van 26 mei 2015 stelt de gemeenteraad van de eerste tussenkomende partij met toepassing van het decreet van 4 april 2014 opnieuw een ontwerp van rooilijnplan voor de verlegging van de rooilijn op het bouwterrein van de tweede tussenkomende partij voorlopig vast en keurt hij het voornemen tot het gedeeltelijk wijzigen van de betrokken buurtweg goed. In de toelichtende nota bij het laatstgenoemde besluit wordt het volgende overwogen: “[…] Voor het wijzigen van de buurtweg nr. 1 […] werd reeds een procedure opgestart. Op 24 juni 2014 werd door de gemeenteraad beslist om aan de deputatie van de provincie Vlaams-Brabant voor te stellen om de buurtweg nr. 1 van de Atlas der buurtwegen […] gedeeltelijk te wijzig[…]en. Omdat de wetgeving aangaande de wijziging van de buurtwegen tijdens de loop van de procedure werd gewijzigd, werd het dossier door de provincie teruggestuurd met de vraag om het dossier aan te passen en opnieuw in te dienen. […] In de huidige procedure tot wijziging van een buurtweg is de procedure voor vaststelling van het rooilijnplan volledig geïntegreerd. Om deze reden werd aan het dossier opnieuw een rooilijnplan gevoegd.” 3.
- Over het in het vorige randnummer vermelde ontwerp wordt van 18 juni tot 17 juli 2015 een openbaar onderzoek gehouden. Onder meer de verzoekers dienen een bezwaarschrift in. 3.
- Bij besluit van 8 september 2015 stelt de gemeenteraad van de eerste tussenkomende partij met toepassing van het decreet van 4 april 2014 het X-16.717-5/15 rooilijnplan voor de verlegging van de rooilijn op het bouwterrein van de tweede tussenkomende partij definitief vast en vraagt hij de deputatie om goedkeuring van dit rooilijnplan en van de gedeeltelijke wijziging van de betrokken buurtweg (hierna: de gemeenteraadsbeslissing van 8 september 2015). 3.
- Met het eerste bestreden besluit van 22 oktober 2015 beslist de deputatie van de provincieraad van de provincie Vlaams-Brabant om
(1)het rooilijnplan (deel) buurtweg nr. 1 goed te keuren en
(2)de buurtweg nr. 1 in de atlas der buurtwegen van Itterbeek gedeeltelijk te wijzigen volgens het bijgaand plan. In dit besluit wordt aangaande de ingediende bezwaren het volgende gesteld : “Tijdens het openbaar onderzoek gehouden van 18 juni 2015 tot en met 17 juli 2015 werden twee bezwaarschriften ingediend. Deze bezwaarschriften omvatten een zestal elementen. Deze werden omstandig en gemotiveerd weerlegd in het overwegend gedeelte van de gemeenteraadsbeslissing van 8 september
- Deze weerleggingen worden aanvaard.” 3.
- Tegen het eerste bestreden besluit dienen verzoekers op 14 november 2015 een beroep in bij de Vlaamse regering, dat met het tweede bestreden besluit van 7 juli 2016 wordt verworpen. IV. Ontvankelijkheid van het beroep A. Belang eerste verzoeker De aangevoerde excepties
- De tussenkomende partijen verwijzen elk naar ‟s Raads arrest nr. 219.190 van 7 mei 2012 waarbij eerste verzoeker het belang bij het annulatieberoep tegen het onder randnummer 3.3 vermelde besluit wordt ontzegd. Zij menen dat er geen reden is om te dezen anders te oordelen. X-16.717-6/15 Beoordeling 5.
- Eerste verzoeker heeft als “belanghebbende derde” in de zin van artikel 28 van het rooilijndecreet een administratief beroep tegen het eerste bestreden besluit ingediend, dat met het tweede bestreden besluit wordt verworpen. Verzoekers tonen de onjuistheid van deze kwalificatie van eerste verzoeker als “belanghebbende derde” niet aan. Het gemis aan belang in hoofde van eerste verzoeker bij huidig beroep wordt niet aangetoond. 5.
- De excepties zijn ongegrond. B. Exceptio obscuri libelli De aangevoerde excepties
- De verwerende partijen en de tweede tussenkomende partij voeren aan dat de middelen in het bijna 300 pagina‟s tellende verzoekschrift zeer onduidelijk, ongestructureerd en over het algemeen zeer moeilijk tot niet leesbaar zijn. Zij betogen dat het niet aan hen toekomt om in de ongestructureerde en onduidelijke toelichting bij de middelen te pogen middelen te ontwaren. De middelen zijn volgens hen niet ontvankelijk. Beoordeling 7.
- Hierna zal blijken dat alvast het vierde middel op voldoende duidelijke en ontvankelijke wijze een schending van het motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel aanvoert. 7.
- De excepties zijn ongegrond. X-16.717-7/15 V. Onderzoek van het vierde middel 8.
- Verzoekers roepen in hun vierde middel onder meer de schending in van het motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel om reden dat de bestreden beslissingen hun bezwaren inzake mobiliteit hebben genegeerd of op niet-afdoende wijze hebben weerlegd. Zij bekritiseren daarbij de omstandigheid dat hun bezwaren door de eerste bestreden beslissing en de gemeenteraadsbeslissing van 8 september 2015 worden weerlegd “door telkens te verwijzen naar diezelfde mobiliteitsstudie”, waar “de bezwaren duidelijk aantonen dat de mobiliteitsstudie gebaseerd is op beperkte en op oudere niet- representatieve metingen, een aantal bezwaren niet in de mobiliteitsstudie zijn onderzocht, en de studie niet voldoet. De tweede bestreden beslissing keurt de eerste bestreden beslissing goed zonder een zorgvuldig onderzoek en afdoende gemotiveerde weerlegging van hun bezwaren. Verzoekers verwijzen in dit verband naar de samenhang tussen de bestreden beslissingen en de aan de tweede tussenkomende partij verleende stedenbouwkundige vergunning. 8.
- De verwerende partijen repliceren in hun memorie van antwoord dat verzoekers‟ kritiek op de verkeersonveiligheid “loutere opportuniteitskritiek” betreft en dat een en ander “in een later stadium” zal moeten beoordeeld worden. Zowel de gemeenteraad als de bestreden beslissingen hebben zich volgens hen over de verkeersveiligheid uitgesproken. Zij stellen er niet toe gehouden te zijn om de mobiliteitsstudie die bij de stedenbouwkundigevergunngsaanvraag was gevoegd aan verzoekers‟ bezwaren te toetsen. 8.
- De eerste tussenkomende partij stelt in haar memorie tot tussenkomst dat de wijziging van een buurtweg niets aan de bestaande verkeerssituatie wijzigt. Verzoekers‟ bezwaren “zullen slechts relevant kunnen zijn in een later stadium”. Zij meent dat de aangevoerde bezwaren inzake mobiliteit los staan van de bestreden beslissingen, nu de “huidige situatie” door deze beslissingen niet wordt gewijzigd. Volledigheidshalve verwijst de eerste tussenkomende partij naar de gemeenteraadsbeslissing van 8 september
- X-16.717-8/15 8.
- Verzoekers hernemen in hun memorie van wederantwoord in hoofdzaak de uiteenzettingen in hun verzoekschrift. 8.
- De tweede tussenkomende partij verwijst in haar memorie tot tussenkomst naar ‟s Raads arrest nr. 219.190 van 7 mei 2012 om verzoekers belang bij het middel te ontzeggen: de bestreden beslissingen doen niet “ipso facto” een wijziging van de verkeerssituatie ontstaan. Zij betoogt voorts dat de huidige procedure niet de stedenbouwkundige vergunning als voorwerp heeft, en dat de bestreden beslissingen en de gemeenteraadsbeslissing van 8 september 2015 wel degelijk rekening houden met de mobiliteit en de veiligheid. 8.
- De eerste tussenkomende partij doet in haar laatste memorie nog gelden dat de formelemotiveringsplicht geen toepassing vindt op de vaststelling van een rooilijnplan of de wijziging van een buurtweg. De “verplichting tot formele motivering” betekent volgens haar overigens “niet dat de overheid op alle aangevoerde bezwaren afzonderlijk moet antwoorden”. Zij stelt dat een motivering door verwijzing niet onrechtmatig is en dat verzoekers met kennis van zaken tegen de bestreden beslissingen hebben kunnen opkomen. De eerste tussenkomende partij betoogt voorts dat verzoekers het vereiste belang ontberen, aangezien de bestreden beslissingen aan de bestaande verkeerssituatie niets kunnen veranderen, en meent dat zij in hun verzoekschrift niet uiteenzetten waarom de bestreden beslissingen in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel zijn. 8.
- De tweede tussenkomende partij doet in haar laatste memorie nog gelden dat de aanpassing van de buurtweg “op zichzelf kan staan, los van het bekomen van een stedenbouwkundige vergunning”, dat “de aanvraag […] wel degelijk gekaderd [wordt] binnen het algemeen belang en op basis van een belangenafweging”, waarbij “wel degelijk [kan] verwezen worden naar de mobiliteitsstudie”. X-16.717-9/15 Beoordeling 9.
- Uit de verplichting om een openbaar onderzoek te organiseren volgt de verplichting om de ingediende bezwaren met gepaste zorgvuldigheid te onderzoeken en, wanneer ze niet worden gevolgd, om afdoende te laten begrijpen waarom dat niet het geval is. Verzoekers voeren in dit licht op voldoende duidelijke wijze de schending van het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel aan. De ontvankelijkheidsexcepties van de tussenkomende en verwerende partijen ter zake zijn ongegrond. De bestreden beslissingen dienden de aanvraag tot verbreding van de buurtweg wel degelijk met inachtname van verzoekers‟ mobiliteitsbezwaren te beoordelen. De desbetreffende ontvankelijkheidsexcepties wegens gemis aan belang zijn ongegrond. Het middel, in zoverre beoordeeld, betreft naast het zorgvuldigheidsbeginsel, het materiëlemotiveringsbeginsel. De ontvankelijkheidskritiek inzake de aangevoerde schending van de formelemotiveringsplicht mist relevantie. 9.
- Verzoekers betwisten in hun bezwaarschrift dat de kwestieuze verbreding van de Herdebeekstraat het algemeen belang dient en tot de veiligheid van de weggebruikers bijdraagt. Onder meer gaan zij in ruim meer dan vijftig bladzijden zeer uitvoerig in op het feit dat volgens hen de “[m]obiliteit […] tot op heden nooit ten gronde [werd] onderzocht”, dat er “nagenoeg steeds blindelings [werd] verwezen naar de niet representatieve en niet onafhankelijke mobiliteitsstudie”, dat er “zeer beperkte en niet-representatieve metingen” inzake mobiliteit zijn gebeurd en er meerdere “niet onderzochte elementen” zijn zoals het “voornaamste verkeersalternatief” en een “[o]nvolledige impactstudie, beperkt tot de Herdebeekstraat” en de “[t]erugslag op [de] voorsorteerstrook N8”, dat er “pertinente fouten” zijn gemaakt aangaande onder meer de “berekening [van de] wachttijd [aan de] verkeerslichten” en de “afslagstrook vrachtverkeer en inrichting fietsverkeer” en dat er “niet onderbouwde aannames/tegenstrijdigheden X-16.717-10/15 zijn” in de mobiliteitsstudie en deze laatste niet aan de “inhoudelijke vereisten” voldoet. 9.
- De aanvraag die tot de bestreden beslissingen heeft geleid, blijkt uitdrukkelijk in functie van de stedenbouwkundigevergunningsaanvraag voor het bouwen van een Coltuyt-handelszaak te staan. In de gemeenteraadsbeslissing van 8 september 2015 leest men in dit verband immers: “Gelet op de stedenbouwkundige vergunning, verleend door de deputatie van de provincie Vlaams-Brabant in zitting van 22 december 2011 aan de firma Colim cvba voor het bouwen van een handelsgebouw met bijhorende parking op het perceel dat begrensd wordt door de Ninoofsesteenweg, de Herdebeekstraat en de Oude Geraardsbergsebaan; Gelet op het arrest nr. A/2015/0279 van 5 mei 2015 van de Raad voor Vergunningsbetwistingen dat de stedenbouwkundige vergunning van de deputatie vernietigt; Gelet op het cassatieberoep ingesteld op 25 juni bij de Raad van State door de NV Etablissementen Franz Colruyt strekkende tot nietigverklaring van het arrest van de Raad voor Vergunningsbetwistingen; Overwegende dat in de stedenbouwkundige vergunningsaanvraag het verbreden van de Herdebeekstraat tussen de Ninoofsesteenweg en de Oude Geraardsbergsebaan voorzien is; Overwegende dat de verbreding als gevolg zal hebben dat er een extra afslagstrook in de Herdebeekstraat zal kunnen worden aangelegd tussen de Ninoofsesteenweg en de Oude Geraardsbergsebaan; Overwegende dat de firma Collm cvba reeds heeft aangegeven in geval van een definitieve weigering van de stedenbouwkundige vergunningsaanvraag een nieuwe stedenbouwkundige aanvraag voor het perceel te zullen indienen, waardoor de verbreding van de Herdebeekstraat en de aanleg van een extra afslagstrook op termijn aangewezen en noodzakelijk blijft; […] Gelet op de aanvraag van 13 januari 2015, ingediend op 2 maart 2015 door de firma Colim cvba, met zetel te 1500 Halle, Edingsesteenweg 196, tot gedeeltelijke wijziging van de Herdebeekstraat, buurtweg nr. l van de Atlas der buurtwegen van Itterbeek; Gelet op de gemotiveerde aanvraag van belanghebbende met als bijlage het plan van de Atlas der buurtwegen en het rooilijnplan waarop de voorgestelde wijziging werd aangebracht; Overwegende dat de aangevraagde wijziging inhoudt dat de Herdebeekstraat verbreed wordt tussen de Ninoofsesteenweg en de Oude Geraardsbergsebaan, zoals voorzien is in de stedenbouwkundige vergunningsaanvraag; Overwegende dat de firma Colim cvba eigenaar is van het kadastraal perceel waarop de buurtweg verbreed wordt; X-16.717-11/15 Overwegende dat bij de aanvraag een verklaring gevoegd is waarin de firma Colim cvba zich ertoe verbindt om de strook grond nodig voor de verbreding van de buurtweg en realisatie van de rooilijn kosteloos af te staan aan de gemeente; Overwegende dat landmeter Jan Buckinx de venale waarde bij verkoop uit de hand van deze strook grond op 20 mei 2015 geschat heeft op € 35.000”. In de gemeenteraadsbeslissing van 8 september 2015 leest men in aansluiting daarbij, in antwoord op verzoekers‟ mobiliteitsbezwaren, ook nog wat volgt: “Bij de aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning voor het bouwen van een handelsgebouw wordt een mobiliteitsstudie gevoegd die werd opgesteld door een onafhankelijk studiebureau (D+A consult). Deze studie toont aan dat te verwachten gevolgen van het project op de verkeersveiligheid en het sluipverkeer in de omgeving beperkt zullen zijn. Ook toont de studie aan dat door het creëren van een extra afslagstrook in de Herdebeekstraat er zich geen capaciteitsproblemen zullen voordoen in de straat en de wachttijden aan de verkeerslichten in deze straat beperkt zullen zijn. De bezwaren betreffende de mogelijke verkeerskundige problemen die het bouwen van het handelsgebouw en de verbreding van de Herdebeekstraat met zich zouden meebrengen worden dan ook niet gevolgd.” 9.
- In de gemeenteraadsbeslissing van 8 september 2015 wordt ook nog het volgende gesteld: “Het feit dat de Raad voor Vergunningsbetwistingen de vergunning van de deputatie heeft vernietigd, betekent niet dat de buurtwegwijziging en rooilijnverlegging doelloos en zonder voorwerp geworden zijn. Zoals reeds vermeld blijven de verbreding van de Herdebekestraat en de aanleg van een extra afslagstrook in geval van een finale weigering van de stedenbouwkundige vergunningsaanvraag aangewezen in functie van de toekomstige ontwikkeling en ontsluiting van het terrein. De buurtwegwijziging en rooilijnverlegging gebeuren ook niet enkel in functie van het exclusief particulier belang van de aanvrager. De geplande gewijzigde verkeerssituatie komt alle weggebruikers ten goede. Het bezwaar wordt dan ook niet gevolgd.” En: “Het wijzigen van de buurtweg en het verleggen van de rooilijn is het gevolg van een verkeerstechnische ingreep (namelijk het creëren van een bijkomende afslagstrook), die verband houdt met de ontsluiting van een bebouwbaar terrein.” X-16.717-12/15 9.
- Het eerste bestreden besluit sluit zich aan bij het gemeenteraadsbesluit van 8 september 2015 voor wat de bespreking van verzoekers‟ mobiliteitsbezwaren betreft. Het stelt uitdrukkelijk dat “[d]eze weerleggingen worden aanvaard.” Verder overweegt het eerste bestreden besluit dienaangaande nog: “De aanvraag beoogt de verbreding van voormeld weggedeelte met het oog op een mogelijks toekomstige ontwikkeling van het braakliggende terrein op de hoek van de Ninoofsesteenweg en de Herdebeekstraat (buurtweg nr. 1), kadastraal gekend als 5de afdeling, sectie A, nr. 104G en 104K. De voorgestelde verbreding van een gedeelte van buurtweg nr. 1 (Herdebeekstraat) beoogt een verbeterde verkeersafwikkeling wanneer in de toekomst dit hoekperceel zal worden ingenomen door harde functies. De gevraagde verbreding biedt de mogelijkheid om in de toekomst een extra rijvak te realiseren in dit deel van de Herdebeekstraat (buurtweg nr. 1) zodat rijdend naar de N8 twee voorsorteerstroken (één richting Brussel en één richting Ninove) kunnen worden gemaakt.” 9.
- De eerste verwerende partij zoekt ter weerlegging van verzoekers‟ zeer concrete en uitgebreide mobiliteitsbezwaren ten onrechte steun in de mobiliteitsstudie bij de stedenbouwkundige vergunning voor het bouwen van een Colruyt-handelszaak, nu die vergunning inmiddels is vernietigd en verzoekers de mobiliteitsstudie juist ten gronde bekritiseren. Voorts is de algemene stelling in het gemeenteraadsbesluit van 8 september 2015 dat “de geplande gewijzigde verkeerssituatie […] alle weggebruikers ten goede [komt]” niet meer dan een loutere stijlformule die bezwaarlijk als een afdoende motivering ter weerlegging van verzoekers‟ concrete mobiliteitsbezwaren te beschouwen is. Evenzeer ontoereikend is de al te algemene overweging in deze beslissing dat de verbreding van de Herdebeekstraat en de aanleg van een extra afslagstrook, ondanks de vernietiging van de stedenbouwkundige vergunning, “aangewezen [blijft] in functie van de toekomstige ontwikkeling en ontsluiting van het terrein”. X-16.717-13/15 De overweging in het eerste bestreden besluit dat “[d]e gevraagde verbreding […] de mogelijkheid [biedt] om in de toekomst een extra rijvak te realiseren in dit deel van de Herdebeekstraat (buurtweg nr. 1) zodat rijdend naar de N8 twee voorsorteerstroken (één richting Brussel en één richting Ninove) kunnen worden gemaakt” voegt aan deze nietszeggende beantwoording van verzoekers‟ – zeer geëlaboreerde – bezwaren niets toe. 9.
- Het besluit is dat de eerste verwerende partij geen zorgvuldige en afdoende gemotiveerde beoordeling van de mobiliteitsbezwaren van verzoekers heeft gemaakt. Het eerste bestreden besluit is met miskenning van het motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel genomen. 9.
- De onwettigheid van het eerste bestreden besluit vitieert tevens het tweede bestreden besluit, dat dit besluit goedkeurt. 9.
- Het vierde middel is in de aangegeven mate gegrond. BESLISSING
- De Raad van State vernietigt het besluit van de deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant van 22 oktober 2015 houdende de goedkeuring van het rooilijnplan (deel) van buurtweg nr. 1 en houdende de gedeeltelijke wijziging van de buurtweg nr. 1 in de atlas der buurtwegen van Itterbeek, alsook het besluit van de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw van 7 juli 2016 ‘inzake de beroepen tegen de beslissing van de deputatie van Vlaams-Brabant met betrekking tot de goedkeuring van het rooilijnplan (deel) en de gedeeltelijke wijziging van buurtweg nr. 1 in de atlas van de buurtwegen van de gemeente Dilbeek (deelgemeente Itterbeek)’.
- Dit arrest dient te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als de vernietigde besluiten. X-16.717-14/15
- De verwerende partijen worden verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 600 euro. De tussenkomende partijen worden elk voor de helft verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 300 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van achttien januari 2019, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-16.717-15/15 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.439 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div