← België

Arrest 243442 - Overheidsopdrachten - 22/01/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 januari 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.442 Rolnummer: A. 224636/XII-8513 Zaak: Arrest 243442 - Overheidsopdrachten - 22/01/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-01-28 Raadplegingen: 68 - laatst gezien 2026-06-25 02:43 Fiche Arrest nr 243.442 van 22 januari 2019 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 243.442 van 22 januari 2019 in de zaak A. 224.636/XII-8513 In zake:

  1. de NV ELECTRO TECHNIQUE ET MECANIQUE PUTMAN FRERES
  2. de BVBA STAPOTECH samen een tijdelijke vennootschap vormend bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Christian Lepaffe kantoor houdend te 1180 Brussel Floridalaan 26 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het AUTONOOM GEMEENTEBERIJF STAD DEINZE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Wim Rasschaert kantoor houdend te 9300 Aalst Désiré De Wolfstraat 18 Tussenkomende partij: de BV DUTCH THEATRE SYSTEMS & SERVICES bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bruno De Winter kantoor houdend te 9051 Sint-Denijs-Westrem Amelia Earhartlaan 17 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  3. Het beroep, ingesteld op 10 april 2018, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing van [het Autonoom Gemeentebedrijf Stad Deinze] van 8 februari 2018 [houdende de gunning van een overheidsopdracht […] XII-8513- 1/4 ‘Bouwen van een cultuurcentrum ‘Leietheater’ – perceel 5 (theatertechnieken) – hijsinstallatie’ [aan de bv Dutch Theatre Systems & Services (DTS2)].” II. Verloop van de rechtspleging
  4. Bij arrest nr. 241.101 van 23 maart 2018 is de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing ingewilligd. Aan de verzoekende partijen is op 19 oktober 2018 ter kennis gebracht dat de verwerende partij verzuimd heeft een memorie van antwoord in te dienen. De verzoekende partijen hebben geen toelichtende memorie ingediend. Op 19 oktober 2018 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partijen, de verwerende partij en de tussenkomende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Toepassing van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973
  6. Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken XII-8513- 2/4 van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijn voor het toesturen van de toelichtende memorie niet eerbiedigt. De verzoekende partijen hebben geen toelichtende memorie aan de griffie toegestuurd binnen de termijn van zestig dagen gesteld in artikel 7 van voormeld besluit ven de Regent.
  7. Er dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt. IV. Kosten
  8. In de gegeven omstandigheden past het de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid met inbegrip van de door de verzoekende partij gevraagde rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, ten laste te leggen van de verwerende partij en de kosten van het beroep tot nietig- verklaring en de bijdrage ten laste te leggen van de verzoekende partijen. BESLISSING
  9. De Raad van State verwerpt het beroep.
  10. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 400 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partijen. De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, en een bijdrage van 40 euro, elk voor de helft. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op een rolrecht van 150 euro. XII-8513- 3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 22 januari 2019, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Johan Bovin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier. De griffier De voorzitter Silja Doms Johan Bovin XII-8513- 4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.442 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.101 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.