id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 januari 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.473 Rolnummer: A. 221036/VII-39865 Zaak: Arrest 243473 - Milieuvergunningen - 24/01/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-02-04 Raadplegingen: 68 - laatst gezien 2026-06-25 03:20 Fiche Arrest nr 243.473 van 24 januari 2019 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Vernietiging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 243.473 van 24 januari 2019 in de zaak A. 221.036/VII-39.
- In zake : Diederik SOMERS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Johan Verstraeten kantoor houdend te 3000 Leuven Vaartstraat 68-70 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de DEPUTATIE VAN DE PROVINCIERAAD VAN VLAAMS-BRABANT Tussenkomende partij : Luc PARDON bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Wim Mertens kantoor houdend te 3580 Beringen Paalsesteenweg 81 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 21 december 2016, strekt tot de nietigverklaring van de besluiten van de deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant van 21 oktober 2016 en 7 november 2016 waarbij het bestuurlijk beroep ingesteld tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Boutersem van 16 augustus 2016, houdende het verlenen van een milieuvergunning aan Luc Pardon voor het veranderen van een rundveebedrijf, gelegen aan de Heilige Geesthofstraat 2 te Boutersem, als onontvankelijk wordt verworpen. VII-39.865-1/11 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Luc Pardon heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 22 februari
- De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Eerste auditeur Ronny Vercruyssen heeft een verslag opgesteld. De verwerende partij en de tussenkomende partij hebben een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. Verzoeker heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 11 oktober
- Staatsraad Patricia De Somere heeft verslag uitgebracht. Advocaat Simon Claes, die loco advocaat Johan Verstraeten verschijnt voor verzoeker, en advocaat Joris Gebruers, die loco advocaat Wim Mertens verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Ronny Vercruyssen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- VII-39.865-2/11 III. Feiten 3.
- De tussenkomende partij dient op 26 april 2016 een milieuvergunningsaanvraag in voor het veranderen en uitbreiden van zijn rundveebedrijf. Bij besluit van 16 augustus 2016 verleent het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Boutersem de gevraagde vergunning klasse
- 3.
- Verzoeker dient op 18 oktober 2016 een bestuurlijk beroep in bij de deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant tegen deze milieuvergunning. 3.
- De deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant beslist op 21 oktober 2016 dat het beroep niet tijdig is ingediend en bijgevolg formeel onontvankelijk is. Op vraag van verzoeker om het dossier te herzien, beslist de deputatie op 7 november 2016 opnieuw dat het beroep niet tijdig is ingesteld. Het betreft de bestreden beslissingen. IV. Ontvankelijkheid van het beroep Exceptie
- De verwerende partij werpt in haar memorie van antwoord op dat het beroep onontvankelijk is bij gebrek aan belang. Verzoeker maakt de hinder en nadelen die hij meent te zullen ondervinden niet concreet. Bovendien blijft het aantal dieren dat gehouden wordt ongewijzigd en beperkt, zodat onmogelijk meer hinder zal worden ondervonden dan thans het geval zou zijn. VII-39.865-3/11 De tussenkomende partij sluit zich bij deze exceptie aan en stelt dat verzoeker helemaal niet in de onmiddellijke omgeving woont doch op ruime afstand. Beoordeling
- Uit het dossier blijkt dat de enige ontsluitingsweg voor de vergunde inrichting loopt via de Heilige Geesthofstraat naar de Malendriesstraat, langsheen het perceel van verzoeker, dat op een afstand van 200 meter ligt. Verzoeker maakt aannemelijk dat hij wel degelijk hinder kan ondervinden van de uitbating als gevolg van de milieuvergunning voor het veranderen en uitbreiden van een rundveebedrijf. De hoedanigheid van eigenaar van het perceel dat in de onmiddellijke nabijheid ligt van de inrichting, volstaat overigens om het rechtens vereiste belang van verzoeker aan te nemen.
- De exceptie wordt verworpen. V. Onderzoek van het enige middel Standpunt van de partijen
- In een enig middel voert verzoeker de schending aan van artikel 35 van het decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur (hierna: openbaarheidsdecreet) samen gelezen met de artikelen 30 en 31 van het besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning (hierna: Vlarem I), de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen (hierna: motiveringswet), en het materiële motiveringsbeginsel, het zorgvuldigheids- en het redelijkheidsbeginsel. VII-39.865-4/11 Hij betoogt onder meer dat, conform artikel 31, § 3, van Vlarem I, aan elke persoon die een beroep wenst in te stellen een attest van aanplakking moet worden overgemaakt. Dit attest van aanplakking dient de inhoud van de aanplakking weer te geven en diende aldus de beroepstermijn te vermelden. Teneinde beroep in te stellen dienen mogelijke beroepsindieners niet ter plaatse te gaan verifiëren op de aanplakking zelf, maar mogen zij op rechtmatige wijze uitgaan van wat op het verplicht over te maken attest van aanplakking wordt vermeld. Verzoeker betwist voorts dat de aanplakking is gebeurd conform artikel 31 van Vlarem I. Ten eerste betwist verzoeker dat tot aanplakking werd overgegaan en dat deze aanplakking effectief gedurende 30 dagen werd uitgevoerd. Ten tweede betwist verzoeker dat op de aanplakking de beroepstermijn en de beroepsmodaliteiten werden vermeld. Op basis van het gebrek aan geldige aanplakking met vermelding van de beroepstermijn kan worden besloten dat de termijn om beroep in te stellen bij de deputatie niet is beginnen lopen. Minstens dient volgens verzoeker te worden vastgesteld dat de bestreden beslissing het zorgvuldigheidsbeginsel schendt. De bestreden beslissing baseert zich immers integraal op de aanplakking zelf en de vermelding van de beroepstermijn in de aanplakking teneinde het beroep van verzoeker onontvankelijk te verklaren. De verwerende partij heeft bij het aannemen van de bestreden beslissing echter geen enkele garantie dat effectief tot aanplakking werd overgegaan. Daarenboven verwijst de bestreden beslissing naar “een scan van het origineel uitgehangen formulier” waarop de datum van het beroep wordt vermeld. Het overmaken van een kopie van een formulier, betekent op geen enkele wijze dat dit formulier werd aangeplakt en in die hoedanigheid werd aangeplakt. De gemeente Boutersem maakt hoegenaamd geen bewijsstuk over dat effectief werd gecontroleerd dat gedurende 30 dagen tot aanplakking werd overgegaan met vermelding van de beroepstermijn. Het feit dat het origineel uitgehangen formulier zich in goede staat in het administratief dossier bevindt, wijst er in tegendeel op dat dit formulier zelf nooit werd uitgehangen. Alleszins is de motivering van de VII-39.865-5/11 bestreden beslissing op dit punt niet afdoende en draagkrachtig.
- De verwerende partij antwoordt dat artikel 49 van Vlarem I ondubbelzinnig en duidelijk is: voor een derde-belanghebbende begint de beroepstermijn van dertig dagen te lopen de dag na deze waarop de beslissing van het college van burgemeester en schepenen werd aangeplakt. Volgens de verwerende partij werd de vergunning in casu, met verwijzing naar het attest van aanplakking, aangeplakt op 24 augustus 2016, zodat de beroepstermijn begon te lopen op 25 augustus 2016 en verstreek op 23 september 2016, zodat het beroep ingediend op 18 oktober 2016 laattijdig werd ingediend. Uit de foto/scan van het originele aanplakkingsbericht blijkt dat zowel de termijn van dertig dagen als de vereiste van het betalen van een dossiervergoeding uitdrukkelijk staan vermeld. Dit aanplakkingsbericht is volgens de verwerende partij toch het document waarmee de beslissing van het college van burgemeester en schepenen wordt bekendgemaakt aan derden-belanghebbenden en tevens de datum vanaf wanneer de beroepstermijn effectief begint te lopen voor derden-belanghebbenden. In de bestreden beslissing werd dan ook terecht geoordeeld dat het beroepschrift van verzoeker laattijdig werd ingediend en werd het administratief beroep bijgevolg terecht onontvankelijk verklaard.
- In haar memorie wijst de tussenkomende partij erop dat op grond van artikel 23, § 3, van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning (hierna: milieuvergunningsdecreet) en het attest van aanplakking, de beroepstermijn een aanvang heeft genomen op 25 augustus 2016, om te eindigen op vrijdag 23 september
- Het administratief beroep, ingesteld op 18 oktober 2016, is dan ook manifest laattijdig. Wat artikel 31 van Vlarem I betreft, ziet de tussenkomende partij niet in op welke wijze de bestreden beslissing dit artikel zou hebben geschonden en wordt dit ook niet verduidelijkt door verzoeker. Uit het attest van aanplakking blijkt genoegzaam dat werd overgegaan tot aanplakking. Het komt aan verzoeker toe om aan te tonen dat niet is voldaan aan de opgelegde verplichting tot aanplakking gedurende een periode van 30 dagen. Voorts ziet de tussenkomende partij niet in op welke wijze de verwerende partij de VII-39.865-6/11 aanplakkingsplicht anders zou moeten beoordelen dan aan de hand van het attest van aanplakking, dat een bestuursdocument vormt van een administratieve overheid en krachtens het beginsel van het vermoeden van wettigheid dient te worden aangenomen. Beoordeling
- Artikel 23 van het milieuvergunningsdecreet luidt: “§
- Tegen elke beslissing over vergunningsaanvragen in eerste aanleg genomen door het college van burgemeester en schepenen, kan beroep worden ingediend bij de deputatie van de provincieraad, die uitspraak doet binnen een termijn van vier maanden na ontvangst van het beroepsschrift. […] §
- Het beroep wordt met een aangetekende brief ingediend binnen een termijn van dertig dagen na de eerste dag van de bekendmaking van de bestreden beslissing. Voor degenen die aangewezen zijn op de bekendmaking via aanplakking, moet het beroep worden ingediend met een aangetekende brief binnen een termijn van dertig dagen na de eerste dag dat tot de aanplakking van de bestreden beslissing is overgegaan”. De relevante bepalingen van Vlarem I luiden: “Artikel 30 §
- De beslissingen over vergunningsaanvragen als bedoeld in artikel 6 worden geformuleerd door middel van besluiten waarvan het respectieve model is vastgesteld in de subbijlagen van bijlage 9 bij onderhavig besluit en dienen tenminste de volgende gegevens te vermelden: […] 8° in voorkomend geval, de verwijzing naar de mogelijkheid tot indiening van beroep tegen onderhavige beslissing. […]. Artikel 31 §
- Elke beslissing over een milieuvergunningsaanvraag bedoeld in artikel 6 […] dient op bevel van de bevoegde burgemeester, gedurende een periode van dertig kalenderdagen bekendgemaakt overeenkomstig het bepaalde in de § 2 hierna. Voormelde periode van dertig kalenderdagen vangt aan de dag volgend op deze dat tot het in § 2 hierna vermelde aanplakken van de bekendmaking werd overgegaan. VII-39.865-7/11 §
- De in § 1 bedoelde bekendmaking omvat: 1° het op bevel van de bevoegde burgemeester aanplakken, gedurende bedoelde periode van dertig kalenderdagen, op de plaats van de exploitatie en op de plaatsen voorbehouden voor de officiële berichten van een bekendmaking, opgesteld naar het model weergegeven in bijlage 10 bij onderhavig besluit. De volgorde en formulering van de titels en de vragen moet nageleefd worden. Bij meerkeuzevragen kan het voldoende zijn enkel het toepasselijke antwoord te vermelden. [...] De bevoegde burgemeester waakt er over dat tot voormelde uitplakking wordt overgegaan binnen de termijn van tien kalenderdagen te rekenen vanaf de datum van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen of vanaf de datum van ontvangst door het gemeentebestuur van het besluit wanneer de beslissing door een andere overheid is getroffen; voormelde bekendmaking, wordt opgesteld naar het model weergegeven in bijlage 10 bij onderhavig besluit, wordt gedrukt met zwarte letters op geel papier en heeft een grootte van tenminste 35 dm2; de bekendmaking wordt tijdens de gehele duur van de aanplakking in goed zichtbare en goed leesbare staat gehouden; op de plaats waar de exploitatie gebeurt of is gepland, wordt voormelde bekendmaking aangebracht op een schutting of op een aan een paal bevestigd bord, op de grens tussen het perceel en de openbare weg en evenwijdig met deze laatste, en op een maximumhoogte van 2 m; […] §
- Op de dag dat tot de in § 2 bedoelde aanplakking van bekendmaking, […] wordt overgegaan, maakt de burgemeester een attest op dat deze aanplakking […] bevestigt. Op eenvoudig verzoek levert het gemeentebestuur een voor eensluidend verklaard afschrift van dit attest af aan alle personen en instanties die overeenkomstig de bepalingen van onderhavig besluit gemachtigd zijn beroep aan te tekenen tegen de bekendgemaakte beslissing. Artikel 49 §
- Tegen elke beslissing van het college van burgemeester en schepen over een milieuvergunningsaanvraag als bedoeld in artikel 6, §1, 2° [...] kan beroep worden ingediend bij de deputatie, door: [...] 4° elke natuurlijke en rechtspersoon die tengevolge van de vestiging en de exploitatie van de inrichting rechtstreeks hinder kan ondervinden [...]. [...] §
- Het in §1 bedoelde beroep dient bij de deputatie ingediend bij ter post aangetekend schrijven binnen een termijn van dertig kalenderdagen: [...] 2° voor de in § 1, 4° vermelde personen, na de dag dat tot de in artikel 31 bedoelde aanplakking van de bekendmaking is overgegaan; [...]”. VII-39.865-8/11
- Uit de formele motieven van de bestreden beslissingen blijkt dat het bestuurlijk beroep dat verzoeker heeft ingesteld tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Boutersem van 16 augustus 2016 wordt verworpen omdat het beroep niet tijdig werd ingediend, overeenkomstig artikel 49, § 2, van Vlarem I.
- Uit artikel 31 van Vlarem I volgt dat de bevoegde burgemeester dient te waken over de bekendmaking door aanplakking van elke beslissing over een milieuvergunningsaanvraag en de aanplakking dient te attesteren. Ook al vereist artikel 31, § 3, eerste lid, van Vlarem I niet dat in het attest van aanplakking de uiterste datum voor het indienen van het beroep moet vermeld staan, of dat de bekendmaking van de vergunning dertig dagen heeft uitgehangen, wel vereist deze bepaling dat de burgemeester een attest opmaakt dat deze aanplakking “bevestigt”, met andere woorden het feit dat er is aangeplakt en de datum waarop. Het attest van aanplakking van de bekendmaking van een beslissing over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2 van 24 augustus 2016, waarbij de burgemeester van de gemeente Boutersem bevestigt dat de bekendmaking vanaf 24 augustus 2016 tot 23 september 2016 “zal worden aangeplakt”, is geen rechtsgeldig attest in de zin van artikel 31, § 3, eerste lid, van Vlarem I, zodat bijgevolg geen bewijs voorligt dat de bekendmaking van de vergunning op 24 augustus 2016 effectief werd aangeplakt.
- De bestreden beslissingen die uitgaan van het standpunt dat “de aanplakking startte op 24 augustus” en dat “een scan van het origineel uitgehangen formulier werd [...] doorgestuurd door de gemeente waarbij de uiterste datum voor het indienen van het beroep duidelijk is ingevuld”, om op grond daarvan het beroep als laattijdig te verwerpen, houden een miskenning in van voormelde bepaling.
- Het enige middel is gegrond. VII-39.865-9/11 BESLISSING
- De Raad van State vernietigt de besluiten van de deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant van 21 oktober 2016 en 7 november 2016 waarbij het bestuurlijk beroep ingesteld tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Boutersem van 16 augustus 2016, houdende het verlenen van een milieuvergunning aan Luc Pardon voor het veranderen van een rundveebedrijf, gelegen aan de Heilige Geesthofstraat 2 te Boutersem, als onontvankelijk wordt verworpen.
- Dit arrest dient bij uittreksel te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als de vernietigde besluiten.
- Het Vlaamse Gewest wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro verschuldigd aan verzoeker. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. VII-39.865-10/11 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vierentwintig januari tweeduizend negentien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Patricia De Somere, staatsraad, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Eric Brewaeys VII-39.865-11/11 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.473 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div