← België

Arrest 243505 - Niet begeleide minderjarigen - 25/01/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 januari 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:201

§ 1WIPR.

Dit houdt in dat het feit en de inhoud van deze gerechtelijke beslissing niet buiten beschouwing mogen gelaten worden dan volgens de voorwaarden voorzien in artikelen 27 §

§ 1WIPR.

Op grond van artikel 27 § 1 dient de betwisting van de geldigheid van voormeld document voorgelegd te worden aan de burgerlijke rechtbank van eerste aanleg. Verzoeker stelt vast dat voormelde document door de bestreden beslissing niet werd besproken. Deze document werd evenmin in twijfel getrokken. Dus dient rekening met voormelde gerechtelijk document gehouden te worden, wat de Minister van Justitie niet gedaan heeft en schendt hierdoor artikelen 27 §

§ 1WIPR.” Beoordeling 13.

Te dezen wordt niet de geldigheid als dusdanig betwist van de Italiaanse “verklaring tot voogdijbescherming en benoeming van voogd”, zodat een schending van artikel 27 van het WIPR niet aan de orde is. Het gaat te dezen XIV-34.644-10/13 enkel om het tegenbewijs van de door de buitenlandse overheid in die akte vastgestelde feiten. Zoals reeds aangehaald bij de behandeling van het tweede middel, mag naar luid van artikel 28, § 2 van het WIPR het tegenbewijs van de door de buitenlandse overheid vastgestelde feiten met alle middelen aangebracht. Het resultaat van een medische leeftijdsbepaling vormt dergelijk (tegen)bewijsmiddel.

  1. Het derde middel is ongegrond. D. Vierde middel Uiteenzetting van het middel
  2. De verzoeker werpt in een vierde middel de schending op van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’ en van artikel 62 van wet van 15 december 1980 ‘betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen’ (hierna: de vreemdelingenwet). Hij licht dit als volgt toe: “Schending van artikelen 2 en 3 van de Wet van 19 juli 1991 met betrekking tot de motivering van bestuurshandelingen, meer bepaald de materiële motiveringsplicht, evenals van artikel 62 van de Vreemdelingenwet Volgens de materiële motiveringsplicht, ‘houdt deze in dat iedere bestuurshandeling moet worden gedragen door motieven die in rechte en in feite aanvaardbaar moeten zijn, en die daarom, naar aanleiding van het wettigheidstoezicht, moeten kunnen worden gecontroleerd’. De materiële motiveringsplicht houdt met andere woorden in dat er rechtsgeldige motieven moeten zijn. In casu en zoals reeds werd aangegeven, bevat de relocatiedossier voor Uw Zetel de rechterlijke beslissing. Uit stuk 3 blijkt ontegensprekelijk dat verzoeker als een niet-begeleide minderjarige asielzoeker door de Rechtbank van Rome werd verklaard, zijnde geboren op 01 maart 2001 en op grond hiervan onder de voogdij van de burgemeester van Rome werd geplaats[t]. Als verzoeker in Italië, een lidstaat van het relocatiebeleid van de Europese Unie, als een niet-begeleide minderjarige wordt verklaard, dan is voor verzoeker totaal XIV-34.644-11/13 onduidelijk waarom de bestreden beslissing van mening is dat verzoeker meerderjarig is. Meer nog stelt verzoeker vast dat de gerechtelijk document van Italië, waarvan verwerende partij in het kader van de relocatieprocedure voorafgaandelijk kennis van heeft, door de bestreden beslissing niet werd besproken. Evenmin werd voormelde pertinent document in de bestreden beslissing in aanmerking genomen. Het gaan trouwens om authentieke documenten waaruit de minderjarigheid van verzoeker werd vastgesteld. Ten slotte stelt verzoeker vast dat de Minister van Justitie de bestreden beslissing op een zeer gebrekkige wijze heeft gemotiveerd. De beslissing bevat geen informatie omtrent pertinente documenten waaruit blijkt dat verzoeker, ten tijde van de redactie van de bestreden beslissing minderjarig is Hierdoor schendt de bestreden beslissing de motiveringsplicht, meer bepaald de materiële motiveringsplicht.” Beoordeling
  3. De schending van artikel 62 van de vreemdelingenwet kan niet dienstig worden aangevoerd tegen de bestreden beslissing, die met toepassing van de voogdijwet en dus niet van de vreemdelingenwet is genomen.
  4. Wat het medisch onderzoek betreft, is de bestreden beslissing formeel afdoende gemotiveerd wanneer het resultaat van dat onderzoek in de bestreden beslissing wordt vermeld. Het is hierbij niet vereist dat de beslissing eveneens aangeeft welke medische onderzoeken werden uitgevoerd noch dat de resultaten van het medisch onderzoek samen met de bestreden beslissing worden betekend. In casu geeft de bestreden beslissing inderdaad de conclusie van dat onderzoek weer, waaruit blijkt dat de verzoeker ouder was dan achttien jaar. Net omwille van de verwijzing naar de relocatieprocedure vanuit Italië, de vermelding van de twijfel aan verzoekers voorgehouden leeftijd en de verwijzing naar het resultaat van het uitgevoerd medisch onderzoek, is een bijkomende uitdrukkelijke verwijzing in de bestreden beslissing naar de Italiaanse gerechtelijke beslissing niet vereist om te voldoen aan de formelemotiveringsplicht. XIV-34.644-12/13
  5. Verzoeker vermeldt in het middel ook de materiëlemotiveringsplicht, doch de uiteenzetting heeft enkel betrekking op de formelemotiveringsplicht.
  6. Het vierde middel is, voor zover ontvankelijk, ongegrond. BESLISSING
  7. De Raad van State verwerpt het beroep.
  8. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vijfentwintig januari tweeduizend negentien, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Carlo Adams, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Carlo Adams XIV-34.644-13/13 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.505 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.