id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 januari 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.545 Rolnummer: A. 213085/X-15975 Zaak: Arrest 243545 - Federale reglementen (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 29/01/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-02-07 Raadplegingen: 68 - laatst gezien 2026-06-25 03:56 Fiche Arrest nr 243.545 van 29 januari 2019 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Federale reglementen (binnenlandse zaken en lokale besturen) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 243.545 van 29 januari 2019 in de zaak A. 213.085/X-15.
- In zake : de STAD ANTWERPEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Gitte Laenen kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen :
- de GOUVERNEUR VAN DE PROVINCIE ANTWERPEN
- de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse zaken bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten David D’Hooghe, Linde Bevernaege en Leopold Schellekens kantoor houdend te 1000 Brussel Loksumstraat 25 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 14 juli 2014, strekt tot de nietigverklaring van: “1) De beslissing van 7 april 2014 van de gouverneur van de provincie Antwerpen tot vaststelling van de aandelen van de groepscentrumgemeenten en de bijdragen van de beschermde gemeenten in de kosten voor de jaren 2006, 2007, 2008, 2009 en 2010 […] en; 2) Het Ministerieel besluit van 19 mei 2014 tot goedkeuring van het besluit van de gouverneur van de provincie Antwerpen van 7 april 2014 tot vaststelling van de aandelen van de groepscentrumgemeenten en de bijdragen van de beschermde gemeenten in de kosten voor de jaren 2006, 2007, 2008, 2009 en 2010”. X-15.975-1/4 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partijen hebben een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Iris Verheven heeft een verslag opgesteld. De verwerende partijen en de verzoekende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 8 juni
- Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Andrey Kurliuk, die loco advocaat Gitte Laenen verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Leopold Schellekens die in eigen naam en loco advocaat David D’Hooghe, verschijnt voor de verwerende partijen, zijn gehoord. Auditeur Iris Verheven heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Onderzoek van het beroep
- De bestreden beslissingen zijn reeds vernietigd geworden, op vordering van de gemeenten Aartselaar, Boechout, Rumst, Schelle, Schilde en Ranst, bij arrest nr. 243.544 van 29 januari 2019 (zaak A. 213.341/X-15.972). X-15.975-2/4 Het beroep heeft bijgevolg geen voorwerp meer.
- In voormeld arrest bevond de Raad van State het vierde middel van de verzoekende partijen gegrond. In het middel voerden de verzoekende partijen de schending van de materiële- en formelemotiveringsplicht aan. Ook in de voorliggende zaak voert de verzoekende partij een vergelijkbaar middel gelden, het derde. In dat derde middel bekritiseert zij dat de gouverneur het eigen aandeel van de verzoekende partij in de in aanmerking komende kosten van de brandweerdiensten, in een eerste voorstel bepaald op 95 %, in haar beslissing van 7 april 2014 verhoogt naar 97 %, zonder de gegevens mee te delen die daaraan ten grondslag liggen. Volgens de verwerende partijen worden de motieven in de beslissing van de gouverneur afdoende tot uiting gebracht. Dat blijkt niet zo. Wat de gouverneur in haar beslissing tot uiting brengt, is niet waarom zij tot de kwestieuze verhoging is overgegaan, maar wel waarom zij niet op het initiële voorstel van de verzoekende partij is ingegaan om het eigen aandeel op slechts 91,25 % vast te stellen. Bijgevolg valt de Raad van State de zienswijze in het auditoraatsverslag bij: “Uit de gegeven motivering blijkt waarom de provinciegouverneur niet is ingegaan op het voorstel van de verzoekende partij om het eigen aandeel op 91,25 % te begroten, doch deze motivering laat niet toe te begrijpen waarom voor het tarief van 97% wordt geopteerd in plaats van het initieel in het eerste voorstel vastgestelde percentage van 95%. Het middel is in die mate gegrond.”
- Het beroep is bij gebrek aan voorwerp onontvankelijk. X-15.975-3/4 BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verwerende partijen worden, elk voor de helft, verwezen in de kosten van het geding, begroot op het rolrecht van 200 euro en een aan de verzoekende partij verschuldigde rechtsplegingsvergoeding van 700 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negenentwintig januari 2019, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-15.975-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.545 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div