← België

Arrest 243609 - Jacht - Vergunningen - 07/02/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 februari 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.609 Rolnummer: A. 222412/VII-40015 Zaak: Arrest 243609 - Jacht - Vergunningen - 07/02/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-02-18 Raadplegingen: 74 - laatst gezien 2026-06-25 05:01 Fiche Arrest nr 243.609 van 7 februari 2019 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Jacht - Vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 243.609 van 7 februari 2019 in de zaak A. 222.412/VII-40.

  1. In zake : Jan MAEREMANS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Marijke Dillen kantoor houdend te 2970 Schilde St. Jobsteenweg 73 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jan Bergé en Kristien Vanderheiden kantoor houdend te 3000 Leuven Diestsevest 47, bus 001 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  2. Het beroep, ingesteld op 14 juni 2017, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van het Agentschap voor Natuur en Bos van 20 april 2017 waarbij het beroep ingesteld tegen de beslissing van de arrondissementscommissaris van de provincie Antwerpen van 18 oktober 2016, houdende weigering van een jachtverlof voor het seizoen 2016-2017, niet wordt ingewilligd. II. Verloop van de rechtspleging
  3. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. VII-40.015-1/7 Auditeur Frederic Eggermont heeft een verslag overeenkomstig artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 31 januari
  4. Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Veerle Huysman, die loco advocaat Marijke Dillen verschijnt voor verzoeker, en advocaat Kristien Vanderheiden, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Frederic Eggermont heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Feiten 3.
  6. De arrondissementscommissaris beslist op 18 oktober 2016 om de aanvraag van verzoeker tot het uitreiken van een jachtverlof voor het seizoen 2016-2017 te weigeren. Deze weigeringsbeslissing is als volgt gemotiveerd: “Overwegende dat aanvrager op 20 november 2013 door de Politierechtbank te Leuven werd veroordeeld wegens het besturen van een wagen zonder verzekering, terwijl het voertuig niet ingeschreven was en niet in orde was met de autokeuring; Overwegende dat aanvrager op 17 juni 2014 door de politierechtbank Antwerpen, afdeling Mechelen, werd veroordeeld wegens het besturen van een wagen tijdens het verval van het recht op besturen; Overwegende dat de procureur des Konings met zijn schrijven van VII-40.015-2/7 9 september 2016 meedeelde dat er wel negen vonnissen vermeld staan op het strafregister van Maeremans Jan die weliswaar enkel veroordelingen in verkeerszaken betreffen maar duidelijk weergeven met welke ingesteldheid belanghebbende tegenover regelgeving staat; Overwegende dat de procureur ook meedeelt dat vijf van deze veroordelingen betrekking hebben op het niet in orde zijn van de boorddocumenten van een voertuig, meer bepaald het niet beschikken over een geldige verzekering voor het voertuig, waaruit de procureur besluit dat deze veroordelingen wijzen op een te lakse houding van Maeremans Jan ten aanzien van de wet; Overwegende dat de procureur besluit dat Maeremans Jan over te weinig verantwoordelijkheidszin beschikt om het vertrouwen te genieten dat de overheid en de maatschappij moet kunnen stellen in een persoon die wapens hanteert, waardoor de procureur een ongunstig advies verstrekt aangaande de aanvraag van de heer Maeremans Jan voor een jachtverlof voor het seizoen 2016/2017; Overwegende dat belanghebbende niet over de juiste ingesteldheid beschikt om de jacht, waarbij vuurwapens gedragen en gebruikt worden op publiek toegankelijke terreinen, uit te oefenen; Overwegende dat luidens artikel 14, 3° van het besluit van de Vlaamse Regering d.d. 25 april 2014 houdende de administratieve organisatie van de jacht in het Vlaamse Gewest, de arrondissementscommissaris het jachtverlof kan weigeren aan diegenen wier slecht gedrag, geestestoestand of vorig gedrag laat veronderstellen dat ze een slecht gebruik van hun wapens kunnen maken”. 3.
  7. Verzoeker tekent administratief beroep aan bij het Agentschap voor Natuur en Bos (hierna: ANB) tegen de beslissing van 18 oktober
  8. 3.
  9. De gouverneur van de provincie Antwerpen beslist op 5 december 2016 om verzoekers vergunningen en zijn recht tot het voorhanden houden van vuurwapens in te trekken. 3.
  10. De arrondissementscommissaris geeft op 25 januari 2017 een negatief advies dat wordt gemotiveerd: “[…] Deze weigering is gebaseerd op verschillende veroordelingen die betrekking hebben op het niet in orde zijn van de boorddocumenten van een voertuig. Mijn beleid bestaat hierin dat bij dergelijk gebrek aan verantwoordelijkheidszin het jachtverlof wordt geweigerd op grond van artikel 14, 3° van het Jachtadministratiebesluit. Aangezien een jager zich doorgaans zonder controle van overheidsinstanties vrijelijk met vuurwapens VII-40.015-3/7 mag bewegen op zijn jachtterreinen, besluit ik dat hij door zijn gedragingen het noodzakelijk vertrouwen van de vergunningverlenende overheid niet meer geniet. Ik kan dan ook geen positief advies verlenen bij het door de heer Maeremans ingestelde beroep tegen de weigering van zijn jachtverlof voor het seizoen 2016-
  11. Te meer omdat de gouverneur van Antwerpen op 5 december 2016 de vergunningen evenals het recht op het voorhanden houden van vergunningsplichtige vuurwapens in hoofde van de heer Maeremans heeft ingetrokken. Zoals u weet kan in dit geval geen jachtverlof worden toegekend”. 3.
  12. De procureur des Konings te Antwerpen, afdeling Mechelen, geeft op 13 februari 2017 een ongunstig advies. De procureur motiveert: “Mijn ambt benadrukt dat de heer Maeremans in een periode van 10 jaar maar liefst 9 politionele veroordelingen opliep, waaronder ettelijke veroordelingen voor rijden zonder verzekering en rijden zonder keuring, een veroordeling voor het toevertrouwen van een motorvoertuig aan een persoon die niet voorzien is van een rijbewijs en anders dan zijn raadsman beweert, een veroordeling voor vluchtmisdrijf. Hieruit blijkt m.i. dat de heer Maeremans een te lakse houding heeft tegenover de wet en over te weinig verantwoordelijkheidszin beschikt om het vertrouwen te genieten dat de overheid en de maatschappij moet kunnen stellen in een persoon die wapens hanteert”. 3.
  13. Met een brief van 20 april 2017 wordt de beslissing van ANB meegedeeld. Dit is de bestreden beslissing die wordt gemotiveerd: “Ik ben van oordeel dat voorgenoemde accumulatie van onverantwoorde gedragingen en een lakse houding ten aanzien van de geldende regelgeving, gestaafd door de respectievelijke veroordelingen, er inderdaad op kunnen wijzen dat uw cliënt niet over de juiste ingesteldheid beschikt om te mogen jagen met vuurwapens. Ze duiden op onvoldoende verantwoordelijkheidszin om vuurwapens te bezitten, te dragen en te gebruiken in functie van jacht. Het feit dat uw cliënt middels het besluit van de gouverneur van Antwerpen van 5 december 2016 het recht tot voor handen hebben van vuurwapens werd ontzegd, brengt hem in een toestand waarvoor artikel 13, 1° van het Jachtadministratiebesluit van 25 april 2014 stelt dat het de reden is waarvoor de arrondissementscommissaris een jachtverlof moet weigeren. Deze verplichting tot weigering van een jachtverlof in de Vlaamse jachtregelgeving is gebaseerd op het feit dat er consistentie moet zijn tussen de federale wapenwetgeving en de regionale jachtwetgeving. Het is in het kader van openbare veiligheid immers belangrijk dat deze gerelateerde wetgevingen geen achterpoortjes bieden voor elkaars bepalingen. Om die reden is het dan ook niet VII-40.015-4/7 opportuun om in een situatie waarin het recht tot voor handen hebben van vuurwapens werd ontzegd, een jachtverlof te doen uitreiken ingevolge een beroepsprocedure. Omwille van bovenstaande elementen wordt voor het jachtseizoen 2016-2017 het beroep van uw cliënt tegen de weigering van zijn jachtverlof niet ingewilligd”. 3.
  14. De minister van Justitie beslist op 19 juni 2018 inzake het beroep tegen de beslissing van 5 december 2016 van de gouverneur van de provincie Antwerpen, dat de beslissing wordt omgezet naar een schorsing van één jaar. De minister motiveert: “Concreet kan verwezen worden naar de veelheid aan veroordelingen voor de politierechtbank en die een zeker patroon aantonen dat betrokkene moeite heeft zich aan de regels te houden. Daarnaast gaf u geen gevolg aan de beslissing van de gouverneur door uw wapens niet in bewaring te geven. Dit maakt tevens een inbreuk op de wapenwet, met name artikel
  15. Gelet op de veroordelingen in samenhang met het feit dat u in strijd met de beslissing van de gouverneur en artikel 18 van de wapenwet uw wapens niet in bewaring gaf, is de minister van Justitie van oordeel dat zich minstens een schorsing opdringt”. 3.
  16. Verzoeker bevestigt bij e-mailbericht van 28 oktober 2018 dat hij geen beroep tot nietigverklaring heeft ingesteld tegen deze beslissing van de minister van Justitie. IV. Ontvankelijkheid van het beroep
  17. Bij beslissing van 19 juni 2018 van de minister van Justitie is het recht van verzoeker om vuurwapens voorhanden te houden voor een periode van één jaar geschorst. Tegen deze beslissing is geen beroep tot nietigverklaring bij de Raad van State ingediend. VII-40.015-5/7
  18. Artikel 13 van het besluit van de Vlaamse regering van 24 april 2014 houdende de administratieve organisatie van de jacht in het Vlaamse Gewest (hierna: Jachtadministratiebesluit) luidt: “De arrondissementscommissaris weigert aan de volgende personen een jachtverlof of een jachtvergunning af te leveren: 1° de personen die geschorst zijn, ontzet zijn of vervallen verklaard zijn van het recht om wapens voorhanden te hebben of te dragen; […]”.
  19. Een eventueel vernietigingsarrest zou ertoe leiden dat de verwerende partij haar beslissing in beroep moet overdoen. In dat geval zou zij verplicht zijn de aanvraag tot het verkrijgen van een jachtverlof opnieuw te weigeren. Verzoeker voldoet immers niet aan de voorwaarde tot het verkrijgen van een jachtverlof, bepaald in artikel 13, 1°, van het Jachtadministratiebesluit, nu hij is geschorst van het recht om wapens voorhanden te hebben. De verwerende partij beschikt over een gebonden bevoegdheid wat die vaststelling en de gevolgen ervan betreft. Zij kan in dat geval slechts weigeren het jachtverlof uit te reiken, overeenkomstig artikel 13, 1°, van het Jachtadministratiebesluit. Verzoeker beschikt niet over het rechtens vereiste actueel belang bij het beroep. Het beroep is onontvankelijk.
  20. Vermits korte debatten volstaan om te komen tot de bovenvermelde conclusie, kan in het huidige geval de zaak op grond van artikel 93 van het algemeen procedurereglement definitief worden beslecht. VII-40.015-6/7 BESLISSING
  21. De Raad van State verwerpt het beroep.
  22. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro verschuldigd aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zeven februari tweeduizend negentien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-40.015-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.609 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.