id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 februari 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.615 Rolnummer: A. 223077/XIV-37509 Zaak: Arrest 243615 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 07/02/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-02-15 Raadplegingen: 74 - laatst gezien 2026-06-25 05:05 Fiche Arrest nr 243.615 van 7 februari 2019 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XIVe KAMER nr. 243.615 van 7 februari 2019 in de zaak A. 223.077/XIV-37.509 In zake : XXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Pieter Staes kantoor houdend 2018 Antwerpen Broederminstraat 38 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de COMMISSARIS-GENERAAL VOOR DE VLUCHTELINGEN EN DE STAATLOZEN ------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het cassatieberoep
- Het cassatieberoep, ingesteld op 7 september 2017, strekt tot de cassatie van het arrest nr. 189.800 van 18 juli 2017 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. II. Verloop van de rechtspleging
- Het cassatieberoep is toelaatbaar verklaard bij beschikking nr. 12.568 van 3 oktober
- Verzoeker heeft een toelichtende memorie ingediend. Eerste auditeur Marijke Van Limbergen heeft een verslag opgesteld, op grond van artikel 16 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’. XIV-37.509-1/4 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 12 december
- Staatsraad Carlo Adams heeft verslag uitgebracht. Advocaat Jan Van Laer, die loco advocaat Pieter Staes verschijnt voor verzoeker, is gehoord. Eerste auditeur Marijke Van Limbergen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Verzoeker heeft op 18 november 2016 een asielaanvraag ingediend. De commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen neemt op 22 maart 2017 een beslissing tot weigering van inoverwegingname van die asielaanvraag. Op 7 april 2017 tekent verzoeker tegen de voornoemde weigeringsbeslissing beroep aan bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Met een beschikking van 26 juni 2017, genomen met toepassing van artikel 39/73, § 1 en § 2, van de wet van 15 december 1980 ‘betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen’ (hierna: de vreemdelingenwet), wordt aan de partijen meegedeeld dat het niet vereist is dat zij nog mondelinge opmerkingen voordragen, dat het beroep door middel van een louter schriftelijke procedure op de in de beschikking aangegeven grond kan worden verworpen en dat de kamer zonder terechtzitting XIV-37.509-2/4 uitspraak zal doen tenzij één van de partijen binnen een termijn van vijftien dagen na het versturen van de beschikking vraagt om te worden gehoord. Met een arrest van 18 juli 2017 verwerpt de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen het beroep omdat geen van de partijen tijdig heeft gevraagd om te worden gehoord en de partijen derhalve worden geacht in te stemmen met de in de beschikking opgenomen grond. Dit is het bestreden arrest. IV. Ambtshalve exceptie: ontvankelijkheid van het cassatieberoep - belang
- Het belang bij een cassatieberoep voor de Raad van State moet niet enkel bestaan bij het instellen van dat beroep maar ook gedurende de gehele procedure, tot op het ogenblik van de uitspraak. Het kan teloorgaan door omstandigheden die zich in de loop van het geding voordoen. Naar luid van artikel 48/3, § 1, van de vreemdelingenwet wordt de vluchtelingenstatus toegekend aan de vreemdeling die voldoet aan de voorwaarden van artikel 1 van het vluchtelingenverdrag. Overeenkomstig deze verdragsbepaling is het om als vluchteling te kunnen gelden vereist dat de betrokkene “zich bevindt buiten het land waarvan hij de nationaliteit bezit”. De erkenning als vluchteling is dus niet mogelijk wanneer de vreemdeling zich bevindt op het grondgebied van het land waarvan hij of zij de nationaliteit bezit.
- Met een brief van 5 december 2018 deelt de dienst Vreemdelingenzaken van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken aan de Raad van State mee dat verzoeker op 18 mei 2018 werd verwijderd naar Tirana (Albanië) nadat hem op 8 mei 2018 een bevel om het grondgebied te verlaten met vasthouding met het oog op verwijdering en een inreisverbod voor twee jaar was betekend. Ter terechtzitting hiernaar gevraagd voor wat betreft het behoud van het belang bij het cassatieberoep, betwist verzoekers raadsman niet dat XIV-37.509-3/4 verzoeker inderdaad naar Albanië is verwijderd, het land waarvan hij de nationaliteit heeft. Verzoeker voldoet met andere woorden niet meer aan de hoger genoemde voorwaarde van zich te bevinden “buiten het land waarvan hij de nationaliteit bezit”. Dit is evenzeer het geval bij een gedwongen als bij een vrijwillige terugkeer naar het land van herkomst. Het gevolg hiervan is dat verzoeker, na een eventuele cassatie van het bestreden arrest, niet meer in aanmerking komt voor de internationale bescherming en de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen het beroep opnieuw zal moeten verwerpen. Verzoeker heeft derhalve geen belang meer bij de cassatie van het bestreden arrest, zodat het cassatieberoep niet-ontvankelijk is. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zeven februari tweeduizend negentien, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, Carlo Adams, staatsraad, Kaat Leus, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Geert Debersaques XIV-37.509-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.615 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.