← België

Arrest 243626 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 07/02/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 februari 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.626 Rolnummer: A. 227204/X-17425 Zaak: Arrest 243626 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 07/02/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-02-08 Raadplegingen: 67 - laatst gezien 2026-06-25 05:10 Fiche Arrest nr 243.626 van 7 februari 2019 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 243.626 van 7 februari 2019 in de zaak A. 227.204/X-17.

  1. In zake : Maria De JONCKHEER bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Sven Boullart, Jelle Snauwaert kantoor houdend te 9000 Gent Voskenslaan 419 bij wie woonplaats wordt gekozen en eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Koen Lips kantoor houdend te 9000 Gent Begijnhoflaan 460 tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jan Bergé en Kristien Vanderheiden kantoor houdend te 3000 Leuven Diestsevest 47/001 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij : De NV AQUAFIN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Isabelle Cooreman kantoor houdend te 1082 Brussel Keizer Karellaan 586/9 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
  2. De vordering, ingesteld op 25 januari 2019, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “[h]et Ministerieel besluit van de Vlaamse Minister van Omgeving, Natuur en Landbouw nr. 23052 van 7 november 2018 waarbij de oprichting van X-17.425-1/9 C:\ProgramData\activePDF\DC_ENT\Tmp\78c7b7\243626$APQ$
  3. docx rioolwaterzuiveringsinfrastructuur in de Stad Kortrijk van openbaar nut wordt verklaard”. II. Verloop van de rechtspleging
  4. De verwerende partij heeft een nota en een administratief dossier ingediend. Met een verzoekschrift van 31 januari 2019 heeft de nv Aquafin gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 1 februari 2019, om 10.30 uur. Staatsraad Stephan De Taeye heeft verslag uitgebracht. Advocaat Jelle Snauwaert, die verschijnt voor verzoekster, advocaat Kristien Vanderheiden, die verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Eline Schroyens, die loco advocaat Isabelle Cooreman verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Tom De Waele heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Feiten 3.
  6. Verzoekster is eigenaar van percelen, gelegen aan de Schreiboomstraat 36 te Rollegem en aldaar kadastraal gekend als Kortrijk, 10e afdeling, sectie A, nrs. 343, 346, 348/D, 350 en
  7. X-17.425-2/9 C:\ProgramData\activePDF\DC_ENT\Tmp\78c7b7\243626$APQ$
  8. docx 3.
  9. De nv Aquafin wenst in de Schreiboomstraat, tussen de Rollegemkerkstraat en de Weimeersbeek, meer bepaald op verzoeksters percelen nrs. 343, 350 en 351, een nieuwe regenwaterafvoerleiding aan te leggen met als doel het sediment van opwaartse percelen op te vangen. 3.
  10. Op 25 juli 2017 brengt de stad Kortrijk verzoekster ervan op de hoogte dat een openbaar onderzoek over de aanvraag tot het verklaren van openbaar nut van het project “23.052: „Kortrijk – RWA-afkoppeling – Schreiboomstraat‟” zal plaatsvinden. 3.
  11. Tijdens het openbaar onderzoek dat van 1 augustus 2017 tot en met 5 september 2017 over de voormelde aanvraag wordt gehouden, uit verzoekster de volgende klacht: “Ter gelegenheid van deze werken zou de bestaande gracht langs de Schreiboomstraat gevoelig worden verbreed. Cliënte stelt vast dat zij de voorbije jaren kampt met ernstige wateroverlast ingevolge werken die Aquafin voorheen heeft uitgevoerd. Sinds Aquafin een spaarbekken heeft aangelegd achter de hofstede van de cliënte, stelt zij vast dat bij wateroverlast het water afkomstig van het spaarbekken terug steekt en terechtkomt op de hofplek zelf. Vorig jaar was de situatie dermate acuut dat de cliënte zelfs de brandweer heeft moeten verwittigen. Het aanleggen van een bredere gracht zal aan dit probleem zeker niet verhelpen gezien op het einde van de brede gracht het water verdwijnt onder de straat via een veel te smalle buis. Zolang de buis die het water moet opvangen niet wordt verbreed zal de terugstoot van het water nog verhevigen. De cliënte heeft dan ook ernstige bezwaren tegen de voorgenomen werken. Zij wil dat er op duurzame wijze wordt verholpen aan de wateroverlast waarmee zij kampt ingevolge de werken die Aquafin reeds heeft uitgevoerd. Zij contacteerde Aquafin die bij herhaling beloofde ter plaatse te komen om de zaak te bespreken. Tot op vandaag is van dit alles niets in huis gekomen.” 3.
  12. Naar aanleiding van verzoeksters voormelde bezwaarschrift wordt de meer vermelde aanvraag stopgezet en wordt een overleg georganiseerd tussen de nv Aquafin, de stad Kortrijk, de provincie West-Vlaanderen en verzoekster. X-17.425-3/9 C:\ProgramData\activePDF\DC_ENT\Tmp\78c7b7\243626$APQ$
  13. docx 3.
  14. Op 29 september 2017 dient de nv Aquafin voor de kwestieuze werken bij de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar een stedenbouwkundige vergunningsaanvraag in. 3.
  15. Van 16 november 2017 tot 15 december 2017 wordt over de stedenbouwkundige vergunningsaanvraag een openbaar onderzoek gehouden. Er worden geen bezwaarschriften ingediend. 3.
  16. Op 1 maart 2018 verklaren de nv Aquafin en de stad Kortrijk zich in het kader van het onder randnummer 3.5 vermelde overleg tot het volgende bereid: “- Een terugslagklep aan te brengen aan één uiteinde van de gracht; - De straat zelf niet verder te verhogen, zodat het huidige niveau gewaarborgd blijft; - De zgn. kopmuur te verlagen.” 3.
  17. Op 20 maart 2018 dient de nv Aquafin een nieuwe aanvraag tot verklaring van openbaar nut van het kwestieuze project in. 3.
  18. Op 10 april 2018 ontvangt verzoekster een schrijven van de stad Kortrijk waarin haar wordt meegedeeld dat een nieuwe aanvraag tot verklaring van openbaar nut werd ingediend. 3.
  19. Tijdens het openbaar onderzoek, dat van 18 april 2018 tot en met 17 mei 2018 over de nieuwe aanvraag tot verklaring van openbaar nut wordt gehouden, herhaalt verzoekster haar bezwaar inzake de gevreesde wateroverlast. 3.
  20. Met een besluit van 24 april 2018 verleent de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar de stedenbouwkundige vergunning voor de kwestieuze werken. 3.
  21. Met een besluit van 14 juni 2018 verklaart de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw de oprichting van de kwestieuze rioolwaterzuiveringsinfrastructuur van openbaar nut. X-17.425-4/9 C:\ProgramData\activePDF\DC_ENT\Tmp\78c7b7\243626$APQ$
  22. docx 3.
  23. Bij aangetekend schrijven van 20 juni 2018 wordt verzoekster een afschrift van het in het vorige randnummer vermelde besluit bezorgd. 3.
  24. Met een verzoekschrift van 23 augustus 2018 vraagt verzoekster de nietigverklaring van de onder randnummer 3.13 vermelde beslissing (zaak A. 225.981/X-17.303). 3.
  25. Met het met huidige vordering bestreden besluit van 7 november 2018 trekt de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw de onder randnummer 3.13 vermelde beslissing in en verklaart hij de oprichting van de kwestieuze rioolwaterzuiveringsinfrastructuur van openbaar nut. Daarin staat onder meer vermeld: “Overwegende dat voormeld project 23052 er in voorziet om de afstroming van de onverharde oppervlaktes langsheen de Schreiboomstraat af te koppelen van de bestaande afwaartse collector; Overwegende dat het bufferbekken waarvan sprake is in het bezwaarschrift, werd aangelegd door de Provincie West-Vlaanderen en niet door nv Aquafin; dat in de marge kan gemeld worden dat er op 9 november 2017 overleg heeft plaatsgevonden met de bezwaarindiener en de provincie West-Vlaanderen, om deze problematiek opnieuw te bespreken; dat er is afgesproken dat de provincie de werking van het bufferbekken indien nodig zal bijsturen (bijvoorbeeld door het verharden van de instroomstrook); dat zij eveneens zullen onderzoeken of er opwaarts bijkomende buffering mogelijk is; Overwegende dat de nv Aquafin bij opmaak van de plannen zelf de ernst van deze wateroverlast heeft vastgesteld; dat zij hierover contact heeft opgenomen met INAGRO; dat deze vervolgens met alle landgebruikers contact heeft opgenomen om na te gaan welke erosiebestrijdingsmaatregelen (grasstroken, dammen,...) er tegen vergoeding mochten en konden uitgevoerd worden; dat hieruit net is gebleken dat het bezwaarindiener zelf was die dergelijke ingrepen niet zag zitten; Overwegende dat de geplande buffergracht/sedimentvang binnen dit project 23052 er enkel in voorziet om het sediment afkomstig van de opwaartse percelen te laten bezinken voor het in de Weimeersbeek, een waterloop van de 2de categorie, terecht komt; dat dit geen enkele bijkomende wateroverlast kan veroorzaken, dat dit oppervlaktewater in bestaande toestand ook reeds afvloeit naar de Weimeersbeek, een waterloop van de 2de categorie.” X-17.425-5/9 C:\ProgramData\activePDF\DC_ENT\Tmp\78c7b7\243626$APQ$
  26. docx 3.
  27. Bij aangetekend schrijven van 12 november 2018 bezorgt de nv Aquafin verzoekster een afschrift van het bestreden besluit. 3.
  28. Met een verzoekschrift van 14 januari 2018 vraagt verzoekster de nietigverklaring van het bestreden besluit. 3.
  29. Op 16 januari 2019 verzoekt de lokale politie verzoekster telefonisch om haar wilgen in de Schreiboomstraat tegen uiterlijk 15 februari 2019 te knotten met het oog op de realisatie van het kwestieuze project. Op 18 januari 2019 krijgt verzoekster van de lokale politie een schriftelijke aanmaning daartoe. 3.
  30. Op 21 januari 2019 ontvangt verzoekster een op 17 januari 2019 gedateerd schrijven van de nv Aquafin waarin zij onder meer vermeldt dat de kwestieuze rioleringswerken op 11 februari 2019 zullen worden aangevat en dat de “voorziene uitvoeringstermijn […] 70 werkdagen [bedraagt]”. 3.
  31. Op 25 januari 2019 dient verzoekster een verzoekschrift tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van het bestreden besluit in. IV. Tussenkomst
  32. De nv Aquafin blijkt voordeel te halen uit de bestreden beslissing en heeft er belang bij dat de vordering wordt afgewezen. Bijgevolg moet haar verzoek tot tussenkomst worden ingewilligd. V. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden
  33. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de X-17.425-6/9 C:\ProgramData\activePDF\DC_ENT\Tmp\78c7b7\243626$APQ$
  34. docx nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing. VI. Uiterst dringende noodzakelijkheid Uiteenzetting van verzoekster
  35. Verzoekster betoogt dat de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit haar “aan een zeer ernstig nadeel zal blootstellen” aangezien die beslissing “de inname van een deel van [haar] eigendom […] toelaat om er een brede gracht op aan te leggen”. Zij wijst op de heersende wateroverlast en vreest met bijkomende ernstige wateroverlast geconfronteerd te zullen worden. Ook stelt verzoekster dat door de realisatie van het kwestieuze project de bomen op haar eigendom zullen worden geknot en “het mooie groen” op haar perceel zal teloorgaan. Verzoekster acht het ten slotte zeer moeilijk, zo niet onmogelijk, om na vernietiging alsnog het herstel van de toestand te bekomen. Beoordeling 7.
  36. Het komt er voor een verzoekende partij die beweert dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing, op aan om van die urgentie te overtuigen aan de hand van de concrete feiten die zij in haar verzoekschrift aanvoert. Dit houdt in dat het aan verzoekster toekomt aan de zaak eigen, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen dat de zaak urgent is, gelet op de nadelige gevolgen die een tenuitvoerlegging van het bestreden besluit voor haar persoonlijk veroorzaken. Er dient een voldoende rechtstreeks verband te bestaan tussen de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit en de aangevoerde urgentie. X-17.425-7/9 C:\ProgramData\activePDF\DC_ENT\Tmp\78c7b7\243626$APQ$
  37. docx 7.
  38. Verzoekster verzet zich blijkens de uiteenzetting in haar verzoekschrift in hoofdzaak tegen de wateroverlast die de realisatie van de kwestieuze rioolwaterzuiveringsinstallatie op haar eigendom zou teweegbrengen en tegen het met deze werken gepaard gaande groenverlies. Die aangevoerde hinder betreft een mogelijk rechtstreeks gevolg van de tenuitvoerlegging van de voor de kwestieuze installatie op 24 april 2018 verleende stedenbouwkundige vergunning, doch niet van de bestreden verklaring van openbaar nut van de oprichting van de rioolwaterzuiveringsinfrastructuur. Verzoekster heeft de stedenbouwkundige vergunning niet bestreden en heeft er tijdens het openbaar onderzoek zelfs geen bezwaarschrift tegen ingediend. Zij betrekt de stedenbouwkundige vergunning zonder meer niet bij de uiteenzetting in haar verzoekschrift. In zoverre ontbreekt het vereiste rechtstreeks verband tussen de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit en de aangevoerde spoedeisendheid. 7.
  39. Waar verzoekster de bestaande waterproblematiek bij haar uiteenzetting betrekt, dient vastgesteld dat de daarmee verbonden nadelen evident geen rechtstreeks gevolg van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit betreffen. De onmiddellijke schorsing van het bestreden besluit vermag die reeds bestaande nadelen niet te verhelpen. 7.
  40. Van de beperkte onbeschikbaarheid van verzoeksters terrein als rechtstreeks gevolg van de bestreden verklaring van openbaar nut, wordt ten slotte niet aannemelijk gemaakt dat het op zich een voldoende reden vormt om de onmiddellijke schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit te bevelen. 7.
  41. De voorwaarde van de uiterst dringende noodzakelijkheid is niet vervuld. X-17.425-8/9 C:\ProgramData\activePDF\DC_ENT\Tmp\78c7b7\243626$APQ$
  42. docx VII. Besluit
  43. Uit het voorgaande volgt dat niet voldaan is aan ten minste één van de twee cumulatieve voorwaarden gesteld in artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State om de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van het bestreden besluit te bevelen. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. BESLISSING
  44. Het verzoek van de nv Aquafin tot tussenkomst wordt ingewilligd.
  45. De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zeven februari 2019, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Stephan De Taeye, staatsraad, wnd. voorzitter, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Stephan De Taeye X-17.425-9/9 C:\ProgramData\activePDF\DC_ENT\Tmp\78c7b7\243626$APQ$
  46. docx PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.626 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.906 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.