← België

Arrest 243629 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 07/02/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 februari 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.629 Rolnummer: A. 226403/X-17347 Zaak: Arrest 243629 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 07/02/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-02-14 Raadplegingen: 76 - laatst gezien 2026-06-25 05:11 Fiche Arrest nr 243.629 van 7 februari 2019 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 243.629 van 7 februari 2019 in de zaak A. 226.403/X-17.

  1. In zake :
  2. Tonny DEMUYTERE
  3. Dries DEMUYTERE
  4. Steven VANDENABEELE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Marleen Ryelandt kantoor houdend te 8200 Brugge Gistelsesteenweg 472 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen :
  5. de PROVINCIE WEST-VLAANDEREN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te 8000 Brugge Stockhouderskasteel, Gerard Davidstraat 46/1 bij wie woonplaats wordt gekozen
  6. het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Kristien Vanderheiden en Jan Bergé kantoor houdend te 3000 Leuven Diestsevest 47/001 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
  7. De vordering, ingesteld op 11 oktober 2018, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van 21 juni 2018 van de provincieraad van de provincie West-Vlaanderen, houdende de definitieve vaststelling van het provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan “afbakening kleinstedelijk gebied Waregem-herziening (Waregem, Anzegem, Wielsbeke)”, beperkt “tot het deelRUP Blauwpoort”. X-17.347-1/7 II. Verloop van de rechtspleging
  8. De verwerende partijen hebben een nota ingediend. Eerste auditeur Tom De Waele heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 18 januari
  9. Staatsraad Stephan De Taeye heeft verslag uitgebracht. Advocaat Marleen Ryelandt, die verschijnt voor verzoekers, advocaat Samuel Mens, die loco advocaat Bart Staelens verschijnt voor de eerste verwerende partij, en loco advocaat Jan Bergé voor de tweede verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Tom De Waele heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  10. III. Feiten 3.
  11. Met een besluit van 28 juni 2012 stelt de provincieraad van de provincie West-Vlaanderen het provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan voor de afbakening van het kleinstedelijk gebied Waregem vast. Op 16 oktober 2012 keurt de bevoegde Vlaamse minister het voormelde plan goed. Het omvat de vijf deelplannen Afbakeningslijn, Blauwpoort, Zuidelijk regionaal bedrijventerrein, Regenboogstadion en Europoint. X-17.347-2/7 Het deelplan Zuidelijk regionaal bedrijventerrein situeert zich ten zuiden van het stadscentrum van Waregem, aan de overzijde van de E17- autosnelweg. 3.
  12. Wat het deelplan Blauwpoort betreft, wordt het provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan op vraag van een aantal omwonenden bij ’s Raads arrest nr. 224.313 van 9 juli 2013 geschorst en bij ’s Raads arrest nr. 230.151 van 10 februari 2015 vernietigd. 3.
  13. Omdat het provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan werd voorafgegaan door een planmilieueffectrapport (hierna: plan-MER) dat is opgemaakt overeenkomstig het ongrondwettig bevonden “integratiespoor”, beslist de provincie West-Vlaanderen om de procedure tot opmaak van een plan- MER te hernemen overeenkomstig het “generieke spoor”. 3.
  14. De publieke consultatie over het plan-MER levert geen bezwaren op en de dienst Milieueffectrapportage (hierna: de dienst Mer) van de Vlaamse overheid keurt het plan-MER op 21 december 2015 goed. 3.
  15. Op 23 februari 2017 vindt een eerste plenaire vergadering over het nieuwe voorontwerp van provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan voor de afbakening van het kleinstedelijk gebied Waregem plaats. Naar aanleiding daarvan wordt beslist om het deelplan Europoint niet langer te handhaven. 3.
  16. Op 25 januari 2018 stelt de provincieraad van de provincie West-Vlaanderen het ontwerp van het provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan voorlopig vast. 3.
  17. Gedurende het openbaar onderzoek over het ontwerpplan worden 113 bezwaarschriften ingediend, waaronder door eerste en derde verzoeker. X-17.347-3/7 3.
  18. De provinciale commissie voor ruimtelijke ordening van de provincie West-Vlaanderen verleent op 17 mei 2018 een advies over het dossier, waarbij de bezwaren van eerste en derde verzoeker worden verworpen. 3.
  19. Met een besluit van 21 juni 2018 stelt de provincieraad van de provincie West-Vlaanderen het provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan “afbakening kleinstedelijk gebied Waregem-herziening (Waregem, Anzegem, Wielsbeke)” (hierna: het PRUP) definitief vast. Het PRUP omvat de volgende vier deelplannen: Afbakeningslijn, Zuidelijk regionaal bedrijventerrein, Blauwpoort en Regenboogstadion. 3.
  20. Wat het deelplan “Blauwpoort” (hierna: het bestreden deel- PRUP) betreft, wordt de gewestplanbestemming landschappelijk waardevol agrarisch gebied omgezet naar een zone voor gemengd regionaal bedrijventerrein voor het meest oostelijke deel (dichtst bij de op- en afrit van de autosnelweg) en naar een zone voor landbouw voor het meest westelijke deel. Tussen die twee delen in worden de woningen langs de Kleithoekstraat in een zone voor wonen ondergebracht, met een groenbuffer ten opzichte van de nieuwe bedrijvenzone. IV. Ontvankelijkheid van de vordering
  21. Vooralsnog bestaat er geen noodzaak om over de door de tweede verwerende partij opgeworpen ontvankelijkheidsexceptie uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over die exceptie zouden zich alleen opdringen indien de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld mochten zijn, wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is. V. Schorsingsvoorwaarden
  22. Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen X-17.347-4/7 onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. VI. Spoedeisendheid De aangevoerde spoedeisendheid 6.
  23. Onder de hoofding “hoogdringendheid met het oog op schorsing” stellen de eerste en tweede verzoekers te wonen “in een lintbebouwing langs het plangebied”. Zij vrezen ingevolge het bestreden deel-PRUP geluidshinder (van het verkeer en de bedrijven), visuele hinder (“aantasting van landschappelijk aantrekkelijk agrarisch gebied en laatste openruimtecorridor”) en “aantasting van de luchtkwaliteit” te zullen moeten ondergaan. Dit alles zou in ernstige mate hun “leefkwaliteit” verminderen. Daarnaast vrezen zij “wateroverlast” gezien het hellende karakter van het terrein (“zeker 15 meter”) en de te realiseren verhardingen die de “infiltratiemogelijkheden [...] van het hemelwater” zullen reduceren. De Kleithoekstraat zou nu reeds “bij zware regenval” kampen met wateroverlast. Ook klagen deze verzoekers over “geur- en stofhinder” en “fijn stof” en wijzen zij erop dat “het belang en hoedanigheid” van de eerste verzoeker reeds in het schorsingsarrest nr. 224.313 van 9 juli 2013 door de Raad van State werd aanvaard. Tot slot merken zij op dat op basis van het bestreden deel-PRUP “onmiddellijk een aanvang kan worden genomen met de inrichting van de bedrijvenzone en de toekenning van omgevingsvergunningen voor het inplanten en vestigen van bedrijven op de zone Blauwpoort”. 6.
  24. De derde verzoeker voegt daar nog aan toe bang te zijn voor geluidshinder en “verslechtering van de luchtkwaliteit”, in het bijzonder wegens het bijkomend verkeer dat zal worden aangetrokken op het op- en afrittencomplex van de E
  25. Hij stelt in de meest ongunstige windrichting ten opzichte van het toekomstige bedrijventerrein te wonen en verwijst naar de “gezondheidsproblemen” van zijn zoon die “zeer gevoelig is aan slechte X-17.347-5/7 luchtkwaliteit, fijn stof, enz.”. Tot slot wijst hij er op dat “het afleveren van een omgevingsvergunning” slechts 120 dagen duurt. Beoordeling 7.
  26. Het komt er voor een verzoeker die beweert dat de zaak te spoedeisend is om de uitkomst van het annulatieberoep te kunnen afwachten op aan om van die urgentie te overtuigen aan de hand van de concrete feiten die hij in zijn verzoekschrift aanvoert. Dit houdt in dat het aan verzoeker toekomt aan de zaak eigen, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen dat de zaak spoedeisend is, gelet op de nadelige gevolgen die een tenuitvoerlegging van het bestreden besluit voor hem persoonlijk veroorzaken. 7.
  27. Verzoekers overtuigen er in hun verzoekschrift niet van dat zijzelf op korte termijn negatieve gevolgen inzake hun “leefkwaliteit” door dit deelplan zullen ondergaan. Het betoog in hun verzoekschrift dat het afleveren van een omgevingsvergunning slechts 120 dagen duurt, volstaat daartoe niet. Evenmin getuigt daarvan concreet de door hen ter terechtzitting bijgebrachte beslissingen van 30 maart 2018 van de raad van bestuur van de Intercommunale Leiedal om onder meer “een garantie tot aankoop te bieden aan 3 woningen gelegen in het plangebied Blauwpoort bij definitieve bestemming van het bedrijventerrein “, om over te gaan tot verwerving van een aantal percelen “binnen de marges van het schattingsverslag conform de in de nota beschreven methodiek”, en om “de noodzakelijkheid van deze verwerving te erkennen om de ontwikkeling van de stedenbouwkundige uitrusting van het gewest Kortrijk te verwezenlijken”. Verzoekers kunnen steeds een nieuwe schorsingsvordering indienen wanneer de door hen aangevoerde nadelen zich daadwerkelijk dreigen te realiseren. 7.
  28. De omstandigheid dat met ’s Raads schorsingsarrest nr. 224.313 van 9 juli 2013 een “moeilijk te herstellen ernstig nadeel” in hoofde X-17.347-6/7 van eerste verzoeker werd aanvaard, volstaat niet om voor deze partij meteen ook de spoedeisendheid bij huidige vordering aan te nemen. De vroegere schorsingsvoorwaarde van het “moeilijk te herstellen ernstig nadeel” is niet gelijk te stellen met de voorwaarde in verband met de spoedeisendheid, die zich gebeurlijk pas naar aanleiding van nieuwe ontwikkelingen hangende het vernietigingsberoep zal manifesteren.
  29. Gelet op wat voorafgaat, tonen verzoekers de spoedeisendheid van de schorsingsvordering niet aan. Hieruit volgt dat niet voldaan is aan ten minste één van de twee cumulatieve voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State om de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit te bevelen. Die vaststelling volstaat om de schorsingsvordering af te wijzen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zeven februari 2019, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Stephan De Taeye, wnd. kamervoorzitter, staatsraad bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Stephan De Taeye X-17.347-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.629 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.015 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.