id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 februari 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.635 Rolnummer: A. 226042/XII-8605 Zaak: Arrest 243635 - Overheidsopdrachten - 07/02/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-02-18 Raadplegingen: 78 - laatst gezien 2026-06-25 05:14 Fiche Arrest nr 243.635 van 7 februari 2019 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Opheffing Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 243.635 van 7 februari 2019 in de zaak A. 226.042/XII-8605 In zake: de BVBA G. DE WILDE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bettina Poelemans kantoor houdend te 9051 Sint-Denijs-Westrem Kortrijksesteenweg 1144 G bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de STAD GENT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Patrick Devers en John Devers kantoor houdend te 9000 Gent Kouter 71-72 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partijen:
- de BVBA GDW-GENT
- de NV MODERO GERECHTSDEURWAARDERS- KANTOOR, samen vormend een tijdelijke vennootschap bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Sofie Logie, Michiel Descheemaeker en Matthias Castelein kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 31 augustus 2018, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “[d]e beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de Stad Gent XII-8605-1/4 van 16 augustus 2018 met nummer 2018_CBS_09689, waarbij wordt beslist om voor de overheidsopdracht van diensten „betreffende door gerechtsdeurwaarders verleende juridische diensten voor debiteurenbeheer met betrekking tot de gedwongen invordering middels dwangbevel of het uitvoeren van ad hoc opdrachten voor verschillende types vorderingen van de Stad Gent, het OCMW Gent en de Hulpverleningszone Centrum (2 percelen) – Gerechtsdeurwaarders 2018‟ het perceel 1 van de betreffende opdracht te gunnen aan GDW Gent / Modero Antwerpen, feitelijke vereniging”. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 242.362 van 18 september 2018 is de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid bevolen. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 22 januari
- Staatsraad Johan Bovin heeft verslag uitgebracht. Advocaat Valerie De Bruyckere, die loco advocaat Bettina Poelemans verschijnt voor de verzoekende partij, advocaat John Devers, die verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Maïté Bultheel, die loco advocaat Sofie Logie verschijnt voor de tussenkomende partijen, zijn gehoord. Auditeur Ines Martens heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- XII-8605-2/4 III. Toepassing van artikel 17, § 4, derde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973
- De verzoekende partij heeft na het indienen van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid geen verzoekschrift ingediend om de nietigverklaring van de bestreden beslissing te vorderen. De Raad van State is er in dat geval overeenkomstig artikel 17, § 4, derde lid, van zijn gecoördineerde wetten toe gehouden de uitgesproken schorsing op te heffen. IV. Kosten
- Bij besluit van het college van burgemeester en schepenen van de stad Gent van 11 oktober 2018 werd de bestreden beslissing ingetrokken. In die omstandigheden past het de kosten, zijnde het rolrecht van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, de bijdrage en de door de verzoekende partij gevraagde rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, ten laste te leggen van de verwerende partij. BESLISSING
- De Raad van State heft de bij arrest nr. 242.362 van 18 september 2018 bevolen schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid op.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij. De tussenkomende partijen worden verwezen in de kosten van de tussenkomsten, begroot op een rolrecht van 300 euro, elk voor de helft. XII-8605-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 7 februari 2019, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Johan Bovin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Johan Bovin XII-8605-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.635 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.242.362 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.