← België

Arrest 243637 - Wegverkeer van goederen - 07/02/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 februari 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.637 Rolnummer: A. 220448/XII-8246 Zaak: Arrest 243637 - Wegverkeer van goederen - 07/02/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-02-18 Raadplegingen: 70 - laatst gezien 2026-06-25 05:15 Fiche Arrest nr 243.637 van 7 februari 2019 Economische zaken - Wegverkeer van goederen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 243.637 van 7 februari 2019 in de zaak A. 220.448/XII-8246 In zake:

  1. Piet DEPLANCKE
  2. de BVBA TRANSPORT JANSSENS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Frederik Vanden Bogaerde en Jasper Bolle kantoor houdend te 8800 Roeselare Kolenkaai 4 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST woonplaats kiezend bij het agentschap Wegen en Verkeer Koning Albert II-laan 20/4 1000 Brussel -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  3. Het beroep, ingesteld op 7 oktober 2016, strekt tot de nietig- verklaring van “de beslissing genomen door de Administrateur-generaal van het Agentschap Wegen en Verkeer dd. 23 augustus 2016, waarbij in graad van beroep, aan eerste verzoeker een administratieve geldboete van 1.350,00 EUR wordt opgelegd en dit op basis van de artikelen […] 3 e.v. van het Decreet van 3 mei 2013 betreffende de bescherming van de verkeersinfrastructuur in geval van bijzonder wegtransport […] en waarvoor tweede verzoeker burgerrechtelijk aansprakelijk wordt gesteld”. XII-8246- 1/11 II. Verloop van de rechtspleging
  4. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Ines Martens heeft een verslag opgesteld, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 22 januari
  5. Staatsraad Johan Bovin heeft verslag uitgebracht. Advocaat Sinan Karsikaya, die loco advocaat Frederik Vanden Bogaerde verschijnt voor de verzoekende partijen, is gehoord. Auditeur Ines Martens heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  6. III. Feiten 3.
  7. Op 8 september 2015 wordt een vrachtwagen met oplegger, bestuurd door Piet Deplancke, eerste verzoekende partij, die reed voor rekening van bvba Transport Janssens, tweede verzoekende partij, door de wegeninspectie gecontroleerd op de gewestweg A18 richting Veurne ter hoogte van Jabbeke. Bij weging van het voertuig wordt vastgesteld dat het voertuig overladen is. Op as 1 XII-8246- 2/11 van de oplegger bedraagt de overlading 1391 kg, hetzij 13,9 %. De totale overlading van de sleep bedraagt 3662 kg, hetzij 8,9 %. Er wordt proces-verbaal opgesteld wegens inbreuk op artikel 3, lid 1 en 2, van het decreet van 3 mei 2013 ‘betreffende de bescherming van de verkeersinfrastructuur in geval van bijzonder wegtransport’ (hierna: het decreet bijzonder wegtransport) en artikelen 18, § 2 en 21, § 1, van het koninklijk besluit van 15 maart 1968 ‘houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto’s, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen’. 3.
  8. Het proces-verbaal wordt overgemaakt aan de procureur des Konings te Brugge met verzoek om overeenkomstig artikel 17, § 3, van het decreet bijzonder wegtransport, binnen een termijn van 60 dagen mee te delen welk gevolg aan de zaak zal worden gegeven. Op 13 oktober 2015 beslist de procureur des Konings dat geen strafvervolging zal worden in gesteld. 3.
  9. Op 13 januari 2016 beslist de wegeninspecteur-controleur om aan de eerste verzoekende partij een administratieve geldboete van 1350 euro op te leggen. De tweede verzoekende partij wordt burgerrechtelijk aansprakelijk gesteld voor de betaling van de administratieve geldboete. Deze beslissing wordt dezelfde dag met een aangetekende brief aan de verzoekende partijen ter kennis gebracht. 3.
  10. Op 8 februari 2016 tekenen de verzoekende partijen bezwaar aan tegen die beslissing. Op 5 april 2016 heeft een hoorzitting plaats. Naar aanleiding van de hoorzitting legt de tweede verzoekende partij een schriftelijke conclusie neer. Op 25 april 2016 beslist de wegeninspecteur-controleur om aan de eerste verzoekende partij een administratieve geldboete van 1350 euro op te leggen en de tweede verzoekende partij burgerrechtelijk aansprakelijk te houden XII-8246- 3/11 voor de betaling van de boete. Deze beslissing wordt dezelfde dag met een aangetekende brief aan de verzoekende partijen, die woonplaats kiezen bij hun raadsman, ter kennis gebracht. 3.
  11. Op 11 mei 2016 stellen de verzoekende partijen tegen die beslissing beroep in bij de Vlaamse minister van Mobiliteit en Openbare Werken. Op 3 augustus 2016 heeft een hoorzitting plaats. De verzoekende partijen dienen opnieuw een schriftelijke conclusie in. Op 23 augustus 2016 beslist de administrateur-generaal van het agentschap Wegen en Verkeer om aan de eerste verzoekende partij een administratieve geldboete van 1350 euro op te leggen en de tweede verzoekende partij wordt burgerrechtelijk aansprakelijk gesteld voor de betaling van de administratieve geldboete. Die beslissing wordt dezelfde dag met een aangetekende brief aan de verzoekende partijen ter kennis gebracht. Dit is de bestreden beslissing. IV. Onderzoek van de middelen A. Eerste middel Uiteenzetting van het middel 4.
  12. In een eerste middel voeren de verzoekende partijen de schending aan van artikel 19, §§ 2 en 3, van het decreet bijzonder wegtransport. De verzoekende partijen betogen dat artikel 19, §§ 2 en 3, van het decreet bijzonder wegtransport termijnen bevat waarbinnen de administratie het verzet respectievelijk het beroep tegen het opleggen van een administratieve geldboete dient te behandelen. Aangezien de termijn in beide gevallen XII-8246- 4/11 uitdrukkelijk is voorgeschreven op straffe van verval van de administratieve geldboete en de termijnen niet werden gerespecteerd, dient de administratieve geldboete te worden vernietigd. In de memorie van wederantwoord beperken de verzoekende partijen er zich zonder meer toe te stellen dat zij “volharden in het geformuleerde middel”. Beoordeling 4.
  13. Er dient te worden vastgesteld dat het middel niet ontvankelijk is nu het is beperkt tot de blote bewering dat “de termijnen niet werden gerespec- teerd”, en aldus niet op concrete wijze aangeeft op welke wijze de bepalingen van artikel 19, §§ 2 en 3, van het decreet bijzonder wegtransport, zouden zijn geschonden. Bovendien hebben de verzoekende partijen niet gereageerd op de omstandige toelichting van de verwerende partij in de memorie van antwoord, waarin met verwijzing naar de stukken van het administratief dossier, concreet wordt uiteengezet op welke wijze de door het voormelde artikel 19, §§ 2 en 3, van het voormelde decreet opgelegde vervaltermijnen wel werden gerespecteerd. 4.
  14. Het middel is niet ontvankelijk. B. Tweede middel Uiteenzetting van het middel 4.
  15. In een tweede middel voeren de verzoekende partijen de schending aan van “art. VIII.43 WER en het KB van 28 september 2010 betreffende de automatische weegwerktuigen”. De verzoekende partijen betogen dat de automatische asdruk- weger waarmee de inbreuk werd vastgesteld niet werd geijkt. Nochtans vereist het XII-8246- 5/11 volgens de verzoekende partijen toepasselijk koninklijk besluit van 28 september 2010 ‘betreffende de automatische weegwerktuigen’ dat automatische meetwerk- tuigen die gebruikt worden in het kader van de openbare veiligheid en de openbare orde, onderworpen worden aan ijking en technische controle. De verzoekende partijen betogen dat de asdrukweger in kwestie niet is geijkt, niet werd herijkt en ook niet is voorzien van technische controle zoals door de wetgeving is vereist. Met betrekking tot het verslag van metrologische controle dat door de verwerende partij naar voor kan worden gebracht, merken de verzoekende partijen op dat dit geen ijkingsverslag is zoals voorzien in de regelgeving. Zij wijzen ook op de vermelding in het verslag: “In geval van twijfel moeten de wegingen uitgevoerd worden op een geijkt weegwerktuig”. De weging met een asdrukweger betreft een 100 % automatische technische vaststelling waarbij de verbalisanten zelf niet vaststellen maar dit overlaten aan de computer. De weegbon, die wordt voorgelegd in het huidige dossier, is puur het product van de automatische weging. De weegresultaten kunnen dan ook niet als wettige resultaten worden aanvaard. 4.
  16. In de memorie van wederantwoord blijft het antwoord van de verwerende partij dat het geschonden geachte koninklijk besluit van 28 september 2010 ‘betreffende de automatische weegwerktuigen’ niet van toepassing is, onbesproken, en “volharden” de verzoekende partijen zonder meer “in het geformuleerde middel”. Beoordeling 4.
  17. De Raad van State heeft reeds in talrijke arresten gewezen dat er niet in een wettelijke regeling is voorzien inzake de ijking van automatische asdrukwegers die worden gebruikt met het oog op de vaststelling van inbreuken op het decreet bijzonder wegtransport. Zoals de verwerende partij aangeeft, heeft de bijlage MI-006 bij het koninklijk besluit van 13 juni 2006 ‘betreffende XII-8246- 6/11 meetinstrumenten’, zoals van kracht op het ogenblik van de kwestieuze weging, slechts betrekking op vijf types van automatische weegwerktuigen, te weten:
  18. automatische vangwegers;
  19. automatische doseerweegwerktuigen;
  20. discontinu totaliserende weegwerktuigen;
  21. continu totaliserende bandwegers; en
  22. automatische spoorwegweegbruggen. Dezelfde types van automatische weegwerktuigen worden ook opgesomd in de bijlage bij het koninklijk besluit van 28 september 2010 ‘betreffende de automatische weegwerktuigen’, waarin per type weegwerktuig de voorschriften zijn opgenomen waaraan de automatische weegwerktuigen moeten voldoen om het aanvaardingsmerk bij de herijk en de technische controle te ontvangen (zie artikel 2 van het vermelde koninklijk besluit). Het verweer dat de betreffende asdrukwegers niet onder deze specifieke types van weegwerktuigen worden vermeld, wordt door de verzoekende partijen niet betwist en kan worden bijgevallen. De verzoekende partijen tonen in de gegeven omstandigheden niet aan dat de automatische asdrukwegers onder het toepassingsgebied vallen van het koninklijk besluit van 28 september 2010 ‘betreffende de automatische weegwerktuigen’. 4.
  23. Bovendien kan in ieder geval ook worden vastgesteld dat blijkens de vermeldingen in het proces-verbaal van 8 september 2014, de betreffende asdrukweger met serienummer 005417 op 25 november 2014, dit is minder dan een jaar voorafgaand aan de uitvoering van de weging, werd onderworpen aan een vrijwillige metrologische controle uitgevoerd door de federale overheidsdienst economie. De verzoekende partijen brengen geen gegevens aan die eraan doen twijfelen dat een controle op vrijwillige basis door de metrologische dienst, waarvan de bevoegdheid en kunde ter zake niet in vraag worden gesteld, minder zekerheid zou verschaffen omtrent de correctheid van een uitgevoerde weging dan in geval van een bij wet voorziene ijking. De Raad van State ziet zulks evenmin spontaan in. In de mate dat de verzoekende partijen stellen XII-8246- 7/11 dat in het metrologisch verslag zou worden aangegeven dat in geval van twijfel de wegingen uitgevoerd moeten worden op een geijkt weegwerktuig, zetten zij geenszins uiteen waarom er te dezen sprake zou kunnen zijn geweest van twijfel, noch tonen zij concreet aan waarom de meetresultaten niet de vereiste betrouwbaarheid zouden vertonen. 4.
  24. De verzoekende partijen zetten voorts niet uiteen op welke wijze artikel VIII.43 van het Wetboek van Economisch Recht zou zijn geschonden. 4.
  25. Het middel wordt verworpen. C. Derde middel Uiteenzetting van het middel 4.
  26. In een derde middel voeren de verzoekende partijen de schending aan van “artikel 19, § 3 Decreet Bijzonder Wegtransport, artikel 6 EVRM en het algemeen rechtsbeginsel van fair trial, in het bijzonder de behandeling van de zaak door dezelfde aangewezen ambtenaar”. De verzoekende partijen betogen dat de geschonden geachte bepalingen inhouden dat de ambtenaar die de beslissing tot het opleggen van een administratieve geldboete neemt, ook aanwezig dient te zijn bij de hoorzitting. Te dezen was de administrateur-generaal van het agentschap Wegen en Verkeer, die de bestreden beslissing heeft genomen, niet aanwezig op de hoorzitting in graad van beroep, zodat hij geen rechtsgeldige beslissing kon nemen. In de memorie van wederantwoord beperken de verzoekende partijen er zich zonder meer toe te stellen dat zij “volharden in het geformuleerde middel”. XII-8246- 8/11 Beoordeling 4.
  27. In tegenstelling tot wat de verzoekende partijen betogen, vereist de hoorplicht in beginsel niet dat de betrokkene kan afdwingen dat de hoorplicht ten overstaan van de beslissende overheid zelf wordt uitgeoefend. Het volstaat dat de betrokkene zich met kennis van zaken schriftelijk kan uiten en dat het beslissend orgaan op het ogenblik van de beslissing kennis kan nemen van het standpunt van de bestuurde. De verzoekende partijen konden te dezen hun standpunt formuleren in de conclusies die zij neerlegden op de hoorzitting die werd gehouden op 3 augustus
  28. Zij konden zich op een hoorzitting verdedigen ten overstaan van de plaatsvervanger van het afdelingshoofd van de entiteit Planning en Coördinatie van het agentschap Wegen en Verkeer. Het blijkt niet dat de bevoegde administrateur-generaal geen kennis had van het standpunt van de verzoekende partijen bij het nemen van de bestreden beslissing. In die beslissing wordt integendeel verwezen naar de hoorzitting en de neergelegde schriftelijke conclusies en wordt ingegaan op de door de verzoekende partijen in hun conclusies ontwikkelde argumentatie. 4.
  29. Voorts kan worden verwezen naar het vierde en het vijfde lid van het geschonden geachte artikel 19, § 3, van het decreet bijzonder wegtransport, die luiden als volgt: “Als wel tijdig en ontvankelijk beroep werd aangetekend of als de overtreder, in voorkomend geval, de onderneming vraagt om gehoord te worden over de ontvankelijkheid, wordt de overtreder en, in voorkomend geval, de onderneming uitgenodigd op een hoorzitting. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de hoorzitting. Na de hoorzitting, ongeacht of die werd bijgewoond, neemt de Vlaamse Regering of de ambtenaar die aangewezen is overeenkomstig paragraaf 4 de zaak onmiddellijk in beraad. De Vlaamse Regering bepaalt de inhoud en de vorm van de beslissing in beroep.” Uit deze bepaling volgt geenszins dat de administrateur-generaal aanwezig zou dienen te zijn op de hoorzitting. Evenmin kan hieruit worden afgeleid dat indien de beslissing door de administrateur-generaal van het XII-8246- 9/11 agentschap Wegen en Verkeer wordt genomen, de verzoekende partij door de administrateur-generaal zelf moet worden gehoord. Er wordt enkel bepaald dat de overtreder of de onderneming kunnen vragen om te worden gehoord. Vervolgens bepaalt artikel 19, § 4, eerste lid, van hetzelfde decreet: “De Vlaamse Regering kan een of meer ambtenaren aanwijzen die de overtreder en de onderneming op de hoogte brengen van de eventuele onontvankelijkheid van het beroep, die de overtreder, de onderneming of de raadsman zullen horen en het beroep zullen uitspreken. Deze ambtenaren mogen niet betrokken geweest zijn bij eerdere stappen van de procedure.” Hiertoe heeft de Vlaamse regering in artikel 9, § 3, van het koninklijk besluit van 20 december 2013 ‘betreffende handhaving inzake de bescherming van de verkeersinfrastructuur in geval van bijzonder wegtransport’ bepaald dat het hoofd van het agentschap Wegen en Verkeer wordt aangewezen om de overtreder en, in voorkomend geval, de onderneming of de raadsman te horen in het kader van het beroep en dat het beroep, vermeld in artikel 19, § 3, van het decreet bijzonder wegtransport, bij het hoofd van het agentschap Wegen en Verkeer wordt ingediend en door hem wordt uitgesproken. Artikel 11 van het voormelde koninklijk besluit bepaalt dat overeenkomstig artikel 19 en 20 van het besluit van de Vlaamse regering van 10 oktober 2003 ‘tot regeling van de delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de hoofden van de intern verzelfstandigde agentschappen van de Vlaamse overheid’, het hoofd van het agentschap Wegen en Verkeer de bevoegdheden, vermeld in artikel 9, § 3, eerste en tweede lid, verder kan delegeren aan personeelsleden van zijn entiteit die onder zijn hiërarchisch gezag staan. Bij artikel 19, tweede lid, van het besluit van de administrateur- generaal van het agentschap Wegen en Verkeer van het Vlaams ministerie van Mobiliteit en Openbare Werken van 9 februari 2011 ‘tot subdelegatie van sommige beslissingsbevoegdheden aan personeelsleden van het agentschap’, zoals gewijzigd bij besluit van 21 mei 2014, heeft de administrateur-generaal van het agentschap Wegen en Verkeer de bevoegdheid om de overtreder, de onderneming XII-8246- 10/11 of de raadsman te horen in het kader van het beroep gedelegeerd aan het afdelingshoofd van de entiteit Planning en Coördinatie. 4.
  30. Het derde middel is niet gegrond. BESLISSING
  31. De Raad van State verwerpt het beroep.
  32. De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 400 euro, elk voor de helft. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 7 februari 2019, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Johan Bovin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Johan Bovin XII-8246- 11/11 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.637 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.