id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 februari 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.640 Rolnummer: A. 225614/VII-40325 Zaak: Arrest 243640 - Milieuvergunningen - 07/02/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-02-11 Raadplegingen: 78 - laatst gezien 2026-06-25 05:16 Fiche Arrest nr 243.640 van 7 februari 2019 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 243.640 van 7 februari 2019 in de zaak A. 225.614/VII-40.
- In zake :
- Eleni OUZOUNAKIS
- René VAN DER STICHELEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Tobias Burms en Rahim Samii kantoor houdend te 1000 Brussel Lloyd Georgelaan 16 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de DEPUTATIE VAN DE PROVINCIERAAD VAN VLAAMS-BRABANT Tussenkomende partij : de BVBA PVG PROJECTS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Yves Loix en Jo Van Lommel kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 27 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 23 oktober 2018, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van de deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant van 12 april 2018 houdende het verlenen van een milieuvergunning klasse 2 onder voorwaarden aan de BVBA PVG Projects voor het uitbaten van een carwash gelegen aan de Leuvensesteenweg 623 te Zaventem. VII-40.325-1/8 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur Rita Van Den Eeckhout heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 24 januari
- Staatsraad Patricia De Somere heeft verslag uitgebracht. Advocaat Tobias Burms, die verschijnt voor de verzoekende partijen, en advocaat Jo Van Lommel, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Rita Van Den Eeckhout heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Op 28 juli 2017 dient de BVBA PVG Projects een aanvraag in bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Zaventem tot het verkrijgen van een milieuvergunning klasse 2 voor de exploitatie van een carwash met dubbele wasstraat en tot “afwijking van de voorwaarden i.v.m. openingstijden”, op een perceel gelegen aan de Leuvensesteenweg 623 te Zaventem. Het beoogde perceel ligt volgens het gewestplan Halle-Vilvoorde-Asse, vastgesteld bij koninklijk besluit van 7 maart 1977, in KMO-zone. VII-40.325-2/8 De verzoekende partijen zijn eigenaar en bewoners van noordelijk aanpalende percelen, die zich situeren in woongebied. 3.
- Op 4 december 2017 weigert het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Zaventem de milieuvergunning. 3.
- De BVBA PVG Projects dient een bestuurlijk beroep in. 3.
- Na de nodige adviezen te hebben ingewonnen, besluit de verwerende partij met de thans bestreden beslissing van 12 april 2018 het ingediende beroep deels in te willigen, de beslissing genomen in eerste aanleg op te heffen en de vergunning voor het uitbaten van de carwash te verlenen onder de volgende bijzondere voorwaarden: “4.§2.1 Binnen een termijn van 1 jaar na ingebruikname van de installatie, laat de exploitant op het bedrijfsafvalwater minimum twee representatieve meetcampagnes van één week uitvoeren (tijdens verschillende seizoenen en analyse op basis van debietsgebonden mengmonsters). De analyseresultaten worden getoetst aan de geldende algemene en sectorale lozingsnormen. De resultaten van deze analyse worden binnen het jaar na ingebruikname van de installatie verzonden aan VMM, AMV, de deputatie en de gemeente Zaventem. 4.§2.2 Maximaal 180.000 wagens mogen per jaar gewassen worden. De documenten van het automatische registratiesysteem dienen ter beschikking gehouden te worden van de toezichthoudende overheid. 4.§2.3 Op zondag zijn de openingsuren van de carwash beperkt van 9 uur tot 13 uur”. 3.
- De overeenstemmende stedenbouwkundige vergunning tot “het verbouwen van een bestaand gebouw tot carwash met dubbele wasstraat, stofzuigers, interieurlijn en kantoren en het bouwen van een gebouw voor dieptereiniging”, wordt door de deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant verleend op 22 maart
- VII-40.325-3/8 IV. Tussenkomst
- Met een op 14 november 2018 ingediend verzoekschrift vraagt de BVBA PVG Projects om in het geding te mogen tussenkomen. Er is grond om dat verzoek in te willigen. V. Schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, § 1, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. Spoedeisendheid
- Aangaande de spoedeisendheid van hun vordering zetten de verzoekende partijen uiteen, onder de hoofding “antecedenten”, dat zij via een officieel schrijven van de raadslieden van de tussenkomende partij in kennis werden gesteld van de opstart van de werkzaamheden in uitvoering van de milieuvergunning. Onder de hoofding “spoedeisendheid” zetten zij uiteen dat de achtertuin van tweede verzoeker in onmiddellijke verbinding met het projectgebied ligt en er slechts 20 meter van verwijderd is. Het gebouw is goed zichtbaar. Gelet op die ligging menen de verzoekende partijen op verschillende vlakken ernstige, blijvende en onherstelbare hinder te verwachten door de uitvoering van de milieuvergunning. De verzoekende partijen verwijzen naar het alternatieve wachtsysteem met slagbomen dat zich situeert in de diepte van het perceel, grenzend aan het “residentiële gebied van de Leon Boereboomlaan” waar zij wonen. Zij vrezen dat deze extra opstelzone vaker zal worden gebruikt dan tijdens de aangekondigde piekmomenten van maximaal een drietal keer per jaar, VII-40.325-4/8 met alle gevolgen vandien: uitlaatgassen van de aanschuivende wagens, en allerlei geluidshinder van de aanschuivende auto’s, wat gezondheidsrisico’s -gelet op de fijnstof- en CO2-uitstoot- met zich meebrengt. Tevens wordt de zondagsrust van de verzoekende partijen des te meer verstoord, gelet op de toegekende afwijking op het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (Vlarem II), in het bijzonder tijdens piekmomenten. Ten slotte zorgt volgens de verzoekende partijen de geluidswand van zes meter hoog, “die zal opgericht worden aan de perceelgrens van het eigendom van de verzoekende partij”, voor visuele hinder en verstoring van het genot vanuit de tuin, en zal deze het (zon)licht wegnemen. Beoordeling
- De verzoekende partijen moeten concreet aantonen dat zij het resultaat van de procedure tot nietigverklaring niet kunnen afwachten op straffe van zich in een toestand te bevinden met onherroepelijke schadelijke gevolgen. Zij moeten eigen, specifieke gegevens aanbrengen die in concreto aantonen dat de zaak spoedeisend is, gelet op de gevolgen van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing.
- Wat de hinder uit geluidsoverlast, uitlaatgassen en geur betreft, betogen de verzoekende partijen dat het openstellen van de aparte opstelzone tijdens eventuele piekmomenten deze hinder zullen teweegbrengen, aangezien deze zone zich in de diepte van het perceel bevindt en bijgevolg grenst aan het residentiële gebied waar de verzoekende partijen wonen. De bestreden handeling bevat een omstandige motivering met betrekking tot de geluidshinder waaruit blijkt dat de exploitant op basis van een geluidsstudie de inrichting zo heeft ontworpen en bijkomend maatregelen heeft genomen teneinde de eerbiediging van de geluidsnormen te verzekeren. Uit de stukken in het dossier blijkt eveneens dat de extra opstelzone slechts in uitzonderlijke gevallen wordt opengesteld (drie maal per jaar volgens de VII-40.325-5/8 aanvrager, maximum 5 % van het jaar volgens de nota van de architect), wat de verzoekende partijen dan weer betwisten (onder meer door erop te wijzen dat die piekmomenten vooral op een zondag zullen voorkomen), maar zij maken hiermee niet aannemelijk dat de zaak dermate spoedeisend zou zijn dat de behandeling van het gewone annulatieberoep niet zou kunnen worden afgewacht, ook niet wat eventuele gezondheidsrisico’s betreft.
- De door de verzoekende partijen te dezen ingeroepen “visuele hinder” ten slotte, als gevolg van de bouw van de geluidswand, volgt niet zozeer uit het thans bestreden besluit, doch wel eventueel uit de tenuitvoerlegging van de stedenbouwkundige vergunning. Uit die vergunning blijkt dat de zestien meter lange geluidswand in het verlengde van het nieuwe gebouw achteraan wordt gebouwd, -niet op de perceelsgrens zoals de verzoekende partijen betogen- en dat tussen de perceelsgrens en die constructies (minstens) een 15 meter brede groene bufferzone wordt voorzien. Bovendien blijkt uit diezelfde stedenbouwkundige vergunning dat het natuurlijk maaiveld ter hoogte van de bosbegroeiing op dezelfde hoogte ligt als dat van de aangrenzende tuinen en ongeveer twee meter hoger dan het maaiveld aan de achterzijde van het gebouw. De verzoekende partijen maken bijgevolg de beweerdelijke visuele hinder of het wegnemen van (zon)licht niet aannemelijk.
- Bovendien zijn de schadelijke gevolgen aangehaald door de verzoekende partijen nadelen die verbonden zijn aan de exploitatie van de inrichting, terwijl er op dit ogenblik nog geen dergelijke exploitatie is. Ook al heeft de tussenkomende partij aangekondigd de bouwwerkzaamheden te zullen aanvatten, verklaart zij eveneens in haar verzoekschrift en ter zitting dat zij nog een verregaande verbouwing en uitbreiding van het bestaande pand dient uit te voeren, waardoor de ingebruikname van de carwash nog geruime tijd op zich laat wachten.
- Uit hetgeen voorafgaat volgt dat de verzoekende partijen niet aannemelijk maken dat er, lopende de duur van de annulatieprocedure, onherroepelijke schadelijke gevolgen tot stand zullen komen die slechts kunnen VII-40.325-6/8 worden vermeden mits het schorsen van de tenuitvoerlegging van de milieuvergunning. De spoedeisendheid wordt niet aangetoond. Conclusie
- Er is niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. BESLISSING
- Het verzoek van de BVBA PVG Projects tot tussenkomst wordt ingewilligd.
- De Raad van State verwerpt de vordering. VII-40.325-7/8 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zeven februari tweeduizend negentien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Patricia De Somere, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Patricia De Somere VII-40.325-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.640 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.249.907 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div