← België

Arrest 243701 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 18/02/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 februari 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.701 Rolnummer: A. 225194/IX-9291 Zaak: Arrest 243701 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 18/02/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-02-21 Raadplegingen: 68 - laatst gezien 2026-06-25 05:59 Fiche Arrest nr 243.701 van 18 februari 2019 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 243.701 van 18 februari 2019 in de zaak A. 225.194/IX-9291 In zake: Jean-Marie VAN STRYDONCK woonplaats kiezend te 1000 Brussel Begijnhof(plein) 8A bus 6 tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Buitenlandse Zaken bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Patrik De Maeyer kantoor houdend te 1160 Brussel Tedescolaan 7 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 8 mei 2018, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing van de Voorzitter van het Directiecomité […] van de FOD Buitenlandse Zaken […], gedateerd op 15/12/2017 […], waarbij deze weigert het door [Jean-Marie Van Strydonck] ingediende bezwaarschrift te behandelen, met als opgegeven reden dat dit buiten de termijn zou vallen”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend die aan de verzoekende partij ter kennis werd gebracht op 24 augustus
  3. IX-9291-1/4 De verzoekende partij heeft geen memorie van wederantwoord ingediend. Op respectievelijk 3 december 2018 en 19 november 2018 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij en de verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De verzoekende partij heeft gevraagd om te worden gehoord. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 4 februari
  4. Staatsraad Bert Thys heeft verslag uitgebracht. De verzoekende partij en advocaat Patrik De Maeyer, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Melissa Celis heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Beoordeling
  6. Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken IX-9291-2/4 van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijn voor het toesturen van de memorie van wederantwoord niet eerbiedigt. Bij het versturen aan verzoeker van een kopie van de memorie van antwoord heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van artikel 21, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van artikel 14bis, § 1, van het reeds genoemde besluit van de Regent van 23 augustus
  7. Verzoeker heeft geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd binnen de termijn van zestig dagen gesteld in artikel 7 van het voornoemde besluit van de Regent.
  8. Ter terechtzitting schetst verzoeker de persoonlijke context waarmee hij louter voor ogen heeft ten aanzien van de Raad van State te verklaren waarom hij geen memorie van wederantwoord heeft ingediend. Hij geeft daarbij evenwel uitdrukkelijk aan dat de door hem aangebrachte elementen niet kunnen worden beschouwd als een overmachtsituatie of een onoverwinnelijke dwaling die hem heeft verhinderd een dergelijke memorie tijdig in te dienen. De Raad van State ziet geen reden om dit laatste tegen te spreken.
  9. Bijgevolg is er aanleiding om overeenkomstig artikel 21, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang in hoofde van verzoeker vast te stellen en het beroep dan ook te verwerpen. IX-9291-3/4 BESLISSING
  10. De Raad van State verwerpt het beroep.
  11. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 18 februari 2019, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Bert Thys, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Bert Thys IX-9291-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.701 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.