id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 februari 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.716 Rolnummer: A. 218976/IX-8856 Zaak: Arrest 243716 - Varia (onderwijs en cultuur) - 19/02/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-03-04 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-25 06:03 Fiche Arrest nr 243.716 van 19 februari 2019 Onderwijs en cultuur - Varia (onderwijs en cultuur) Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 243.716 van 19 februari 2019 in de zaak A. 218.976/IX-8856 In zake: Katrin TORMANS die woonplaats kiest bij de Algemene Centrale der Openbare Diensten gevestigd te 1000 Brussel Fontainasplein 9-11 en bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Ingrid Martens kantoor houdend te 9000 Gent Gustaaf Callierlaan 291 tegen: de GEMEENTE OLEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Christophe Vangeel kantoor houdend te 2018 Antwerpen Lange Lozanastraat 24 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 12 april 2016, strekt tot de nietigver- klaring van “[de] beslissing van onbekende datum van een onbekend orgaan om een einde te stellen aan de tijdelijke aanstelling van [Katrin Tormans] als kleuter- onderwijzeres voor het geven van 12 lestijden per week waarvan 6/24 ter vervan- ging van [L.L.] en 6/24 ter vervanging van [A.R.] aan de gemeentelijke basis- school ‘De Kriebel’ in Olen” en van “[de] beslissing van onbekende datum van een onbekend orgaan om de betrekkingen van 6/24 ter vervanging van [L.L.] en 6/24 ter vervanging van [A.R.] toe te wijzen aan onbekende personen”. IX-8856-1/8 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord inge- diend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Diane Mareen heeft een verslag opgesteld. De verwerende partij heeft geen verzoek tot voortzetting inge- diend. De verzoekende partij heeft een schriftelijke zienswijze inge- diend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 11 februari
- Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitge- bracht. Advocaat Ingrid Martens, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Christophe Vangeel, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Jurgen Neuts heeft een met dit arrest eenslui- dend advies gegeven, behalve wat het bedrag van de kosten betreft. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
- IX-8856-2/8 III. Feiten 3.
- Op 24 september 2015 beslist het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Olen om verzoekster aan te stellen als tijdelijke kleu- teronderwijzeres voor 14 lestijden per week, waarvan 8/24 ter vervanging van L.L. wegens moederschapsbescherming van 1 september 2015 tot 5 oktober 2015 en 6/24 ter vervanging van A.R., die ter beschikking was gesteld wegens per- soonlijke aangelegenheden, van 1 september 2015 tot einde schooljaar 2015-
- Op 26 november 2015 beslist het college van burgemeester en schepenen om verzoekster aan te stellen als tijdelijke kleuteronderwijzeres voor 6 lestijden per week ter vervanging van L.L., van 9 november 2015 tot einde schooljaar 2015-
- 3.
- Op 28 december 2015 deelt de directeur van de gemeentelijke basisschool De Kriebel mondeling aan verzoekster mee dat een einde is gesteld aan haar tijdelijke aanstellingen. Op 14 januari 2016 ontvangt verzoekster een elektronische melding van haar aangepaste opdrachtenpakket – het zogenaamde Edisonbericht RL1 – met als “opdrachtenfoto 7”, “Creatiedatum: 05/01/2016”. Dit document lijkt zo begrepen te moeten worden dat de opdracht van verzoekster 6 uren omvat ter vervanging van A.R. (“Terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangele- genheden”) met einde op 31 december 2015 en 6 uren ter vervanging van T.V.D.K. (“Bevallingsverlof”) met einde op 25 december
- IV. Nadere omschrijving van het voorwerp van het beroep - afstand 4.
- In de haar gedane mededelingen, vermeld in het feitenrelaas sub 3.2, leest verzoekster de eerste bestreden beslissing. De verwerende partij IX-8856-3/8 betwist ook niet, dat aan de tijdelijke aanstellingen van verzoekster in de bedoel- de uren een einde is gesteld. 4.2.
- Voorts stelt verzoekster te vermoeden dat de tweede bestreden beslissing werd genomen “vermits de titularissen van de betreffende betrekkingen waarin zij tijdelijk was aangesteld nog niet teruggekeerd zijn en de betrekkingen niet oningevuld kunnen blijven”. Uit de neerlegging van het administratief dos- sier zal moeten blijken, aldus verzoekster, aan welke personen deze betrekkingen tijdelijk zijn toegewezen. 4.2.
- Uit het administratief dossier blijkt evenwel niets; het bevat noch een afschrift van een beslissing tot beëindiging van de tijdelijke aanstellin- gen van verzoekster, noch een afschrift van een beslissing tot aanstelling van een derde in deze betrekkingen. In de memorie van antwoord betoogt de verwerende partij weliswaar dat het niet om twee verschillende beslissingen, maar slechts om één beslissing gaat, namelijk de “vervanging van twee titularissen door één leerkracht TADD” die volgens de verwerende partij voorrang had op verzoekster, hetgeen zij over het hoofd zou hebben gezien. Een afschrift van zo “één beslissing” legt zij evenwel niet neer. 4.2.
- Welke – overigens behoorlijk warrige – uitleg de verwerende partij ook geeft in de memorie van antwoord, feit blijft dat zij verzuimt enige beslissing in het administratief dossier neer te leggen over het lot van de uren nádat verzoekster te horen kreeg dat aan haar aanstelling een einde is gekomen. De vraagt rijst bijgevolg, of er zo een beslissing bestaat en of het beroep in zoverre een voorwerp heeft. Hierover ondervraagd op de terechtzitting, erkent de verweren- de partij dat er geen stukken zijn en dat “alles mondeling is gebeurd”. IX-8856-4/8 4.
- Hoe dan ook zij opgemerkt dat de belangen van verzoekster voldoende zijn gediend met de nietigverklaring van de eerste bestreden beslis- sing, hierna “de bestreden beslissing” genoemd. Aan verzoeksters tijdelijke aan- stelling wordt immers ingevolge die nietigverklaring geacht geen einde te zijn gesteld. Zou toch blijken dat een onbekende derde, zonder enige formele en ver- uitwendigde beslissing van het schepencollege, ingevolge een instructie van een bij bepaling onbevoegd orgaan van de verwerende partij feitelijk de bedoelde betrekking heeft bekleed, dan vermag de verwerende partij dit hoe dan ook niet in rechte aan verzoekster tegen te werpen. 4.
- Al hetgeen voorafgaat in acht nemend, verklaart verzoekster op de terechtzitting dat zij afstand doet van het beroep, wat het tweede voorwerp betreft. V. Ontvankelijkheid van het beroep 5.
- De verwerende partij werpt op dat het beroep laattijdig is en dat verzoekster geen belang heeft. 5.
- In het auditoraatsverslag wordt vastgesteld dat aan verzoekster niet op de geëigende wijze de beroepsmogelijkheden zijn aangezegd, zodat het beroep tijdig is en dat verzoekster het belang bij de nietigverklaring niet verliest om de enkele reden dat de duur van de aanstelling ondertussen is verstreken. 5.
- De verwerende partij heeft die zienswijze niet betwist in een laatste memorie, noch zelfs maar om de voortzetting van het geding gevraagd. 5.
- Ook de Raad ziet geen reden om de beoordeling in het audito- raatsverslag af te wijzen. Het beroep is ontvankelijk. IX-8856-5/8 VI. Onderzoek van het enige middel
- Verzoekster voert de schending aan van artikel 21 van het de- creet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs (het rechtspositiedecreet) en van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdruk- kelijke motivering van de bestuurshandelingen’. De beslissing om haar aanstel- ling te beëindigen werd haar nooit betekend en kan volgens verzoekster niet in- gepast worden in de, limitatief in artikel 21 van het rechtspositiedecreet opge- somde redenen waarbij een tijdelijke aanstelling een einde krijgt.
- In het auditoraatsverslag wordt vastgesteld dat verzoekster in- gevolge besluiten van het college van burgemeester en schepenen van de verwe- rende partij is aangesteld in 6/24 ter vervanging van A.R. en 6/24 ter vervanging van L.L, dat uit geen enkel feit blijkt dat T.V.D.K. als TADD in die betrekkingen zou zijn aangesteld, dat aan verzoekster nooit een afdoende motief is meegedeeld over de beëindiging van haar aanstellingen en dat, meer nog, er “geen zulke be- slissing [blijkt] te zijn en geen beslissing die door het bevoegde orgaan, het colle- ge van burgemeester en schepenen, werd genomen”. Het auditoraat besluit tot de gegrondheid van het middel in de aangegeven mate.
- De verwerende partij heeft die zienswijze niet betwist in een laatste memorie, noch zelfs maar om de voortzetting van het geding gevraagd. In een ‘nota tot vereffening van de kosten’ verklaart verzoekster dat zij zich volledig aansluit bij het auditoraatsverslag. Ook de Raad van State ziet geen reden om het standpunt in het auditoraatsverslag niet bij te vallen. IX-8856-6/8 Het middel is gegrond in de aangegeven mate en desnoods ambtshalve uitgebreid tot de onbevoegdheid van de steller van de akte; het ver- antwoordt de vernietiging van de bestreden beslissing. VII. Rechtsplegingsvergoeding
- De rechtsplegingsvergoeding een tegemoetkoming zijnde in de kosten en honoraria van de advocaat van de in het gelijk gestelde partij, wordt het bedrag van de rechtsplegingsvergoeding ten behoeve van verzoekster bepaald op het minimum van 140 euro, gelet op het gebrek aan complexiteit van de zaak, althans voor de advocaat. Immers heeft verzoeksters advocaat zich pas ná de laatste me- mories gemanifesteerd en was het optreden van de advocaat ertoe beperkt 1° in een vereffeningsnota om een rechtsplegingsvergoeding te vragen, 2° in die nota op te merken dat zij zich “volledig” aansluit bij het voor haar gunstige audito- raatsverslag, hetgeen zij in haar tussenkomst op de terechtzitting bevestigd heeft en 3° op de terechtzitting te vragen haar akte te verlenen van de afstand van het tweede voorwerp. BESLISSING
- De Raad van State vernietigt de beslissing van de gemeente Olen van on- bekende datum, mondeling meegedeeld op 28 december 2015, waarbij een einde wordt gesteld aan de tijdelijke aanstelling van Katrin Tormans als kleuteronderwijzeres aan de gemeentelijke basisschool ‘De Kriebel’ in Olen voor het geven van 12 lestijden per week.
- De Raad van State stelt de afstand vast voor het overige. IX-8856-7/8
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nie- tigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegings- vergoeding van 140 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 19 februari 2019, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, Bruno Seutin, staatsraad, Bert Thys, staatsraad, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Geert Van Haegendoren IX-8856-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.716 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.