id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 februari 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.733 Rolnummer: A. 226887/X-17388 Zaak: Arrest 243733 - Plaatselijk openbaar ambt (provinciën, gemeenten, enz.) - Reglementen - 19/02/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-03-05 Raadplegingen: 76 - laatst gezien 2026-06-25 06:09 Fiche Arrest nr 243.733 van 19 februari 2019 Openbaar ambt - Plaatselijk openbaar ambt (provinciën, gemeenten, enz.) - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 243.733 van 19 februari 2019 in de zaak A. 226.887/X-17.
- In zake : Katrien DE TAEYE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Steven Michiels kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de GEMEENTE WEMMEL bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Alexander De Becker kantoor houdend te 1170 Brussel Vorstlaan 90 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 3 december 2018, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van: - “De beslissing van de gemeenteraad van Wemmel van 28 juni [2018] – Aanpassing personeelsformatie en organogram gemeentebestuur Wemmel”; - “De beslissing van de gemeenteraad van Wemmel van 28 juni 2018 – Aanpassing rechtspositieregeling gemeentepersoneel: vaststelling salarisschalen algemeen directeur, financieel directeur, adjunct-algemeen directeur, adjunct- financieel directeur”; - “De beslissing van de gemeenteraad van Wemmel van 28 juni 2018 – Aanstelling decretale graad in passende functie A-niveau”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. X-17.388-1/6 Eerste auditeur Iris Verheven heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 8 februari
- Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Wim Mommaers, die loco advocaat Steven Michiels verschijnt voor verzoekster, en advocaat Philip Vanstapel, die loco advocaat Alexander De Becker verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Juridisch kader en feiten
- Naar eis van artikel 162, § 1, eerste lid, van het decreet van 22 december 2017 ‘over het lokaal bestuur’ (hierna: het decreet lokaal bestuur) is er in elke gemeente een algemeen directeur die ten dienste staat van zowel de gemeente als het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn (OCMW) dat de gemeente bedient. Gelet op artikel 583, § 1, van het decreet lokaal bestuur heeft de gemeente de mogelijkheid om ofwel de titularissen van het ambt van gemeentesecretaris of van secretaris van het OCMW op te roepen om zich kandidaat te stellen voor het ambt van algemeen directeur, ofwel om ervoor te opteren onmiddellijk het ambt in te vullen door aanwerving of bevordering. Artikel 589, § 1, van het decreet lokaal bestuur schrijft voor dat de functiehouder X-17.388-2/6 die niet wordt aangesteld als algemeen directeur, wordt aangesteld hetzij als adjunct-algemeendirecteur, hetzij in een passende functie van niveau A.
- Op 24 mei 2018 beslist de gemeenteraad van Wemmel om niet de zittende functiehouders – onder wie verzoekster, die gemeentesecretaris is – op te roepen om zich kandidaat voor het ambt van algemeen directeur te stellen, maar om het nieuwe ambt onmiddellijk in te vullen via aanwerving, met aanleg van een wervingsreserve. Vermits de gemeenteraad op 28 juni 2018 beslist geen waarnemend algemeen directeur aan te stellen, wordt de OCMW-secretaris van rechtswege waarnemend algemeen directeur omdat hij de meeste anciënniteit heeft. Eveneens op 28 juni 2018 keurt de gemeenteraad een aanpassing van de personeelsformatie en het personeelsorganogram goed. Onder meer wordt er een “(voorlopige) passende functie op niveau A” in opgenomen. Dit is het eerste bestreden besluit. Nog op 28 juni 2018 neemt de gemeenteraad een wijziging van de rechtspositieregeling van het gemeentepersoneel aan. Onder andere wordt de salarisschaal goedgekeurd voor “de passende functie op niveau A ‘Juridische directeur’”. Ten slotte beslist de gemeenteraad op 28 juni 2018 ook om verzoekster met ingang van 1 augustus 2018 “voorlopig aan te stellen in de functie van juridische directeur tot een consensus getroffen wordt met de functiehouder betreffende een passende functie”. Dit is de derde bestreden beslissing. Het bezwaar dat verzoekster tegen de drie bestreden beslissingen bij de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant indient, wordt niet ingewilligd. In zijn antwoord van 3 oktober 2018 schrijft de gouverneur X-17.388-3/6 onder meer dat het bestuur benadrukt “dat het om een ‘tijdelijke’ passende functie gaat en dat wanneer de [algemeen directeur] wordt aangesteld voor u een definitieve passende functie zal gezocht worden”. Tevens deelt hij mee begrepen te hebben “dat u ondertussen meedoet aan de aanwerving voor algemeen directeur en u dus nog steeds de AD kan worden”. III. Ontvankelijkheid
- Volgens de nota van de verwerende partij is verzoekster zonder persoonlijk, actueel en zeker belang bij de schorsing van de eerste twee bestreden besluiten. Een onderzoek van en een uitspraak over de exceptie zouden zich alleen opdringen ingeval de grondvoorwaarden voor een schorsing vervuld mochten zijn, hetgeen zoals hierna zal blijken niet het geval is. IV. Onderzoek van de schorsingsvoorwaarden Algemeen
- Gelet op artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging van een akte of een reglement worden besloten op voorwaarde, onder meer, dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring. Artikel 17, § 2, schrijft voor dat het verzoekschrift tot schorsing een uiteenzetting moet bevatten van de feiten die volgens de indiener de spoedeisendheid verantwoorden die ter ondersteuning van het verzoekschrift wordt aangevoerd. Met argumenten die voor het eerst ter terechtzitting worden aangevoerd, ofschoon ze ook al in het verzoekschrift konden worden aangebracht, kan bijgevolg geen rekening worden gehouden. X-17.388-4/6 Uiteenzetting van verzoeker
- In haar verzoekschrift zet verzoekster met betrekking tot de spoedeisendheid uiteen dat de drie bestreden beslissingen betrekking hebben op de aanstelling van een algemeen directeur en het lot van de niet aangestelde functiehouders-secretarissen. Zij ziet in de derde bestreden beslissing een aanstelling als juridisch directeur met toepassing van artikel 589, § 1, van het decreet lokaal bestuur, hoewel de waarborgen op grond van artikel 589 van het decreet lokaal bestuur pas aan de orde zijn nadat gebleken is dat men niet werd aangesteld als algemeen directeur. Een dergelijke aanstelling is op heden evenwel voorbarig en uitgesloten aangezien de aanstellingsprocedure voor de algemeen directeur nog lopende is en verzoekster zich daarin kandidaat heeft gesteld. Naar de overtuiging van verzoekster doet de derde bestreden beslissing ervan blijken dat de verwerende partij haar nog voor het einde van de wervingsprocedure voor een algemeen directeur definitief een passende functie wil toekennen en dat een aanstelling als algemeen directeur dus bij voorbaat uitgesloten wordt. De schorsing van de bestreden beslissingen moet vermijden dat verzoekster definitief wordt aangesteld in de functie van juridisch directeur alvorens de aanwervingprocedure afgerond is. Beoordeling
- Volgens de verwerende partij is de vrees van verzoekster zonder grond: haar huidige situatie, zoals geregeld door de derde bestreden beslissing, is slechts een voorlopige oplossing. Ofwel komt zij in de aanwervingsprocedure van algemeen directeur als laureaat uit de bus; dan “zal zij die positie kunnen bekleden en is de huidige tijdelijke andere functie van voorbijgaande aard”. Ofwel is zij geen laureaat en in dat geval “dient er in consensus gezocht te worden naar een definitieve passende functie”.
- Deze uitleg spoort met de bestreden beslissingen, inzonderheid de derde aangevochten beslissing. Zoals de Raad van State die laatste beslissing in de huidige stand van de rechtspleging begrijpt, komt ze er essentieel op neer X-17.388-5/6 slechts in een voorlopige oplossing te voorzien, die noch een eventuele aanstelling van verzoekster als algemeen directeur wil uitsluiten of uitsluit, noch op beslissende wijze wil vooruitlopen of vooruitloopt op een definitief passende functie die immers van een consensus afhankelijk blijkt te worden gesteld. Uit een en ander volgt dat de in het verzoekschrift aangevoerde spoedeisendheid niet bestaat.
- Aldus blijkt dat alvast één van de cumulatieve grondvoorwaarden voor een schorsing niet is vervuld en dat bijgevolg de voorliggende vordering in haar geheel dient te worden verworpen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negentien februari 2019, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust X-17.388-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.733 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.000 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div