← België

Arrest 243754 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 19/02/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 februari 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.754 Rolnummer: A. 220811/X-16793 Zaak: Arrest 243754 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 19/02/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-03-05 Raadplegingen: 72 - laatst gezien 2026-06-25 06:18 Fiche Arrest nr 243.754 van 19 februari 2019 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) Beslissing : heropening debatten Aanvullend verslag Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 243.754 van 19 februari 2019 in de zaak A. 220.811/X-16.

  1. In zake : Koen DE HAES bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Lieve Dehaese kantoor houdend te 3500 Hasselt Luikersteenweg 187 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Sven Vernaillen kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 27 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  2. Het beroep, ingesteld op 28 november 2016, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse minister van Mobiliteit, Openbare Werken, Vlaamse Rand, Toerisme en Dierenwelzijn van 9 september 2016 dat in het algemeen belang voor de realisatie van de afslagstrook Heidestraat N715-N74 te Houthalen-Helchteren, de onroerende goederen op het grondgebied van de gemeente Houthalen-Helchteren, geel ingekleurd op het plan 1M3D8G G03300300, onmiddellijk in bezit worden genomen, overeenkomstig de bepalingen van de wet van 26 juli 1962 ‘betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte’. X-16.793-1/6 II. Verloop van de rechtspleging
  3. Bij arrest nr. 237.336 van 10 februari 2017 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. Verzoeker heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft een verslag opgesteld. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. Verzoeker heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 8 februari
  4. Staatsraad Stephan De Taeye heeft verslag uitgebracht. Advocaat Gauthier Baudts, die loco advocaat Lieve Dehaese verschijnt voor verzoeker, en advocaat Annelies Geerts, die loco advocaat Sven Vernaillen verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft een advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. X-16.793-2/6 III. Feiten
  6. Wat de uiteenzetting van de feiten betreft, wordt verwezen naar ’s Raads arrest nr. 237.336 van 10 februari
  7. IV. Onderzoek van het eerste middel Uiteenzetting van het middel 4.
  8. Verzoeker roept in een eerste middel de schending in van artikel 1 van de wet van 26 juli 1962 ‘betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte’ (hierna: de wet van 26 juli 1962), van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’, alsook van het zorgvuldigheids-, redelijkheids- en motiveringsbeginsel. Hij voert aan dat “[i]n het bestreden besluit […] niet [is] gemotiveerd waarom de betrokken onteigening hoogdringend is”. 4.
  9. Verzoeker verwijst in zijn memorie van wederantwoord naar het dossier voor de aanleg van de Noord-Zuidverbinding via een omleidingsweg in Houthalen-Helchteren, waardoor de Grote Baan een lokale weg zou worden. Hij stelt dat het algemeen belang en de hoogdringende noodzaak tot de realisatie van de afslagstrook Heidestraat N715-N74 niet afdoende onderzocht en gemotiveerd werd. Bovendien verwijst verzoeker naar het tijdsverloop, waaruit volgens hem evenmin enige hoogdringendheid blijkt. Wat de ongevallencijfers betreft, meent hij dat niet aannemelijk wordt gemaakt dat er veel voorkomende en vaak ernstige ongevallen zouden zijn en dat er een acuut gevaar voor de verkeersveiligheid zou bestaan. X-16.793-3/6 Beoordeling 5.
  10. Luidens artikel 1 van de wet van 26 juli 1962 kan de onteigening slechts geschieden “[w]anneer de Koning vaststelt dat de onmiddellijke inbezitneming van een of meer onroerende goederen ten algemenen nutte onontbeerlijk is”. Hoewel de onteigenende overheid over een ruime discretionaire bevoegdheid beschikt wat betreft de hoogdringendheid van de onteigening, mag de Raad van State als wettigheidsrechter controleren of die hoogdringendheid wel voorhanden is, wat impliceert dat deze voldoende aannemelijk moet zijn gemaakt. 5.
  11. In de formele motieven van het bestreden besluit wordt uiteengezet dat de Grote Baan N715 dagelijks ongeveer “40.000 voertuigen verwerkt”, dat “op deze plaats de weg beperkt is tot een 2x1 rijstroken zonder uitwijkmogelijkheden”, “dat dit tot gevolg heeft dat afslaand verkeer richting Heidestraat vooral op piekmomenten leidt tot opstoppingen” en “dat de oversteekbaarheid voor zowel zwakke weggebruikers als voertuigen hierdoor wordt verhinderd”. Voorts wordt gewezen op “de meest recent beschikbare ongevallencijfers voor de periode van 2014 tot 2016 van de politiezone MidLim”, waaruit blijkt dat “er zich 6 ongevallen voorgedaan [hebben] waarvan 1 dodelijk verkeersongeval in december 2015”. 5.
  12. Verzoeker toont in zijn verzoekschrift niet aan dat de voormelde overwegingen, gestaafd met concrete, recente ongevallencijfers, niet zouden volstaan om de hoogdringendheid te verantwoorden. Hij poneert louter dat de vereiste van de hoogdringendheid niet is aangetoond. 5.
  13. In zijn memorie van wederantwoord voert verzoeker aan dat er “[b]ovendien […] het dossier voor de aanleg van de Noord-Zuidverbinding via een omleidingsweg in Houthalen-Helchteren [is]” en dat “[i]ndien deze omleidingsweg gerealiseerd wordt, […] de Grote Baan een lokale weg [zal] X-16.793-4/6 worden”. Ook voert hij aan dat “[u]it het tijdsverloop […] evenmin enige hoogdringendheid [blijkt]”. Daargelaten de vraag naar de tijdigheid ervan, is hoe dan ook verzoekers voormelde betoog onvoldoende uitgewerkt om te doen aannemen dat de vereiste van de hoogdringendheid bij het nemen van het bestreden besluit niet zou zijn vervuld. 5.
  14. Het betoog in de memorie van wederantwoord dat het “algemeen belang” bij het nemen van het bestreden besluit “niet afdoende [werd] onderzocht en gemotiveerd” is niet alleen laattijdig, maar betreft eens te meer een loutere bewering, net als verzoekers betoog dat “niet aannemelijk [wordt] gemaakt dat er veel voorkomende en vaak ernstige ongevallen zouden zijn [en dat er] een acuut gevaar voor de verkeersveiligheid” zou bestaan. Als zodanig zijn ze ontoereikend om de onwettigheid van het bestreden besluit aan te tonen. 5.
  15. Het middel wordt verworpen.
  16. Het auditoraatsverslag is beperkt tot het onderzoek van het eerste middel. Het is noodzakelijk dat de zaak verder wordt onderzocht en dat daarover verslag wordt uitgebracht. Er is derhalve reden om het debat te heropenen. BESLISSING
  17. De Raad van State heropent het debat.
  18. Het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat wordt belast met het aanvullend onderzoek van de zaak. X-16.793-5/6 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negentien februari 2019, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust X-16.793-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.754 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.336 gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.504 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.