id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 februari 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.759 Rolnummer: A. 225969/XIV-37794 Zaak: Arrest 243759 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 20/02/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-03-07 Raadplegingen: 72 - laatst gezien 2026-06-25 06:27 Fiche Arrest nr 243.759 van 20 februari 2019 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 243.759 van 20 februari 2019 in de zaak A. 225.969/XIV-37.794 In zake: XXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Hajarpi Chatchatrian kantoor houdend te 8000 Brugge Langestraat 46/1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de COMMISSARIS-GENERAAL VOOR DE VLUCHTELINGEN EN DE STAATLOZEN -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het cassatieberoep
- Het cassatieberoep, ingesteld op 20 augustus 2018, strekt tot de cassatie van het arrest nr. 206.802 van 16 juli 2018 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij beschikking nr. 13.015 van 19 september 2018 is het cassatieberoep toelaatbaar verklaard. Verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend die op 24 oktober 2018 aan verzoeker ter kennis werd gebracht. Op respectievelijk 13 december 2018 en 20 december 2018 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van de auditeur, aan de partijen de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 15, § 1, van het koninklijk besluit van XIV-37.794-1/3 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State’. De partijen hebben niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling
- Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijn voor het toesturen van de memorie van wederantwoord niet eerbiedigt. Bij het versturen aan verzoeker van een kopie van de memorie van antwoord, heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van het genoemde artikel 1, tweede lid, van de wetten op de Raad van State en van artikel 15, § 1, van voormeld koninklijk besluit. Verzoeker heeft geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd binnen de termijn van dertig dagen gesteld in artikel 14 van voormeld koninklijk besluit.
- Er dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het cassatieberoep.
- Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro. XIV-37.794-2/3 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twintig februari tweeduizend negentien, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Carlo Adams, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Carlo Adams XIV-37.794-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.759 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.