← België

Arrest 243766 - Milieuvergunningen - 21/02/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 februari 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.766 Rolnummer: A. 222184/VII-39984 Zaak: Arrest 243766 - Milieuvergunningen - 21/02/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-03-07 Raadplegingen: 73 - laatst gezien 2026-06-25 06:35 Fiche Arrest nr 243.766 van 21 februari 2019 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 243.766 van 21 februari 2019 in de zaak A. 222.184/VII-39.

  1. In zake : de NV HELI SERVICE BELGIUM bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Peter Flamey kantoor houdend te 2018 Antwerpen Jan Van Rijswijcklaan 16 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jürgen Vanpraet en Yannick Peeters kantoor houdend te 8820 Torhout Oostendestraat 306 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij : Bruno DRIESKENS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Filip De Preter en Kurt Stas kantoor houdend te 1000 Brussel Keizerslaan 3 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  2. Het beroep, ingesteld op 12 mei 2017, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw van 10 maart 2017 waarbij het beroep ingesteld tegen de beslissing van de burgemeester van de gemeente Sint-Pieters-Leeuw van 21 december 2016, houdende afwijzing van het verzoek om jegens de NV Heli Service Belgium bestuurlijke maatregelen op te leggen, gegrond wordt verklaard en het dossier VII-39.984-1/8 wordt teruggestuurd om het verzoek tot het opleggen van bestuurlijke maatregelen opnieuw te behandelen. II. Verloop van de rechtspleging
  3. Bij arrest nr. 239.244 van 28 september 2017 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. De verzoekende partij heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Eerste auditeur Ronny Vercruyssen heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij en de tussenkomende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 29 november
  4. Staatsraad Patricia De Somere heeft verslag uitgebracht. Advocaat Glenn Declercq, die loco advocaat Peter Flamey verschijnt voor de verzoekende partij, advocaat Bram Van den Berghe, die loco advocaat Jürgen Vanpraet verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Kurt Stas, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. VII-39.984-2/8 Eerste auditeur Ronny Vercruyssen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Feiten 3.
  6. De verzoekende partij exploiteert een helihaven aan de Pepingsesteenweg te Sint-Pieters-Leeuw. Bij besluit van 19 november 2015 heeft de deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant, mits naleving van een aantal bijzondere voorwaarden, vergunning verleend voor het verder exploiteren van de inrichting, geldig tot 7 mei
  7. 3.
  8. Op 2 november 2016 richt de tussenkomende partij aan de afdeling Milieu-inspectie een verzoek om aan de verzoekende partij bestuurlijke maatregelen op te leggen. De tussenkomende partij is van mening dat de milieuvergunning voor de helihaven van 19 november 2015 geschorst is wegens het ontbreken van de vereiste stedenbouwkundige vergunning, ten gevolge waarvan de exploitatie van de helihaven “onwettig plaatsvindt”. De afdeling Milieu-inspectie stuurt het verzoek door naar de gemeentelijke toezichthouder. 3.
  9. De burgemeester van de gemeente Sint-Pieters-Leeuw beslist op 21 december 2016 om het verzoek niet in te willigen. 3.
  10. Tegen voormelde beslissing stelt de tussenkomende partij op 6 januari 2017 beroep in bij de bevoegde Vlaamse minister. VII-39.984-3/8 3.
  11. Met het thans bestreden besluit van 10 maart 2017 verklaart de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw het bestuurlijk beroep gegrond. Overeenkomstig artikel 67 van het besluit van de Vlaamse regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid wordt het dossier teruggestuurd naar de in eerste aanleg bevoegde instantie teneinde het verzoek tot het opleggen van bestuurlijke maatregelen opnieuw te behandelen. IV. Ontvankelijkheid van het beroep Exceptie wat betreft het geoorloofd belang Standpunt van de partijen
  12. In haar memorie van antwoord werpt de verwerende partij op, enerzijds dat de bestreden beslissing geen definitieve administratieve rechtshandeling betreft, en anderzijds dat de bestreden beslissing de verzoekende partij niet rechtstreeks en zeker benadeelt. In ieder geval is, volgens de verwerende partij, de beslissing van de burgemeester van de gemeente Sint-Pieters-Leeuw van 19 juni 2017 om geen bestuurlijke maatregelen te nemen, in de plaats gekomen van de bestreden beslissing.
  13. De tussenkomende partij betoogt in haar memorie dat de verzoekende partij geen wettig belang heeft bij de nietigverklaring van de thans bestreden beslissing aangezien het vaststaat dat haar milieuvergunning hetzij is geschorst, hetzij is vervallen, op grond van artikel 5, § 2, van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning. Zij betoogt dat voor de vergunningsplichtige verhardingen, noodzakelijk voor de exploitatie van de helihaven, geen stedenbouwkundige vergunning werd verleend, zodat de milieuvergunning van 19 november 2015 voor de uitbating van een helihaven is geschorst, en voor de loods de stedenbouwkundige vergunning tot regularisatie VII-39.984-4/8 werd geweigerd, zodat de milieuvergunning van 7 mei 1998 voor de uitbating van de werkplaats voor onderhoud en opslag van helikopters, is vervallen.
  14. De verzoekende partij repliceert op deze excepties in haar memorie van wederantwoord dat de bestreden beslissing de koers heeft bepaald met betrekking tot het verdere verloop van de procedure inzake het opleggen van een bestuurlijke maatregel. Zij betoogt dat de bestreden beslissing haar benadeelt en een rechtshandeling betreft vatbaar voor vernietiging.
  15. In haar laatste memorie repliceert de verzoekende partij op de in het auditoraatsverslag opgeworpen exceptie als zou zij niet langer over een geoorloofd belang beschikken (onder meer) omdat zij sedert 8 mei 2018 niet langer over een vergunning voor de betrokken inrichting beschikt, dat daarbij geen rekening wordt gehouden met het feit dat zij een bestuurlijk beroep bij de deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant heeft ingediend tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Sint-Pieters-Leeuw van 2 juli 2018 tot weigering van een omgevingsvergunning. Het komt de deputatie toe de aanvraag op zijn legaliteit en opportuniteit te beoordelen op grond van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning (hierna: omgevingsvergunningsdecreet). Volgens de verzoekende partij is het bijgevolg voorbarig een uitspraak te doen over de vergunningsstatus van het bedrijf. Zij benadrukt dat de Raad van State de eerder verleende milieuvergunning van 19 november 2015 (voor het exploiteren van de helihaven) enkel heeft vernietigd op grond van de door het bestuur verrichte beoordeling inzake de planologische verenigbaarheid met het gewestplan, maar de toepassing van de afwijkingsregeling niet heeft uitgesloten; dat de deputatie in zijn beslissing van 12 juli 2018 in het kader van de heroverweging na dit vernietigingsarrest niet tot de beoordeling van de uitdrukkelijk ingeroepen afwijkingsregeling is kunnen komen omwille van het zonder voorwerp verklaren van het beroep van de tussenkomende partij, en nog geen definitieve rechtsgevolgen kunnen worden verbonden aan deze “zonder voorwerp verklaring” gelet op een mogelijk -en intussen ingediend- annulatieberoep hiertegen; dat voornoemde afwijkingsmogelijkheid ook thans VII-39.984-5/8 uitdrukkelijk werd ingeroepen in het bestuurlijk beroep in het kader van het omgevingsvergunningsdecreet. De situatie is volgens de verzoekende partij bijgevolg anders dan in de aangehaalde rechtspraak van de Raad van State waarbij het belang aan een verzoekende partij wordt ontzegd wanneer definitief -dit is na een definitieve uitspraak van de Raad van State nopens de wettigheid van de weigering van de vergunningsaanvraag- komt vast te staan dat zij niet over een milieuvergunning beschikt. Beoordeling
  16. Het staat vast dat de milieuvergunning die de deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant op 19 november 2015 aan de verzoekende partij heeft verleend voor „het verder exploiteren van een helihaven‟, slechts geldig was tot 7 mei 2018 (datum waarop de vergunning voor de herstellingswerkplaats vervalt). Het annulatieberoep tegen de beslissing van de deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant van 12 juli 2018 in het kader van de heroverweging na het arrest van de Raad van State nr. 241.145 van 29 maart 2018 waarbij het besluit van de deputatie van 19 november 2015 houdende de milieuvergunning aan de verzoekende partij voor het verder exploiteren van een helihaven werd vernietigd, kan aan die verlopen geldigheidsduur niets veranderen. De verzoekende partij beschikt bijgevolg sedert 8 mei 2018 definitief niet meer over een milieuvergunning voor de exploitatie van bedoelde inrichting waarop de bestuurlijke maatregel betrekking heeft. Een eventuele vernietiging van die bestuurlijke maatregel zou het op onwettige wijze uitbaten van de betreffende inrichting bestendigen, zodat de verzoekende partij bijgevolg niet het wettig vereiste belang bij haar vordering heeft. VII-39.984-6/8 De omstandigheid dat de verzoekende partij een bestuurlijk beroep bij de deputatie heeft ingediend tegen de weigeringsbeslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Sint-Pieters-Leeuw van 2 juli 2018 om een omgevingsvergunning te verlenen, kan hier evenmin afbreuk aan doen, aangezien dit mogelijks beschikken over een omgevingsvergunning enkel kan gelden voor de toekomst.
  17. Het beroep is niet-ontvankelijk. BESLISSING
  18. De Raad van State verwerpt het beroep.
  19. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 840 euro verschuldigd aan de verwerende partij. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. VII-39.984-7/8 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van eenentwintig februari tweeduizend negentien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Patricia De Somere, staatsraad, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Eric Brewaeys VII-39.984-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.766 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.244 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.