id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 februari 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.771 Rolnummer: A. 227300/XII-8689 Zaak: Arrest 243771 - Overheidsopdrachten - 21/02/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-02-21 Raadplegingen: 77 - laatst gezien 2026-06-25 06:30 Fiche Arrest nr 243.771 van 21 februari 2019 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Bevolen Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 243.771 van 21 februari 2019 in de zaak A. 227.300/XII-8689 In zake: de NV CASINO KURSAAL OOSTENDE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Carlos De Wolf kantoor houdend te 9680 Maarkedal Etikhovestraat 6 bij wie woonplaats wordt gekozen eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Charlotte De Wolf tegen: de STAD OOSTENDE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Bronders kantoor houdend te 8400 Oostende Archimedesstraat 7 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de NV INFINITY GAMING KNOKKE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bettina Poelemans kantoor houdend te 9051 Sint-Denijs-Westrem Kortrijksesteenweg 1144G bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 28 januari 2019, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 3 december 2018 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Oostende om de concessie voor de exclusieve uitbating van een XII-8689-1/14 kansspelinrichting klasse I of casino in het Kursaalgebouw te Oostende te gunnen aan de nv Infiniti Gaming Knokke. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. Met een verzoekschrift van 7 februari 2019 heeft de nv Infinity Gaming Knokke gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 14 februari 2019, om 10.00 uur. Kamervoorzitter Dierk Verbiest heeft verslag uitgebracht. Advocaten Carlos De Wolf en Charlotte De Wolf, die verschijnen voor de verzoekende partij, advocaat Bart Bronders, die verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Bettina Poelemans, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Auditeur Thomas Maes heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De gemeenteraad van de stad Oostende beslist op 28 mei 2018 om een onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking te voeren voor het plaatsen van een concessie voor diensten voor de exclusieve uitbating van een kansspelinrichting klasse I of casino op het grondgebied van de stad Oostende. XII-8689-2/14 De concessieaankondiging wordt bekendgemaakt in het Bulletin der Aanbestedingen van 4 juni
- 3.
- De offertes worden geopend op 17 juli
- De volgende inschrijvers blijken een offerte te hebben ingediend: - de nv Casino Kursaal Oostende (verzoekende partij), en - de nv Infiniti Gaming Knokke (gekozen inschrijver en tussenkomende partij). 3.
- Er worden met beide inschrijvers onderhandelingen gevoerd. Vervolgens worden zij met brieven van 15 november 2018 uitgenodigd om een BAFO in te dienen, ten laatste op 26 november 2018 om 12.00 uur. 3.
- Met een schrijven van 23 november 2018 aan de verwerende partij deelt de nv Casino Kursaal Oostende mee dat zij vernomen heeft van “de heren Koen De Wispelaere en Antoon Dierick van de groep DRGT” dat de groep DRGT deelneemt aan de huidige procedure en dat deze onderneming “als leverancier van informatica diensten aan het casino Oostende […] op permanente basis [beschikt] over een toegang tot al [haar] systemen en data, alsook tot [haar] communicatieverkeer en aldus beschikt over alle operationele informatie van [haar] onderneming. Dit geeft hun een uiterst belangrijke „insight‟ in de volledige werking van het casino”. Gezien dat feit maakt de nv Casino Kursaal Oostende “het meest strikte voorbehoud”. 3.
- Op 26 november 2018 worden de BAFO‟s geopend. Beide inschrijvers hebben een BAFO ingediend: - de nv Casino Kursaal Oostende biedt een eenmalige bijdrage van 5.600.000 euro en een vast jaarlijks concessiegeld van 580.000 euro; - de nv Infiniti Gaming Knokke biedt een eenmalige bijdrage van 6.750.000 euro en een vast jaarlijks concessiegeld van 675.000 euro. De laatstgenoemde inschrijver blijkt daarbij “rechtsgeldig vertegenwoordigd door haar bestuurders dhr. Jurgen De Muynck en dhr. Koen De Wispelaere”. XII-8689-3/14 3.
- Op 28 november 2018 wordt een selectie-en gunningsverslag opgesteld. Beide offertes worden regelmatig verklaard. Geen van beide inschrij- vers bevindt zich in een toestand van uitsluiting. Wat de kwalitatieve selectie betreft, wordt de nv Casino Kursaal Oostende zonder noemenswaardige opmerkingen geselecteerd evenals de gekozen inschrijver, weliswaar na een uitvoerig onderzoek. Wat het schrijven van 23 november 2018 van de nv Casino Kursaal Oostende betreft, wordt opgemerkt dat “[d]e loutere bewering van een inschrijver dat een andere inschrijver of een met hem verbonden onderneming permanente toegang heeft tot haar informaticasystemen en data, alsook tot haar communicatieverkeer, […] de aanbestedende overheid niet toe[laat] een inschrij- ver om die reden uit de procedure te weren”. Vervolgens worden de BAFO‟s getoetst aan het prijscriterium. De nv Casino Kursaal Oostende behaalt een eindscore van 84,4 punten, de nv Infiniti Gaming Knokke 100 punten. Er wordt dan ook voorgesteld om de concessie te gunnen aan de nv Infiniti Gaming Knokke. 3.
- Met een beslissing van 3 december 2018 onderschrijft het college van burgemeester en schepenen het gunningsverslag, dat tot deel van de beslissing wordt verklaard, en gunt het de concessie aan de nv Infiniti Gaming Knokke. Dit is de thans bestreden beslissing. 3.
- Met een aangetekend schrijven van 7 december 2018 protesteert de nv Casino Kursaal Oostende opnieuw bij de verwerende partij inzake de rol van “de DRGT-groep”, als leverancier van kansspelproducten met een E-licentie, in de plaatsingsprocedure aan de zijde van de nv Infiniti Gaming Knokke, die “deel uit[maakt] van de DRGT-groep”. Zij heeft door een gerechtsdeurwaarder laten vaststellen dat personen verbonden aan “de DRGT-groep” en de nv Infiniti Gaming Knokke toegang hebben tot haar informaticasystemen. Zij vraagt om de offerte van de nv Infiniti Gaming Knokke als ongeldig te verwerpen. XII-8689-4/14 Op 13 december 2018 volgt nog een schrijven van de raadsman van de nv Casino Kursaal Oostende, met daarbij een proces-verbaal van vast- stelling door een gerechtsdeurwaarder, met einddatum 30 november 2018, en diverse vaststellingen inzake toegang tot het informaticasysteem van de nv Casino Kursaal Oostende. 3.
- Met een schrijven van 11 januari 2019, aangetekend verzonden op 14 januari 2019, geeft de verwerende partij kennis aan de nv Casino Kursaal Oostende van de gunningsbeslissing. IV. Tussenkomst
- De nv Infinity Gaming Knokke blijkt voordeel te halen uit de bestreden beslissing en heeft er belang bij dat de vordering wordt afgewezen. Bijgevolg moet haar verzoek tot tussenkomst worden ingewilligd. V. Ontvankelijkheid van de vordering
- De tussenkomende partij werpt een exceptie inzake gebrek aan belang in hoofde van de verzoekende partij op. Volgens de tussenkomende partij dient de offerte van de verzoekende partij als substantieel onregelmatig en nietig te worden beschouwd, zodat zij nooit aanspraak kan maken op de gunning van de concessie en dus het vereiste belang ontbeert. Zij betoogt aldus onder meer: “
- Uit het PV van opening der offertes van 17 juli 2018 […] blijkt dat de verzoekende partij geen ondertekend document van voorlopig bewijs[…] bij haar offerte heeft ingediend.”
- Er moet worden opgemerkt dat, zelfs indien de exceptie ernstig zou zijn, deze enkel tot de vaststelling zou kunnen leiden dat de verzoekende partij een inschrijver is met een onregelmatige offerte. Een dergelijke inschrijver heeft evenwel nog steeds belang bij een vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van een gunningsbeslissing in zoverre uit de middelen blijkt dat de concessie aan geen enkele inschrijver rechtsgeldig mocht worden gegund. Te dezen blijken de XII-8689-5/14 middelen van de verzoekende partij tot die vaststelling te kunnen leiden, nu deze ertoe strekken te doen vaststellen dat de tussenkomende partij, de enige andere inschrijver, niet had mogen worden geselecteerd, dan wel had moeten worden uitgesloten uit de plaatsingsprocedure.
- De exceptie mist aldus in elk geval de vereiste mate van ernst opdat zij in de huidige stand van het geding zou kunnen worden aanvaard. De exceptie wordt verworpen. VI. Schorsingsvoorwaarden 8.
- Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing. 8.
- Te dezen is evenwel ook de wet van 17 juni 2013 „betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies‟ van toepassing. Krachtens artikel 15, eerste lid, van die wet kan de uitvoering worden geschorst van de thans bestreden beslissing in aanwezigheid van een ernstig middel of een klaarblijkelijke onwettigheid. Overeenkomstig artikel 15, tweede lid, echter wordt de vordering tot schorsing voor de Raad van State uitsluitend ingesteld volgens een procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid. Er dient te dezen dan ook enkel nog te worden onderzocht of minstens één ernstig middel wordt aangevoerd, dan wel een klaarblijkelijke XII-8689-6/14 onwettigheid aanwezig is, die de nietigverklaring van de bestreden beslissing kunnen verantwoorden. VII. Onderzoek van het derde middel Standpunt van de partijen
- De verzoekende partij voert in het verzoekschrift in het derde middel de schending aan van artikel 25, § 2, juncto artikel 52, 4º, van de wet van 17 juni 2016 „betreffende de concessieovereenkomsten‟ (hierna: wet concessies), van het gelijkheidsbeginsel, het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel en van de materiëlemotiveringsplicht, “Doordat DRGT Online nv een vennootschap is die titularis is van een E vergunning omvattende activiteiten die betrekking hebben op het leveren van materialen en diensten aan exploitanten van kansspelen, zoals Verzoekende Partij; Doordat Verzoekende Partij met DR Gaming Technology Europe nv, met als rechtsopvolger DRGT Online een overeenkomst heeft afgesloten voor het leveren van informaticadiensten, zodat DRGT Online, m.n. haar medewerkers, een onbeperkte en volledige toegang heeft tot het informaticasysteem van Verzoekende Partij; Doordat uit een proces-verbaal van vaststelling d.d. 30 november 2018 blijkt dat de heer Jurgen De Munck en de [h]eer Koen De Wispelaere, beiden bestuurders van [tussenkomende partij], via de dienstverlening van DRGT Online aan Verzoekende Partij, toegang hadden én hebben uitgeoefend op het informaticasysteem van Verzoekende Partij en dit toen de plaatsingsprocedure voor de Concessie lopende was; Doordat artikel 52, § 4 van de Wet van 17 juni 2016 bepaalt dat een aanbestedende overheid in elk stadium van de plaatsingsprocedure een inschrijver of kan[di]daat kan uitsluiten wanneer deze aanbestedende overheid over voldoende plausibele aanwijzingen beschikt om te besluiten dat deze inschrijver of kandidaat handelingen zou hebben gesteld die de mededinging vertekenen in de zin van artikel 25 van de W[e]t van 17 juni 2016 Concessies; Doordat in het Gunningsverslag Verwerende Partij overweegt dat de „loutere bewering‟ van een inschrijver dat een andere inschrijver of een met hem verbonden onderneming permanent toegang had tot haar informatica- systeem en data alsook communicatieverkeer, geen reden vormt om een inschrijver uit de procedure te weren; Terwijl er geen sprake is van een „loutere bewering‟, maar van door Verzoekende Partij bijgebrachte stukken, m.n. een proces-verbaal van vaststelling opgesteld door een gerechtsdeurwaarder, met de onbetwistbare XII-8689-7/14 feitelijke vaststelling dat tijdens de plaatsingsprocedure betreffende de Concessie, de twee bestuurders van [tussenkomende partij] hebben ingelogd op het informaticasysteem van Verzoekende Partij en dit in uitvoering van de door DRGT Online nv met Verzoekende Partij afgesloten overeenkomst; Terwijl een dergelijke handeling valt onder artikel 25, § 2 juncto artikel 52, 4º van de Wet van 17 juni 2016 Concessies, een schending vormt van het gelijkheidsbeginsel, minstens het vertrouwensbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel schendt; bovendien vormen de aangehaalde feiten meer dan een „loutere bewering‟, zodat ook het beginsel van de materiële motivering geschonden is.” In haar toelichting bij het middel wijst de verzoekende partij er op dat er tussen haar en de nv DRGT Online een overeenkomst bestaat waarbij de nv DRGT Online informaticadiensten levert aan de verzoekende partij. Uit het proces-verbaal van vaststelling van 30 november 2018 blijkt dat Jurgen De Munck en Koen De Wispelaere – ook bestuurders van de gekozen inschrijver – toegang hadden tot de informaticasystemen van de verzoekende partij tijdens de plaatsings- procedure. Deze personen waren ooit bestuurders bij nv DRGT Gaming Technology Europe, waarvan de nv DRGT online bepaalde verbintenissen heeft overgenomen. Voorafgaand aan de kennisgeving van de bestreden beslissing werd door de verzoekende partij aan de verwerende partij ter kennis gebracht dat er ernstige aanwijzingen waren dat twee bestuurders van de gekozen inschrijver toegang hadden tot het informaticasysteem van de verzoekende partij. Het ging daarbij niet om loutere beweringen maar om aangetoonde feiten. De verzoekende partij verwijst naar een brief van haar raadsman van 13 december
- De verwerende partij heeft dit alles zonder meer naast zich neergelegd. Uit hoofde van het zorgvuldigheidsbeginsel was volgens de verzoekende partij de verwerende partij er minstens toe gehouden om na ontvangst van de betrokken stavende stukken en gelet op de zwaarwichtigheid van de aangevoerde feiten die zonder meer een wezenlijke invloed hebben op het wettig verloop van de plaatsings- procedure, dit te onderzoeken en hieromtrent een onderbouwd en gemotiveerd standpunt in te nemen vooraleer de bestreden beslissing mee te delen. XII-8689-8/14
- In haar nota doet de verwerende partij gelden dat op datum van de bestreden beslissing het proces-verbaal van vaststelling van 30 november 2018 van de gerechtsdeurwaarder haar nog niet bekend was. Volgens de verwerende partij is het op grond van de gegevens vermeld in het proces-verbaal van vaststelling onmogelijk om aan te nemen dat zij over voldoende plausibele aanwijzingen zou hebben beschikt om te besluiten dat de betrokken kandidaat handelingen zou hebben gesteld, overeenkomsten zou hebben gesloten of afspraken zou hebben gemaakt teneinde de mededinging te vertekenen in de zin van artikel 25 van de wet concessies. De mogelijkheid tot toegang tot het informaticasysteem door de informaticaleverancier is in dit opzicht niet ongebruikelijk en wijst de facto niet op een frauduleuze interventie van de gekozen inschrijver, zo doet de verwerende partij gelden. De “aanklacht” van de verzoekende partij was niet voldoende aannemelijk en plausibel om de offerte van de gekozen inschrijver te weren uit de procedure.
- De tussenkomende partij betoogt dat er in het voormelde proces-verbaal geen sprake is van Jurgen De Munck en deze ook niet heeft ingelogd op de betrokken server. Wat dan Koen De Wispelaere betreft, deze is bestuurder van de nv Grand Casino de Dinant dat de server deelt met de nv Casino van Oostende. Uit het feit dat de voornoemde inderdaad regelmatig inlogt op de gedeelde server volgt niet dat hij ook toegang zou hebben gehad of genomen tot gegevens die de eerlijk mededinging in het gedrang zou kunnen brengen; Beoordeling
- Artikel 25, § 2, van de wet concessies bepaalt: “§
- Ondernemers stellen geen handelingen, sluiten geen overeenkomsten of maken geen afspraken die de normale mededingingsvoorwaarden kunnen vertekenen. Offertes of aanvragen tot deelneming die met een dergelijke handeling, overeenkomst of afspraak zijn ingediend, mogen worden geweerd overeenkomstig de bepalingen van artikel
- […].” XII-8689-9/14 Overeenkomstig artikel 52, eerste lid, 4º, van de wet concessies, kan de aanbestedende overheid, in elk stadium van de plaatsingsprocedure, een kandidaat of inschrijver uitsluiten wanneer zij over voldoende plausibele aanwijzingen beschikt om te besluiten dat de kandidaat of inschrijver handelingen zou hebben gesteld, overeenkomsten zou hebben gesloten of afspraken zou hebben gemaakt teneinde de mededinging te vertekenen in de zin van artikel
- Het proces-verbaal van vaststelling, op 30 november 2018 afgerond, bevat diverse vaststellingen van een gerechtsdeurwaarder inzake de informaticasystemen van de verzoekende partij en de toegang tot die systemen. Uit het voormelde proces-verbaal en het daarin opgenomen logbestand van de server van de verzoekende partij, blijkt onder meer dat Koen De Wispelaere, bestuurder van de gekozen inschrijver, op 12 november 2018 om 9u36, dat is enkele dagen vóór de deadline voor het indienen van de BAFO‟s, namelijk 26 november 2019, toegang heeft gehad tot het netwerk van het casino van Oostende. Deze vaststelling wordt ondubbelzinnig op bladzijde 13 van het proces-verbaal vermeld. Reeds op het eerste gezicht is dit een problematische vaststelling wat het correct verloop van de plaatsingsprocedure op het vlak van de eerlijke mededinging betreft. In hoofde van een normaal zorgvuldige aanbestedende overheid lijkt de mededeling van een dergelijk feit minstens vragen te moeten doen rijzen, die haar dienen te leiden tot een nader onderzoek van dat feit. Het proces-verbaal van vaststelling werd door de raadsman van de verzoekende partij aan de verwerende partij bezorgd met een brief van 13 december
- Dat is aldus nà het nemen van de gunningsbeslissing op 3 december
- De verzoekende partij lijkt alvast niet te kunnen worden verweten onvoldoende snel te hebben gehandeld. Vanuit haar standpunt beschouwd, heeft zij immers gepoogd de betrokken informatie nog vóór het nemen van de gunningsbeslissing aan de aanbestedende overheid te bezorgen. De verzoekende partij had trouwens met haar brief van 23 november 2018 reeds gewezen op de betrokken problematiek. De verwerende partij heeft echter in het gunningsverslag geen wezenlijke aandacht gegeven aan deze waarschuwende informatie en zich vergenoegd met deze als “loutere bewering” aan te merken. XII-8689-10/14 Alleszins lijkt de verwerende partij vervolgens na ontvangst van het voormelde proces-verbaal nog bijna een maand de tijd te hebben gehad, namelijk tot aan de kennisgeving van de gunningsbeslissing bij brief van 11 januari 2019, om zich over de vaststellingen van de gerechtsdeurwaarder te beraden, deze eventueel te onderzoeken, daarover een standpunt in te nemen en in voorkomend geval de gunningsbeslissing gelet op die nieuwe gegevens opnieuw te overwegen. Zij blijkt dat echter niet te hebben gedaan. Ook na kennis te hebben gekregen van het proces-verbaal van vaststelling, blijkt zij zonder meer te hebben volhard in de korte opmerking in het gunningsverslag dat het gaat om een “loutere bewering van een inschrijver”. Die vaststelling in het gunningsverslag lijkt echter te worden tegengesproken door de inhoud van het voormelde proces-verbaal. Daarin wordt het standpunt van de verzoekende partij ondersteund, dat een bestuurder van de concurrerende en uiteindelijk ook gekozen inschrijver toegang had tot haar computersystemen vóór het indienen van de BAFO‟s.
- Ook in de nota gaat de verwerende partij op geen enkele wijze in op de vaststelling van de gerechtsdeurwaarder dat Koen Dewispelaere op 12 november 2018 om 9u36, enkele dagen voorafgaand aan de deadline voor het indienen van de BAFO‟s, zich toegang heeft verschaft tot het netwerk van de verzoekende partij. Dit feit lijkt prima facie reeds op zich een voldoende plausibele aanwijzing te kunnen vormen dat de gekozen inschrijver handelingen heeft gesteld die de normale mededingingsvoorwaarden kunnen vertekenen in de zin van artikel 25 van de wet concessies. In tegenstelling tot hetgeen de verwerende partij betoogt in de nota blijkt uit het proces-verbaal van vaststelling niet dat het om een loutere “mogelijkheid tot toegang” gaat door een informaticadienstverlener. Integendeel lijkt uit het proces-verbaal te kunnen worden afgeleid dat het een bestuurder is van de gekozen inschrijver die in persoon heeft ingelogd op het netwerk van een andere inschrijver en zulks in de dagen voorafgaand aan het indienen van de BAFO‟s. De verwerende partij kan dus niet worden bijgevallen in zoverre zij in de nota doet gelden dat de klacht van de verzoekende partij niet voldoende aannemelijk is en het XII-8689-11/14 op grond van de gegevens van het proces-verbaal “onmogelijk aan te nemen [is] dat de verwerende partij over voldoende plausibele aanwijzingen zou hebben beschikt” in verband met een vertekening van de mededinging.
- Het verweer van de tussenkomende partij, namelijk dat het casino van Oostende en het casino van Dinant bepaalde servers waarop informaticasystemen draaien nog steeds delen en dat Koen De Wispelaere enkel zou hebben ingelogd om gebruik te maken van het informaticasysteem en de boekhouding van het casino van Dinant, lijkt in tegenstrijd met de voornoemde vaststelling in het proces-verbaal, die letterlijk als volgt luidt: “In dit logbestand is de oudste login op het netwerk van het casino Oostende van de heer Dewispelaere terug te brengen naar 12/11/2018 om 09.36 uur.” Anders dan de tussenkomende partij doet gelden in haar verzoekschrift tot tussenkomst, lijkt voorts de toepassing van de regeling waarin artikel 25 en artikel 52 van de wet concessies voorzien geen sluitend bewijs te vereisen van de verzoekende partij dat de inhoud van haar BAFO in opmaak werd geraadpleegd. Integendeel lijkt het te volstaan dat de aanbestedende overheid over “voldoende plausibele aanwijzingen” beschikt dat een inschrijver handelingen zou hebben gesteld die de normale mededingingsvoorwaarden kunnen vertekenen. Het hebben van toegang tot het computernetwerk van een andere inschrijver lijkt reeds op het eerste gezicht op zich een mededingingsverstorend voordeel te kunnen vormen, nu die toegang het immers mogelijk maakt om een inside blik te krijgen ook op de vertrouwelijke commerciële gegevens van een rechtstreekse concurrent, te dezen bovendien de zittende exploitant van het betrokken casino. Vereisen dat er ook wordt aangetoond dat er concreet inzage is genomen van de offerte in voorbereiding van de concurrent lijkt het doel van de betrokken regeling voorbij te schieten.
- Voor het overige kan hier worden opgemerkt dat het niet aan de Raad van State toekomt om in de plaats van de aanbestedende overheid de volledige feitelijke toedracht van de zaak te onderzoeken. Het zal aan de verwe- rende partij toekomen om de vaststellingen van de gerechtsdeurwaarder nader te XII-8689-12/14 onderzoeken en te betrekken in haar besluitvorming en om uit te maken wat de gevolgen daarvan zijn ten aanzien van het verloop van de plaatsingsprocedure en om te beslissen of de nv Infiniti Gaming Knokke al dan niet dient te worden uitgesloten met toepassing van artikel 52, eerste lid, 4º, van de wet concessies.
- Door te volharden in de stelling dat de verzoekende partij enkel een “loutere bewering” voorlegt, lijkt de verwerende partij de materiëlemotiveringsplicht te hebben miskend. Door de vaststellingen van de gerechtsdeurwaarder niet nader te onderzoeken heeft zij ook prima facie het zorgvuldigheidsbeginsel geschonden alsook de artikelen 25, § 2, en 52, eerste lid, 4º, van de wet concessies. VIII. Besluit en kosten
- Het derde middel is ernstig gebleken. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid dient dan ook te worden ingewilligd. Het is passend, gelet op de hierna ingewilligde vordering tot schorsing en het daaropvolgende nog noodzakelijke procedureverloop, de kosten, de gevorderde rechtsplegingsvergoeding inbegrepen, in beraad te houden. BESLISSING
- Het verzoek van de nv Infinity Gaming Knokke tot tussenkomst wordt ingewilligd.
- De Raad van State beveelt de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van 3 december 2018 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Oostende om de concessie voor de exclusieve uitbating van een kansspelinrichting klasse I of casino in het Kursaalgebouw te Oostende te gunnen aan de nv Infiniti Gaming Knokke. XII-8689-13/14 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 21 februari 2019, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Dierk Verbiest, kamervoorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Dierk Verbiest XII-8689-14/14 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.771 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.990 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.