← België

Arrest 243775 - Penitentiair recht - 21/02/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 februari 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.775 Rolnummer: A. 219621/XIV-37110 Zaak: Arrest 243775 - Penitentiair recht - 21/02/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-03-07 Raadplegingen: 73 - laatst gezien 2026-06-25 06:31 Fiche Arrest nr 243.775 van 21 februari 2019 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 243.775 van 21 februari 2019 in de zaak A. 219.621/XIV-37.110 In zake: Frédien MAES woonplaats kiezend te 2000 Antwerpen Waalse Kaai 22 tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie kantoor houdend te 1000 Brussel Willebroekkaai 33 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 16 juni 2016, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de gevangenisdirecteur te Leuven van 14 mei 2016 “waarbij als tuchtsanctie, de afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte gedurende drie dagen (vanaf 16/05 tot en met 18/05/2016) werd opgelegd” en “van de puntenregeling die kan leiden tot de plaatsing van de verzoeker in een tussenregime gedurende drie maanden, alsmede het bericht van toekenning van 3 strafpunten voor tussenregime (verkeerdelijk gedagtekend op 16/06/2016, en feitelijk juist te lezen als 16/05/2016).” II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Inge Vos heeft een verslag opgesteld. XIV-37.110-1/3 Dat verslag werd aan verzoeker ter kennis gebracht op 11 september
  3. Op 17 oktober 2018 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan verzoeker de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Verzoeker heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Beoordeling
  5. In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. Verzoeker heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend.
  6. Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. XIV-37.110-2/3 BESLISSING
  7. De Raad van State stelt de afstand van het geding vast.
  8. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigver- klaring, begroot op en rolrecht van 200 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van eenentwintig februari tweeduizend negentien, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Geert Debersaques XIV-37.110-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.775 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.