id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 februari 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.814 Rolnummer: A. 226880/X-17387 Zaak: Arrest 243814 - Verkiezingen, onverenigbaarheden en vervallenverklaringen - 26/02/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-03-01 Raadplegingen: 70 - laatst gezien 2026-06-25 06:53 Fiche Arrest nr 243.814 van 26 februari 2019 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Verkiezingen, onverenigbaarheden en vervallenverklaringen Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 243.814 van 26 februari 2019 in de zaak A. 226.880/X-17.387 GEMEENTERAADSVERKIEZING VAN 14 OKTOBER 2018 TE DE PANNE In zake: Raymond OPSTAELE woonplaats kiezend te 8660 De Panne Thiriarweg 5/2 belanghebbende partijen :
- Jessica VERVAQUE
- Cindy VERBRUGGE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Daphné Dumery kantoor houdend te 8370 Blankenberge Maurice Devriendtlaan 2/B bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Met een verzoekschrift, ingediend op 5 december 2018, stelt Raymond Opstaele beroep in tegen het arrest van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen van 23 november 2018 waarbij zijn bezwaar tegen de gemeenteraadsverkiezing van 14 oktober 2018 te De Panne onontvankelijk wordt verklaard. II. Verloop van de rechtspleging
- De Raad voor Verkiezingsbetwistingen heeft het administratief dossier ingediend. X-17.387-1/14 De belanghebbende partijen hebben een memorie van antwoord ingediend. Eerste auditeur Jurgen Neuts heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 15 februari
- Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Raymond Opstaele, die verschijnt in persoon, is gehoord. Eerste auditeur Jurgen Neuts heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Er nemen aan de gemeenteraadsverkiezing van 14 oktober 2018 te De Panne zes lijsten deel: lijst nr. 2 N-VA, lijst nr. 5 Vlaams Belang, lijst nr. 7 Het Plan - B, lijst nr. 8 Actie, lijst nr. 9 Lijst Burgemeester, en lijst nr. 10 Gemeend Verzet DeP-A. Verzoeker is lijsttrekker van lijst nr.
- Zijn lijst behaalt geen enkele zetel. Hij dient op 17 oktober 2018 bij de Raad voor Verkiezingsbetwistingen bezwaar in tegen de gemeenteraadsverkiezing “gezien dat NVA volgens [hem] niet mocht deelnemen wegens het laattijdig indienen van X-17.387-2/14 een nieuwe voordrachtsakte of voor het verbeteren van een niet afgewezen voordrachtsakte”. Op 14 november 2018 dient hij een bijkomend bezwaar in met betrekking tot “de mogelijke beïnvloeding van kiezers”, gestaafd door een 12 november 2018 gedateerde “verklaring met betrekking tot wantrouwige praktijken tijdens de gemeenteraadsverkiezingen Stembureau 5 – De Panne”. In zijn arrest van 23 november 2018 verklaart de Raad voor Verkiezingsbetwistingen het bezwaar van verzoeker onontvankelijk. Hij overweegt daarbij wat volgt: “IV. Ontvankelijkheid van het bezwaar In uitvoering van artikel 17 van het [decreet van 4 april 2014 ‘betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges’ (hierna: het decreet van 4 april 2014)] heeft [de] Vlaamse regering de vormvereisten en de toelaatbaarheid van de verzoekschriften (bezwaren) bepaald. De [voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau De Panne] deelt mee dat er geen administratief dossier was met betrekking tot [de] verkiezingen, waardoor hij zich in de materiële [onmogelijkheid] zag om te antwoorden op de argumenten. Het verzoekschrift bevat geen inventaris, noch overtuigingsstukken als bijlage, noch een verklaring van de verzoeker dat hij niet in het bezit is van een afschrift van de bestreden beslissing. Op de enveloppe waarmee verzoekende partij [haar] bezwaar heeft ingediend, staat een correspondentieadres ingevuld; het is gedeeltelijk overplakt. In het bezwaar wordt niet uitdrukkelijk een adres vermeld. Vastgesteld wordt dat het verzoekschrift niet voldoet aan de voorwaarden bepaald door artikel 17 van het besluit van de Vlaamse regering van 16 mei 2014 houdende de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges. Het verzoekschrift kan derhalve niet als rechtsgeldig worden beschouwd.” IV. Regelmatigheid van de rechtspleging 4 Gelet op artikel 28, eerste lid, van het decreet van 4 april 2014 beschikte verzoeker over een termijn van acht dagen na de kennisgeving van de beslissing van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen om beroep in te stellen bij de Raad van State. X-17.387-3/14 De laatste dag van die termijn was 5 november
- Geen rekening kan bijgevolg worden gehouden met de correcties en aanvullingen die verzoeker formuleert in het verzoekschrift van 13 december 2018 dat hij de Raad van State deed toekomen. Ze zijn te laat en dus onontvankelijk.
- Eveneens te laat is de memorie van antwoord van Jessica Vervaque en Cindy Verbrugge. Overeenkomstig artikel 6, vierde lid, van het koninklijk besluit van 15 juli 1956 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, in geval van beroep als bedoeld bij artikel 76bis van de Gemeentekieswet’ moet de memorie aan de Raad van State worden toegezonden binnen acht dagen na de eerste dag van de aanplakking van het bericht waarmee de burgemeester het verzoekschrift ter kennis van het publiek brengt. Die eerste dag 12 december 2018 zijnde, moet de op 18 januari 2018 ingediende memorie van antwoord buiten het debat worden gehouden. V. Onderzoek van het beroep A. Ontvankelijkheid van het initiële bezwaarschrift Uiteenzetting van verzoeker
- Verzoeker betwist onder meer als volgt dat zijn bezwaar bij de Raad voor Verkiezingsbetwistingen niet ontvankelijk is: “Ik weerleg dat mijn bezwaar niet voldoet aan de vereisten van het Decreet. Dat mijn correspondentie adres wel niet in het bezwaar stond maar dan toch op de omslag, mijn woonst keuze is bepaald door het feit dat ik opgekomen ben voor de gemeente verkiezingen en mijn bezwaar X-17.387-4/14 gedagtekend was op de brief met: De Panne 16 oktober
- Dat ook mijn ondertekend bezwaar werd aangetekend verstuurd met ‘Bevestiging van ontvangst’ mijn adres stond dan ook duidelijk op de omslag en blijkbaar was mijn adres goed te lezen want men heeft mij en betrokkenen dan toch een aangetekend schrijven kunnen sturen betreffende mijn blijkbaar aanvaarde bezwaar. Men heeft met een aangetekend schrijven aangegeven dat mijn bezwaarschrift goed werd ontvangen en dat er een procedure werd gestart met een vastlegging van zitting op 23 november
- […] Indien men bij aanvang al zou op gewezen hebben dat mijn bezwaar niet voldeed aan de vormvereisten gesteld door het decreet en men mij daar op de griffie juist had geïnformeerd terwijl ik er om vroeg zou ik dat allemaal kunnen regulariseren hebben. […] Dat de griffie bij mijn vraag naar inlichtingen via de telefoon mij niet ingelicht heeft dat de vormvereisten op de website waren te vinden. Dat de griffie ook terwijl ikzelf aanwezig was op de griffie mij niet gewezen heeft op de tekortkomingen van mijn bezwaar hoewel ik er eerder uitdrukkelijk naar gevraagd heb. Informatie onthouden aan de burger die iets wil melden dat in een rechtstaat niet door de beugel kan. De verzoeker zelf geen jurist maar [erop betrouwt] dat de administratie goede en betrouwbare informatie verstrekt en ook nog eens dat het ingediende bezwaar op vraag van de verweerder wil nakijken of het bezwaar voldoet aan alle vereisten daar van overtuigd is maar daarna tot het besluit moet komen dat zijn voor hem nochtans volkomen goed ingediend bezwaar onontvankelijk [verklaard] wordt. In andere voorwaarden voor vormvereisten waaraan een verzoekschrift moet voldoen staat dat de griffier de indiener moet verwittigen van onregelmatigheden en ook vermeld dat men nog 8 dagen krijgt om het bezwaar te regulariseren na indienen, iets wat mij onthouden werd. Mijn bezwaar werd ruim op tijd ingediend zodat ik alsnog de zogenaamde ontbrekende stukken zou kunnen aanvullen hebben indien men dit aan mij gemeld had. In alle andere bezwaren bij overheidsinstellingen moet de griffie de verweerder inlichten dat zijn bezwaar niet correct is en dit mag regulariseren binnen de acht dagen dit uitgezonderd voor Verkiezingsbetwistingen.” Beoordeling
- De bestreden beslissing verwerpt verzoekers bezwaarschrift omdat het niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 17 van het besluit van de Vlaamse regering van 16 mei 2014 ‘houdende de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges’ (hierna: het besluit van de Vlaamse regering van 16 mei 2014), op grond van de volgende ontvankelijkheidsbezwaren: X-17.387-5/14 - er is geen administratief dossier; - het bezwaarschrift bevat geen inventaris en er zijn geen overtuigingsstukken bijgevoegd noch een verklaring van verzoeker dat hij niet in het bezit is van een afschrift van de bestreden beslissing; - verzoekers correspondentieadres op de enveloppe waarin zijn bezwaarschrift stak, is gedeeltelijk overplakt en in het bezwaarschrift zelf “wordt niet uitdrukkelijk een adres vermeld”.
- Artikel 17 – uit deel 1 ‘Algemene bepalingen’ – van het besluit de Vlaamse regering van 16 mei 2014 luidt: “§
- De griffier schrijft elk inkomend verzoekschrift in op een voorlopig register in de volgorde van ontvangst. §
- De griffier schrijft het verzoekschrift niet op het definitieve register in als: 1° de stukken, vermeld in artikel 16, 2°, niet gevoegd zijn bij het verzoekschrift dat uitgaat van een rechtspersoon; 2° het verzoekschrift niet is ondertekend door de verzoeker of zijn raadsman; 3° het verzoekschrift geen woonplaatskeuze in België bevat overeenkomstig artikel 7, § 1; 4° er geen afschrift van de bestreden beslissing of een verklaring van de verzoeker dat hij niet in het bezit is van een dergelijk afschrift, bij het verzoekschrift gevoegd is; 5° de schriftelijke volmacht, vermeld in artikel 16, 3°, niet bij het verzoekschrift gevoegd is; 6° de stukken, vermeld in artikel 16, 4°, niet bij het verzoekschrift gevoegd zijn; 7° er geen inventaris bij het verzoekschrift gevoegd is van de overtuigingsstukken die allemaal overeenkomstig die inventaris genummerd zijn. De griffier schrijft een verzoekschrift houdende vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid onmiddellijk in op het definitieve register. Behalve in geval van verkiezings- of mandaatgeschillen, stelt de griffier, in voorkomend geval, de verzoeker in staat om de vormvereisten, vermeld in het eerste lid, te regulariseren binnen een vervaltermijn van acht dagen die ingaat op de dag na de betekening van het verzoek tot regularisatie. De verzoeker die zijn verzoekschrift tijdig regulariseert, wordt geacht het te hebben ingediend op de datum van de eerste verzending of neerlegging. Een verzoekschrift dat niet, onvolledig of laattijdig is geregulariseerd, wordt geacht niet te zijn ingediend.” X-17.387-6/14 In deel 4 ‘Verkiezingsbetwistingen en mandaatgeschillen’, schrijft artikel 107, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse regering van 16 mei 2014 voor: “In afwijking van artikel 17, § 2, kan de verzoeker de vormvereisten niet regulariseren na het verstrijken van de termijn om het verzoekschrift in te dienen.”
- Het geciteerde artikel 17 voorziet niet in de sanctie van de onontvankelijkheid of de rechtsongeldigheid van het ingediende bezwaar. Voorts kan er niet worden uit afgeleid dat de betrokken vormvereisten niet vatbaar zouden zijn voor regularisatie. Mag die regularisatie van de vormvereisten, gelet op artikel 107, tweede lid, juncto artikel 17, § 2, derde lid, van het besluit van de Vlaamse regering van 16 mei 2004, in een verkiezings- of mandaatgeschil niet nog gebeuren na het verstrijken van de termijn om het verzoekschrift in te dienen, bínnen die termijn is ze toegelaten, wat op zijn beurt inhoudt dat de griffier de verzoeker in voorkomend geval tot deze regularisatie in staat stelt. Het blijkt niet dat de griffier te dezen verzoeker de gelegenheid tot de regularisatie van welk vormvereiste ook heeft gegeven.
- Vastgesteld wordt tevens dat er in het hiervoor geciteerde artikel 17 geen sprake is van een administratief dossier, laat staan van een specifiek door verzoeker na te leven verplichting om een administratief dossier bij te brengen.
- Wel is er sprake, in § 2, eerste lid, 4°, van “[een] afschrift van de bestreden beslissing of een verklaring van de verzoeker dat hij niet in het bezit is van een dergelijk afschrift”. X-17.387-7/14 Het voorschrift – in artikel 16, 1°, van het besluit van de Vlaamse regering van 16 mei 2004 – om bij het verzoekschrift een afschrift van “de bestreden beslissing” te voegen, of een verklaring van de verzoeker dat hij niet in een bezit van een dergelijk afschrift is, laat zich – op straffe van als een excessief formalisme te moeten worden opgevat – niet betrekken en toepassen op de verkiezing van een gemeenteraad die bij de Raad voor Verkiezingsbetwistingen bestreden wordt. Overigens begrijpt de Raad van State uit rubriek I. ‘Voorwerp van het bezwaar’ van het arrest van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen dat wat die Raad blijkbaar verlangde, een verklaring van de verzoeker was dat hij niet in het bezit is van een afschrift van “de beslissing van het hoofdbureau van de gemeente De Panne van 20 september 2018” waarmee “de kandidatenlijst van de N-VA [werd] geldig verklaard”. Die beslissing, evenwel, werd door verzoeker niet bestreden. Ze maakt als zodanig geen deel uit van het voorwerp van het beroep dat hij bij de Raad voor Verkiezingsbetwistingen instelde.
- Blijkens artikel 16, 4°, van het besluit van de Vlaamse regering van 16 mei 2014 moeten “de overtuigingsstukken die in de inventaris zijn vermeld en overeenkomstig die inventaris genummerd zijn” alleen “in voorkomend geval” bij het verzoekschrift gevoegd worden. Zijn er geen overtuigingsstukken, zoals bij het bezwaarschrift dat verzoeker op 17 oktober 2018 indiende, dan kan artikel 17, § 2, 6°, van het besluit van de Vlaamse regering van 16 mei 2014 geen toepassing vinden en valt er ook niets op te nemen in een inventaris die met toepassing van artikel 17, § 2, 7°, bij het verzoekschrift gevoegd zou moeten worden. X-17.387-8/14 Het bijkomend bezwaar, dan weer, dat verzoeker op 14 november 2018 indiende, vermeldt als bijlage een “verklaring/klacht van de getuige”, die ook effectief bijgevoegd is.
- Rest nog de ontvankelijkheidskritiek van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen dat verzoekers (correspondentie)adres niet in zijn bezwaar voorkomt en op de enveloppe waarmee het bezwaar werd ingediend, gedeeltelijk overplakt is. In zoverre hiermee gerefereerd wordt aan artikel 17, § 2, 3°, van het besluit van de Vlaamse regering van 16 mei 2014, wordt vastgesteld dat het adres van verzoeker wel in zijn bezwaarschrift kan worden gevonden. Het laat zich bijgevolg verstaan dat de griffier geen regularisatie nodig achtte en verzoeker dan ook niet in de gelegenheid stelde een regularisatie uit te voeren, maar hem integendeel met een aan zijn adres toegestuurde brief van 22 oktober 2018 alleen liet weten het bezwaarschrift “goed ontvangen” te hebben.
- Uit wat voorafgaat, volgt dat het arrest van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen verzoekers bezwaar ten onrechte als niet rechtsgeldig heeft verworpen. Verzoekers beroep bij de Raad van State is in die mate gegrond. Er is derhalve reden om het bestreden arrest te vernietigen en alsnog uitspraak te doen over verzoekers initieel tegen de gemeenteraadsverkiezing te De Panne aangevoerde middelen, die hij voor de Raad van State herneemt. X-17.387-9/14 B. Gegrondheid van het initiële bezwaar A. Eerste middel Uiteenzetting van het middel
- In een eerste middel tegen de verkiezing betoogt verzoeker, in essentie, dat hij bij inzage van de kandidatenlijsten heeft opgemerkt dat voor één kandidaat van de lijst N-VA geen “hoofdverblijfplaats” vermeld stond, dat hij daartegen bezwaar heeft gemaakt bij de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau, dat deze zijn bezwaar als ongegrond heeft afgewezen, dat door de lijst N-VA toch een verbeteringsakte werd ingediend, terwijl artikel 91 het decreet van 8 juli 2011 ‘houdende de organisatie van de lokale en provinciale verkiezingen […]’ (hierna het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011) een verbeteringsakte alleen toelaat wanneer een kandidaat zich vrijwillig heeft teruggetrokken of overleden is of wanneer een kandidaat is afgewezen om een welbepaalde reden, dat geen van deze hypothesen zich voordoet, zodat de verbeteringsakte onontvankelijk is. De lijst N-VA moest dan ook uit de verkiezingen zijn geweerd. Of zoals verzoeker in zijn verzoekschrift uitlegt: “Vooral het feit dat de verbeteringsakte […] te laat was en niet voldoet aan de voorwaarden waar hij moet aan voldoen om ontvankelijk te zijn artikel 91 en 71 van het kiesdecreet nl. [de] betrokken kandidaat moet zich vrijwillig terugtrekken of moet overleden zijn gezien zij terug op de lijst staat voldoet ze daar niet aan en de kandidaat die afgewezen is mag zijn ontbrekende gegevens aanvullen in een Verbeteringsakte maar de processen verbaal spreken niet over afgewezen lijsten of personen, dus was ze niet afgewezen en is de Verbeteringsakte onontvankelijk.” Beoordeling
- In het arrest van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen wordt de feitelijke toedracht met betrekking tot de in het middel aangevoerde X-17.387-10/14 onregelmatigheid als volgt weergegeven: “Wat de feiten betreft, zet verzoeker in zijn bezwaar uiteen dat hij op 15 september 2018 alle ingediende voordrachtsakten voor De Panne heeft ingekeken en dat hij heeft vastgesteld dat de papieren voordrachtsakte voor partij N-VA onvolledig was ingevuld. Meer bepaald ontbrak de hoofdverblijfplaats van mevrouw [J.V.]. Dat werd door de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau bevestigd. Op 17 september 2018 heeft de verzoeker volgens zijn klacht hiertegen schriftelijk bezwaar ingediend bij de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau, met verzoek om de voordrachtsakte van partij N-VA af te wijzen. Volgens verzoeker mocht de voorzitter van het hoofdbureau de oorspronkelijke papieren voordrachtsakte van de N-VA immers niet aanvaarden. Deze voordracht moest integendeel afgewezen worden, bij gebrek aan vermelding van de hoofdverblijfplaats van mevrouw [J.V.]. Mevrouw [C.V., lijsttrekker van N-VA in De Panne] bevestigt dat de papieren voordrachtsakte onvolledig was ingevuld. Volgens haar betrof het een materiële onzorgvuldigheid die noch door haar, noch door de voorzitter van het hoofdbureau was opgemerkt. Mevrouw [C.V.] heeft een kopie van de kennisgeving van die klacht, ondertekend door de voorzitter van het gemeentelijke hoofdbureau, aan de Raad voor Verkiezingsbetwistingen bezorgd. De heer [F.R., voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau] licht met zijn brief van 8 november 2018 toe dat – na indiening van de papieren voordrachtsakte van partij N-VA – de hierop vermelde kandidaten op grond van hun rijksregisternummer ingevoerd werden in het door de Vlaamse overheid ter beschikking gestelde digitale kandidatenbeheersysteem. Hierdoor werd automatisch ook de hoofdverblijfplaats van alle kandidaten digitaal ingevoerd. Zo onder meer ook die van mevrouw [J.V.]. Bijgevolg waren alle noodzakelijke gegevens volgens de voorzitter van het hoofdbureau gekend en bleek dat er geen probleem was ten aanzien van de verkiesbaarheidsvoorwaarden. Bij de voorlopige afsluiting van de kandidatenlijsten, eveneens op 17 september 2018, heeft de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau dit bezwaar daarom als ongegrond verworpen. De lijst werd dan ook voorlopig aanvaard. Ondanks de verwerping van het bezwaar werd op 20 september 2018 door – volgens de verzoeker – de nationale N-VA alsnog een papieren verbeteringsakte ingediend, waarin de hoofdverblijfplaats van mevrouw [J.V.] werd aangevuld. Na vaststelling van deze administratieve tekortkoming en het bezwaar hierover, heeft mevrouw [C.V.] zelf een verbeteringsakte ingediend; de verbeteringsakte was door haar getekend. Dit alles gebeurde volgens mevrouw [C.V.] in nauw overleg met de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau. De heer [F. R.] bevestigt dat nadien een verbetering volgde met het ontbrekende adres. Hij geeft aan dat dit binnen de voorgeschreven termijn plaatsvond. In het proces- verbaal, d.d. 20 september 2018, van het gemeentelijk hoofdbureau van de gemeente De Panne van de definitieve afsluiting van de kandidatenlijsten X-17.387-11/14 voor de gemeenteraadsverkiezingen van 14 oktober 2018 is op pagina 28 het volgende opgenomen: ‘Het hoofdbureau kan niet anders dan vaststellen dat de materiële ‘mogelijk[e]’ vergissing werd rechtgezet door de indiening van een volledige papieren lijst, waarbij aan alle voorwaarden is voldaan.’ Volgens de verzoeker mocht deze verbeteringsakte niet meer ingediend worden, indien de oorspronkelijke voordrachtsakte van de N-VA dan toch niét diende afgewezen te worden. Volgens de verzoeker betreft de verbeteringsakte feitelijk een volledig nieuwe voordrachtsakte, die laattijdig werd ingediend en waarop hij geen inzagerecht heeft kunnen uitoefenen. Op 20 september 2018 dag werden de kandidatenlijsten een eerste keer definitief afgesloten. Een nieuw bezwaar van de verzoeker – tegen de verwerping van zijn eerste bezwaar – werd daarbij andermaal verworpen. Op 21 september 2018 werden de kandidatenlijsten een tweede maal definitief afgesloten, zij het zonder behandeling van het tweede bezwaar van de verzoeker omdat dit bezwaar niet de onverkiesbaarheid van mevrouw [J.V.] betrof. Volgens de verzoeker is de voordracht van de N-VA kandidaten om voormelde redenen hoe dan ook onregelmatig, zodat de N-VA niet mocht deelnemen aan de verkiezingen.”
- Naar het oordeel van de Raad van State is het van tweeën één.
- Ofwel vermeldde de N-VA-voordrachtsakte inderdaad voor één kandidate verkeerdelijk en in strijd met artikel 71, eerste lid, van het Lokaal en Provinciaal kiesdecreet van 8 juli 2011 niet haar hoofdverblijfplaats, was verzoekers bezwaar hieromtrent bij het gemeentelijk hoofdbureau terecht, en moest de voordracht van de kwestieuze kandidate zijn afgewezen omdat de gegevens op de voordrachtsakte onvolledig zijn. Alsdan voorziet artikel 91, tweede lid, van het Lokaal en Provinciaal kiesdecreet van 8 juli 2011 erin dat een verbeteringsakte mag worden ingediend, die onder meer ontvankelijk is “als één of meer kandidaten die op de voordracht voorkomen, afgewezen zijn om één van de volgende redenen: 1° de gegevens zijn foutief of onvolledig op de voordrachtsakte als vermeld in artikel 71, eerste lid”. In die hypothese is vast te stellen dat er in deze zaak hoe dan ook, effectief, een dergelijke verbeteringsakte voorligt. X-17.387-12/14
- Ofwel heeft het gemeentelijk hoofdbureau op juiste grond geoordeeld dat er geen reden was om de kandidate af te wijzen, is bijgevolg verzoekers bezwaar ter zake terecht verworpen, en moet de verbeteringsakte die niettemin is ingediend als overtollig en irrelevant worden beschouwd.
- In geen van beide hypotheses kan het middel een ongeldigverklaring van de gemeenteraadsverkiezing verantwoorden. Het wordt dan ook verworpen. B. Tweede middel Uiteenzetting van het middel
- Een tweede middel tegen de verkiezing heeft betrekking op het deelnemen van een “partij getuige” aan “de normale handelingen in het stembureau van het geven van hulp aan kiezers”. Ter staving brengt verzoeker het getuigenis van L. B. bij, aangaande “wantrouwige praktijken tijdens de gemeenteraadsverkiezingen stembureau 5 – De Panne”: “Toen ik tijdens de gemeenteraadsverkiezingen in de rij stond te wachten vooraleer zelf mijn keuze uit te brengen, zag ik hoe een partij getuige, tot tweemaal toe meeging in het stemhokje, met oudere mensen die zogezegd niet met de computer kunnen werken. Toen ik keek en teken deed, tijdens de eerste gadeslag, naar één van de opzichters haalde deze nogal laconiek zijn schouders op. Dit bleek een normale zaak.” Beoordeling
- Onderzoek van het auditoraat heeft uitgewezen dat de betrokken “partij getuige” R. B. is. Zoals evenwel uit het proces-verbaal van stembureau nr. 5 blijkt, was de enige getuige er L.-L. V. Het proces-verbaal bevat geen opmerkingen of bezwaren. X-17.387-13/14 Uit dit gebrek aan opmerkingen of bezwaren vloeit het vermoeden voort dat de stemming regelmatig is verlopen. Het bijgebrachte getuigenis weegt niet tegen dat vermoeden op.
- Met de nieuwe wending of invulling die verzoeker pas voor het eerst ter terechtzitting aan het middel poogt te geven, wordt geen rekening gehouden. Ze is te laat.
- Ook het tweede middel wordt verworpen. BESLISSING De Raad van State vernietigt het arrest van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen van 23 november 2018 waarbij het bezwaar van Raymond Opstaele tegen de gemeenteraadsverkiezing van 14 oktober 2018 te De Panne als rechtsongeldig wordt verworpen en, opnieuw recht doende, verwerpt diens bezwaar tegen deze gemeenteraadsverkiezing bij gebrek aan gegronde middelen. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zesentwintig februari 2019, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-17.387-14/14 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.814 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div