← België

Arrest 243848 - Reglementen (onderwijs en cultuur) - 28/02/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 februari 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.848 Rolnummer: A. 224569/IX-9247 Zaak: Arrest 243848 - Reglementen (onderwijs en cultuur) - 28/02/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-03-12 Raadplegingen: 71 - laatst gezien 2026-06-25 07:12 Fiche Arrest nr 243.848 van 28 februari 2019 Onderwijs en cultuur - Reglementen (onderwijs en cultuur) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 243.848 van 28 februari 2019 in de zaak A. 224.569/IX-9247 In zake: Beloy BELOY bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dominique Mbog kantoor houdend te 2170 Merksem Jozef Buerbaumstraat 44 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het GEMEENSCHAPSONDERWIJS, vertegenwoordigd door scholengroep Antwerpen bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Marc Stommels en Jan Fransen kantoor houdend te 2000 Antwerpen Amerikalei 220 bus 14 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 19 februari 2018, strekt tot de nietig- verklaring van “de beslissing van de raad van bestuur [van de scholengroep Ant- werpen] dd. 12.12.2017 […] inzake voordracht van bestuurspersoneel, adjunct- directeur”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord inge- diend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Jurgen Neuts heeft een verslag opgesteld. IX-9247-1/6 De verzoekende partij en de verwerende partij hebben een laat- ste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 25 februari
  3. Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitge- bracht. Advocaat Dominique Mbog, die verschijnt voor de verzoeken- de partij en advocaat Jan Fransen, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Jurgen Neuts heeft een met dit arrest eenslui- dend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten
  5. Op 29 mei 2017 stelt verzoeker zich, net als K.A. en S.O., kan- didaat voor een waarnemende aanstelling in het ambt van adjunct-directeur in het koninklijk atheneum te Hoboken, onderwijsinstelling die behoort tot de scholen- groep Antwerpen van het Gemeenschapsonderwijs. Op 12 december 2017 bekrachtigt de raad van bestuur van de scholengroep de voordracht door de selectiecommissie van K.A. en S.O., beiden voor een halftijdse opdracht. IX-9247-2/6 Met een brief van 18 december 2017 wordt verzoeker op de hoogte gebracht van de beslissing om hem niet aan te stellen in het betrokken ambt. Volgens die brief gaat “[d]e klachtenprocedure die [hij kan] volgen tegen beslissingen van de Raad van Bestuur in bijlage”. IV. Ontvankelijkheid van het beroep
  6. In haar memorie van antwoord betwist de verwerende partij de ontvankelijkheid van het beroep. Zij betoogt verzoeker bij de kennisgeving van de bestreden beslissing erop te hebben gewezen dat tegen die beslissing een klachtenprocedure openstond. Deze procedure maakt een georganiseerd admi- nistratief beroep uit dat verzoeker, vooraleer zich tot de Raad van State te wen- den, eerst op ontvankelijke wijze moest uitputten. Dat heeft hij niet gedaan en het maakt zijn beroep bij de Raad van State onontvankelijk.
  7. Verzoeker brengt daar in zijn memorie van wederantwoord het volgende tegen in: “Verzoeker betwist het feit dat zijn vordering onontvankelijk zou zijn we- gens verzuim om het georganiseerd administratief beroep uit te putten. In tegenstelling tot wat de verwerende partij in de memorie van antwoord stelde, kreeg verzoeker geen mededelingsbrief over de klachtenprocedure. Bij het schrijven van 18.12.2017 werd het volgende wel medegedeeld: „De klachtenprocedure die u kunt volgen tegen beslissingen van de Raad van Bestuur gaat in bijlage‟ Doch was er geen bijlage bij dat schrijven gevoegd. Het loutere feit dat verzoeker het kwestieuze georganiseerde administra- tief beroep een paar maanden eerder had gevolgd betekent niet dat hij wist of behoorde te weten dat die administratieve procedure steeds bestaat en dat ze eerst uitgeput dient te worden alvorens een beroep voor de raad van state in te dienen. Indien de vordering van verzoeker onontvankelijk verklaard zou worden dan zou dit het gevolg zijn van het feit dat verweerster haar informatie- plicht niet nageleefd heeft. Gelet op al het voorgaande dient de vordering van verzoeker ontvankelijk verklaard te worden.” IX-9247-3/6
  8. In zijn laatste memorie voegt verzoeker daaraan toe: “Men kan moeilijk van verzoeker verwachten dat hij de procedure uitput indien hij […] daaraan niet op een afdoende wijze op de hoogte werd ge- bracht. Het loutere feit dat verzoeker het kwestieuze georganiseerde administra- tief beroep een paar maanden eerder had gevolgd betekent niet dat hij wist of behoorde te weten dat die administratieve procedure steeds bestaat en dat ze eerst uitgeput dient te worden alvorens een beroep voor de raad van state in te dienen. Verzoeker werd in het kader van de eerste beroepsprocedure wel geïnfor- meerd over de mogelijkheid om een klachtenprocedure te volgen. Gelet op al het voorgaande dient het gebrek van informatie vastgesteld te worden en de vordering van verzoeker dient dan ook ontvankelijk ver- klaard te worden.” Beoordeling
  9. Verzoeker betwist niet dat de klachtenprocedure zoals bedoeld in de artikelen 63 en 64 van het werkingsreglement van de verwerende partij van toepassing is op de zaak.
  10. Verzoeker betwist evenmin dat die klachtenprocedure gekwali- ficeerd moet worden als een georganiseerd administratief beroep, zoals de Raad overigens over vergelijkbaar opgestelde werkingsreglementen in het Gemeen- schapsonderwijs reeds heeft vastgesteld, bijvoorbeeld in zijn arrest nr. 144.090 van 3 mei 2005 en in zijn arrest nr. 235.886 van 27 september
  11. Het ene met het andere betekent, dat door het indienen van een klacht overeenkomstig de voormelde bepalingen van het werkingsreglement, de beoordeling van het dossier wordt overgedaan en dat de nieuwe beslissing die vervolgens wordt genomen in de plaats komt van de beslissing die in eerste aan- leg wordt genomen. In beginsel kan slechts ontvankelijk een annulatieberoep wor- den ingesteld tegen die eindbeslissing, dit is de beslissing die door het bestuur wordt genomen als resultaat van de administratieve beroepsprocedure. IX-9247-4/6
  12. Hieruit volgt, dat de beslissing van 12 december 2017, waarte- gen een georganiseerd administratief beroep openstond, geen voor vernietiging vatbare rechtshandeling is.
  13. Om uitzondering te maken op dit beginsel, voert verzoeker en- kel “gebrek aan informatie” aan omdat de verwerende partij “haar informatie- plicht niet nageleefd heeft” – meer precies, omdat het bedoelde werkingsregle- ment niet als bijlage bij de kennisgeving ging – zodat hij niet behoorde te weten dat die beroepsprocedure bestaat en moet worden uitgeput. Daargelaten of dit verweer feitelijk correct is, kan het niet sla- gen. Uit het toentertijd toepasselijke artikel 35 van het decreet van 26 maart 2004 „betreffende de openbaarheid van bestuur‟ – zie thans artikel II.21 van het bestuursdecreet van 7 december 2018 – blijkt immers dat een falen door de verwerende partij met betrekking tot de adequate vermelding van de beroeps- mogelijkheden slechts een weerslag heeft op de ingang van de beroepstermijnen. Het laat geenszins een vorderingsrecht bij de Raad van State ontstaan tegen de beslissing waartegen het georganiseerd administratief beroep openstaat.
  14. De exceptie is gegrond. BESLISSING
  15. De Raad van State verwerpt het beroep.
  16. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsple- gingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. IX-9247-5/6 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 28 februari 2019, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, Bruno Seutin, staatsraad, Bert Thys, staatsraad, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Geert Van Haegendoren IX-9247-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.848 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.