← België

Arrest 243887 - Polders en Wateringen - 05/03/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 maart 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.887 Rolnummer: A. 224566/X-17165 Zaak: Arrest 243887 - Polders en Wateringen - 05/03/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-03-14 Raadplegingen: 67 - laatst gezien 2026-06-25 07:36 Fiche Arrest nr 243.887 van 5 maart 2019 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Polders en Wateringen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 243.887 van 5 maart 2019 in de zaak A. 224.566/X-17.

  1. In zake : POLDER MOERVAART EN ZUIDLEDE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Sofie De Maesschalck en Peter De Smedt kantoor houdend te 9000 Gent Kasteellaan 141 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de PROVINCIE OOST-VLAANDEREN -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  2. Het beroep, ingesteld op 19 februari 2018, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de deputatie van de provincieraad van de provincie Oost-Vlaanderen van 7 december 2017 “houdende actualisatie van de Atlas van de onbevaarbare waterlopen in de stad Gent en de gemeente Melle, waarbij oud-geklasseerde onbevaarbare waterlopen worden afgeschaft”. II. Verloop van de rechtspleging
  3. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij heeft een laatste memorie ingediend. X-17.165-1/6 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 22 februari
  4. Staatsraad Stephan De Taeye heeft verslag uitgebracht. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Feiten 3.
  6. De verzoekende partij is een polderbestuur dat op grond van de wet van 3 juni 1957 „betreffende de polders‟, binnen de grenzen van zijn territoriaal gebied, als taak heeft “het verwezenlijken van de doelstellingen en het rekening houden met de beginselen zoals bedoeld in de artikels 4, 5 en 6 van het decreet betreffende het integraal waterbeleid en het uitvoeren van het deelbekkenbeheerplan en van de bekkenspecifieke delen van het stroomgebiedbeheerplan”. 3.
  7. Met een brief van 17 december 2015 zendt de provincie Oost- Vlaanderen aan de verzoekende partij de documenten toe met betrekking tot de actualisatie van de atlas van de onbevaarbare waterlopen in de stad Gent en de gemeente Melle. De brief vermeldt dat de verzoekende partij een advies kan uitbrengen. 3.
  8. De stad Gent organiseert van 2 mei tot en met 23 mei 2016 een openbaar onderzoek. Tijdens het openbaar onderzoek wordt een bezwaarschrift ingediend. X-17.165-2/6 3.
  9. De gemeente Melle organiseert van 18 juli tot en met 6 augustus 2016 een openbaar onderzoek. Tijdens het openbaar onderzoek worden vijf bezwaarschriften ingediend. 3.
  10. Op 19 februari 2016 formuleert de verzoekende partij een ongunstig advies aan de provincie “met betrekking tot artikel 5 van het ontwerp van besluit en bijhorende kaart nl. de (algemene) afschaffing van de oud- geklasseerde waterlopen”. Zij verzet zich onder meer tegen de afschaffing van de onbevaarbare waterlopen en geeft op uitvoerige wijze toelichting bij haar standpunt. Ook doet de verzoekende partij een tegenvoorstel aan de hand van een overzicht van de bij het wateringsbestuur bekende en vermoedelijk af te schaffen (delen van) onbevaarbare waterlopen uit de atlas van 1877 en/of
  11. 3.
  12. Op 7 december 2017 besluit de deputatie van de provincieraad van de provincie Oost-Vlaanderen onder meer om voor alle overige (niet in de voorafgaande artikelen vermelde) oud-geklasseerde waterlopen, waarvoor geen wettelijke redenen zijn om ze te rangschikken in 2de of 3de categorie, de administratieve afschaffing te bevestigen. De administratieve afschaffing van waterlopen houdt geen regeling in betreffende de eigendom van de bedding (artikel 5). Het voormelde artikel 5 wordt met het huidige beroep bestreden. IV. Ontvankelijkheid van het beroep 4.
  13. Artikel 4 van de wet van 28 december 1967 „betreffende de onbevaarbare waterlopen‟ (hierna: de wet onbevaarbare waterlopen) luidt: “§
  14. De deputatie kan, om redenen van algemeen nut, elke kunstmatige waterloop waarvan het waterbekken geen 100 hectare bedraagt, alsook waterlopen of delen van waterlopen waarvan het waterbekken geen 100 hectare bedraagt, bij de onbevaarbare waterlopen rangschikken, er de rangschikking bij de tweede of derde categorie van bepalen en er het punt van oorsprong van bepalen. X-17.165-3/6 De deputatie kan een onbevaarbare waterloop of een deel van een waterloop in de tweede categorie rangschikken als het afwaartse traject van de te rangschikken waterloop of van een deel van een waterloop al tot de tweede of de eerste categorie behoort. Als redenen van algemeen nut kunnen in aanmerking worden genomen: 1° abnormale verzwaring van het debiet; 2° verontreiniging door lozingen van afvalwater; 3° de noodzaak tot structureel onderhoud door een openbaar bestuur. De deputatie wint vooraf het advies in van de gemeente op het grondgebied waarvan de waterloop, vermeld in het eerste lid, ligt. Als geen advies wordt verleend binnen zestig dagen na de ontvangst van de adviesvraag, mag aan de adviesvereiste worden voorbijgegaan. §
  15. De deputatie kan gerangschikte waterlopen van de tweede of de derde categorie de rangschikking als onbevaarbare waterloop ontnemen als die rangschikking haar algemeen nut verliest. De deputatie wint vooraf het advies in van de gemeente op het grondgebied waarvan de waterloop, vermeld in het eerste lid, ligt. Als geen advies wordt verleend binnen zestig dagen na de ontvangst van de adviesvraag, mag aan de adviesvereiste worden voorbijgegaan.” 4.
  16. Overeenkomstig artikel 18 van de voornoemde wet verkrijgen de polders en de wateringen op hun verzoek het genot van de toepassing van deze wet, ook wat de classificering betreft van de op hun gebied gelegen waterlopen, andere dan van de eerste categorie. 4.
  17. Het toentertijd geldende artikel 19 van de wet onbevaarbare waterlopen luidt: “De beslissingen die genomen worden met toepassing van artikel 3, § 1, artikel 4, § 1 en § 2, artikel 4bis, § 1 en § 4, artikel 10, § 3, artikel 13, eerste lid, en 18, § 1, tweede lid, worden voorafgegaan door een onderzoek de commodo et incommodo in de betrokken gemeenten. Naast het bestuurlijk toezicht, uitgeoefend op de provincie conform artikel 241 tot en met 253 van het Provinciedecreet van 9 december 2005 en op de gemeente conform artikel 248 tot en met 264 van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005, kan beroep bij de Vlaamse Regering ingesteld worden tegen de beslissingen die genomen zijn met toepassing van artikel 3, § 1, artikel 4, 8, 9, 11, 12, 13, 14 en
  18. Dat beroep moet ingesteld worden binnen zestig dagen vanaf de derde dag nadat de bestreden beslissing naar hen is gestuurd of nadat deze er op een andere manier kennis van heeft genomen: 1° door het college van burgemeester en schepenen; 2° door de belanghebbende privaat- of publiekrechtelijke personen. Als de machtiging, vermeld in artikel 12 en 14, wordt geïntegreerd in de stedenbouwkundige vergunning, is het onderzoek de commodo et X-17.165-4/6 incommodo, vermeld in het eerste lid, niet vereist en vervallen de beroepsmogelijkheden, vermeld in het tweede en derde lid.” 4.
  19. De bestreden beslissing bepaalt: “Voor alle overige oud-geklasseerde waterlopen, waarvoor geen wettelijke redenen zijn om ze te rangschikken in 2de of 3de categorie wordt de administratieve afschaffing bevestigd. De administratieve afschaffing van waterlopen houdt geen regeling in betreffende de eigendom van de bedding.” Met betrekking tot het “bevestigen” van “de administratieve afschaffing van oud-geklasseerde waterlopen” overweegt de bestreden beslissing nog: “Voor alle overige oud-geklasseerde waterlopen waarvoor geen wettelijke redenen zijn om ze te rangschikken in de 2de of 3de categorie, wordt de administratieve afschaffing bevestigd. Deze waterlopen voldoen niet aan de voorwaarden opgenomen in art. 4 van de wet van 28 december
  20. Het is dan ook wenselijk om in het kader van de administratieve vereenvoudiging de afschaffing ervan te bevestigen.” 4.
  21. Gelet op het voormelde, steunt de bestreden beslissing op artikel 4 van de wet „onbevaarbare waterlopen‟, in voorkomend geval juncto artikel 18 van deze wet. Derhalve beschikte de verzoekende partij over het georganiseerd administratief beroep waarin artikel 19 van die wet uitdrukkelijk voorziet tegen beslissingen genomen met toepassing van onder andere de artikelen 4 en
  22. De bestreden beslissing blijkt niet genomen in graad van laatste administratieve aanleg. Het annulatieberoep ertegen is onontvankelijk.
  23. Aangezien de verwerende partij bij de kennisgeving van de bestreden beslissing aan de verzoekende partij ten onrechte heeft gemeld dat een beroep bij de Raad van State tegen die beslissing openstaat, past het om de kosten van het beroep bij de verwerende partij te leggen. BESLISSING
  24. De Raad van State verwerpt het beroep. X-17.165-5/6
  25. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, en op een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro die verschuldigd is aan de verzoekende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vijf maart 2019, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust X-17.165-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.887 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.