← België

Arrest 243890 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 05/03/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 maart 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.890 Rolnummer: A. 227124/X-17412 Zaak: Arrest 243890 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 05/03/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-03-14 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-25 07:38 Fiche Arrest nr 243.890 van 5 maart 2019 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 243.890 van 5 maart 2019 in de zaak A. 227.124/X-17.

  1. In zake : Jonny GEUSENS woonplaats kiezend te 3740 Bilzen Grotstraat 42C tegen : de PROVINCIE LIMBURG bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Ann Coolsaet kantoor houdend te 2018 Antwerpen Arthur Goemaerelei 69 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp
  2. De vordering, ingesteld op 3 januari 2019, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van de “beslissing van de deputatie van de provincie Limburg d.d. 11.10.2018, betreffende het stopzetten van de selectieprocedure van directeur ICT”. II. Verloop van de rechtspleging
  3. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur Jurgen Neuts heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 22 februari
  4. Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. X-17.412-1/5 Verzoeker, die in persoon verschijnt, en advocaat Ann Coolsaet, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Jurgen Neuts heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Feiten
  6. De deputatie van de provincieraad van de provincie Limburg beslist op 21 maart 2018 om een statutaire wervingsreserve directeur ICT aan te leggen. Er worden tien geldige kandidaturen ingediend, onder meer door verzoeker. Van de zes kandidaten die deelnemen aan de schriftelijke proef, zijn er drie geslaagd. Twee van hen slagen ook in de mondelinge proef. Alleen verzoeker krijgt op het assessment een gunstig advies. Op 11 oktober 2018 beslist de deputatie de selectieprocedure stop te zetten om reden van ontwikkelingen “die zich hebben voorgedaan na de vacantverklaring van de functie, van die aard […] dat zij aanleiding geven tot ingrijpende wijzigingen aan de organisatiestructuur van de Directie Facilitaire Beheer en de organisatorische inbedding van de Afdeling ICT en bijgevolg op de functiebeschrijving van de functie directeur ICT en op de competenties die voor deze functie zijn vereist”. Dit is de bestreden beslissing. IV. Ontvankelijkheid
  7. De verwerende partij betwist de aanvechtbaarheid van de bestreden beslissing en verzoekers belang bij het aanvechten ervan. X-17.412-2/5 Een onderzoek van en een uitspraak over de ontvankelijkheidsexcepties zouden zich alleen opdringen indien mocht blijken dat aan de grondvoorwaarden voor een schorsing voldaan is, hetgeen zoals hierna zal blijken niet het geval is. V. Onderzoek van de schorsingsvoorwaarden Algemeen
  8. Gelet op artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging van een akte of een reglement worden besloten op voorwaarde, onder meer, dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring. Artikel 17, § 2, schrijft voor dat het verzoekschrift tot schorsing een uiteenzetting moet bevatten van de feiten die volgens de indiener de spoedeisendheid verantwoorden die ter ondersteuning van het verzoekschrift wordt aangevoerd. Met argumenten die voor het eerst ter terechtzitting worden aangevoerd, ofschoon ze ook al in het verzoekschrift konden worden aangebracht, kan bijgevolg geen rekening worden gehouden. Uiteenzetting van verzoeker
  9. In zijn verzoekschrift betoogt verzoeker met betrekking tot de spoedeisendheid in de eerste plaats dat hij ten gevolge van de aangevochten stopzettingsbeslissing niet meer in een functie van directeur ICT “zoals deze gedefinieerd was in de publicatie van aanwerving” kan worden benoemd en dat het openverklaren van een aangepaste functie mogelijk zou meebrengen dat hij niet meer in aanmerking komt als zijn competenties “niet in lijn zouden liggen met de gevraagde competenties voor de functievariante”. X-17.412-3/5 In de tweede plaats argumenteert verzoeker dat hij “een aanzienlijk bedrag van 800 EUR bruto per maand” misloopt, zijnde het verschil tussen het loon van een directeur ICT en zijn huidige loon. Een derde en laatste nadeel dat verzoeker aanvoert, betreft de weerslag op zijn gemoedsrust van “het lange wachten voor een beslissing van de deputatie” tussen juni en half oktober
  10. Beoordeling
  11. De bestreden beslissing is ertoe beperkt de selectieprocedure van directeur ICT stop te zetten. Over een zogenaamde “functievariante anders dan directeur ICT” wordt in de beslissing geen uitspraak gedaan. Met zijn vaststelling dat hij niet meer kan worden benoemd in een betrekking van directeur ICT, zoals door hem werd nagestreefd, geeft verzoeker in wezen alleen maar een parafrase van de inhoud van de bestreden beslissing. Daarmee wordt geen enkele spoedeisendheid aannemelijk gemaakt. In zoverre hij vreest dat in de plaats een andere functie zal worden vacant verklaard waarvoor hij niet de vereiste competenties bezit, voert hij een nadeel aan dat, zo het al geacht kan worden een voldoende direct verband met de bestreden beslissing te vertonen, hier en nu louter hypothetisch is.
  12. De bestreden beslissing ontneemt verzoeker geen wedde, maar verhindert hem alleen maandelijks 800 euro bruto méér te verdienen. Zonder nadere toelichting, die verzoeker niet geeft, wordt niet ingezien in welk opzicht zich hierdoor voor hem een dusdanige urgentie voordoet dat hij geacht moet worden niet de behandeling van de zaak in een beroep tot nietigverklaring te kunnen afwachten.
  13. Blijft het morele nadeel dat hij heeft moeten ondergaan door tot 11 oktober 2018 op een beslissing van de deputatie te hebben moeten wachten. X-17.412-4/5 Dit is een nadeel waarvoor een schorsing, die slechts voor de toekomst geldt, geen oplossing meer kan bieden. Als zodanig kunnen het lange wachten en de impact ervan op zijn gemoedsrust niet meer door een schorsing beïnvloed worden.
  14. Nadat eerder de eerste auditeur in zijn verslag de in het verzoekschrift aangevoerde nadelen onvoldoende achtte om een spoedeisendheid te kunnen verantwoorden, wat verzoeker ter terechtzitting verklaarde te kunnen bijvallen, moet ook de Raad van State vaststellen dat die nadelen niet overtuigen van de dringendheid die voor een schorsing vereist is. Aldus blijkt alleszins één van de cumulatieve grondvoorwaarden voor een schorsing niet vervuld. Deze vaststelling volstaat om de vordering in haar geheel te verwerpen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vijf maart 2019, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust X-17.412-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.890 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.255.303 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.