id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 maart 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.896 Rolnummer: A. 225761/VII-40342 Zaak: Arrest 243896 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 07/03/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-03-14 Raadplegingen: 68 - laatst gezien 2026-06-25 07:52 Fiche Arrest nr 243.896 van 7 maart 2019 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Voortzetting gewone procedure Tussenkomst als niet verricht beschouwd Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 243.896 van 7 maart 2019 in de zaak A. 225.761/VII-40.
- In zake : Ronny CALLEWAERT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Pieter-Jan Defoort en Saartje Spriet kantoor houdend te 8020 Oostkamp Hertsbergsestraat 4 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen :
- Ann VALLE
- Yannick DAEMS
- Yolande VANDERBORGHT
- Pascale VALLE
- Katia VALLE
- Paul VAN POPPEL bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Gregory Verhelst kantoor houdend te 2600 Berchem Uitbreidingstraat 2 bij wie woonplaats wordt gekozen Verzoekende partijen tot tussenkomst :
- Stefan DE CLEENE
- Benedicte VAN DE VELDE
- Bob DE CLEENE
- Jack DE CLEENE
- June DE CLEENE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Pieter Mattheessens kantoor houdend te 2018 Antwerpen Lange Lozanastraat 24 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- VII-40.342-1/5 I. Voorwerp van het cassatieberoep
- Het cassatieberoep, ingesteld op 23 juli 2018, strekt tot de nietigverklaring van arrest nr. RvVb/A/1718/0980 van de Raad voor Vergunningsbetwistingen van 12 juni 2018 in de zaak 1516/RvVb/0670/SA. II. Verloop van de rechtspleging
- Een beschikking van 28 augustus 2018 verklaart het cassatieberoep toelaatbaar. De zesde verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Stefan De Cleene, Benedicte Van De Velde, Bob De Cleene, Jack De Cleene en June De Cleene hebben een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. Op 29 november 2018 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partijen tot tussenkomst de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 71, vierde lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De verzoekende partijen tot tussenkomst hebben gevraagd om te worden gehoord. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 28 februari
- Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. VII-40.342-2/5 Advocaat Saartje Spriet, die tevens loco advocaat Pieter-Jan Defoort verschijnt voor verzoeker, advocaat Emile Plas, die loco advocaat Gregory Verhelst verschijnt voor de zesde verwerende partij, en advocaat Camille Degrave, die loco advocaat Pieter Mattheessens verschijnt voor de verzoekende partijen tot tussenkomst, zijn gehoord. Eerste auditeur Tom De Waele heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling
- Naar luid van artikel 71, vierde lid, van voormeld besluit van de Regent zal, indien de in het eerste lid bedoelde rekening niet gecrediteerd is binnen de termijn van dertig dagen na de ontvangst van het overschrijvingsformulier, de vordering als niet verricht worden beschouwd. In het aangetekend schrijven waarbij aan de verzoekende partijen tot tussenkomst de voor het overschrijven van de verschuldigde kosten vereiste gegevens werden meegedeeld, heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van het genoemde artikel 71, vierde lid. De verzoekende partijen tot tussenkomst hebben de betrokken rekening niet gecrediteerd binnen de voormelde termijn van dertig dagen.
- Zij stellen daaromtrent het volgende: “Met betrekking tot bovenvermelde cassatieprocedure mocht ondergetekende op 11 oktober 2018 van griffie van de Raad van State een VII-40.342-3/5 schrijven ontvangen aangaande de betaling van de rolrechten ten bedrage van € 150,00 per verzoeker ofwel in totaal € 750,
- […] Bij brief van 12 oktober 2018 werd Uw schrijven overgemaakt aan cliënten met verzoek om het bedrag van € 750,00 over te maken op Uw bankrekening en hiervoor gebruik te willen maken van Uw referte. […] Cliënten betaalden op 26.10.2018 een bedrag van € 750,00, doch zij schreven dit bedrag per vergissing over op de bankrekening van ons advocatenkantoor. […] De boekhouding m.b.t. deze ereloonrekening wordt éénmaal per maand uitgevoerd en voormelde vergissing werd dan ook niet tijdig opgemerkt. Het is duidelijk dat het hier gaat om een materiële vergissing/overmacht en cliënten verzoeken dan ook om gehoord te worden, zodat deze vergissing kan worden rechtgezet en hun verzoekschrift in tussenkomst niet van de rol wordt geschrapt. Het bedrag van € 750,00 wordt verder ter uwer beschikking gehouden”.
- Overmacht, die een verlenging van de termijn mogelijk maakt, kan enkel voortvloeien uit een gebeurtenis buiten de wil van de betrokkene, die door deze niet kon worden voorzien noch vermeden. De geschetste omstandigheden, die het gevolg zijn van een gebrekkige organisatie en communicatie, kunnen niet als een dergelijk geval van overmacht worden beschouwd.
- Het verzoek tot tussenkomst dient dan ook als niet verricht te worden beschouwd. BESLISSING
- Het verzoek tot tussenkomst van Stefan De Cleene, Benedicte Van De Velde, Bob De Cleene, Jack De Cleene en June De Cleene wordt als niet verricht beschouwd.
- Ten aanzien van de overige partijen wordt de procedure voortgezet. VII-40.342-4/5 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zeven maart tweeduizend negentien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Eric Brewaeys VII-40.342-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.896 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.091 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div