id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 maart 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.897 Rolnummer: A. 226569/VII-40417 Zaak: Arrest 243897 - Dierenwelzijn - 07/03/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-03-14 Raadplegingen: 73 - laatst gezien 2026-06-25 07:53 Fiche Arrest nr 243.897 van 7 maart 2019 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Schorsing als niet verricht beschouwd Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 243.897 van 7 maart 2019 in de zaak A. 226.569/VII-40.
- In zake : Halil KOZLU bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Gino Baleani kantoor houdend te 3600 Genk André Dumontlaan 210 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 26 oktober 2018, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing tot bestemming van de Vlaamse overheid - departement Omgeving, afdeling Strategie, Internationaal beleid en Dierenwelzijn van 28 september 2018 waarbij een hond in toepassing artikel 42, § 2, van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren definitief in volle eigendom wordt gegeven aan het erkend dierenasiel, dat daarmee instemt. II. Verloop van de rechtspleging
- Op 17 januari 2019 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan verzoeker de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 71, vierde lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. VII-40.417-1/4 Verzoeker heeft gevraagd om te worden gehoord. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 28 februari
- Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Michèle Cafmeyer, die loco advocaat Gino Baleani verschijnt voor verzoeker, is gehoord. Auditeur Anja Somers heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling
- Naar luid van artikel 71, vierde lid, van voormeld besluit van de Regent zal, indien de in het eerste lid bedoelde rekening niet gecrediteerd is binnen de termijn van dertig dagen na de ontvangst van het overschrijvingsformulier, de ingestelde vordering als niet verricht worden beschouwd. In het aangetekend schrijven waarbij aan verzoeker de voor het overschrijven van de verschuldigde kosten vereiste gegevens werden meegedeeld, heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van het genoemde artikel 71, vierde lid. VII-40.417-2/4 Verzoeker heeft de betrokken rekening niet gecrediteerd binnen de voormelde termijn van dertig dagen.
- Hij stelt daaromtrent het volgende: “Inzake verwijs ik naar uw schrijven dd. 06.11.2018 aangaande de betalingsuitnodiging voor het rolrecht in bovenvermeld dossier. Op datum van 09.11.2018 heb ik uw brief overgemaakt aan mijn cliënt dhr. KOZLU met de vraag tegen uiterlijk 30.11.2018 tot betaling over te willen gaan. Ik voeg deze brief in bijlage. Tot op heden mocht ik omtrent ons verzoekschrift in bovenvermeld dossier niets vernemen zodat ik telefonisch contact op nam met uw dienst. Daar wist men mij tot mijn verbazing te vertellen dat het rolrecht blijkbaar niet betaald is geworden. De reden hiervan is dat mijn schrijven dd. 09.11.2018 mijn cliënte nooit bereikt heeft. Dit zal vermoedelijk te wijten zijn aan de staking van de Post in deze periode. Ik heb dan ook zelf het initiatief genomen om heden het bedrag van 200 € te betalen. Het betalingsbewijs hiervan kan u in bijlage vinden. Ik heb er dan ook vertrouwen in dat deze betaling het één en ander regulariseert zodoende dat de procedure die wij per verzoekschrift aanhangig hebben gemaakt, doorgang kan vinden en dus niet van de rol zal geschrapt worden. Indien dit nodig zou zijn, wensen wij hieromtrent gehoord te worden”.
- Overmacht, die een verlenging van de termijn mogelijk maakt, kan enkel voortvloeien uit een gebeurtenis buiten de wil van de betrokkene, die door deze niet kon worden voorzien noch vermeden. De geschetste omstandigheden, die overigens niet worden gestaafd, kunnen niet als een dergelijk geval van overmacht worden beschouwd.
- De vordering tot schorsing dient als niet verricht te worden beschouwd. BESLISSING De vordering tot schorsing wordt als niet verricht beschouwd. VII-40.417-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zeven maart tweeduizend negentien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Eric Brewaeys VII-40.417-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.897 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.883 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.