← België

Arrest 243898 - Natuurbehoud - Vergunningen - 07/03/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 maart 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.898 Rolnummer: A. 226283/VII-40389 Zaak: Arrest 243898 - Natuurbehoud - Vergunningen - 07/03/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-03-14 Raadplegingen: 69 - laatst gezien 2026-06-25 07:53 Fiche Arrest nr 243.898 van 7 maart 2019 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Natuurbehoud - Vergunningen Beslissing : Vernietiging Verwerping bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 243.898 van 7 maart 2019 in de zaak A. 226.283/VII-40.

  1. In zake : Ida BOTTU wonende te 3290 Diest Leuvensesteenweg 12 alwaar woonplaats wordt gekozen tegen : de GEMEENTE KORTENAKEN -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  2. Het enig verzoekschrift, ingediend op 27 september 2018, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging en de nietigverklaring van “het schrijven van de Gemeente Kortenaken (ongedateerd) ontvangen op 12 september 2018 als antwoord op het aangetekend bezwaar van [Ida Bottu] aan de Gemeente Kortenaken inzake de verplichte distelbestrijding”. II. Verloop van de rechtspleging
  3. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een verslag overeenkomstig artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: algemeen procedurereglement) en overeenkomstig artikel 12 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State opgesteld. VII-40.389 1/6 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 28 februari
  4. Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Verzoekster, die in persoon verschijnt, is gehoord. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Feiten 3.
  6. Bij schrijven van 17 juli 2018 deelt de gemeente Kortenaken aan verzoekster het volgende mee: “Volgens onze gegevens bent u eigenaar van een stuk grond te Kortenaken ter hoogte van de Gelemanstraat, en gekend met de volgende kadastrale gegevens: afd 1…- sec C…- nr. 406 C. Dit stuk grond staat vol met distels die in bloei staan. Volgens de wetgeving (KB. 19/11/1987) moet de zaadvorming en uitzaaiing van distels belet worden. Deze verplichting valt ten laste van de eigenaar, huurder, gebruiker, publiek- of privaatrechterlijk persoon die, in welke hoedanigheid ook een recht uitoefent op het betrokken perceel (uw tuin, een stuk braakliggende grond, een weiland, een bedrijfsterrein, …). Wanneer de persoon die verantwoordelijk is voor de grond na verwittiging toch nalaat de schadelijke distels te verwijderen, zal de wijkagent en/of de milieuambtenaar de nodige stappen zetten om de distels ambtshalve en op kosten van de overtreders op te ruimen. Bovendien wordt een proces-verbaal opgesteld en wacht de overtreder een boete. […]”. Bij deze brief wordt het gemeentelijk politiereglement zoals goedgekeurd in zitting van 23 januari 2014 gevoegd. VII-40.389 2/6 3.
  7. Op 29 juli 2018 laat verzoekster aan de gemeente Kortenaken weten niet verplicht te zijn de distels te verwijderen gelet op het arrest van de Raad van State van 9 maart 2017 met nummer 237.590 waarin overwogen wordt dat de artikelen 43 en 44 van het koninklijk besluit van 19 november 1987 betreffende de bestrijding van voor planten en voor plantaardige produkten schadelijke organismen (hierna: koninklijk besluit van 19 november 1987) niet meer rechtsgeldig zijn nu de federale regelgeving waarop de wetgeving inzake distelbestrijding was gebaseerd, opgeheven werd in
  8. Nu een lagere overheid nooit kan ingaan tegen de beslissing van een hogere overheid is de beslissing van de gemeenteraad inzake distelbestrijding van 23 januari 2014 niet meer rechtsgeldig. 3.
  9. In zitting van 3 september 2018 wordt het bezwaar van verzoekster door de gemeenteraad van Kortenaken behandeld en verworpen. Dit besluit is als volgt gemotiveerd: “[…] Het politiereglement van de gemeente Kortenaken dateert van 23 januari 2014 en dat blijft van kracht tot er een ander besluit wordt genomen. Dit werd toegevoegd om de wettelijke basis te verduidelijken waarop de overtreding betrekking heeft; […] Tot op heden is het gemeentelijk reglement nog steeds rechtsgeldig, het FAVV beaamt dit ook. Wij hebben nooit een schrijven van een hogere overheid ontvangen die ons reglement onwettig stelt; […]”. Dit is de thans bestreden beslissing. IV. Ten gronde Uiteenzetting van het enige middel
  10. In een enig middel voert verzoekster onder meer aan dat het thans bestreden besluit geen enkele rechtsgeldigheid of onderliggende rechtsgrond heeft om redenen dat het gemeentereglement van de gemeente Kortenaken is gebaseerd op het koninklijk besluit van 19 november
  11. Het koninklijk besluit VII-40.389 3/6 zelf is op zijn beurt de uitvoering van de wet van 2 april
  12. In 2013 werd de wet van 2 april 1971 echter opgeheven en dit met ingang van 1 januari
  13. Het arrest van de Raad van State dienaangaande is duidelijk. Beoordeling
  14. De brief uitgaande van de gemeente Kortenaken van 17 juli 2018 vermeldt enkel het koninklijk besluit van 19 november 1987 als rechtsgrond voor de vraag tot het verwijderen van de distels op het stuk grond van verzoekster. In bijlage wordt evenwel ook het politiereglement zoals goedgekeurd door de gemeente Kortenaken in zitting van 23 januari 2014 gevoegd. Dit reglement betreffende het bestrijden van distels heeft als rechtsgrond de wet van 2 april 1971 en het koninklijk besluit van 19 november
  15. Voorts wordt verwezen naar het koninklijk besluit van 10 augustus 2005 betreffende de bestrijding van voor planten en plantaardige producten schadelijke organismen. Tot slot wordt ook het besluit van 27 juni 1984 van de Vlaamse executieve houdende maatregelen inzake natuurbehoud op de bermen beheerd door publiekrechtelijke rechtspersonen vermeld. In arrest nr. 237.590 van 9 maart 2017 oordeelt de Raad van State dat: “Bij artikel 81 van het decreet van 28 juni 2013 werd de wet van 2 april 1971 voor zijn toepassing in het Vlaamse Gewest opgeheven, met ingang van 1 januari
  16. Het koninklijk besluit van 19 november 1987 werd genomen in uitvoering van de wet van 2 april
  17. Onder de hoofding ‘Maatregelen ter bestrijding van schadelijke distels’ bepalen de artikelen 43 en 44 van het koninklijk besluit van 19 november 1987 het volgende: ‘Art.
  18. De verantwoordelijke is verplicht de bloei alsmede de zaadvorming en de uitzaaiing van schadelijke distels met alle middelen te beletten. VII-40.389 4/6 Als schadelijke distels worden beschouwd: - Akkerdistel (Cirsium arvense Scop.); - Speerdistel (Cirsium lanceolatum Hill.); - Kale Jonker (Cirsium palustre Scop.); - Kruldistel (Carduus crispus L.). Een afwijking van de verdelgingsplicht van de kale jonker wordt toegestaan door de Dienst in natuurgebieden met wetenschappelijke waarde of natuurreservaten. Art.
  19. De Minister alsook de provinciegouverneurs kunnen bestrijdingsmaatregelen opleggen op de tijdstippen en de plaatsen die zij aanduiden’. Bij uitvoeringsbepalingen die een aangelegenheid betreffen die in de nieuwe wetgeving niet langer wordt behandeld, is er geen sprake van substitutie van rechtsgrond. Evenmin is er daarvan sprake bij uitvoeringsbepalingen die werden uitgevaardigd door een overheid aan wie daarvoor in de nieuwe wetgeving niet opnieuw de bevoegdheid wordt toegekend. Zonder uitdrukkelijke bepaling in andere zin verliezen dergelijke uitvoeringsbepalingen hun gelding bij het opheffen van de wetgeving waarin ze hun rechtsgrond vonden. De verwerende partij duidt geen specifieke bevoegdheid aan waaraan de Vlaamse regering de bevoegdheid zou kunnen ontlenen om bestrijdingsmaatregelen vast te stellen om te beletten dat organismen die voor landbouwgewassen die zij aanwijst schadelijk zijn, het Gewest worden binnengebracht, er worden uitgevoerd of er worden verspreid. Zij wijst geen decreetsbepaling aan die in de plaats is gekomen van artikel 2, § 1, van die wet van 2 april 1971 waardoor de artikelen 43 en 44 van het koninklijk besluit van 19 november 1987 hun gelding zouden behouden. Zij toont niet aan dat er substitutie van rechtsgrond heeft plaatsgevonden”. Terecht voert verzoekster aan dat het politiereglement van de gemeente Kortenaken van 23 januari 2014 geen rechtsgrond heeft. Het enige middel is gegrond. V. Toepassing korte debattenprocedure
  20. De zaak kan op grond van artikel 93 van het algemeen procedurereglement met korte debatten definitief worden beslecht. VII-40.389 5/6
  21. De nietigverklaring van de bestreden beslissing heeft tot gevolg dat de door verzoekster ingediende vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging ervan geen voorwerp meer heeft. BESLISSING
  22. De Raad van State vernietigt “het schrijven van de Gemeente Kortenaken (ongedateerd) ontvangen op 12 september 2018 als antwoord op het aangetekend bezwaar van [Ida Bottu] aan de Gemeente Kortenaken inzake de verplichte distelbestrijding”.
  23. De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing.
  24. Dit arrest dient bij uittreksel te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als de vernietigde beslissing.
  25. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het geding, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 20 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zeven maart tweeduizend negentien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Eric Brewaeys VII-40.389 6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.898 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.