id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 maart 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.902 Rolnummer: A. 220325/VII-39798 Zaak: Arrest 243902 - Milieuvergunningen - 07/03/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-03-14 Raadplegingen: 67 - laatst gezien 2026-06-25 07:45 Fiche Arrest nr 243.902 van 7 maart 2019 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 243.902 van 7 maart 2019 in de zaak A. 220.325/VII-39.
- In zake : Marc DIELTJENS wonende te 2280 Grobbendonk „t Vlot 10 alwaar woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jürgen Vanpraet en Yannick Peeters kantoor houdend te 8820 Torhout Oostendestraat 306 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij : de NV ANTWERP EAST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Gauthier van Thuyne en Esther Theyskens kantoor houdend te 1150 Brussel Tervurenlaan 268A bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 21 september 2016, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw van 8 september 2016 waarbij de termijn om uitspraak te doen over het bestuurlijk beroep tegen de weigering van de burgemeester van de gemeente Grobbendonk van 28 juni 2016 om ten aanzien van de NV Antwerp East een bestuurlijke maatregel te nemen, wordt verlengd. VII-39.798-1/10 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend. De NV Antwerp East heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 22 november
- De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Ronny Vercruyssen heeft een verslag opgesteld. Verzoeker heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 8 november
- Staatsraad Patricia De Somere heeft verslag uitgebracht. Verzoeker, die in persoon verschijnt, advocaat Bram Van Den Berghe, die loco advocaat Jürgen Vanpraet verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Veerle Pissierssens, die loco advocaten Gauthier van Thuyne en Esther Theyskens verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Ronny Vercruyssen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. VII-39.798-2/10 Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten Wat de milieuvergunning betreft 3.
- Bij besluit van 15 juli 2013 verleent het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Grobbendonk aan de NV Beverdonk Container Terminal (thans de NV Antwerp East) een milieuvergunning voor de uitbreiding van de (reeds als klasse 3 gemelde) inrichting met parkeerplaatsen voor 26 voertuigen en/of aanhangwagens andere dan personenwagens, opslagplaatsen voor P3- en P4-producten in bovengrondse tanks en een brandstofverdeelinstallatie voor de eigen bedrijfsvoertuigen. Tegelijk worden een aantal bijzondere exploitatievoorwaarden opgelegd, onder meer met betrekking tot de beheersing van geluidshinder. 3.
- Bij arrest nr. 234.780 van 19 mei 2016 vernietigt de Raad van State het besluit van de deputatie van de provincieraad van Antwerpen van 12 december 2013 waarbij de bestuurlijke beroepen ingesteld tegen voornoemde beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Grobbendonk van 15 juli 2013, gedeeltelijk gegrond worden verklaard en de milieuvergunning wordt bevestigd, mits wijziging van de bijzondere voorwaarden. 3.
- Met het besluit van 22 december 2016 verklaart de deputatie van de provincieraad van Antwerpen de bestuurlijke beroepen tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Grobbendonk van 15 juli 2013 andermaal gedeeltelijk gegrond en wordt de milieuvergunning bevestigd, en de bijzondere exploitatievoorwaarden van de beroepen beslissing gewijzigd. VII-39.798-3/10 3.
- Bij arrest nr. 243.132 van 6 december 2018 vernietigt de Raad van State dit besluit van de deputatie van de provincieraad van Antwerpen van 22 december
- Wat de bestuurlijke maatregelen betreft 3.
- Bij besluit van 28 juni 2016 weigert de burgemeester van de gemeente Grobbendonk, daartoe bevoegd overeenkomstig artikel 16.4.6, eerste lid, 3°, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (hierna: DABM), de door verzoeker gevraagde bestuurlijke maatregel houdende „de stopzetting van de activiteiten van de containerterminal van vermoedelijke overtreder totdat met zekerheid de geluidsnormen zoals opgenomen in Vlarem II ten opzichte van verzoekers woning kunnen worden gerespecteerd‟. Verzoeker dient, in toepassing van artikel 16.4.18, § 4, DABM, tegen deze beslissing een bestuurlijk beroep in bij de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw (hierna: Vlaamse minister). Op 19 augustus 2016 adviseert de afdeling Milieuhandhaving, Milieuschade en Crisisbeheer van het departement Leefmilieu, Natuur en Energie om het bestuurlijk beroep gegrond te verklaren en het dossier terug te sturen naar de burgemeester van de gemeente Grobbendonk om het verzoek opnieuw te behandelen. Op 8 september 2016 neemt de Vlaamse minister de thans bestreden beslissing, als volgt: “Momenteel ligt de milieuvergunningsaanvraag opnieuw voor ter beoordeling bij de deputatie van de provincie Antwerpen. Van zodra de deputatie hieromtrent een beslissing heeft genomen, zal ik over het beroep tegen de beslissing van de burgemeester van 28 juni 2016 eveneens een beslissing nemen”. VII-39.798-4/10 3.
- Op 7 april 2017 verklaart de Vlaamse minster het bestuurlijk beroep van verzoeker tegen het weigeringsbesluit van 28 juni 2016 van de burgemeester van de gemeente Grobbendonk ongegrond. Het betreft de bestreden beslissing in de zaak bij de Raad van State bekend onder A. 221.981/VII-39.959, waarin heden eveneens uitspraak wordt gedaan. 3.
- Verzoeker dient op 1 maart 2018 bij de gewestelijke toezichthouders een nieuw verzoek in tot het nemen van bestuurlijke maatregelen ten aanzien van de tussenkomende partij, in toepassing van artikel 16.4.6, tweede lid, DABM. In het kader van het beroep ingesteld door de tussenkomende partij tegen de bestuurlijke maatregel van 16 april 2018 van een toezichthouder van de afdeling Handhaving, Milieu-Inspectie Antwerpen, legt de Vlaamse minister bij besluit van 3 juli 2018 aan de tussenkomende partij volgende bestuurlijke maatregelen op: “Artikel
- Zolang door een erkende deskundige geluid niet is aangetoond dat in alle omstandigheden voldaan wordt aan de geluidsnormen voor de avond, zijn alle rustverstorende werkzaamheden vanaf de datum van deze bestuurlijke maatregel verboden tussen 19u en 7u. Hierop is geen enkele uitzondering mogelijk. Artikel
- Op kosten van het bedrijf wordt binnen de maand na datum van de oplegging van deze bestuurlijke maatregel een permanente geluidsmeting, inclusief geluidsopname, geplaatst op het perceel van de woning aan „t Vlot 10 te 2280 Grobbendonk, op de terreingrens zo dicht mogelijk bij het bedrijf (minimaal 200 m van het bedrijf). Deze permanente geluidsmeetpost heeft volgende vereiste eigenschappen: [...] Artikel
- In afwachting van bijkomende maatregelen die een aanvaardbare oplossing bieden, worden de uren dat er scheepsverladingen (met Gottwaldkraan en/of Reach Stacker) mogen gebeuren, verder beperkt in de tijd, om de hinder voor de omwonenden te reduceren. Alle scheepsverladingen worden vanaf de datum van deze bestuurlijke maatregel verboden tussen 17u en 8u. Als tegen uiterlijk 16 december 2018 via de lopende bemiddelingsgesprekken geen consensus bereikt wordt over doeltreffende VII-39.798-5/10 saneringsmaatregelen (waarvoor nv Antwerp East bovendien een daadwerkelijk en schriftelijk engagement kan aantonen), verstrengt bovenstaande maatregel zich tot alle geluidsproducerende activiteiten op de site van Antwerp East Grobbendonk (en niet alleen tot de scheepsmanipulaties). Concreet worden in dat geval alle rustverstorende werkzaamheden verboden tussen 17u en 8u. Artikel
- Om artikel 1 en 2 van deze bestuurlijke maatregel op te heffen, moeten doeltreffende technische maatregelen zijn uitgevoerd, die ertoe geleid hebben dat in alle omstandigheden voldaan wordt aan de algemene voorwaarden voor geluid voor de avondperiode (tussen 19u en 22u) ter hoogte van het meest nabije bewoonde gebouw aan de overzijde van het Albertkanaal (ten opzichte van het bedrijf). Artikel
- Om artikel 3 van deze bestuurlijke maatregel op te heffen, moeten doeltreffende technische maatregelen zijn uitgevoerd, die ertoe geleid hebben dat in alle omstandigheden voldaan wordt aan de algemene voorwaarden voor geluid voor de dagperiode (tussen 7u en 19u) ter hoogte van het meest nabije bewoonde gebouw aan de overzijde van het Albertkanaal (ten opzichte van het bedrijf)”. IV. Ontvankelijkheid van het beroep Standpunt van de partijen
- De verwerende en tussenkomende partijen betogen dat de bestreden beslissing waarbij de behandeling van de zaak wordt uitgesteld een voorbereidende handeling is, en bijgevolg niet voor vernietiging vatbaar is. Op geen enkele wijze zou deze beslissing de beoordelingsvrijheid van de verwerende partij aantasten wat betreft het beoordelen van het bestuurlijk beroep naar aanleiding van de weigering tot het opleggen van een bestuurlijke maatregel. In haar laatste memorie treedt de verwerende partij het standpunt in het auditoraatsverslag bij dat verzoeker door de tussenkomst van de beslissing van 7 april 2017 geen actueel belang meer heeft bij het voorliggend beroep.
- Verzoeker repliceert in zijn laatste memorie dat door geen beslissing te nemen de verwerende partij belet om wijzigingen aan te brengen in de bestaande rechtstoestand en dit wel als een rechtshandeling dient te worden beschouwd. Voorts blijft verzoekers belang actueel, enerzijds omdat de milieumisdrijven blijven voortduren en hij belang heeft dat de milieumisdrijven onmiddellijk stoppen, en anderzijds door de gevraagde voorlopige maatregel tot VII-39.798-6/10 het stopzetten van de activiteiten van de containerterminal onmiddellijk een einde wordt gemaakt aan de milieumisdrijven. Beoordeling
- Artikel 16.4.18, § 4, DABM, in de in het geding toepasselijke versie, bepaalt: “Tegen de weigering om een bestuurlijke maatregel op te leggen kunnen de personen, vermeld in paragraaf 1, beroep indienen bij de minister. Binnen een termijn van zestig dagen na de ontvangst van het beroep doet de minister uitspraak”. Bij de thans bestreden beslissing doet de verwerende partij evenwel geen uitspraak over het beroep, doch stelt zij deze uitspraak uit totdat een nieuwe beslissing wordt genomen over het beroep in het kader van de milieuvergunning, wat in essentie neerkomt op de toelating tot het uitvoeren van vergunningsplichtige activiteiten zonder over de nodige milieuvergunning te beschikken. In deze concrete omstandigheden heeft de bestreden beslissing wel degelijk rechtsgevolgen en is zij niet louter als een voorbereidende handeling te beschouwen.
- Gelet op het besluit van 7 april 2017 van de Vlaamse minister heeft verzoeker intussen wel een uitspraak verkregen over zijn bestuurlijk beroep waaromtrent in de bestreden beslissing de termijn om uitspraak te doen was verlengd. Bij arrest nr. 243.901 van heden vernietigt de Raad van State voornoemd besluit van 7 april 2017, zodat de Vlaamse minister gehouden is opnieuw uitspraak te doen over het beroep tegen de weigering van de burgemeester van de gemeente Grobbendonk van 28 juni 2016 om de gevraagde bestuurlijke maatregelen te nemen. VII-39.798-7/10 Verzoeker kan bijgevolg geen voordeel meer halen uit de nietigverklaring van de thans bestreden beslissing.
- Het beroep is niet ontvankelijk. V. Vordering van voorlopige maatregelen
- In zijn verzoekschrift vordert verzoeker, indien er sprake is van een exploitatie zonder milieuvergunning, dat “de activiteiten van NV Antwerp East onmiddellijk worden stopgezet”, hetzij, indien de verdere exploitatie kan worden toegelaten op basis van het besluit van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Grobbendonk van 15 juli 2013, dat uit veiligheidsoverwegingen “de activiteiten worden verboden tot op het ogenblik dat alle brandvoorkomingsmaatregelen zijn uitgevoerd en de veiligheid is gewaarborgd”. In zijn laatste memorie vordert verzoeker tevens om het auditoraat te belasten bijkomende onderzoeksverrichtingen uit te voeren.
- Daargelaten nog de vaststelling dat, gelet op de verwerping van het beroep tot nietigverklaring waarvan de vordering overeenkomstig artikel 8, eerste lid, 3°, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State het accessorium vormt, er geen reden is om de gevraagde voorlopige maatregelen te bevelen, wordt vastgesteld dat te dezen het vernietigingsarrest nr. 243.901 van heden en de motieven ervan inhouden dat de verwerende partij opnieuw uitspraak moet doen over het bestuurlijk beroep dat verzoeker heeft ingesteld tegen de weigering van de burgemeester van de gemeente Grobbendonk van 28 juni
- Vooralsnog staat niet vast dat de nieuw te nemen beslissing gedetermineerd wordt door een gebonden bevoegdheid van de verwerende partij. De Raad van State is in ieder geval niet bevoegd om, in de plaats van de bevoegde bestuurlijke overheid, een bevel te geven “dat de activiteiten moeten worden stopgezet of verboden”. VII-39.798-8/10 Om die redenen alleen al wordt niet op de vordering tot voorlopige maatregelen ingegaan in het kader van voorliggende procedure. VI. Kosten en rechtplegingsvergoeding
- Aangezien het beroep tot nietigverklaring initieel niet als kennelijk niet-ontvankelijk werd bevonden, is het gelet op de concrete omstandigheden van de zaak passend de kosten van het geding ten laste van de verwerende partij te leggen.
- Verzoeker vraagt in zijn laatste memorie om de verwerende partij tevens te veroordelen “tot het betalen van de rechtsplegingsvergoeding begroot op het basisbedrag”.
- Overeenkomstig artikel 30/1 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State is een rechtsplegingsvergoeding een forfaitaire tegemoetkoming in de kosten en honoraria van de advocaat van de in het gelijk gestelde partij. Er is te dezen dan ook geen aanleiding tot het toekennen van een rechtsplegingsvergoeding. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 200 euro. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. VII-39.798-9/10 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zeven maart tweeduizend negentien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Patricia De Somere, staatsraad, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Eric Brewaeys VII-39.798-10/10 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.902 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div