← België

Arrest 243903 - Erkenningen (laboratoria tandprothezen, enz.) - 07/03/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 maart 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.903 Rolnummer: A. 225794/VII-40360 Zaak: Arrest 243903 - Erkenningen (laboratoria tandprothezen, enz.) - 07/03/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-03-14 Raadplegingen: 70 - laatst gezien 2026-06-25 07:45 Fiche Arrest nr 243.903 van 7 maart 2019 Sociale zaken en volksgezondheid - Erkenningen (laboratoria tandprothezen, enz.) Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 243.903 van 7 maart 2019 in de zaak A. 225.794/VII-40.

  1. In zake : Nancy VANDERLEEN wonende te 9500 Goeferdinge Gemeentestraat 157 alwaar woonplaats wordt gekozen tegen : de VLAAMSE GEMEENSCHAP bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te 8000 Brugge Gerard Davidstraat 46, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  2. Het beroep, ingesteld op 12 juli 2018, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing van het Agentschap zorg & gezondheid [van 14 mei 2018] betreffende de weigering van een aanvraag tot erkenning als drager van de bijzondere beroepstitel van verpleegkundige gespecialiseerd in de intensieve zorg en spoedgevallenzorg”. II. Verloop van de rechtspleging
  3. Bij arrest nr. 243.073 van 29 november 2018 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. Het genoemde arrest is op 11 december 2018 aan verzoekster ter kennis gebracht. VII-40.360-1/3 Op 11 februari 2019 heeft de hoofdgriffier aan verzoekster de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 11/3, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Beoordeling
  5. Naar luid van artikel 17, § 7, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest. Bij het arrest nr. 243.073 van 29 november 2018 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. Verzoekster heeft geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De hoofdgriffier heeft verzoekster medegedeeld, met toepassing van artikel 11/3, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij verzoekster binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord. Verzoekster heeft niet gevraagd om te worden gehoord. VII-40.360-2/3 Er bestaat aanleiding om de afstand van het geding vast te stellen. BESLISSING
  6. De Raad van State stelt de afstand van het geding vast.
  7. Verzoekster wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro verschuldigd aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zeven maart tweeduizend negentien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Eric Brewaeys VII-40.360-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.903 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.243.073 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.