← België

Arrest 243960 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 18/03/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 maart 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.960 Rolnummer: A. 223724/XIV-37562 Zaak: Arrest 243960 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 18/03/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-03-25 Raadplegingen: 68 - laatst gezien 2026-06-25 08:36 Fiche Arrest nr 243.960 van 18 maart 2019 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XIVe KAMER nr. 243.960 van 18 maart 2019 in de zaak A. 223.724/XIV-37.562 In zake : XXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Caroline Driesen kantoor houdend te 2018 Antwerpen Broederminstraat 38 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, thans de minister van Asiel en Migratie kantoor houdend te 1000 Brussel Antwerpsesteenweg 59 B alwaar woonplaats wordt gekozen bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Carmenta Decordier kantoor houdend te 9041 Gent-Oostakker Orchideestraat 61A -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het cassatieberoep

  1. Het cassatieberoep, ingesteld op 6 november 2017, strekt tot de cassatie van het arrest nr. 192.815 van 28 september 2017 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Het cassatieberoep is toelaatbaar verklaard bij beschikking nr. 12.624 van 28 november
  3. XIV-37.562-1/4 De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoekster heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Marijke Sterck heeft een verslag opgesteld, op grond van artikel 16 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’. Verzoekster heeft een verzoek tot voortzetting van de procedure teneinde te worden gehoord ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 9 januari
  4. Staatsraad Carlo Adams heeft verslag uitgebracht. Advocaat Brecht Heirman, die loco advocaat Carmenta Decordier verschijnt voor de verwerende partij, is gehoord. Eerste auditeur Marijke Sterck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Feiten
  6. Op 11 april 2017 neemt de staatssecretaris voor Asiel en Migratie in hoofde van verzoekster een beslissing houdende bevel om het grondgebied te verlaten met vasthouding met het oog op verwijdering. XIV-37.562-2/4 Tegen die beslissing stelt verzoekster op 26 april 2017 een beroep tot nietigverklaring in bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Met een arrest van 28 september 2017 verwerpt de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen het beroep tot nietigverklaring. Dit is het bestreden arrest. IV. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep - belang.
  7. Het belang bij een cassatieberoep voor de Raad van State moet niet enkel bestaan bij het instellen van dat beroep maar ook gedurende de gehele procedure, tot op het ogenblik van de uitspraak. Het kan teloorgaan door omstandigheden die zich in de loop van het geding voordoen. Daarenboven moet een verzoeker wiens belang in de loop van het geding op grond van relevante gegevens in vraag wordt gesteld, daarover standpunt innemen en het behoud van zijn belang aantonen. Met een brief van haar raadsman van 2 januari 2019 deelt de verwerende partij aan de Raad van State mee dat verzoekster op 7 november 2018 in het bezit werd gesteld van een F-kaart, geldig tot 19 oktober
  8. Volgens de verwerende partij beschikt verzoekster daarom niet langer over een actueel belang bij het huidige cassatieberoep. Vermits de verwerende partij verzoekster blijkt te hebben gemachtigd tot verblijf, valt niet in te zien welk belang verzoekster nog zou hebben bij de cassatie van het bestreden arrest waarmee haar beroep tot nietigverklaring tegen een eerder gegeven bevel om het grondgebied te verlaten werd verworpen. Verzoekster neemt hierover geen standpunt in en toont dus alleszins niet aan nog te beschikken over het vereiste belang. Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk. XIV-37.562-3/4 V. Kosten van het geding
  9. Vermits het cassatieberoep wordt verworpen, dienen de kosten ten laste van verzoekster te worden gelegd. BESLISSING
  10. De Raad van State verwerpt het cassatieberoep.
  11. Verzoekster wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro, en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van achttien maart tweeduizend negentien, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, Carlo Adams, staatsraad, Kaat Leus, staatsraad, bijgestaan door Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Geert Debersaques XIV-37.562-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.960 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.