← België

Arrest 243961 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 18/03/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 maart 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.961 Rolnummer: A. 223744/XIV-37564 Zaak: Arrest 243961 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 18/03/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-03-25 Raadplegingen: 70 - laatst gezien 2026-06-25 08:36 Fiche Arrest nr 243.961 van 18 maart 2019 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XIVe KAMER nr. 243.961 van 18 maart 2019 in de zaak A. 223.744/XIV-37.564 In zake : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, thans de minister van Asiel en Migratie kantoor houdend te 1000 Brussel Antwerpsesteenweg 59 B alwaar woonplaats wordt gekozen bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Carmenta Decordier kantoor houdend te 9041 Gent-Oostakker Orchideestraat 61 A tegen : XXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Laurens Liebens kantoor houdend te 3800 Sint-Truiden Prins Albertlaan 53 bus 302 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het cassatieberoep

  1. Het cassatieberoep, ingesteld op 13 november 2017, strekt tot de cassatie van het arrest nr. 193.334 van 9 oktober 2017 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Het cassatieberoep is toelaatbaar verklaard bij beschikking nr. 12.622 van 28 november
  3. XIV-37.564-1/4 Verweerster heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Marijke Sterck heeft een verslag opgesteld, op grond van artikel 16 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 9 januari
  4. Staatsraad Carlo Adams heeft verslag uitgebracht. Advocaat Brecht Heirman, die loco advocaat Carmenta Decordier verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Laurens Liebens, die verschijnt voor verweerster, zijn gehoord. Eerste auditeur Marijke Sterck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Feiten
  6. Verweerster dient op 25 augustus 2016 een (tweede) aanvraag in voor het verkrijgen van een verblijfskaart als familielid van een burger van de Unie, meer bepaald als echtgenote van een Belg. Op 16 februari 2017 neemt de staatssecretaris voor Asiel en Migratie in hoofde van verweerster een beslissing tot weigering van verblijf van meer dan drie maanden met bevel om het grondgebied te verlaten. XIV-37.564-2/4 Verweerster stelt op 23 maart 2017 tegen deze beslissing een beroep tot nietigverklaring in bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Met een arrest van 9 oktober 2017 vernietigt de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen de voornoemde beslissing van 16 februari
  7. Dit is het bestreden arrest. IV. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  8. Het belang bij een cassatieberoep voor de Raad van State moet niet enkel bestaan bij het instellen van dat beroep maar ook gedurende de gehele procedure, tot op het ogenblik van de uitspraak. Het kan teloorgaan door omstandigheden die zich in de loop van het geding voordoen. Daarenboven moet een verzoeker wiens belang in de loop van het geding op grond van relevante gegevens in vraag wordt gesteld, daarover standpunt innemen en het behoud van zijn belang aantonen. Met een brief van haar raadsman van 12 december 2018 deelt de verzoekende partij mee dat verweerster op 24 april 2018 in het bezit werd gesteld van een F-kaart, geldig tot 13 april
  9. Zij deelt mee niet langer over een actueel belang bij het cassatieberoep te beschikken. Bij die brief is een stavingsstuk gevoegd. Nu de verzoekende partij verweerster blijkt te hebben gemachtigd tot een verblijfsrecht, gelijk aan het oorspronkelijk gevraagde, valt niet in te zien welk belang de verzoekende partij nog zou hebben bij de cassatie van een arrest waarmee een eerder bevel om het grondgebied te verlaten in hoofde van verweerster werd vernietigd. De verzoekende partij bevestigt dit ter terechtzitting en toont dan ook geenszins het behoud van het vereiste belang aan. Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk. XIV-37.564-3/4 V. Kosten
  10. Vermits het cassatieberoep wordt verworpen, dient de verzoekende partij als de in het ongelijk gestelde partij te worden beschouwd en dienen de kosten te haren laste te worden gelegd. BESLISSING
  11. De Raad van State verwerpt het cassatieberoep.
  12. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro, en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan verweerster. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van achttien maart tweeduizend negentien, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, Carlo Adams, staatsraad, Kaat Leus, staatsraad, bijgestaan door Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Geert Debersaques XIV-37.564-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.961 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.