id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 maart 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.976 Rolnummer: A. 225770/IX-9338 Zaak: Arrest 243976 - Reglementen (onderwijs en cultuur) - 19/03/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-03-28 Raadplegingen: 74 - laatst gezien 2026-06-25 08:40 Fiche Arrest nr 243.976 van 19 maart 2019 Onderwijs en cultuur - Reglementen (onderwijs en cultuur) Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 243.976 van 19 maart 2019 in de zaak A. 225.770/IX-9338 In zake: Ammoun SROUJI bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Pascal Lahousse kantoor houdend te 2800 Mechelen Leopoldstraat 64 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de GEMEENTE OPWIJK bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dirk Vanheule kantoor houdend te 9000 Gent Coupure 5 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 25 juli 2018, strekt tot de nietigverkla- ring van “[h]et besluit van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Opwijk [van] 5 juni 2018, waarbij het college van burgemeester en schepenen het verbod op het dragen van een hoofddoek door leerkrachten le- vensbeschouwelijke vakken buiten het klaslokaal in het gemeentelijk onderwijs als gevolg van de neutraliteitsverplichting goedgekeurd heeft”. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 243.075 van 29 november 2018 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. IX-9338-1/3 Het genoemde arrest is op 5 december 2018 aan de verzoekende partij ter kennis gebracht. Op 29 januari 2019 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 11/3, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuurs- rechtspraak van de Raad van State’. Verzoekster heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling
- Naar luid van artikel 17, § 7, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de ken- nisgeving van het arrest.
- Verzoekster heeft geen verzoek tot voortzetting van de rechts- pleging ingediend.
- Het vermoeden van afstand van geding is van toepassing. IX-9338-2/3 BESLISSING
- De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 20 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 19 maart 2019, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Geert Van Haegendoren IX-9338-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.976 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.243.075 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.