id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 maart 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.035 Rolnummer: A. 227646/X-17464 Zaak: Arrest 244035 - Sluitingen van vestigingen - 26/03/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-03-28 Raadplegingen: 73 - laatst gezien 2026-06-25 09:29 Fiche Arrest nr 244.035 van 26 maart 2019 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Sluitingen van vestigingen Beslissing : Bevolen Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 244.035 van 26 maart 2019 in de zaak A. 227.646/X-17.
- In zake :
- VZW KOWBOYS AND INDIANS
- BVBA CLODETTE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Walter Damen kantoor houdend te 2600 Berchem Elisabethlaan 122 bij wie woonplaats wordt gekozen en eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Els Vereecke kantoor houdend te 9040 Gent Antwerpsesteenweg 294 tegen : de STAD GENT, vertegenwoordigd door: - het college van burgemeester en schepenen - de burgemeester bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Patrick Devers en John Devers kantoor houdend te 9000 Gent Kouter 71-72 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 19 maart 2019, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van het besluit van de burgemeester van de stad Gent van 13 maart 2019 om de inrichting Kompass Klub, Ottergemsesteenweg-Zuid 717 A te 9000 Gent, met onmiddellijke ingang te sluiten gedurende een periode van vier maanden. X-17.464-1/18 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota en een administratief dossier ingediend. Met toepassing van artikel 90, § 1, vierde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, is de zaak verwezen naar een kamer met drie leden. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 22 maart 2019, om 10.00 uur. Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaten Walter Damen en Els Vereecke, die verschijnen voor de verzoekende partijen, en advocaat John Devers, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Eerste verzoekster baat sinds mei 2016 in een vroeger fabrieksgebouw aan de Ottergemsesteenweg-Zuid 717 A te 9000 Gent de Kompass Klub, met een capaciteit van 1500 personen, uit. In “de zeer nabije toekomst” zal de uitbating van de Kompass Klub door tweede, in plaats van door eerste, verzoekster gebeuren. X-17.464-2/18 Op 17 mei 2017 maakt eerste verzoekster een standaard- overlastafspraak via de horecacoach. Naar aanleiding van politionele vaststellingen en informatie over onder meer verkeersovertredingen (alcoholintoxicatie en rijden onder invloed van verdovende middelen) en feiten van druggebruik en dealen in de Kompass Klub verbindt eerste verzoekster zich in een addendum van 30 mei 2017 bij de overlastafspraak tot verschillende bijkomende maatregelen. Na kennisname van nieuwe politionele vaststellingen verklaart eerste verzoekster zich in een addendum van 24 oktober 2017 bij de overlastafspraak bereid “nog verdere maatregelen te nemen”. Naast de verkeersacties “gericht naar bezoekers van Kompass die zich nadien op de openbare weg begeven”, waarbij de politie blijft vaststellingen doen van rijden onder invloed van verdovende middelen, zijn er ook registraties van drugbezit en drughandel. Wat de drughandel betreft zijn er van 23 in 2017 en 2018 gedane aanvankelijke registraties, 18 “via Kompass aangeleverd”. Met een e-mail van 1 oktober 2018 wijst een commissaris van politie eerste verzoekster op klachten over geluidshinder en vraagt hij naar de stand van zaken “mbt de afgesproken maatregelen die jullie nemen om drugs te weren”. Geantwoord wordt al een paar uur later: “ivm drugs, we zetten hier zelf hard op in om dit tegen te gaan. Er zijn nu ook lockers in de fietsenstalling waar de rugzakken in moeten zodat deze niet mee de club in gaan. Verder doet [D.] met zijn security team uiterst zijn best om drugs uit [de] club te houden. Gebruikers worden buitengezet als de security hun kan betrappen en dealers worden zoals altijd aan jullie aangegeven. Ik kreeg 2 weken geleden zelf [een] mailtje aan van iemand die het niet kunnen vond dat hij buiten gezet werd voor het roken van een joint. Kan je me even vertellen waar[voor] het team in de toekomst extra alert zou moeten zijn?” X-17.464-3/18 Na een overleg waaraan onder anderen eerste verzoekster en de commissaris van politie deelnemen, herinnert de stedelijke drugcoördinator in een e-mail van 20 december 2018 aan de “belangrijkste afspraken” die gemaakt werden. De eerste luidt: “De goede samenwerking tussen de betrokken partners rond tafel wordt bevestigd”. In het weekend van 26-27 januari 2019 wordt een medewerker van Kompass Klub in de club zelf onwel; hij overlijdt in het UZ. Hij blijkt een zeer hoge dosis MDMA in het bloed te hebben en in het bezit te zijn van een hoeveelheid XTC-pillen met een hoge dosering MDMA. In het daaropvolgende weekend, op 3 februari 2019, wordt een persoon in de club om druggerelateerde reden onwel; hij wordt in coma naar het UZ overgebracht. Het medisch diensthoofd van de dienst Spoedgevallen van het UZ drukt naar aanleiding van de incidenten van januari en februari 2019 zijn bezorgdheid uit bij de politie. Op 13 februari 2019 stelt de voormelde commissaris van politie een bestuurlijk verslag ten behoeve van de burgemeester op. Onder verwijzing naar de gerechtelijke vaststellingen van inbreuken op de wet van 24 februari 1921 ‘betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen’ (hierna: de drugwet), de verkeersacties waarbij telkens “een bovengemiddeld aantal gecontroleerde bestuurders” onder invloed van alcohol of bepaalde stoffen worden betrapt, en de voorvallen van januari/februari 2019 en eerdere medische interventies, wordt geconcludeerd dat, “bij een blijvende, ongewijzigde uitbating” van de Kompass Klub, de openbare veiligheid en rust ernstig in het gedrang kunnen komen tijdens en na elk evenement. Het brengt de burgemeester ertoe om eerste verzoekster op 15 februari 2019 mee te delen dat hij zich voorneemt de inrichting een sluiting van vier maanden op te leggen en om haar uit te nodigen schriftelijk haar standpunt te bezorgen. Onder meer heeft de burgemeester het in de brief over X-17.464-4/18 “een algeheel problematische wijze van organisatie van de Kompass Klub waar op grote schaal beroep wordt gedaan op vrijwilligers en waarbij geenszins duidelijk is of en hoe deze worden gescreend”. De burgemeester merkt op dat de vraag rijst “of het niet dringend tijd is om de uitbating op een professionelere manier te gaan organiseren” en dat eerste verzoekster zich daar, blijkens een verslag van de horecacoach, ook van bewust is. Op 19 februari 2019 stelt de commissaris van politie een addendum bij zijn bestuurlijk verslag van 13 februari 2019 op. Reden daarvoor zijn de verklaringen van J. G., “hoofdaanspreekpersoon” van eerste verzoekster, ter gelegenheid van een verhoor met betrekking tot de voorvallen van 26-27 januari 2019 en 3 februari
- Dit addendum bij het bestuurlijk verslag wordt eerste verzoekster met een brief van 19 februari 2019 meegedeeld. Met een schrijven van 27 februari 2019 bezorgt zij aan de burgemeester haar schriftelijk standpunt. Op 13 maart 2019 neemt de burgemeester van de stad Gent de zeventien bladzijden lange, bestreden beslissing: “De inrichting ‘Kompass Klub’, Ottergemsesteenweg-Zuid 717 A te 9000 Gent, dient verplicht en volledig gesloten te blijven gedurende een periode van 4 maanden. De periode van verplichte sluiting gaat in op 13 maart 2019 Na 2 maanden sluiting is een evaluatie van de maatregel mogelijk indien daarom wordt verzocht.” De beslissing van de burgemeester wordt op 14 maart 2019 bevestigd door het college van burgemeester en schepenen van de stad Gent. X-17.464-5/18 IV. Regelmatigheid van de procedure
- Ter terechtzitting vragen verzoeksters drie stukken in het debat toe te laten die zij niet bij hun verzoekschrift konden voegen omdat ze van nadien dateren. De Raad van State ziet geen reden om niet op het verzoek in te gaan. V. Ontvankelijkheid Exceptie
- De verwerende partij betwist in haar nota het belang van zowel eerste als tweede verzoekster. Wat eerste verzoekster betreft, werpt de verwerende partij in hoofdorde tegen dat zij slechts over één bestuurder beschikt, wat in strijd is met artikel 13 van de wet van 27 juni 1921 ‘betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de stichtingen en de Europese politieke partijen en stichtingen’ (hierna: VZW-wet) en met artikel 12, § 1, van de statuten. Ondergeschikt wordt betoogd dat het “zeer de vraag [is] of de activiteiten van de v.z.w. Kowboys and Indians anno 2018 zich inschrijven in artikel 2 van de VZW-wet en in artikel 3 van haar statuten, met name wat het winstoogmerk aangaat, waarbij het verlenen van stoffelijk voordeel voor (bepaalde) leden blijkbaar niet uit te sluiten is”, zodat eerste verzoekster zich “in een virtuele staat van ontbinding [bevindt] nu eenieder in die omstandigheden het recht heeft om de ontbinding van de v.z.w. Kowboys and Indians te vorderen vanuit artikel 18 van de VZW-wet”. Wat tweede verzoekster betreft, doet de verwerende partij gelden dat zij haar horeca-activiteiten pas kan aanvatten nadat zij beschikt over een stedelijk horeca-attest, dat zij wel aanvroeg, maar nog niet verkreeg. X-17.464-6/18 Beoordeling
- Volgens artikel 13 van de VZW-wet moet de raad van bestuur uit ten minste drie personen bestaan, tenzij maar drie personen lid zijn van de vereniging, in welk geval de raad van bestuur uit slechts twee personen bestaat. Het blijkt niet, noch wordt het ten minste door de verwerende partij beweerd, dat eerste verzoekster meer dan drie leden telt.
- Bij de oprichting van eerste verzoekster, op 2 maart 2014, werden N. R. en J.G. met ingang van die datum benoemd als bestuurders. Ofschoon artikel 12, § 3, van de statuten bepaalt dat de bestuurders worden benoemd voor vijf jaar, wordt daar in de slotbepalingen van de statuten aan toegevoegd, wat de (eerste) benoeming van N. R. en J. G. aangaat, dat “hun mandaat zal eindigen na de algemene vergadering van 2019”. Het blijkt niet, noch wordt het beweerd, dat de algemene vergadering van 2019 reeds plaatshad. In de gegeven omstandigheden wordt alleszins in de huidige stand van de procedure niet bijgevallen dat, zoals de verwerende partij meent, J. G. opgehouden heeft bestuurder te zijn “per 3 maart 2019”. Nadat N. R. ontslag nam als bestuurder, heeft de algemene vergadering van eerste verzoekster op 28 februari 2018 C. P. benoemd tot bestuurder. Uit wat voorafgaat mag blijken dat eerste verzoekster bij het instellen van de vordering twee bestuurders had. Hun benoeming werd blijkens stuk 13 van het administratief dossier, in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. X-17.464-7/18
- In zoverre de verwerende partij zich, ondergeschikt, afvraagt of er eventueel reden toe is voor de rechtbank om, overeenkomstig artikel 18 van de VZW-wet, op verzoek van een lid, van een belanghebbende derde of van het openbaar ministerie de ontbinding van eerste verzoekster uit te spreken, wordt hoe dan ook vastgesteld dat een dergelijke vordering niet blijkt ingesteld en nog minder is ingewilligd.
- De exceptie wordt verworpen wat eerste verzoekster betreft. De vordering is in elk geval ontvankelijk wat haar betreft. De gebeurlijke onontvankelijkheid van de vordering in hoofde van tweede verzoekster vermag dat niet te veranderen. Een uitspraak over de exceptie van gebrek aan belang van tweede verzoekster komt in de huidige stand van de procedure dan ook overbodig voor. VI. Schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing en dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. VII. Voorwaarde van een uiterst dringende noodzakelijkheid Standpunt van de partijen
- Volgens eerste verzoekster is het, rekening houdend met de reeds geplande evenementen, duidelijk dat een gewone schorsingsprocedure zonder meer te laat zou komen. De geplande evenementen zijn reeds betaald of zullen hoe dan ook betaald moeten worden. Er moet voort huur worden betaald; X-17.464-8/18 er zijn ook twee personen vast in dienst; een groot aantal freelancers verwerven een groot gedeelte van hun inkomen uit de uitbating van de club. De voorlopige inkomsten van de totale ticketverkoop voor de komende vier maanden bedragen 227.643 euro; de totale annuleringskost zou 273.632,95 euro bedragen. Een volledige sluiting van vier maanden is onoverkomelijk en betekent een definitieve sluiting van de club. Voorts is er de enorme reputatieschade.
- In de nota repliceert de verwerende partij in de eerste plaats dat eerste verzoekster in de randnummers 14 tot en met 19 van haar verzoekschrift de voorwaarde van de spoedeisendheid bij een gewone schorsingsprocedure toelicht en dat deze toelichting hier niet relevant is. Voorts betwijfelt zij dat het onmogelijk is om de kopers van 2.725 tickets die al voor toekomstige events verkocht zijn van de sluiting te verwittigen, aangezien de meeste klanten hun tickets online hebben gekocht. Bovendien is het snel mogelijk gebleken voor de evenementen van 14, 15 en 22 maart 2019 een andere locatie te vinden. Tevens lijkt eerste verzoekster over een zeer afdoende financiële buffer te beschikken om eventuele annulaties van evenementen op te vangen. Ten slotte is een herevaluatie van de sluiting mogelijk en geldt de sluiting in beginsel slechts voor twee maanden. Beoordeling
- Dat de randnummers 14 tot en met 19 van het verzoekschrift niet de voorwaarde van de uiterst dringende noodzakelijkheid zouden betreffen maar alleen de voor een gewone schorsing vereiste spoedeisendheid, getuigt van een slechte lezing van het randnummer
- Daarin wordt onbetwistbaar een beroep gedaan op de in artikel 17, § 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bedoelde “uiterst dringende noodzakelijkheid die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de vordering tot schorsing”. De verwerende partij laat de betrokken randnummers dan ook ten onrechte als irrelevant buiten beschouwing. X-17.464-9/18
- Zoals kan worden opgemaakt uit de bestreden beslissing zelf en uit het bestuurlijk verslag van 13 februari 2019 dat eraan ten grondslag ligt, is de Kompass Klub een nachtclub waarin dance-evenementen georganiseerd worden en die publiek aantrekt uit het ganse land en uit het buitenland. Regelmatig worden “zeer bekende” dj’s geprogrammeerd en zijn de drie hallen van de inrichting, met een maximumcapaciteit van 1500 personen, uitverkocht. De inrichting werd vorig jaar verkozen tot beste discotheek van het land. In de maanden van de sluiting blijken er vijftien evenementen gepland, waarvoor al 93.658,38 euro is uitgegeven voor artiesten, vervoer, advertenties. De voorlopige inkomsten van de totale ticketverkoop voor de komende vier maanden beloopt 227.643 euro. Dat het verwittigen en terugbetalen van de betrokken kopers niet moeilijk kan zijn omdat ze grotendeels hun tickets online hebben besteld, wordt ter terechtzitting door eerste verzoekster betwist en zou voorbijgaan aan een immens opzoekingswerk. Alleszins kan met eerste verzoekster worden aangenomen dat een afgelasting van de evenementen van aard is haar naam en faam een aanzienlijke knauw te geven. Dat blijft nog zo, ook als mogelijk de evenementen naar een andere club zouden (kunnen) uitwijken.
- Dat eerste verzoekster beweerdelijk over een voldoende financiële buffer zou beschikken om de annulaties van de evenementen te overleven, sluit niet uit dat zij erdoor in een situatie van uiterste urgentie verzeilt. Het is een misvatting dat er voor een rechtspersoon alleen sprake kan zijn van een uiterst dringende noodzakelijkheid ingeval zijn voortbestaan op het spel staat. Trouwens bevestigt een bedrijfsrevisor dat een sluiting van vier maanden eerste verzoekster een negatieve cashflow van -285.913,82 euro bezorgt, met “het risico op discontinuïteit van de VZW” tot gevolg.
- Het laat zich begrijpen dat de verwerende partij de sluiting van vier maanden tracht voor te stellen als eigenlijk slechts een sluiting van twee X-17.464-10/18 maanden, maar het wordt niet gevolgd. De omstandigheid dat er na twee maanden een einde aan de sluiting komt, is op vandaag niet meer dan een theoretische mogelijkheid.
- Naar het oordeel van de Raad van State staven de uiteenzetting van eerste verzoekster en de door haar bijgebrachte stukken voldoende dat zij in een geval verkeert van een uiterst dringende noodzakelijkheid die zich niet laat verenigen met de behandelingstermijn van een gewone vordering tot schorsing. VIII. Voorwaarde van een ernstig middel Standpunt van de partijen
- Eerste verzoekster leidt een enig middel af “uit de schending van Art. 2 en Art. 3 van de formele motiveringwet dd. 29 juli 1991, schending van het redelijkheidsbeginsel, het evenredigheidsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel, het motiveringsbeginsel en het gebrek aan zorgvuldige belangenafweging”. In de eerste plaats lijkt eerste verzoekster te betwisten dat de toepassingsvoorwaarden van artikel 9bis van de drugwet vervuld zijn. Zij wijst erop dat gelet op de formulering van artikel 9bis van de drugwet, de vaststellingen steeds gebaseerd moeten zijn “op de overdracht van verdovende middelen (via verkoop of aflevering) en/of het gebruik ervan” en dat de vraag kan rijzen of het loutere aantreffen van verdovende middelen wel tot toepassing van artikel 9bis kan leiden. Wat de verkoop of de aflevering van drugs betreft, zijn er in een periode van meer dan twee jaar 23 feiten gekend van drughandel, waarbij is vast te stellen dat 18 van de 23 drugdealers zijn opgepakt op aangeven van de Kompass Klub. Het aantal van 23 moet voorts “in perspectief geplaatst” worden, rekening houdend met de capaciteit van gemiddeld 1000 personen per evenement, twee keer per week, in een periode van meer dan twee jaar. De door de stad georganiseerde verkeersacties hebben, aldus eerste verzoekster, hoofdzakelijk politionele vaststellingen opgeleverd inzake het bezit en het X-17.464-11/18 gebruik van drugs “waarbij de aangetroffen hoeveelheden veeleer gebruikershoeveelheden betreffen dan werkelijke hoeveelheden die kunnen wijzen op verkoop”. Eerste verzoekster meent dat de schendingen van de drugwetgeving ernstig moeten zijn en niet zozeer kwantitatief maar kwalitatief moeten worden beoordeeld. Het is volgens haar niet aannemelijk gemaakt “dat er vaststellingen zijn gebeurd van bezit van grote hoeveelheden verdovende middelen of verpakkingsmateriaal”, noch blijkt het dat de uitbaatster betrokken is of een gedoogbeleid voert. Op geen enkel ogenblik is voldaan aan het opzet- of kennisvereiste van de uitbaatster in verband met het gebruik van drugs in de inrichting; evenmin bleef zij klanten ontvangen waarvan zij wist dat ze in het bezit waren van drugs of er hadden gebruikt. De burgemeester moest dan ook de toepassingsvoorwaarden van artikel 3 van de drugwet bij zijn beslissing betrokken hebben. Geargumenteerd wordt eveneens dat het gebruik van drugs in inrichtingen louter de morele openbare orde aanbelangt. In de tweede plaats doet eerste verzoekster gelden dat de burgemeester de eigen maatregelen en inspanningen van de uitbaatster onjuist heeft beoordeeld. Zij benadrukt dat zij “van begin af aan” alle mogelijke, preventieve maatregelen heeft genomen om elke overlast te beperken en dat de samenwerking met de politiediensten, hulpdiensten, drugcoördinator, bewakingsfirma’s en horecacoaches vlekkeloos verliep. Vervolgens bekritiseert zij “onjuiste feitelijkheden” in de bestreden beslissing, op het stuk van het “Handhaven zero-tolerance beleid op vlak van drugs”, de “Aanvraag Quality Nights Label en installatie water/drinkfonteinen”, de “Omzetting van een VZW naar een BVBA” en de “Systematische fouilles door bewakingsagenten en installatie aparte ruimtes voor politie-fouilles”. Eerste verzoekster betwist dat zij onvoldoende concrete maatregelen naar voor zou brengen, maar meent dat haar niet genoeg de kans wordt gegeven om de effectieve werking ervan te bewijzen. Een periode van vier maanden “om zgn. zelf verder concrete en afdoende maatregelen te nemen […] is dan ook op geen enkele wijze noodzakelijk, noch verantwoord”. X-17.464-12/18 Bij dit laatste aansluitend, zet eerste verzoekster in de derde plaats uiteen dat de inrichting een sluiting van vier maanden onmogelijk kan overleven. Dat de burgemeester de sluiting onmiddellijk doet ingaan en voor een periode van vier maanden oplegt, wordt volgens haar op geen enkele manier verantwoord en getuigt absoluut niet van een zorgvuldige afweging. Boekingen en kosten zijn gemaakt in verband met komende events, die niet meer te recupereren zijn zonder schade. De burgemeester had de mogelijkheid moeten geven om een plan uit te werken of voorbereidingen te treffen voor een tijdelijke sluiting. Eerste verzoekster had gehoopt dat in onderling overleg met onder meer de lokale politie, met wie in het verleden al meermaals overleg was gepleegd waarbij zij zich steeds coöperatief heeft opgesteld, een correct plan kon zijn voorgesteld om de problematiek verder aan te pakken. Echter wordt “de inrichting gedurende vier maanden gesloten waarbij de Burgemeester in zijn besluit dd. 13 maart 2019 duidelijk in gebreke is gebleven te stellen waarom hij niet met minder strenge maatregelen een uitbater van goede wil kon aansporen om in bijkomende regelingen te voorzien”.
- In de nota betwist de verwerende partij dat de materiële toepassingsvoorwaarden van artikel 9bis van de drugwet niet vervuld zouden zijn: de feitelijke vaststellingen mogen wel degelijk als grove schendingen van de drugwet gekwalificeerd worden; een link tussen de feitelijkheden en de uitbating volstaat; een risico op verstoring van de materiële openbare orde is voldoende. De inspanningen van de uitbaatster om de drugproblematiek in haar zaak tegen te gaan werden, aldus de verwerende partij, effectief in de afweging mee opgenomen. Dat de maatregelen naar aanleiding van de overlastafspraken niet volstaan, blijkt uit de recente gebeurtenissen en dat de maatregelen die in het verweerschrift worden voorgesteld niet voldoen, wordt in detail in de bestreden beslissing gemotiveerd. Het kan volgens de verwerende partij niet redelijk betwist worden dat de maatregelen die in het verweerschrift worden voorgesteld, niet volstaan om tot het herstel van de openbare orde te komen. Dat de uitbaatster tekortgeschoten is, steunt op een correcte feitenvinding en een correcte beoordeling. X-17.464-13/18 Het herstellen van de openbare orde dient te gebeuren middels de minst schadelijke maatregel voor de uitbater, maar het herstel primeert. De financiële impact van de gepaste maatregel is dan niet relevant. De sluiting van vier maanden met mogelijkheid tot herevaluatie en dus mogelijke opheffing van de sluiting na twee maanden zijn perfect proportioneel. De motieven om daartoe te besluiten “komen zeker tot uiting in de bestreden beslissing”: “teneinde de openbare veiligheid en rust te herstellen en teneinde U in staat te stellen de wijze waarop Kompass Klub wordt uitgebaat grondig bij te sturen”. Door te voorzien in een sluiting van vier maanden met mogelijke herevaluatie wordt een incentive gegeven om daadwerkelijk drastische stappen te nemen. In verband met de onmiddellijke aanvang van de sluiting meent de verwerende partij dat de sluiting “niet zo onmiddellijk is als men voorstelt” en dat het met het oog op het herstel van de openbare orde toelaatbaar is om niet in een overgangsperiode te voorzien. Beoordeling
- Krachtens artikel 9bis van de drugwet kan de burgemeester een private doch voor het publiek toegankelijke plaats sluiten indien ernstige aanwijzingen voorhanden zijn dat er herhaaldelijk illegale activiteiten plaatsvinden die betrekking hebben op de verkoop, de aflevering of het vergemakkelijken van het gebruik van drugs, waardoor de openbare veiligheid en rust in het gedrang komen.
- Zoals de verkeersacties en de gerechtelijke drugregistraties die in de bestreden beslissing uitgebreid aan bod komen, genoegzaam staven, is de uitbating van de Kompass Klub niet vrij van drugproblemen. Leek niettemin de drugproblematiek, mede door de inspanningen van eerste verzoekster, tot eind 2018 in bedwang en onder controle te kunnen worden gehouden, de voorvallen van begin 2019 bewijzen pijnlijk dat de aanpak niet (meer) voldoet en dringend bijgestuurd moet worden: een medewerker overleed, in het bezit van pillen en met een zeer hoge dosis MDMA in het bloed (27 januari 2019), een bezoeker kreeg een hartstilstand na het X-17.464-14/18 innemen van een pil (3 februari 2019), het medisch diensthoofd van de dienst Spoedgevallen van het UZ uit zijn bezorgdheid. Komt daarbij dat bij het uitlezen van de tablet van de overleden medewerker bleek dat hij en nog andere vrijwilligers deel uitmaakten van een chatgroep in Messenger, waarin gewaarschuwd werd als er politiecontroles in de omgeving van de Kompass Klub waren.
- Ten minste in de huidige stand van de procedure acht de Raad van State het niet onrechtmatig dat de burgemeester in de gegeven omstandigheden voldoende ernstige aanwijzingen voorhanden acht van herhaalde illegale activiteiten die betrekking hebben op het verhandelen of het vergemakkelijken van het gebruik van drugs in de Kompass Klub en die zijn uitgemond in de aantasting van de openbare veiligheid en rust. Het eerste onderdeel van het enige middel is niet ernstig.
- Wat het tweede onderdeel betreft, wijst eerste verzoekster er op dat zij al vele maatregelen, vrijwillig, heeft genomen. De burgemeester lijkt er zich blijkens de bestreden beslissing ook daadwerkelijk rekenschap van te hebben gegeven. Echter stelt hij eveneens vast dat, alle engagementen en maatregelen ten spijt, het tragisch dieptepunt van de gebeurtenissen van januari en februari 2019 niet kon worden vermeden. Deze vaststelling en de pertinentie ervan worden door het tweede middelonderdeel op het eerste gezicht niet ontkracht.
- De burgemeester lijkt terecht bijkomende inspanningen en demarches vanwege de uitbaatster van de Kompass Klub te mogen verwachten. Concreet denkt hij aan een meer professionele organisatie van de uitbating van de club. X-17.464-15/18 Eerste verzoekster is het daar mee eens en zet in haar verweerschrift uiteen dat met het oog hierop de uitbating van de Kompass Klub in de toekomst niet meer door een vzw, maar door een bvba zal gebeuren, de op 22 februari 2019 opgerichte bvba Clodette. Dit is de burgemeester blijkens de bestreden beslissing geenszins ontgaan. Het kan hem evenwel niet overtuigen omdat in het verweerschrift niet wordt toegelicht hoe de oprichting van de bvba Clodette concreet voor de professionalisering van de personeelsbezetting en de uitbating zal zorgen. Daar wordt in het tweede middelonderdeel niets tegen ingebracht.
- Zoals reeds meer door de Raad van State overwogen, moet de oplegging van een sluitingsmaatregel als bedoeld in artikel 9bis van de drugwet de evenredigheidstoets kunnen doorstaan en verschijnen als het resultaat van een afweging, met zin voor maat, van alle betrokken gegevens en belangen. Getuige de parlementaire voorbereiding van de wet van 20 juli 2006 ‘houdende diverse bepalingen’ die artikel 9bis van de drugwet heeft ingevoegd (verslag, Parl.St. Kamer 2005-2006, 2518/021, 27), dienen bij de afweging alleszins ook de inspanningen van de uitbater zelf om het drugprobleem aan te pakken, te worden meegenomen. Aangezien de maatregel alleen een preventief karakter heeft, lijkt hij niet méér belastend te mogen zijn dan redelijkerwijs nodig voor een doeltreffende toekomstbeveiliging. Op het eerste gezicht moet de afweging afdoende in de formele motivering van de sluitingsmaatregel tot uiting worden gebracht.
- Een dergelijke formele verantwoording lijkt in de bestreden beslissing te ontbreken. X-17.464-16/18 Weliswaar affirmeert de burgemeester erin dat hij “steeds [zal] waken over de proportionaliteit van de maatregel” en dat hij “een verplichte en volledige sluiting van [de] zaak voor een periode van 4 maanden proportioneel [acht]”, maar een motivering die inzichtelijk en aannemelijk maakt dat een dergelijke sluiting nodig is voor het bijsturen van de uitbating van de Kompass Klub en het herstel van de openbare veiligheid en rust, wordt niet gegeven. Dit klemt des te meer waar de sluitingsmaatregel, zoals hiervoor is gebleken, voor de geadresseerde bijzonder ingrijpende gevolgen meebrengt. Bovendien is er de niet-betwiste, aanzienlijke coöperatieve en constructieve ingesteldheid waarvan eerste verzoekster in het verleden ogenschijnlijk steeds blijk heeft gegeven en die de verplichting tot formele motivering van de sluitingsduur te dezen nog bijkomend aanscherpt.
- In de huidige stand van de rechtspleging kan de Raad van State er niet toe komen de opgelegde sluitingsduur van vier maanden – ook al kan hij eventueel na twee maanden geherevalueerd worden – toereikend gemotiveerd te achten. Dat de burgemeester blijkbaar zelf van oordeel is dat mogelijk reeds een sluiting van twee maanden zou kunnen volstaan, maakt een formele motivering van de dubbele termijn waarin hij in de eerste plaats finaal voorziet niet minder pregnant. Het derde middelonderdeel is in deze mate ernstig. Bijgevolg is ook aan de tweede en laatste cumulatieve grondvoorwaarde voor een schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid voldaan. BESLISSING De Raad van State schorst de tenuitvoerlegging van het door het college van burgemeester en schepenen van de stad Gent bevestigde besluit van de burgemeester van 13 maart 2019 om de inrichting Kompass Klub, X-17.464-17/18 Ottergemsesteenweg-Zuid 717 A te 9000 Gent, met onmiddellijke ingang te sluiten gedurende een periode van vier maanden. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zesentwintig maart 2019, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust. X-17.464-18/18 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.035 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.789 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div