id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 maart 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.060 Rolnummer: A. 227514/XII-8698 Zaak: Arrest 244060 - Overheidsopdrachten - 28/03/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-04-01 Raadplegingen: 70 - laatst gezien 2026-06-25 09:57 Fiche Arrest nr 244.060 van 28 maart 2019 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Bevolen Inwilliging tussenkomst Verwerping overige Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 244.060 van 28 maart 2019 in de zaak A. 227.514/XII-8698 In zake: de NV HENS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Ria Hens kantoor houdend te 2000 Antwerpen Verlatstraat 23-25 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de PROVINCIE WEST-VLAANDEREN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jo Goethals kantoor houdend te 8800 Roeselare Kwadestraat 151B/41 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de NV DEVAGRO bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Mathy Depuydt en Vallery Declercq kantoor houdend te 8570 Anzegem Kerkstraat 1 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 25 februari 2019, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van : “• De beslissing van de Deputatie van de provincie West-Vlaanderen d.d. 7 februari 2019 waarbij beslist wordt de offerte van [de nv Hens] voor de overheidsopdracht „Integraal waterproject - Aanleggen van een XII-8698-1/13 gecontroleerd overstromingsgebied op de Maalbeek te Anzegem‟, bestek WAT/18/31 niet te selecteren; • De beslissing van de Deputatie van de provincie West-Vlaanderen d.d. 7 februari 2019 om de opdracht voor werken „Integraal waterproject – Aanleggen van een gecontroleerd overstromingsgebied op de Maal- beek te Anzegem‟ te gunnen aan Devagro NV […] voor een bedrag van € 843.412,50 excl. BTW, hetzij € 1.025.369,13 incl. BTW. • De impliciete beslissing van de Deputatie van de provincie West-Vlaanderen d.d. 7 februari 2019 om de opdracht voor werken „Integraal waterproject – Aanleggen van een gecontroleerd overstro- mingsgebied op de Maalbeek te Anzegem‟ niet aan [de nv Hens] te gunnen.” II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. Met een verzoekschrift van 8 maart 2019 heeft de nv Devagro gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 19 maart 2019, om 10.30 uur. Staatsraad Johan Bovin heeft verslag uitgebracht. Advocaat Ria Hens, die verschijnt voor de verzoekende partij, advocaat Jo Goethals, die verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Mathy Depuydt, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Auditeur Frederic Eggermont heeft een met dit arrest andersluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- XII-8698-2/13 III. Feiten 3.
- De provincie West-Vlaanderen schrijft een overheidsopdracht voor werken uit met als voorwerp het “aanleggen van een gecontroleerd overstromingsgebied op de Maalbeek te Anzegem”. Er wordt geopteerd voor een openbare procedure met als enige gunningscriterium de prijs. Het bijzonder bestek WAT/18/31 dienstjaar 2018 is op de opdracht van toepassing. Artikel 65 van dit bestek bepaalt onder meer: “Artikel 65 ev – Selectiecriterium: De inschrijver moet om in aanmerking te komen voor gebeurlijke toewijzing aantonen dat hij voldoet aan de volgende voorwaarde: - Minstens 3 referenties van uitgevoerde opdrachten van gelijksoortige werken in aard (zie pagina 6) en omvang tijdens de laatste 5 jaar, gestaafd door of een getuigschrift of een proces-verbaal van oplevering vanwege de aanbestedende overheden. Per referentie dient een korte beschrijving van de aard en de omvang van de werken worden toegevoegd.” 3.
- De opdracht wordt bekendgemaakt in het Bulletin der Aaanbestedingen van 23 november
- 3.
- Er worden 11 offertes ingediend, waaronder een door de verzoekende partij. 3.
- Op 21 januari 2019 vindt de openingszitting plaats. 3.
- Op 25 januari 2019 wordt een “Aanbestedingsverslag” opge- maakt. Hierin wordt bij de “Controle uitsluitingsgronden én selectiecriteria (vlgns. KB 18/04/2017 art. 75)” vastgesteld dat “Inschrijver NV Hens […] 6 referenties [heeft] toegevoegd aan zijn inschrijving. Twee getuigschriften werden door de aanbestedende overheden opgemaakt. Vier getuigschriften werden XII-8698-3/13 door (hoofd)aannemers opgemaakt. De 6 referenties omvatten geen korte beschrijving van de aard van de uitgevoerde werken, waardoor de gelijksoortigheid van de werken niet of onvoldoende wordt aangetoond”. Voorgesteld wordt om de offerte van de verzoekende partij niet te selecteren “omwille van het niet of onvoldoende aantonen van de gelijksoortige werken”, en de opdracht te gunnen aan de nv Devagro als laagste regelmatige inschrijver. 3.
- Op 7 februari 2019 keurt de deputatie van de provincie West-Vlaanderen het gunningsverslag goed en beslist onder meer om de offerte van de verzoekende partij niet te selecteren “omwille dat de referenties geen korte beschrijving van de aard van de uitgevoerde werken omvatten, waardoor de gelijksoortigheid van de werken niet of onvoldoende wordt aangetoond”, en de opdracht te gunnen aan de nv Devagro. IV. Tussenkomst
- De nv Devagro blijkt voordeel te halen uit de bestreden beslissingen en heeft er belang bij dat de vordering wordt afgewezen. Bijgevolg moet haar verzoek tot tussenkomst worden ingewilligd. V. Schorsingsvoorwaarden 5.
- Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing. 5.
- Te dezen is evenwel ook de wet van 17 juni 2013 „betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies‟ van toepassing. XII-8698-4/13 Krachtens artikel 15, eerste lid, van die wet kan de uitvoering worden geschorst van de thans bestreden beslissingen in aanwezigheid van een ernstig middel of een klaarblijkelijke onwettigheid. Overeenkomstig artikel 15, tweede lid, echter wordt de vordering tot schorsing voor de Raad van State uitsluitend ingesteld volgens een procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid. Overeenkomstig artikel 31 gelden deze bepalingen ook voor opdrachten die de drempelbedragen voor Europese bekendmaking niet bereiken. Er dient te dezen dan ook enkel nog te worden onderzocht of minstens één ernstig middel wordt aangevoerd, dan wel een klaarblijkelijke onwettigheid aanwezig is, die de nietigverklaring van de bestreden beslissingen kunnen verantwoorden. VI. Onderzoek van het enig middel Standpunt van de partijen 6.
- In een enig middel voert de verzoekende partij de schending aan van de artikelen 66 en 81 van de wet van 17 juni 2016 „inzake overheids- opdrachten‟ (hierna: wet overheidsopdrachten 2017), de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 „betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurs- handelingen‟, de materiëlemotiveringsplicht als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur, het zorgvuldigheids- en redelijkheidsbeginsel, en het gelijkheidsbeginsel, evenals “de miskenning van bewijsstukken”. De verzoekende partij licht toe dat het oordeel van de deputatie van de provincie West-Vlaanderen dat de referenties gevoegd bij haar offerte geen korte beschrijving van de aard van de uitgevoerde werken zou omvatten, waardoor de gelijksoortigheid van de werken niet of onvoldoende wordt aangetoond, volstrekt in strijd is met de door haar ingediende offerte. Zij verwijst daarvoor naar de door haar bij haar offerte gevoegde bijlage “
- Referenties + beschrijving” met daarbij “getuigschriften van goede uitvoering en korte beschrijving van XII-8698-5/13 gelijksoortige werken” voor zes opgegeven referenties. Volgens haar wordt de gelijksoortigheid van de werken voldoende aangetoond door de gevoegde beschrijving van de aard van de uitgevoerde werken. Door hiermee geen rekening te houden, handelt de verwerende partij in strijd met het zorgvuldigheids- en redelijkheidsbeginsel en miskent zij de gevoegde stukken. De verzoekende partij besluit dat de opdracht ten onrechte niet aan haar werd gegund, nu zij als laagste regelmatige inschrijver de economisch meest voordelige offerte heeft ingediend. 6.
- De verwerende partij verwijst in eerste instantie naar de bepalingen van artikel 71 van de wet overheidsopdrachten 2016 en artikel 68 van dezelfde wet, samengenomen met artikel 65, tweede lid, van het koninklijk besluit van 18 april 2017 „plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren‟ (hierna: koninklijk besluit plaatsing 2017). Volgens de verwerende partij is het bestek met betrekking tot de gevraagde referenties te dezen duidelijk, en is ook meteen duidelijk dat de kwestieuze vereiste uitdrukkelijk dient te worden getoetst aan het voorwerp van de opdracht zoals omschreven op bladzijde 6 van het bestek. Uit de korte omschrij- ving moet immers kunnen worden afgeleid of de inschrijver daadwerkelijk in staat is om het concrete project daadwerkelijk met kennis en kunde uit te voeren. De verzoekende partij heeft haar “korte uitleg” verengd tot een loutere beschrijving, zonder evenwel – hoewel het bestek dat nochtans vereist – daadwerkelijk toe te lichten waarom haar referenties pertinent zijn voor het kwestieuze werk, zodat er van een korte toelichting als zodanig geen sprake was. Bovendien blijkt dat geen van de door de verzoekende partij opgegeven referenties “qua omvang grootteorde” overeenkomt met het hier aan de orde zijnde project. Voorts laat de verwerende partij nog gelden dat het middel betrekking heeft op een overtollig motief, nu blijkt dat de verzoekende partij geen drie attesten heeft voorgelegd uitgaande van de aanbestedende overheden, maar slechts één getuigschrift ondertekend door de aanbestedende overheid, vier getuigschriften ondertekend door (hoofd)aannemers, en één getuigschrift onder- XII-8698-6/13 tekend door een bedrijf uit de privésector. Dit werd vermeld in het aanbeste- dingsverslag, waarvan ook de inhoud in de bestreden beslissing is overgenomen. Ten slotte merkt de verwerende partij op dat de verzoekende partij de formeel naar voor gebrachte motivering betwist, zodat het weinig ernstig is te stellen dat de formelemotiveringsplicht zou zijn geschonden, en dat de verzoe- kende partij niet toelicht waarom het gelijkheidsbeginsel zou zijn geschonden. 6.
- De tussenkomende partij merkt op dat de verwijzing naar bladzijde 6 van het bestek aan de inschrijvers een duidelijke richting en idee gaf hoe de korte beschrijving er diende uit te zien en welke werkzaamheden er onder gelijksoortige werken in aard dienden te worden begrepen. Een eenvoudige vergelijking van de door de verzoekende partij bij haar referenties gegeven korte beschrijving en de “korte beschrijving van de werken” op bladzijde 6 van het bestek, toont meteen aan dat deze beschrijvingen veel te kort zijn en het voor de verwerende partij of eender wie onmogelijk maken om uit te maken of de opdrachten waarvoor de referenties werden gevoegd effectief en met voldoende zekerheid gelijksoortige werken qua aard als voorwerp hadden. Voorts verwijst de tussenkomende partij naar het aanbeste- dingsverslag waarin wordt vermeld dat twee getuigschriften door de aanbeste- dende overheid werden opgemaakt, en vier door (hoofd)aannemers, hoewel het bestek een getuigschrift of een proces-verbaal van oplevering vanwege de aanbestedende overheden vereist. Aldus voldoet de offerte van de verzoekende partij evenmin aan de selectievereisten van het bestek. Volgens de tussenkomende partij werden het gunningsverslag en zijn motieven in de besteden beslissing goedgekeurd, zodat deze motieven er onlosmakelijk een geheel mee uitmaken. De tussenkomende partij merkt ten slotte op dat de vraag van de verzoekende partij tot schorsing van de impliciete weigeringsbeslissing kennelijk onontvankelijk is. Zij verwijst daarvoor naar de rechtspraak van de Raad en merkt ten overvloede op dat de verzoekende partij haar argumentatie omtrent de impliciete weigeringsbeslissing om de opdracht aan haar te gunnen niet verder uitwerkt. Zij toont niet aan dat bij een eventuele vernietiging van de bestreden beslissing tot niet selectie op grond van haar enig middel de verwerende partij bij XII-8698-7/13 een heroverweginig geen andere keuze zou hebben dan de opdracht aan haar te gunnen. Beoordeling 6.
- Artikel 66, § 1, 1°, van de wet overheidsopdrachten 2016 bepaalt dat “[o]pdrachten worden gegund op basis van één of meerdere gunningscriteria, vastgesteld overeenkomstig artikel 81, mits de aanbestedende overheid erop heeft toegezien dat […]: 1° de offerte voldoet aan de eisen, voorwaarden en criteria vermeld in de aankondiging van een opdracht en de opdrachtdocumenten […]”. 6.
- De aankondiging in het Bulletin der Aanbestedingen van 23 november 2018 vermeldt inzake de technische en beroepsbekwaamheid: “Minstens 3 referenties van uitgevoerde werken van gelijksoortige werken in aard (zie p. 6) en omvang tijdens de laatste vijf jaar, gestaafd door of een getuigschrift of een proces-verbaal van oplevering vanwege de aanbeste- dende overheden. Per referentie dient een korte beschrijving van de aard en de omvang van de werken worden toegevoegd.” In het bijzonder bestek dat de opdracht beheerst, wordt als selectiecriterium opgelegd: “Minstens 3 referenties van uitgevoerde opdrachten van gelijksoortige werken in aard (zie pagina 6) en omvang tijdens de laatste 5 jaar, gestaafd door of een getuigschrift of een proces-verbaal van oplevering vanwege de aanbestedende overheden. Per referentie dient een korte beschrijving van de aard en de omvang van de werken worden toegevoegd.” Als beschrijving van de werken is vanaf pagina 6 van het bestek opgenomen: “Voorwerp van de opdracht. GOG Maalbeek omvat: - Hermeanderen van de waterloop en het plaatsen van stuwen ter bevordering van de waterbergende capaciteit van de waterloop. - Het aanleggen van een overstromingsgebied met waterspaarbekken met knijpconstructie om de piekdebieten in de waterloop op te vangen en stroomafwaarts wateroverlast te vermijden. XII-8698-8/13 - Het herstellen van een historische stuwvijver dienstig voor de werking van de stroomafwaarts gelegen watermolen „Goed ter Walskerke‟ en het gebruik van kleinschalig metselwerk dat aansluit met de erfgoedwaarde van de onmiddellijke omgeving. - Inrichten van een watertappunt voor de omliggende landbouwbedrijven. - Inrichten van een broedheuvel, natuurlijke poel, vispaaiplaats en boomgaard ter bevordering van de lokale flora en fauna. - Inrichten van graasweides i.v.m. een natuurlijk beheer door schapen. - Inrichten van een recreatieve en informatieve wandeling door het gebied met accommodatie van Westtoer en het voorzien van een fietsrustpunt. Een groot deel van het grondoverschot wordt verwerkt op een naastgelegen blok akkerland van 3,50 ha met behoud van de natuurlijke afwaterings- helling en de bestaande afwateringsstructuren. Korte beschrijving van de werken. - Grondige ruimingwerken. - Herprofileren van (straat)grachten. - Ophogings- en nivelleringswerken van aanpalende percelen. - Verwijderen van bomen. - Herprofieleren en hermeanderen van de Maalbeek met flauwe taludhellingen. - Plaatselijke beschermingswerken aan de taluds bestaande uit betuining met palen, eiken kantplanken, riettegels op een zandcementfundering + grasbezaaiing, bodemversterking in drainerende betonstenen, plaatselijk bodemversterking in schraal betonfundering. - Grondwerken voor het realiseren van het bufferbekken en spaarbekken op de Maalbeek. - Grondwerken voor het realiseren van de historische stuwvijver voor de watermolen. - Bouwen van knijpconstructies in beton. - Bouwen van betonnen en metselwerk kopmuren. - Leveren en plaatsen van terugslagkleppen. - Steenbestortingen – realiseren van een verval in de waterloop. - Bouwen van duikers (kokers 1,50 m x 2,00 m, ø500 mm) - Aanleggen van een steenslagverharding gemengd met teelaarde en graszaden. - Aanleggen van een tappunt voor de omliggende landbouwbedrijven. - Aanleggen van een aanzuigplaats voor sproeimachines voor de omliggende landbouwbedrijven. - Aanleggen van een broedheuvel. - Aanleggen van een vispaaiplaats in de Maalbeek. - Aanleggen van een natuurlijke poel. - Aanleggen van een eikenhouten vlonderpad doorheen het overstromingsgebied. - Inrichten van een boomgaard met halfstammige fruitbomen en graasweide. - Inrichten van een fietsrustpunt met accommodatie van Westtoer. - Inrichten van de site met inheemse beplanting in de vorm van meidoornhagen, struweel, elzenstoven, wilgenrijen en populierenrijen. XII-8698-9/13 - Leveren en plaatsen van afsluitingen. - Leveren en plaatsen van leuningen. - Verzekeren van de waterafvoer gedurende de uitvoering. - Het onderhoud van de werken gedurende de waarborgtermijn.” De waarde van de opdracht wordt geraamd op een totaal van 1.212.161,15 euro zonder btw. 6.
- In de bij haar offerte gevoegde bijlage “
- Referenties + beschrijving” vermeldt de verzoekende partij de volgende referenties en beschrijving: - referentie 1 “Herentals”, opgesteld door de nv Louis Mols Algemene Aanne- mingen: “Het betreft de uitvoering van diverse grondwerken op de linkeroever van de Kleine Nete ter hoogte van de Sint-Jobstraat in het kader van het ecologisch herstelproject „De Hellekens‟” (voor een bedrag van 2.291.980 euro zonder btw); - referentie 2 “Boom”, opgesteld door de bvba ID&T: “Het betreft jaarlijkse diverse werken ter voorbereiding van Tomorrowland bestaande uit grondwerken, waterbouwwerken, wegenbouwwerken en natuurinrichtingswerken” op het provinciale domein De Schorre (voor een bedrag van 3.998.546 euro zonder btw); - referentie 3 “Lanaye”, opgesteld door de nv Besix: “Het betreft diverse voorbereidende werken voor de bouw van een nieuw sluizencomplex op de Maas, voornamelijk waterbouwwerken, grondwerken en sloopwerken” (voor een bedrag van 7.677.603,64 euro zonder btw); - referentie 4 “Werkendam (Nederland)”, opgesteld door Waterschap Rivieren- land: “Het betreft de dijkversterking van de primaire waterkering nabij het Steurgat in het kader van het Rijksprogramma Ruimte voor de Rivier” (voor een bedrag van 5.620.777 euro zonder btw); - referentie 5 “Mechelen”, opgesteld door de nv Hye: “Het betreft ophogingen bestaande uit volumineuze uitgravingen en geschikt maken van uitgegraven grond als ophoogmateriaal voor de dijkkern voor de bouw van een gecontroleerd overstromingsgebied in het Zennegat, Beneden Dijle Linkeroever” (voor een bedrag van 131.937 euro zonder btw); - referentie 6 “Lillo”, opgesteld door de nv Hye: “Het betreft het ontpolderen en verhogen van de dijk op de rechter Scheldeoever in het kader van de bouw van een grondwaterkering” (voor een bedrag van 4.597.925 euro zonder btw). XII-8698-10/13 6.
- Bij het bestreden besluit wordt het gunningsverslag goedgekeurd en wordt de offerte van de verzoekende partij niet geselecteerd, op grond van “het gunningsverslag dd. 25 januari 2019 van de Dienst Waterlopen waaruit blijkt dat: […] de offerte NV Hens uit Wuustwezel niet wordt geselecteerd omwille dat de referenties geen korte beschrijving van de aard van de uitgevoerde werken omvatten, waardoor de gelijksoortigheid van de werken niet of onvoldoende wordt aangetoond”. 6.
- In de hiervoor geciteerde bij haar offerte gevoegde bijlage “
- Referenties + beschrijving” vermeldt de verzoekende partij een korte beschrijving van de aard van de werken die het voorwerp hebben uitgemaakt van de opdracht waarop de referentie betrekking heeft. Het enkele motief tot niet-selectie van de offerte van de verzoe- kende partij, namelijk dat de referenties “geen korte beschrijving van de aard van de uitgevoerde werken omvatten”, mist dan ook op het eerste gezicht feitelijke grondslag. Voorts moet worden vastgesteld dat de argumentatie van de verwerende partij en de tussenkomende partij dat deze korte beschrijving inhoudelijk niet beantwoordt aan het selectievereiste van het bestek, namelijk doordat zij dermate summier is dat het op grond daarvan onmogelijk is om uit te maken of de opdrachten waarvoor de referenties werden gevoegd effectief en met voldoende zekerheid gelijksoortige werken qua aard als voorwerp omvatten, geen neerslag vindt in de motivering van het bestreden besluit. Het bestreden besluit is er op het eerste gezicht toe beperkt de beslissing tot niet-selectie te steunen enkel op een gebrek aan het vereiste “korte beschrijving van de aard van de uitgevoerde werken”. Dat “de gelijksoortigheid van de werken niet of onvoldoende wordt aangetoond” lijkt enkel een apodictische gevolgtrekking te zijn uit het vastgestelde ontbreken van de vereiste korte beschrijving van de aard en de omvang van de werken. De argumentatie van de verwerende partij en de tussenkomende partij dat de offerte van de verzoekende partij hoe dan ook niet kon worden geselecteerd omdat bij de opgegeven referenties geen getuigschrift of XII-8698-11/13 proces-verbaal van oplevering vanwege de aanbestedende overheden was gevoegd, blijkt op het eerste gezicht geen motief tot niet-selectie van de offerte van de verzoekende partij te zijn geweest. Enkel in het aanbestedingsverslag wordt opgemerkt: “Inschrijver NV Hens heeft 6 referenties toegevoegd aan zijn inschrijving. Twee getuigschriften werden door de aanbestedende overheden opgemaakt. Vier getuigschriften werden door (hoofd)aannemers opgemaakt”, zonder dat dit als een motief voor de niet-selectie van de offerte van de verzoekende partij wordt aangegeven. 6.
- Het middel is in de aangegeven mate ernstig. VII. Besluit en kosten 7.
- Het enig middel is ernstig gebleken. De vordering tot schorsing van de bestreden gunningsbeslissing bij uiterst dringende noodzakelijkheid dient dan ook te worden toegewezen. Uit het ernstig bevinden van het enig middel volgt de vaststelling dat de offerte van de verzoekende partij opnieuw moet worden onderzocht wat het voldoen aan de selectievoorwaarden betreft en in voorkomend geval ook wat de regelmatigheid betreft. Bijgevolg staat dan ook niet vast dat de opdracht werd gegund aan de laagste regelmatige inschrijver maar tevens ook niet dat de opdracht hoe dan ook aan de verzoekende partij had moet worden gegund. De vordering tot schorsing van de impliciete weigeringsbeslissing om de opdracht aan de verzoekende partij te gunnen dient bijgevolg te worden verworpen. 7.
- Het is passend, gelet op de hierna ingewilligde vordering tot schorsing en het daaropvolgende nog noodzakelijke procedureverloop, de kosten, de gevorderde rechtsplegingsvergoedingen inbegrepen, in beraad te houden. BESLISSING
- Het verzoek van de nv Devagro tot tussenkomst wordt ingewilligd. XII-8698-12/13
- De Raad van State beveelt de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van het besluit van de deputatie van de provincie West-Vlaanderen van 7 februari 2019 waarbij de opdracht voor werken : integraal waterproject – Aanleggen van een gecontroleerd overstromings- gebied op de Maalbeek te Anzegem wordt gegund aan de nv Devagro.
- De Raad van State verwerpt de vordering voor het overige. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 28 maart 2019, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Johan Bovin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Johan Bovin XII-8698-13/13 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.060 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.898 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.