id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 maart 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.067 Rolnummer: A. 225711/X-17286 Zaak: Arrest 244067 - Huisvesting - 29/03/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-04-08 Raadplegingen: 70 - laatst gezien 2026-06-25 10:07 Fiche Arrest nr 244.067 van 29 maart 2019 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Huisvesting Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 244.067 van 29 maart 2019 in de zaak A. 225.711/X-17.286 In zake: de BVBA ADVOCATENKANTOOR PIETER WAUMAN woonplaats kiezend te 9100 Sint-Niklaas Sint-Gillisbaan 16 bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Kjell Swartelé kantoor houdend te 2018 Antwerpen Anselmostraat 2 tegen: de STAD SINT-NIKLAAS -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 16 juli 2018, strekt tot de nietigverklaring van “[h]et besluit van het College van burgemeester en schepenen van de stad Sint-Niklaas van 16.04.2018 houdende het inhouden van (…) een herstellingskost van 1410,70 EUR op de gestorte waarborg van 1920 EUR van de bouwheer Advocatenkantoor Pieter Wauman bvba, Zamanstraat 66 B3 te 9100 Sint-Niklaas”. II. Verloop van de rechtspleging
- Aan de verzoekende partij is op 11 oktober 2018 ter kennis gebracht dat de verwerende partij verzuimd heeft een memorie van antwoord in te dienen. Op 18 januari 2019 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij en de verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het X-17.286- 1/3 besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling
- Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijn voor het toesturen van de toelichtende memorie niet eerbiedigt. Bij het versturen aan de verzoekende partij van de mededeling dat de verwerende partij verzuimd heeft om een memorie van antwoord in te dienen heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van het genoemde artikel 21, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van artikel 14bis, § 1, van voormeld besluit van de Regent. De verzoekende partij heeft geen toelichtende memorie aan de griffie toegestuurd binnen de termijn van zestig dagen gesteld in artikel 8, juncto 7, van voormeld besluit van de Regent.
- Er dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt. De brief van de verzoekende partij van 28 januari 2019 bevestigt dat. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep. X-17.286- 2/3
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negenentwintig maart 2019, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-17.286- 3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.067 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div