id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 01 april 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.079 Rolnummer: A. 223581/IX-9161 Zaak: Arrest 244079 - Varia (onderwijs en cultuur) - 01/04/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-04-11 Raadplegingen: 232 - laatst gezien 2026-06-28 14:31 Fiche Arrest nr 244.079 van 1 april 2019 Onderwijs en cultuur - Varia (onderwijs en cultuur) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 244.079 van 1 april 2019 in de zaak A. 223.581/IX-9161 In zake: Ronald CHARVET woonplaats kiezend te 7540 Kain Rue Pierre 35 tegen: de VLAAMSE GEMEENSCHAP -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 12 oktober 2017, strekt tot de nietig- verklaring van de beslissing van het agentschap Hoger Onderwijs, Volwassenen- onderwijs, Kwalificaties & Studietoelagen, afdeling School- en Studietoelagen, van het Vlaamse ministerie van Onderwijs en Vorming van 16 augustus 2017, waarbij de aanvraag voor een schooltoelage voor A.L. voor secundair onderwijs, schooljaar 2016-2017, wordt afgewezen. II. Verloop van de rechtspleging
- Eerste auditeur Jurgen Neuts heeft een verslag opgesteld, op grond van artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 18 februari
- IX-9161-1/7 Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitge- bracht. De verzoekende partij is gehoord. Eerste auditeur Jurgen Neuts heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Verzoeker dient voor het schooljaar 2016-2017 een aanvraag voor een schooltoelage in voor de op dat ogenblik minderjarige A.L., die aan hem en zijn partner als pleegzorgers en maternale grootouders werd toevertrouwd. Op 16 augustus 2017 beslist de afdeling School- en Studietoe- lagen van het Vlaamse ministerie van Onderwijs en Vorming om de aanvraag af te wijzen “omdat het inkomen boven de wettelijk vastgestelde maximumgrens ligt”. Dit is de thans bestreden beslissing. 3.
- Verzoeker stelt daartegen op 30 augustus 2017 het georgani- seerd administratief beroep in. Op 27 oktober 2017 wijst dezelfde afdeling het beroep van verzoeker af, in wezen omdat: “[…] enkel pleegkinderen en pleeggasten die onder een pleegzorgdienst vallen die binnen de Vlaamse Gemeenschap ligt, recht kunnen hebben op een volledige toelage zonder rekening te houden met de financiële voor- waarden. [A.L.] hoort tot de pleegzorgdienst ‘l’Acceuil Familial uit Doornik’ en valt dus onder de Franstalige gemeenschap. Daardoor zijn wij decretaal ver- plicht om de inkomenstoets wel uit te voeren en blijft de afkeuring van het dossier gelden.” IX-9161-2/7 IV. Toepassing kortedebattenprocedure – rechtsmacht van de Raad van State 4.
- Krachtens artikel 14, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State doet de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, bij wijze van arresten, uitspraak over de beroepen tot nietigverklaring we- gens overtreding van hetzij substantiële, hetzij op straffe van nietigheid voorge- schreven vormen, overschrijding of afwending van macht, ingesteld tegen de akten en reglementen van de onderscheiden administratieve overheden. Die bevoegdheid wordt bepaald door het werkelijk en recht- streeks voorwerp van het beroep tot nietigverklaring (Cass. 8 september 2016, C.11.0455.F ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160908.8 en C.11.0457.F). 4.
- Uit de artikelen 144, eerste lid, en 145 van de Grondwet volgt dat de geschillen over subjectieve rechten – altijd, wat de geschillen over burger- lijke rechten betreft en in principe, wat de geschillen over politieke rechten betreft – tot de bevoegdheid van de hoven en rechtbanken behoren. Onder voorbehoud van een – in dit geval niet bestaande – toewijzing van bevoegdheid inzake poli- tieke rechten, is de Raad van State dan ook niet bevoegd om kennis te nemen van beroepen tot nietigverklaring waarvan het werkelijke en rechtstreekse voorwerp een geschil over subjectieve rechten betreft. Het bestaan van een subjectief recht veronderstelt dat de eiser zich beroept op een welbepaalde juridische verplichting die een regel van objectief recht rechtstreeks aan een derde oplegt en bij de nakoming waarvan die partij belang heeft. Een partij kan zich ten aanzien van de administratieve overheid enkel op een dergelijk recht beroepen, als de bevoegdheid van die overheid volledig gebonden is (Cass. 9 december 2016, C.16.0057.N ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20161209.2).
- Het voorliggende beroep tot nietigverklaring is gericht tegen de weigering om aan verzoeker de schooltoelage, ingesteld bij het decreet van 8 juni 2007 ‘betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap’, toe te IX-9161-3/7 kennen. Dit decreet voorziet in de toekenning van een schooltoelage in – onder meer – het leerplichtonderwijs aan de aanvrager die aan de gestelde voorwaarden voldoet.
- Luidens artikel 4, eerste lid, van het voormelde decreet van 8 juni 2007 verleent de Vlaamse regering schooltoelagen aan minvermogende leerlingen in – onder meer – het leerplichtonderwijs “overeenkomstig de regelen die bij en krachtens dit decreet zijn vastgesteld”. Het decreet stelt de aangevraagde studiefinanciering in als een recht voor de aanvrager die voldoet aan de voor- waarden die bij of krachtens het decreet zijn vastgesteld.
- Een beslissing om aan een aanvrager al dan niet de gevraagde studiefinanciering toe te kennen, kan door de bevoegde dienst niet worden geno- men op grond van een concrete beoordeling en appreciatie van de graad van ver- dienste en de kwaliteit van de prestaties van de aanvrager, of in functie van de behartigenswaardige situatie van de aanvrager. Zoals de Raad van State reeds heeft geoordeeld, bijvoorbeeld in zijn arresten nr. 205.008 van 10 juni 2010 en nr. 208.291 van 21 oktober 2010, laat het meervermelde decreet van 8 juni 2007 aan het bestuur geen marge om naar redelijkheid of billijkheid van die voorwaarden of criteria af te wijken. Integendeel beschikt het bestuur slechts over een gebonden bevoegdheid en vergt zijn beslis- sing enkel een toets van de ingediende aanvraag aan het al dan niet vervuld zijn van de bij decreet en reglementair gestelde voorwaarden.
- In de concrete zaak die voorligt, stoelt de beslissing dat het pleegkind van verzoeker niet in aanmerking komt voor studiefinanciering op de zogenaamde “financiële voorwaarden”, neergeschreven in de artikelen 33 en volgende van het voormelde decreet. De wezenlijke inzet van de betwisting tussen verzoeker en de verwerende partij is gelegen in de vraag of al dan niet rekening moet of mag IX-9161-4/7 worden gehouden met het referentie-inkomen van de leefeenheid van het betrok- ken pleegkind en waaruit dan voortvloeit of hij in aanmerking komt voor een schooltoelage. Het antwoord op die vraag – of met andere woorden de wijze waarop het decreet van 8 juni 2007 in het concrete geval toepassing krijgt – is geen zaak van appreciatie, maar van interpretatie. Het bestuur beschikt niet over enige beoordelingsvrijheid bij de toepassing van de toepasselijke bepalingen in het concrete geval.
- De voorwaarden die vervuld moeten zijn om in aanmerking te komen voor de toelage, inzonderheid de financiële voorwaarden, evenals de be- rekeningswijze en het uiteindelijke bedrag van de toelage worden volledig door de toepasselijke regelgeving zelf bepaald. Indien de objectief bepaalde decretale en reglementaire voorwaarden zijn vervuld, en enkel dan, ontstaat een precies be- paalbare verplichting voor de verwerende partij jegens de aanvrager van de stu- diefinanciering. De vaststelling van het bestaan en de omvang van het recht van verzoeker op een schooltoelage hangt niet af van enige discretionaire beslissing van het bestuur. De burgerlijke rechter, bij wie de aanvrager van een studiefi- nanciering zijn recht kan opeisen, kan over het bestaan en de omvang van het recht van de aanvrager uitspraak doen op grond van de voorwaarden zoals ze in het decreet zijn geformuleerd, zonder daarbij te moeten vaststellen dat het bestuur op bepaalde punten over een beleidsvrijheid beschikt. De rechter kan hierbij op au- tonome wijze artikel 33 en de overige relevante bepalingen van het decreet inter- preteren en op grond daarvan het vervuld zijn van de financiële voorwaarden kwalificeren. De Raad van State is aldus niet bevoegd om kennis te nemen van het voorliggende beroep, gericht tegen de beslissing waarbij het bestuur vaststelt dat verzoekers pleegkind niet in aanmerking komt voor studiefinanciering omdat IX-9161-5/7 één of meer voorwaarden voor de toekenning van de toelage niet zijn vervuld, aangezien het betrekking heeft op de vaststelling van een subjectief recht in hoofde van verzoekers pleegkind.
- Het voorgaande dient desnoods ambtshalve te worden vastge- steld. Het leidt ertoe dat het beroep moet worden verworpen. Het auditoraat heeft terecht gemeend dat het beroep slechts een kort debat vereist. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 200 euro. IX-9161-6/7 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 1 april 2019, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Geert Van Haegendoren IX-9161-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.079 Gerelateerde publicatie(s) citeert: ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160908.8 ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20161209.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.