id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 02 april 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.132 Rolnummer: A. 225344/X-17255 Zaak: Arrest 244132 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 02/04/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-04-11 Raadplegingen: 71 - laatst gezien 2026-06-25 11:02 Fiche Arrest nr 244.132 van 2 april 2019 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 244.132 van 2 april 2019 in de zaak A. 225.344/X-17.
- In zake : Dariya BEZUGLA bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Pieter Van Assche kantoor houdend te 9000 Gent Koning Albertlaan 128 bij wie woonplaats wordt gekozen en eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Sander Kaïret kantoor houdend te 9000 Gent Koning Albertlaan 128 tegen : het BRUSSELSE HOOFDSTEDELIJKE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Stijn Butenaerts en Andy Hoedenaeken kantoor houdend te 1080 Brussel Leopold II-laan 180 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij :
- de BVBA SIMPLY BETTER bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Ivan-Serge Brouhns, Bert Van Weerdt en Guillaume Possoz kantoor houdend te 1170 Brussel Terhulpsesteenweg 178 bij wie woonplaats wordt gekozen
- de NV DROH!ME EXPLOITATION bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten François Tulkens en Filip De Preter kantoor houdend te 1000 Brussel Keizerslaan 3 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- X-17.255-1/7 I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld 31 mei 2018, strekt tot de nietigverklaring van “het besluit […] van de gemachtigde ambtenaar van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest dd. 25 mei 2018 waarbij de stedenbouwkundige vergunning wordt afgeleverd aan de Sprl Simply Better […] voor de „organisatie van TO2 2018‟ op een terrein gelegen aan de Terhulpsesteenweg 51-53”. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 241.709 van 1 juni 2018 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing ingewilligd. De verwerende partij heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoekster heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Wouter De Cock heeft een verslag opgesteld. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. Verzoekster heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 22 maart
- Staatsraad Stephan De Taeye heeft verslag uitgebracht. Advocaat Sander Kaïret, die verschijnt voor verzoekster, advocaat Barbara Speleers, die loco advocaten Stijn Butenaerts en Andy Hoedenaeken verschijnt voor de verwerende partij, advocaat John Devers, die loco advocaten Ivan-Serge Brouhns, Bert Van Weerdt en Guillaume Possoz X-17.255-2/7 verschijnt voor de eerste tussenkomende partij, en advocaat Nicolas Goethals, die loco advocaten François Tulkens en Filip De Preter verschijnt voor de tweede tussenkomende partij, zijn gehoord. Auditeur Wouter De Cock heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Wat de uiteenzetting van de feiten betreft, wordt verwezen naar ‟s Raads arrest nr. 241.709 van 1 juni
- IV. Ontvankelijkheid van het beroep De aangevoerde exceptie
- De verwerende partij werpt in haar memorie van antwoord op dat verzoekster geen enkel belang meer heeft bij haar beroep omdat de bestreden vergunning slechts betrekking heeft op de periode van 2 mei 2018 tot 25 juli 2018 en thans geen rechtsgevolgen en voorwerp meer heeft. Beoordeling 5.
- Gelet op de beperkte duur van het kwestieuze evenement, was het in het licht van de toepasselijke procedureregels voor het instellen en de behandeling van een annulatieberoep, van meet af aan uitgesloten dat de vernietiging van de betwiste vergunning kon worden uitgesproken vóór afloop van het betrokken evenement. Het betoog van de verwerende partij komt er feitelijk op neer dat de bestreden beslissing niet voor vernietiging in aanmerking komt. Evenwel blijkt uit niets dat de wetgever een dergelijke beslissing, die op X-17.255-3/7 korte termijn haar volledig effect sorteert, uit het annulatiecontentieux heeft gesloten of heeft willen uitsluiten. 5.
- De exceptie is ongegrond. V. Onderzoek van het derde middel Standpunt van de partijen 6.
- Verzoekster voert in haar derde middel de schending aan van artikel 35/3, 2°, van het besluit van 13 november 2008 van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering „tot bepaling van de handelingen en werken die vrijgesteld zijn van een stedenbouwkundige vergunning, van het advies van de gemachtigde ambtenaar, van de gemeente, van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, van de overlegcommissie evenals van de speciale regelen van openbaarmaking of van de medewerking van een architect‟ (hierna: het vrijstellingsbesluit), van artikel 15 van de algemene voorschriften van het gewestelijk bestemmingsplan, van de artikelen 2 en 3 van de formelemotiveringswet en van het motiverings- en het zorgvuldigheidsbeginsel. Verzoekster wijst er op dat, krachtens het op het beschermd gebied toepasselijke artikel 35/3 van het vrijstellingsbesluit, voor de plaatsing van tijdelijke installaties met een “evenementieel karakter” voor een duur van ten hoogste drie maanden er enkel geen advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen en van de gemeente moet worden gevraagd op voorwaarde dat “ze niet afwijken van [het] bestemmingsplan”. Volgens verzoekster wordt in het bestreden besluit onterecht aangenomen dat aan die voorwaarde zou zijn voldaan. Er moet immers worden vastgesteld dat de vergunning zich ook uitstrekt tot de parking voor motorvoertuigen. De bewering in het bestreden besluit dat de aanvraag geen betrekking zou hebben op deze parking is onjuist. Zoals de Raad van State heeft vastgesteld in het arrest nr. 241.563 van 22 mei 2018 worden op de plannen de parkeerplaatsen op de parking aangeduid, alsook de plaatsing van lichttotems. X-17.255-4/7 Verzoekster benadrukt dat zowel het louter plaatsen van lichttotems als de inplanting van de parking in zijn geheel afwijkt van de bestemming bosgebied van het gewestelijk bestemmingsplan. De in het bestreden besluit vermelde omstandigheid dat een derde een vergunning heeft aangevraagd om de open plek in het bosgebied in te richten als parking verandert niets aan het voorgaande. 6.
- De tussenkomende partijen werpen in hun verzoekschrift tot tussenkomst op dat de bestreden vergunning geen betrekking heeft op de parking. Beoordeling 7.
- Wat de territoriale reikwijdte van de aanvraag betreft moet op basis van de officiële stukken ervan – dit zijn de in het ontvangstbewijs van 6 maart 2018 opgesomde documenten – het hierna volgende worden vastgesteld. 7.
- Zoals reeds is overwogen in ‟s Raads arrest nr. 241.563 van 22 mei 2018 duidt het bij de aanvraag gevoegde plan “1A” in de open plek in het bosgebied 200 parkeerplaatsen voor motorvoertuigen – waarvan vier voor personen met beperkte mobiliteit – en de plaatsing van drie lichttotems aan, die tijdelijke installaties voor het evenement “TO2” zijn. Zoals blijkt uit de in het laatstgenoemde arrest opgenomen uittreksel ervan (randnr. 5.4) zijn de drie lichttotems, de “kiss & ride”-zone en elk van de 200 parkeerplaatsen op de parking ingetekend op het grafische plan “1A”. 7.
- Het door de eerste tussenkomende partij ingevulde aanvraagformulier stelt uitdrukkelijk dat voor het publiek van het evenement een private parking in open lucht wordt opengesteld, die gesloten zal worden in geval van een grote toevloed in de Terhulpsesteenweg. X-17.255-5/7 7.
- In de passende beoordeling die bij de aanvraag is gevoegd, wordt uitdrukkelijk vermeld dat de parking in bosgebied gelegen is en wordt de inplantingsplaats van de parking beschreven onder meer door de opname van foto‟s van de aldaar aanwezige bomen die opgenomen zijn in de wetenschappelijke inventaris van het natuurlijk erfgoed. Er wordt in dit document aangegeven hoe deze bomen beschermd zullen worden. Verder wordt uitdrukkelijk ingegaan op de lichthinder van de parking voor de Natura 2000- zone, meer bepaald voor de vleermuizen. Volgens de nota kan de hinder voldoende ingeperkt worden door op de parking de verlichting naar de grond te richten en de aldaar aanwezige bomen niet uit te lichten. Door langs de parking ondoorzichtige dekzeilen te plaatsen wordt verhinderd dat de autolichten in het bos schijnen. 7.
- Op basis van de in randnummers 7.2 tot 7.4 opgesomde elementen komt de Raad van State tot de conclusie dat in het bestreden besluit ten onrechte is voorgehouden dat de aanvraag geen betrekking zou hebben op de parking.
- Aangenomen moet dus worden dat de aanvraag en ook de bestreden vergunning zich uitstrekt tot de in het bosgebied van het gewestelijk bestemmingsplan gelegen parking. Het inrichten als parking voor motorvoertuigen van de “TO2”- bezoekers wijkt af van de bestemming bosgebied. Over de aanvraag had dan ook het voorafgaandelijk advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen en van de gemeente moeten worden ingewonnen, wat te dezen niet is gebeurd.
- De conclusie is dat het derde middel gegrond is. X-17.255-6/7 BESLISSING
- De Raad van State vernietigt het besluit van de gemachtigde ambtenaar van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest van 25 mei 2018 tot het verlenen van de stedenbouwkundige vergunning aan de bvba Simply Better voor “Organisatie van TO2 2018” voor een periode van drie maanden op een terrein gelegen aan de Terhulpsesteenweg 50-53 te Ukkel.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, een bijdrage van 40 euro en op een rechtsplegingsvergoeding van 840 euro die verschuldigd is aan verzoekster. De tussenkomende partijen worden verwezen in de kosten van hun tussenkomst, voor elk begroot op 150 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twee april 2019, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust X-17.255-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.132 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.709 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div