id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 02 april 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.133 Rolnummer: Zaak: Arrest 244133 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 02/04/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-04-11 Raadplegingen: 69 - laatst gezien 2026-06-25 11:03 Fiche Arrest nr 244.133 van 2 april 2019 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Samenvoeging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 244.133 van 2 april 2019 in de zaken A. 224.660/X-17.171 (I) 224.663/X-17.172 (II). In zake : de CVBA ELK ZIJN HUIS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Joris Geens en Elisabeth Hannequart kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 27 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de GEMEENTE STEENOKKERZEEL bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Cies Gysen kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij : José DE KONINCK woonplaats kiezend te 1820 Melsbroek Thubenstraat 28 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep in de zaak sub I, ingesteld op 1 maart 2018, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Steenokkerzeel van 21 december 2017 “houdende de beslissing over de (gedeeltelijke) afschaffing en de wijziging van de buurtwegen en de vaststelling van het rooilijnplan”. Het beroep in de zaak sub II, ingesteld op 1 maart 2018, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Steenokkerzeel van 21 december 2017 “houdende de beslissing over de zaak van X-17.171-17.172-1/9 de wegen ‘goedkeuring van het wegtracé met afbakeningsgrenzen van het openbaar domein – goedkeuring overeenkomst tot grondoverdracht’”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft in beide zaken een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft in beide zaken een memorie van wederantwoord ingediend. De tussenkomende partij heeft in beide zaken een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomsten zijn toegestaan bij beschikkingen van 23 mei
- De tussenkomende partij heeft in beide zaken een memorie ingediend. Eerste auditeur An Van den broeck heeft in beide zaken een verslag opgesteld. De verzoekende partij heeft in beide zaken een laatste memorie ingediend. De verwerende partij en de tussenkomende partij hebben in beide zaken een laatste memorie ingediend. De partijen zijn in beide zaken opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 22 maart
- Staatsraad Stephan De Taeye heeft in beide zaken verslag uitgebracht. Advocaat Joris Geens, die in beide zaken verschijnt voor de verzoekende partij, advocaat Jan Van Eynde, die loco advocaat Cies Gysen in beide zaken verschijnt voor de verwerende partij, en de tussenkomende partij, die in beide zaken in persoon verschijnt, zijn gehoord. X-17.171-17.172-2/9 Eerste auditeur An Van den broeck heeft in beide zaken een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Samenvoeging
- Met het oog op een goede rechtsbedeling is vereist dat de zaken sub I (A. 224.660/X-17.171) en sub II (A. 224.663/X-17.172) worden samengevoegd. IV. Feiten 4.
- Op 11 mei 2017 dient de verzoekende partij bij de gemeente Steenokkerzeel een aanvraag in tot “afschaffing (deel) rooilijn KB 19-02-1962 – gedeeltelijke wijziging buurtweg nr. 10 – gedeeltelijke wijziging en verlegging voetweg nr. 29 – gedeeltelijke wijziging voetweg nr. 44” (hierna: “de aanvraag betreffende de buurtweg en de voetweg”). Deze aanvraag kadert in het sociaal woningbouwproject “Den Achtergael” dat de verzoekende partij wenst te realiseren op een terrein, gelegen aan de rand van het centrum van Melsbroek, meer bepaald aan de Hoolantsstraat/Thubenstraat/Lijsterlaan, en aldaar kadastraal gekend als 2de afdeling, sectie C, nrs. 138/A, 139/A en 134/A (voetweg nr. 29), 134/A en 133/C (buurtweg nr. 10) en 133/C, 144/B/2, 145/L en 144/A/2 (voetweg nr. 44). Overeenkomstig het bij koninklijk besluit van 7 maart 1977 vastgestelde gewestplan Halle-Vilvoorde-Asse is het betrokken terrein deels gelegen in woongebied en deels in woonuitbreidingsgebied. 4.
- Op 25 september 2017 (datum ontvangstbewijs) dient de verzoekende partij een stedenbouwkundigevergunningsaanvraag in voor het X-17.171-17.172-3/9 bouwen van 45 woningen en 13 appartementen (hierna: “de stedenbouwkundigevergunningsaanvraag”). Deze aanvraag heeft betrekking op een terrein gelegen aan de Lijsterlaan zn te Steenokkerzeel, aldaar kadastraal gekend als 2de afdeling, sectie C, nummers 133/C, 134/A, 137, 138/A en 139/A. Naast het bouwen van woningen en appartementen voorziet de stedenbouwkundigevergunningsaanvraag ook in de aanleg van het openbaar domein bestaande uit wegenis en aanhorigheden (parkeerplaatsen, snelheidsdrempels, …), padenstructuren en een park bedoeld voor publiek gebruik. 4.
- Van 2 oktober 2017 tot en met 2 november 2017 wordt een openbaar onderzoek over de stedenbouwkundigevergunningsaanvraag gehouden. Er worden 559 bezwaarschriften ingediend. 4.
- Op 19 oktober 2017 wordt de aanvraag betreffende de buurtweg en de voetweg door de gemeenteraad van de gemeente Steenokkerzeel voorlopig aanvaard en worden de ontwerp-rooilijnplannen voorlopig vastgesteld. 4.
- Van 30 oktober 2017 tot en met 30 november 2017 wordt over de aanvraag betreffende de buurtweg en de voetweg een openbaar onderzoek georganiseerd. Er worden 629 bezwaarschriften ingediend. 4.
- Op 21 december 2017 bespreekt de gemeenteraad van de gemeente Steenokkerzeel de ingediende bezwaren met betrekking tot de aanvraag betreffende de buurtweg en de voetweg en beslist hij om de aanvraag en de ontwerp-rooilijnplannen niet definitief te aanvaarden. Dit is het bestreden besluit in de zaak sub I. 4.
- Eveneens op 21 december 2017 besluit de gemeenteraad van de gemeente Steenokkerzeel om het tracé van de wegenis inzake de stedenbouwkundigevergunningsaanvraag niet goed te keuren. X-17.171-17.172-4/9 Dit is het bestreden besluit in de zaak sub II. 4.
- Op 29 december 2017 weigert het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Steenokkerzeel de stedenbouwkundigevergunningsaanvraag. 4.
- Na administratief beroep van de tussenkomende partij tegen de voormelde beslissing bij de deputatie van de provincieraad van de provincie Vlaams-Brabant, adviseert de provinciale stedenbouwkundige ambtenaar om de stedenbouwkundige vergunning te weigeren. 4.
- Gelet op de negatieve beslissing van de gemeenteraad met betrekking tot de zaak van de wegen en met betrekking tot de aanpassing van de rooilijnplannen, verwerpt de deputatie bij besluit van 3 mei 2018 het beroep van de verzoekende partij en weigert zij de gevraagde stedenbouwkundige vergunning. V. Ontvankelijkheid van de beroepen sub I en sub II De aangevoerde excepties – standpunt van de partijen 5.
- Met twee brieven van 8 oktober 2018 deelt de verwerende partij aan de Raad van State mee dat de stedenbouwkundige vergunning voor de bouw van 45 woningen en 13 appartementen definitief is geweigerd bij besluit van de deputatie van de provincieraad van de provincie Vlaams-Brabant van 3 mei
- De verzoekende partij heeft tegen dit laatste besluit geen beroep bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen ingediend. De verwerende partij concludeert daaruit dat de verzoekende partij niet langer over het rechtens vereiste belang bij de beroepen tot nietigverklaring beschikt. 5.
- De verzoekende partij betoogt in haar laatste memories dat zij nog steeds een actueel belang bij haar beroepen heeft, nu zij nog steeds de ontwikkeling van het kwestieuze project nastreeft. In het geval de Raad van State X-17.171-17.172-5/9 het bestreden besluit in de zaak sub II vernietigt, zal de gemeenteraad zich volgens haar terug over de zaak van de wegen dienen uit te spreken, en “[g]elet op het autonoom karakter van de gemeenteraadsbeslissing werkt deze [beslissing] door […] naar een nieuwe aanvraag”. Het bestreden besluit in de zaak sub I staat volgens de verzoekende partij “volledig […] los van de vergunningsaanvraag”. Zij meent ook dat het instellen van een beroep bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen tegen de weigeringsbeslissing van de deputatie van 3 mei 2018 geen enkele zin had, nu de vergunningverlenende overheid de vergunningsaanvraag na een gebeurlijke vernietiging toch opnieuw diende te weigeren, gelet op “de negatieve gemeenteraadsbesluiten inzake de zaak van de wegen”. 5.
- De verwerende partij doet in haar laatste memorie gelden dat “[e]en beslissingsbevoegdheid in hoofde van de gemeenteraad over de zaak van de wegen buiten enige vergunningsaanvraag […] onbestaande [is]”. Voorts kan volgens haar “niet anders dan worden vastgesteld dat de buurtwegenprocedure hier werd gevoerd in functie van een stedenbouwkundige vergunningsaanvraag voor een concreet project”. De beide bestreden besluiten zijn “beide onlosmakelijk verbonden”. 5.
- De tussenkomende partij stelt in haar laatste memorie dat de verzoekende partij het vereiste belang ontbeert bij haar beroep tegen het bestreden besluit sub II. Aangezien er thans geen vergunningsaanvraag meer voorhanden is, kan er immers geen beslissing over de zaak van de wegen meer genomen worden. De essentiële voorwaarde daartoe, te weten dat de vergunning volgens de vergunningverlenende overheid kan worden verleend, is niet langer vervuld. De aanvraag die heeft geleid tot het bestreden besluit in de zaak sub I staat volgens de tussenkomende partij louter in functie van de beslissing betreffende de zaak van de wegen, zodat de verzoekende partij evenmin nog een belang bij de vernietiging van dat besluit heeft. X-17.171-17.172-6/9 Beoordeling 6.
- Artikel 4.2.25, eerste lid, VCRO, zoals van toepassing ten tijde van het nemen van de bestreden besluiten, bepaalt: “Als de vergunningsaanvraag wegeniswerken omvat waarover de gemeenteraad beslissingsbevoegdheid heeft, en het vergunningverlenende bestuursorgaan oordeelt dat de vergunning kan worden verleend, neemt de gemeenteraad een beslissing over de zaak van de wegen, alvorens het vergunningverlenende bestuursorgaan een beslissing neemt over de vergunningsaanvraag. Als de gemeenteraad beslissingsbevoegdheid had, maar geen beslissing heeft genomen over de zaak van de wegen, roept de provinciegouverneur op verzoek van de deputatie of de Vlaamse Regering, de gemeenteraad samen. De gemeenteraad neemt een beslissing over de zaak van de wegen en deelt die beslissing mee binnen een termijn van zestig dagen vanaf de samenroeping door de provinciegouverneur.” Krachtens de hiervoor geciteerde bepaling kan de gemeenteraad pas een beslissing over de zaak van de wegen nemen als het vergunningverlenende bestuursorgaan oordeelt dat de vergunning kan worden verleend. 6.
- Uit de gegevens van de zaak blijkt dat de deputatie in haar besluit van 3 mei 2018 geoordeeld heeft dat de vergunning niet kan worden verleend. De verzoekende partij heeft nagelaten het laatstgenoemde deputatiebesluit te bestrijden bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, zodat het in rechte onaantastbaar is geworden. In die omstandigheden zal na een gebeurlijke vernietiging van het sub II bestreden gemeenteraadsbesluit de gemeenteraad van de gemeente Steenokkerzeel niets anders kunnen dan vaststellen dat hij zich niet kan uitspreken over de zaak van de wegen omdat de essentiële voorwaarde daartoe dat het vergunningverlenende bestuursorgaan oordeelt dat de vergunning kan worden verleend, niet is vervuld. X-17.171-17.172-7/9 Het blijkt dus dat het beroep in de zaak sub II niet langer kan leiden tot het door de verzoekende partij nagestreefde voordeel, zijnde een gunstige beslissing van de gemeenteraad over de zaak van de wegen. De verzoekende partij mist zodoende het vereiste actueel belang bij dit beroep. Aan het voorgaande wordt geen afbreuk gedaan door de bewering van de verzoekende partij dat zij het kwestieuze project alsnog wenst te realiseren en een nieuwe vergunningsaanvraag zal indienen. 6.
- Het betoog in de laatste memorie van de verzoekende partij dat het bestreden besluit sub I “volledig […] los[staat] van de vergunningsaanvraag” voor het sociaal woningbouwproject “Den Achtergael” kan geen bijval vinden. Blijkens de stukken van het dossier is de feitelijke aanleiding voor het bestreden besluit sub I louter de realisatie van dit woningbouwproject en houdt het enkel daarmee verband. Te dezen bestaat er tussen het bestreden besluit sub I en het bestreden besluit sub II, dat slechts volkomen is wanneer alle door de buurtwegenwet voorgeschreven formaliteiten zijn vervuld, een zodanige samenhang dat het bestreden besluit sub I hetzelfde lot dient te ondergaan als het bestreden besluit sub II. 6.
- De excepties zijn gegrond. BESLISSING
- De zaken A. 224.660/X-17.171 en A. 224.663/X-17.172 worden gevoegd.
- De Raad van State verwerpt de beroepen.
- De verzoekende partij wordt in beide zaken verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, een bijdrage van 40 euro en op een rechtsplegingsvergoeding van 1400 euro die verschuldigd is aan de verwerende partij. X-17.171-17.172-8/9 De tussenkomende partij wordt in beide zaken verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 300 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twee april 2019, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust X-17.171-17.172-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.133 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div