← België

Arrest 244138 - Kansspelen - 02/04/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 02 april 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.138 Rolnummer: A. 225692/VII-40332 Zaak: Arrest 244138 - Kansspelen - 02/04/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-04-12 Raadplegingen: 69 - laatst gezien 2026-06-25 11:06 Fiche Arrest nr 244.138 van 2 april 2019 Justitie - Kansspelen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 244.138 van 2 april 2019 in de zaak A. 225.692/VII-40.

  1. In zake :
  2. de VZW FEDERATIE VAN CAFES VAN BELGIË
  3. de BVBA DE V.W. COX
  4. de BVBA TEMBY’S bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Hans Van de Cauter kantoor houdend te 1050 Brussel Dautzenbergstraat 42 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Yannick Peeters en Jürgen Vanpraet kantoor houdend te 8820 Torhout Oostendestraat 306 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de NV DERBY bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Pierre Joassart kantoor houdend te 1000 Brussel Regentlaan 37-40 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
  5. De vordering, ingesteld op 6 juli 2018, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het koninklijk besluit van 4 mei 2018 betreffende kansspelen over virtuele sportevenementen in de vaste kansspelinrichtingen klasse IV. VII-40.332-1/7 II. Verloop van de rechtspleging
  6. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur Alexander Van Steenberge heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 28 maart
  7. Staatsraad Patricia De Somere heeft verslag uitgebracht. Advocaat Hans Van de Cauter, die verschijnt voor de verzoekende partijen, advocaat Jürgen Vanpraet, die verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Catherine Coomans, die loco advocaat Pierre Joassart verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Peter Provoost heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  8. III. Feiten 3.
  9. Het bestreden koninklijk besluit beoogt de kansspelen over virtuele sportevenementen in te voegen in de lijst van kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de vaste kansspelinrichtingen klasse IV. Kansspelen over virtuele sportevenementen worden in artikel 2, § 1, van het bestreden besluit gedefinieerd als “automatische kansspelen, waarbij VII-40.332-2/7 de inzetten van een speler of van verschillende spelers die zich op verschillende locaties bevinden tegelijkertijd kunnen worden aangenomen op een virtueel sportevenement, waarvan zowel het bestaan als de ermee verbonden noteringen en de winstkansen worden bepaald door een server op afstand”. Luidens artikel 6 van het bestreden besluit “[worden] [d]e gebeurtenissen en de resultaten verbonden aan de virtuele sportevenementen [...] voortgebracht door een generator van kanscijfers of door een ander middel gebaseerd op de tussenkomst van het lot”, welke “door een houder van een vergunning klasse E geleverd of ter beschikking [wordt] gesteld”. Verder bepaalt artikel 15, tweede lid, van het bestreden besluit dat de Kansspelcommssie een protocol uitvaardigt inzake de nodige technische specificaties voor de kansspelen over virtuele sportevenementen. 3.
  10. Bij wijze van overgangsmaatregel bepalen de artikelen 19 en 20 van het bestreden besluit dat “[b]innen een termijn van twee maanden te rekenen vanaf de inwerkingtreding van dit besluit [...] de vergunninghouder klasse F2 het aantal automatische toestellen van kansspelen over virtuele sportevenementen die hij exploiteert mee[deelt] aan de Kansspelcommissie”, en deze vergunninghouder klasse F2 “[n]a de aanneming door de Kansspelcommissie van het protocol bedoeld in artikel 15, tweede lid, [...] een termijn van drie maanden [heeft] om aan genoemd protocol te voldoen”. Deze bepalingen betreffen de NV Derby die sedert 2012 dergelijke kansspelen uitbaat met een vergunning F1+, onder de benaming “Ladbrokes”. IV. Tussenkomst
  11. Met een op 19 september 2018 ingediend verzoekschrift vraagt de NV Derby om in het geding te mogen tussenkomen. Met haar tussenkomst streeft de NV Derby het behoud van het bestreden besluit na, dat naar haar standpunt voorziet in een duidelijk juridisch VII-40.332-3/7 kader voor de virtuele sportevenementen en bijgevolg op haar van toepassing zou zijn. Dit procedureel belang volstaat op zich om toegelaten te worden in de onderhavige procedure. De omstandigheid dat de NV Derby hierdoor zou opkomen voor een onwettig belang, houdt verband met de grond van de zaak, en belet niet om in de huidige stand van het geding het verzoek tot tussenkomst in te willigen. V. Ontvankelijkheid van de vordering
  12. De verwerende partij betwist de ontvankelijkheid van de vordering bij gebrek aan belang in hoofde van de drie verzoekende partijen, en gelet op het gelijktijdig ingediende (en inhoudelijk identieke) verzoek tot schorsing en nietigverklaring van het bestreden besluit ingesteld in het Frans (bij de Raad van State bekend A. 225.686/XI-22.119).
  13. Er bestaat vooralsnog geen noodzaak om over de opgeworpen excepties uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over deze excepties dringt zich immers slechts op indien zou blijken dat de grondvoorwaarden voor schorsing vervuld zijn. Zoals hierna zal blijken, is dit niet het geval. VI. Onderzoek van de vordering
  14. Krachtens artikel 17, § 1, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. VII-40.332-4/7 Spoedeisendheid
  15. Naar eis van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State moet het verzoekschrift “een uiteenzetting van de feiten [bevatten] die, volgens de indiener ervan, de spoedeisendheid verantwoorden die ter ondersteuning van dit verzoekschrift wordt ingeroepen”. Hetzelfde is te lezen in artikel 8, eerste lid, 4°, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State. Dit houdt in dat het aan de verzoekende partij bij de Raad van State toevalt om aan de zaak eigen en specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen dat de zaak spoedeisend is, gelet op de gevolgen van een (voortdurende) tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing. Een verzoekende partij die beweert dat de zaak te spoedeisend is om de uitkomst van het annulatieberoep te kunnen afwachten, moet dus in haar verzoekschrift concrete feiten aanvoeren die de spoedeisendheid verantwoorden. De spoedeisendheid van de zaak wordt niet vermoed, welke ook de aard van de bestreden beslissing is.
  16. Te dezen wordt vastgesteld dat de verzoekende partijen aangaande de spoedeisendheid van hun vordering geen aparte uiteenzetting in hun verzoekschrift geven. Onder het vierde middel betreffende de subdelegatie wordt gesteld dat “[a]rtikel 43/4 van de Wet [...] strafrechtelijk [wordt] gesanctioneerd, wat voldoende de hoogdringendheid van het middel aantoont” en onder het vijfde middel betreffende de overgangsperiode, wordt vermeld dat “[h]et evident [is] dat slechts de schorsing een efficiënte maatregel van Uw Raad zou zijn wat betreft het vijfde middel. Het overgangsregime zal immers al zijn onwettelijke gevolgen hebben voortgebracht op het moment dat Uw Raad zijn vernietigingsarrest zal vallen. Minstens de artikelen 15, 19 en 20 van het bestreden koninklijk besluit dienen derhalve geschorst en vernietigd te worden”. VII-40.332-5/7 De verzoekende partijen maken hiermee niet op concrete wijze aannemelijk tot welk ernstig ongemak de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit aanleiding zal geven. De loutere verwijzing naar de strafrechtelijke sanctionering en naar de duur van de annulatieprocedure, zonder ook maar enig licht te doen schijnen op de onherroepelijke schadelijke gevolgen voor de verzoekende partijen bij een tenuitvoerlegging van het bestreden besluit, volstaat niet om de spoedeisendheid aan te tonen. Conclusie
  17. Er is niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. BESLISSING
  18. Het verzoek van de NV Derby tot tussenkomst wordt ingewilligd.
  19. De Raad van State verwerpt de vordering. VII-40.332-6/7 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twee april tweeduizend negentien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Patricia De Somere, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Patricia De Somere VII-40.332-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.138 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.384 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.