← België

Arrest 244174 - Natuurbehoud - Vergunningen - 04/04/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 04 april 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.174 Rolnummer: A. 216871/VII-39467 Zaak: Arrest 244174 - Natuurbehoud - Vergunningen - 04/04/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-04-12 Raadplegingen: 79 - laatst gezien 2026-06-25 11:39 Fiche Arrest nr 244.174 van 4 april 2019 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Natuurbehoud - Vergunningen Beslissing : Vernietiging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 244.174 van 4 april 2019 in de zaak A. 216.871/VII-39.

  1. In zake : Agnes PETERBROECK bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Gregory Verhelst kantoor houdend te 2600 Berchem Uitbreidingstraat 2 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jan Bergé en Kristien Vanderheiden kantoor houdend te 3000 Leuven Diestsevest 47, bus 001 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  2. Het beroep, ingesteld op 4 september 2015, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de administrateur-generaal van het Agentschap voor Natuur en Bos van 2 juli 2015 waarbij aan de BVBA Tervuren Invest de ontheffing van het verbod tot ontbossing wordt verleend op percelen gelegen te Tervuren voor het aanleggen van een toegangsweg naar een nieuw te bouwen rusthuis met seniorenflats. II. Verloop van de rechtspleging
  3. Bij arrest nr. 240.038 van 30 november 2017 wordt de exceptie van gebrek aan belang verworpen en het debat heropend met het oog op een aanvullend verslag. VII-39.467-1/5 Eerste auditeur Ronny Vercruyssen heeft een aanvullend verslag opgesteld. Dat verslag werd aan de verwerende partij ter kennis gebracht op 5 februari
  4. Op 5 april 2018 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quinquies van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: algemeen procedurereglement). De verwerende partij heeft gevraagd om te worden gehoord. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 28 maart
  5. Staatsraad Patricia De Somere heeft verslag uitgebracht. Advocaat Bert Van Weerdt, die loco advocaat Gregory Verhelst verschijnt voor verzoekster, en advocaat Jutte Nijs, die loco advocaat Jan Bergé verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Peter Provoost heeft advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 (hierna: RvS-wet). VII-39.467-2/5 III. Onderzoek van het beroep
  6. Gelet op artikel 30, § 3, van de RvS-wet en artikel 14quinquies van het algemeen procedurereglement “kan” de beslissing waarvan de nietigverklaring gevorderd wordt volgens een versnelde rechtspleging nietig worden verklaard indien noch de verwerende partij, noch degene die belang heeft bij de beslechting van het geschil, een verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag van de auditeur waarin de nietigverklaring wordt voorgesteld. Er is te dezen geen dergelijk verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend, noch wordt ter rechtvaardiging daarvan overmacht of onoverwinnelijke dwaling aangevoerd.
  7. Bijgevolg dient te worden beoordeeld of te dezen het in het auditoraatsverslag besproken eerste middel, in de mate waarin het daarin gegrond wordt bevonden, de vernietiging van de bestreden beslissing verantwoordt en om desgevallend via deze versnelde procedure tot nietigverklaring over te gaan.
  8. Verzoeker voert in zijn verzoekschrift in een eerste middel, eerste onderdeel, onder meer de schending aan van artikel 36ter, §§ 3 en 4, van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu (hierna: natuurbehouddecreet), doordat “wordt geoordeeld dat er geen passende beoordeling nodig zou zijn, nu de ontbossing mits het naleven van de voorgestelde bebossing zogezegd geen aantasting van de natuurlijke kenmerken zal veroorzaken; terwijl […] uit hoofde van artikel 36ter, § 3, eerste lid van het Natuurbehouddecreet [dit wel noodzakelijk is], gelet op de mogelijke betekenisvolle aantasting op speciale beschermingszones”. Dit middelonderdeel wordt in het aanvullend auditoraatsverslag gegrond bevonden omdat in de concrete situatie een passende beoordeling in de zin van artikel 36ter van het natuurbehouddecreet zich opdringt. De percelen waarvoor de ontheffing van het verbod tot ontbossing met de bestreden beslissing VII-39.467-3/5 wordt toegekend, zijn niet gelegen binnen een gebied met een bijzondere bescherming, doch in het kader van de nabijgelegen speciale beschermingszone “Zoniënwoud” wordt toch een compenserende bebossing als voorwaarde opgelegd, waaruit dient te worden geconcludeerd dat er op zijn minst een onzekere factor bestaat wat de impact van de ontbossing op zijn onmiddellijke omgeving betreft, hierbij inbegrepen de speciale beschermingszone “Zoniënwoud”. De verwerende partij heeft die zienswijze niet betwist in een laatste memorie, noch zelfs maar om de voortzetting van het geding gevraagd. Ook de Raad van State ziet geen reden om het standpunt in het auditoraatsverslag niet bij te vallen. Het eerste onderdeel van het eerste middel is gegrond en verantwoordt de vernietiging van de bestreden beslissing. BESLISSING
  9. De Raad van State vernietigt het besluit van de administrateur-generaal van het Agentschap voor Natuur en Bos van 2 juli 2015 waarbij aan de BVBA Tervuren Invest de ontheffing van het verbod tot ontbossing wordt verleend op percelen gelegen te Tervuren voor het aanleggen van een toegangsweg naar een nieuw te bouwen rusthuis met seniorenflats.
  10. Dit arrest dient bij uittreksel te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde besluit.
  11. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro verschuldigd aan verzoekster. VII-39.467-4/5 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vier april tweeduizend negentien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Patricia De Somere, staatsraad, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Eric Brewaeys VII-39.467-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.174 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.240.038 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.