← België

Arrest 244229 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 10/04/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 april 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.229 Rolnummer: A. 224952/IX-9278 Zaak: Arrest 244229 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 10/04/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-04-11 Raadplegingen: 70 - laatst gezien 2026-06-21 23:54 Fiche Arrest nr 244.229 van 10 april 2019 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 244.229 van 10 april 2019 in de zaak A. 224.952/IX-9278 In zake: XXXX tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën die woonplaats kiest bij de Centrale Rechtskundige Dienst van de FOD Financiën gevestigd te 1030 Brussel North Galaxy - Toren B Koning Albert II-laan 33 bus 15 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp 1.

  1. Het beroep, ingesteld op 6 april 2018, strekt tot de nietigverklaring van “[d]e beslissing van de Stafdienst Personeel en Organisatie, Team Promoties van de FOD Financiën [van] 05 februari 2018, houdende de weigering om de evaluatie van de specifieke bekwaamheden met betrekking tot de rol van Expert in de klasse A3 opnieuw af te leggen, in het kader van de incompetitiestelling in de klasse A3 van betrekkingen […] van Adviseur […] – Adviseur – Juridische adviezen Invordering bij de buitendiensten van de Algemene Administratie van de Bijzondere Belastinginspectie (A3-0118-052), medegedeeld bij e-mail van 05 februari 2018”. 1.
  2. In haar memorie van wederantwoord vraagt de verzoekende partij een schadevergoeding ten laste van de verwerende partij. IX-9278-1/4 II. Verloop van de rechtspleging
  3. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Werner Weymeersch heeft een verslag opgesteld over het beroep tot nietigverklaring met toepassing van artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 10 december
  4. Staatsraad Bruno Seutin heeft verslag uitgebracht. De verzoekende partij en adviseur Jan De Vleeschouwer, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Werner Weymeersch heeft een met dit arrest andersluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Toepassing kortedebattenprocedure
  6. Bij beslissing van de voorzitter van het directiecomité van de federale overheidsdienst Financiën van 29 mei 2018 is de incompetitiestelling in de klasse A3 van 12 januari 2018 waaronder deze van “Adviseur – Juridische adviezen Invordering […] bij de buitendiensten van de Algemene Administratie IX-9278-2/4 van de Bijzondere Belastinginspectie” ingetrokken. Daardoor is het beroep gericht tegen “[d]e beslissing van de Stafdienst Personeel en Organisatie, Team Promoties van de FOD Financiën [van] 05 februari 2018, houdende de weigering om de evaluatie van de specifieke bekwaamheden met betrekking tot de rol van Expert in de klasse A3 opnieuw af te leggen”, doelloos geworden, als bedoeld in artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. In de gegeven omstandigheden past het de kosten ten laste van de verwerende partij te leggen. IV. Schadevergoeding
  7. In zijn memorie van wederantwoord vraagt verzoeker om hem “een schadevergoeding toe te kennen van 1.200,00 [euro] cfr. art. 11bis RvS-Wet”. Op de terechtzitting verklaart verzoeker echter dat hij afziet van de gevorderde schadevergoeding. V. Anonimisering
  8. Met toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit van 7 juli 1997 ‘betreffende de publicatie van de arresten en de beschikkingen van niet-toelaatbaarheid van de Raad van State’ vraagt verzoeker dat bij de publicatie van het arrest zijn identiteit niet wordt opgenomen. Dit verzoek wordt ingewilligd. IX-9278-3/4 BESLISSING
  9. De Raad van State verwerpt het beroep.
  10. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 20 euro.
  11. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partij niet bekendgemaakt. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 10 april 2019, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Bruno Seutin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Bruno Seutin IX-9278-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.229 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.