← België

Arrest 244264 - Examens (onderwijs) - 23/04/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 april 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.264 Rolnummer: A. 226798/IX-9459 Zaak: Arrest 244264 - Examens (onderwijs) - 23/04/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-04-30 Raadplegingen: 71 - laatst gezien 2026-06-21 22:54 Fiche Arrest nr 244.264 van 23 april 2019 Onderwijs en cultuur - Examens (onderwijs) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 244.264 van 23 april 2019 in de zaak A. 226.798/IX-9459 In zake: Lysander BÜRMANN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Iris Exelmans kantoor houdend te 3290 Diest Schellekensberg 28 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de VZW PROVINCIALAAT BROEDERS VAN LIEFDE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jan Fiers kantoor houdend te 9000 Gent Groot-Brittanniëlaan 12 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering 1. De vordering, ingesteld op 27 november 2018, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van “[d]e beslissing van de beroepscommissie voor het Sint Eduardusinstituut van 26 september 2018 waarbij de beslissing van de delibererende klassenraad om aan Lysander [Bürmann] een oriënteringsattest B toe te kennen met clausulering voor ‘algemeen secundair onderwijs’ en voor ‘Lichamelijke opvoeding’ en sport TSO, Industriële wetenschappen TSO, Bio- technische wetenschappen TSO, Sociale en technische wetenschappen TSO, Handel TSO, Handel-Talen TSO, Toerisme TSO, wordt gehandhaafd”. II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. IX-9459-1/24 Eerste auditeur Jurgen Neuts heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 18 maart 2019. Staatsraad Bert Thys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Iris Exelmans, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Valerie Vandenhaesevelde, die loco advocaat Jan Fiers ver- schijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Jurgen Neuts heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3.1. Verzoeker is tijdens de schooljaren 2016-2017 en 2017-2018 leerling van het eerste leerjaar van de tweede graad van het technisch secundair onderwijs (TSO), studierichting Lichamelijke opvoeding en Sport, aan het Sint-Eduardusinstituut te Merksem. 3.2. Bij het einde van het schooljaar 2017-2018 behaalt hij een jaartotaal van 55% van de punten, met tekorten voor het vak ‘Nederlands’ (49%) en het vak ‘Frans’ (38%). De delibererende klassenraad beslist dan aan verzoeker een oriënteringsattest B toe te kennen met clausulering voor “algemeen secundair onderwijs” en voor “Lichamelijke opvoeding en sport TSO, Industriële weten- IX-9459-2/24 schappen TSO, Biotechnische wetenschappen TSO, Sociale en technische we- tenschappen TSO, Handel TSO, Handel-talen TSO, Toerisme TSO”. De klassenraad adviseert: “Kies een minder zware technische-theoretische richting of beroepsrichting die de combinatie met je sport mogelijk maakt.” 3.3. Het door de moeder van verzoeker aangevraagde overleg leidt tot de beslissing van de schooldirectie dat “het niet opportuun is om een nieuwe delibererende klassenraad samen te roepen”. 3.4. Op 4 juli 2018 stelt verzoeker tegen het hem toegekende oriën- teringsattest B een beroep in bij het schoolbestuur. Hij voert voor de beroepscommissie de schending aan van “de motiveringsplicht, minstens van het redelijkheidsbeginsel en zorgvuldigheidsbe- ginsel”. Verzoeker argumenteert vooreerst dat geen motivering van de aangevochten clausulering voorligt. Zo bevat de beslissing van de klassenraad geen globale beoordeling, motiveert ze niet waarom hij een minder zware richting zou moeten kiezen en laat ze niet toe te begrijpen hoe tekorten op twee vakken die niet richtingspecifiek zijn, de aangevochten clausulering zouden kunnen verant- woorden. Verzoeker wijst voorts op zijn “positieve evolutie”, onder meer voor het vak ‘wiskunde’. Hij vermeldt ook dat hij zijn studies wenst voort te zetten in het atheneum te Boom waar hij slechts de helft van het huidige aantal uren Nederlands zou moeten volgen, zodat dit vak “veel minder […] doorslaggevend” zou worden. Volgens verzoeker houdt de beslissing van de klassenraad bo- vendien geen rekening met alle gegevens van zijn dossier en geeft ze geen ant- woord op de door hem ingeroepen elementen, waaronder de gebrekkige begelei- ding van zijn leerstoornis die “een onmiskenbare en nefaste impact [heeft] gehad IX-9459-3/24 op de resultaten”. Hij somt daarbij de volgende maatregelen op die volgens hem werden miskend: “1. Zo mocht Lysander zijn toetsen normaal gezien op de computer afleggen, dit heeft steeds een zeer gunstig effect gehad. Wanneer deze maatregel correct zou zijn toegepast, zou er ook geen schommeling zijn over het geheel jaar. 2. Toetsen worden niet conform de sticordomaatregelen verbeterd. Vb. Tijdens de inzage dd. 02.07 van examen Nederlands: schrijven 0/10, teksten waren wel echt heel lang en zijn niet voorgelezen. 3. Frans is niet voorgelezen en pc heeft niet gewerkt. 4. Examens Pasen zijn niet gemaakt op pc: Frans en Engels. 5. Zeer frappant is ook te moeten vaststellen op het eindrapport dat er wordt vermeld dat de afspraken niet werden nagekomen voor Frans. Dit terwijl ver- zoekers nooit op de hoogte werden gesteld van enige afspraken. 6. Verder dient er opgemerkt te worden dat er gedurende drie maanden geen leraar Frans aanwezig was. Wanneer er uiteindelijk een nieuwe leraar was, werden er elke week 2 toetsen gegeven, 1 maandag voor dinsdag van ten minste 1 hoofdstuk 7 blz. (niet haalbaar zeker niet als dit over 40 woorden gaat): hier ook geen respijt, compensatie of uitstel, wanneer dit werd gevraagd. 7. Er dient dus besloten te worden dat het tekort voor Frans niet louter te wijten is aan Lysander maar aan de omstandigheden van afgelopen jaar. Dit wordt ook aangetoond door de mediaan van de klas, hieruit blijkt duidelijk dat de volledige klas hinder heeft ondervonden […] door de afwezigheid van de leerkracht.” Verzoeker vraagt ten slotte de toekenning van een A-attest of, zo nodig, het opleggen van een alternatieve maatregel om alle twijfel over zijn kun- nen weg te nemen. 3.5. Op 22 augustus 2018 beslist de beroepscommissie om het aan verzoeker toegekende oriënteringsattest B met clausulering voor “algemeen se- cundair onderwijs” en voor “Lichamelijke opvoeding en sport TSO, Industriële wetenschappen TSO, Biotechnische wetenschappen TSO, Sociale en technische wetenschappen TSO, Handel TSO, Handel-talen TSO, Toerisme TSO” te hand- haven. Tegen die beslissing stelt verzoeker op 4 september 2018 bij de Raad van State een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid in. IX-9459-4/24 Bij arrest nr. 242.321 van 13 september 2018 beveelt de Raad van State de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoer- legging van de beslissing van de beroepscommissie van 22 augustus 2018. 3.6. Op 25 september 2018 wordt de moeder van verzoeker door de beroepscommissie gehoord. 3.7. Op 26 september 2018 beslist de beroepscommissie “om het toegekende oriënteringsattest B met clausulering voor de volledige onderwijsvorm ASO en de TSO-onderverdelingen TSO LO & Sport, TSO industriële weten- schappen, TSO Biotechnische Wetenschappen, TSO Sociale en technische we- tenschappen, TSO Handel, TSO Handel-talen en TSO Toerisme te bevestigen”. Deze beslissing is gemotiveerd als volgt: “De interne beroepscommissie baseert haar beslissing op volgende docu- menten, verslagen, e-mailverkeer en verhoren: • Dossier van Lysander Bürman, omvattend: de brief van de betwisting, de gegevens waarop de delibererende klassenraad zijn beslissing baseerde (digi- taal rapport, jaarrapport & commentaren, het persoonlijk dossier van de leerling zijnde leerlingvolgsysteem en (rapport-)commentaren), de schoolloopbaan, de notulen van de delibererende klassenraad & het individueel syntheseblad, de eerste fase van de beroepsprocedure (verslag van het overleg directeur/ouders met de motivatie om geen bijkomende delibererende klassenraad samen te roepen) (bijlage 1); • De vragen door de interne beroepscommissie voorgelegd aan de direc- teur/delibererende klassenraad naar aanleiding van het beroep door [T.A.] d.d. 4 juli 2018 (bijlage 2); • De vragen door de interne beroepscommissie voorgelegd aan de vakleer- krachten Frans & Nederlands en de reacties met verwijzing naar e-mailverkeer met de ouders (bijlage 3) Deze documenten (bijlage 1, 2 en 3) werden reeds bezorgd aan verzoekers en zijn raadsman. De beroepscommissie hield bij haar beoordeling ook rekening met het verslag van de beroepscommissie d.d. 25 september 2018 waarvan verzoeker ook reeds kennis heeft. De beroepscommissie verwijst naar de definitie van een oriënteringsattest B zoals opgenomen in artikel 39 van het besluit van de Vlaamse regering van 19 juli 2002: ‘de leerling het leerjaar met vrucht beëindigd heeft in de betrokken school en derhalve tot het volgend leerjaar mag worden toegelaten, behalve in bepaalde onderwijsvormen en/ of onderverdelingen’. IX-9459-5/24 De beroepscommissie houdt hierbij rekening met een prospectief onderzoek, namelijk: een vooruitziend en de toekomst verkennend- onderzoek. De be- roepscommissie wenst te benadrukken dat de bestreden beslissing de veruit- wendiging is van de prospectieve pedagogische afweging van de delibererende klassenraad over de slaagkansen van Lysander in welbepaalde onderwijsvor- men of studierichtingen; De beroepscommissie dient te besluiten dat Lysander de leerplandoel- stelingen voor het afgelopen leerjaar globaal genomen in voldoende mate heeft bereikt en hij dus zijn studies in een volgend jaar kan verderzetten. De interne beroepscommissie is, net als de delibererende klassenraad, echter van oordeel dat Lysander weinig tot geen kans van slagen zal hebben in de theoretisch zware TSO-richtingen. De beslissing om een oriënteringsattest B toe te kennen is gebaseerd op, ondanks te zijn geslaagd met vrucht, het niet behalen van de eindtermen voor een aantal algemene vakken;. Lysander behaalde meerdere jaartekorten en vooral voor de examens behaalde hij slechte resultaten zo had hij 6 examen- tekorten: KEX Nederlands: 47%, PEX Nederland: 43%, KEX wiskunde: 44%, KEX aardrijkskunde: 43%, KEX geschiedenis: 48%, PEX theorie LO: 45% en 2 jaartekorten voor de examens: totaal jaarexamen Nederlands: 47% en totaal jaarexamen theorie LO: 48%. Globaal genomen behaalde Lysander een resul- taat van 55% met 2 jaartekorten: 49% voor Nederlands en 38% voor Frans. Hij behaalde ook tekorten op dagelijks werk (in totaal 16 over de verschillende deelrapporten) en twee jaartekorten dagelijks werk: 48% voor aardrijkskunde en 38% voor Frans. In de derde graad van de studierichting TSO lichamelijke opvoeding en sport wordt de impact van deze algemene vakken nog groter en ligt het accent op grote leerstofgehelen: 70% van de toegekende punten zijn te behalen via de examens. De interne beroepscommissie meent dat gelet op het feit dat het verwerken van grote hoeveelheden leerstof in de derde graad aan belang wint, in samenhang met de resultaten en de studiehouding van Lysander (waaronder zijn inzet en attitude), de slaagkans van Lysander voor de theore- tisch zware TSO-vakken te beperkt is om een A-attest toe te kennen. Er werd ook rekening gehouden met de schoolloopbaan van Lysander die erg moeizaam verloopt; hij dubbelde het eerste leerjaar van de tweede graad in dezelfde studierichting in 2017-2018, tegen het advies van de delibererende klassenraad in en legde het advies tot heroriëntering in de loop van het schooljaar naast zich neer; het toekennen van een oriënteringsattest B geeft hem tot twee keer toe de mogelijkheid om door te stromen naar een volgend leerjaar in een TSO-afdeling die beter aansluit bij zijn competenties. De beroepscom- missie hield, net als de delibererende klassenraad (zie hiervoor het individueel syntheseblad) ook rekening met de op- en aanmerkingen en adviezen in de rapporten, schoolagenda of op toetsen; met de genegeerde tips en adviezen die werden gegeven in de klas, tijdens individuele gesprekken, bijlessen; met de resultaten en inzet van de remediëringstaken en proeven die onvoldoende waren en met de studiehouding van Lysander. De interne beroepscommissie wil bo- vendien, net als de delibererende klassenraad, Lysander behoeden voor een watervaleffect. Het feit dat er in het Atheneum GO! Boom 1u minder Frans en 1u minder wiskunde wordt gegeven, is voor de beroepscommissie niet doorslaggevend; IX-9459-6/24 enerzijds meent de beroepscommissie dat Frans problematisch zal blijven zeker in combinatie met examens; het aandeel van Nederlands blijft daarentegen ge- lijk waardoor de beroepscommissie meent dat ook hier zijn slaagkansen gering zullen zijn. De interne beroepscommissie is van oordeel dat de school regelmatige po- gingen tot begeleiding heeft genomen en de sticordi-maatregelen heeft nage- leefd, waar de ouders van op de hoogte (geacht moeten worden

  1. te)zijn, hoezeer zij dit ook ontkennen; dit blijkt uit de verklaringen van de betrokken vakleer- krachten in bijlage; ook uit de berichten en communicatie via het digitaal leer- platform Smartschool blijkt dat de school de nodige inspanningen geleverd heeft; (14/09/2017: ouders werden uitgenodigd voor gesprek – 21/09/2017: ouders zijn niet op uitnodiging ingegaan – 20/11/2017: gesprek ouders naar aanleiding van tijdelijke uitsluiting: volledige medische problematiek wordt besproken en ook onderzoek naar ASS wordt vermeld (nadien geen verdere info verkregen van de ouders)); Zo waren er dus verschillende waarschuwingen waarvan de ouders geacht waren kennis te hebben. Hiervoor kan worden ver- wezen naar het zorgdossier waarin alle contacten met de ouders staan opge- nomen. Bovendien werd er zelfs in de tweede week van het schooljaar een waarschuwingse-mail naar de ouders verstuurd omdat de school toen al het vermoeden had dat deze richting theoretisch te zwaar zou zijn voor Lysander. Er werd door de delibererende klassenraad rekening gehouden met de leer- problematiek van Lysander. Dit blijkt ook uit de nodige stukken en e-mailberichten die werden voorgelegd. Bovendien waren de ouders in de mogelijkheid om tijdens het jaar ook hun SmartSchoolaccount te raadplegen waarop er bijkomende informatie omtrent Lysander terug te vinden is, waar- onder bijvoorbeeld SKORE. Dit is de onlinemodule van Smartschool waarop de punten met bijhorende opmerkingen terug te vinden zijn. Bovendien kunnen ze ook berichten sturen naar en ontvangen van leerkrachten. De ouders hebben hier geen gebruik van gemaakt. De ouders verwijzen naar de afwezigheid van de leerkracht Frans. De leerkracht Frans was inderdaad tijdens het eerste en twee trimester een tijd afwezig waarna er een interimaris werd aangesteld. Uit het digitaal rapport van Lysander blijkt echter dat hij heel het jaar door een onvoldoende vertoont en er geen verband kan worden vastgesteld tussen de afwezigheid van de leerkracht en een verlaging van de cijfers (DW1: 44%, DW2: 33%, DW4: 49% en DW5: 37%). De leerkracht verklaart ook dat er voldoende pogingen werden ondernomen om de structurele achterstand van Lysander voor het vak Frans aan te pakken (zie onder andere e-mails als reactie op vraag van de interne beroepscommis- sie): ‘Ik heb alle afgelegde testen, zowel de einddoelen als de tussendoel, opgelijst. Voor de einddoelen heb ik tijdens de laatste periode (D5) een groot inhaal- manoeuvre gedaan, want daar waren nog weinig testen over afgenomen. Ik heb duidelijk afspraken gemaakt met de klas na de paasvakantie dat ze hun beste beentje moesten bijzetten en zeker ook begrip getoond dat we niet zo ver konden geraken als de parallelklassen. (deel 5 moest niet gekend zijn voor klas 3LOa – zie Smartschool) Toch hebben enkele leerlingen het de laatste weken volledig laten afweten, waaronder Lysander. Ik ben natuurlijk op de hoogte van IX-9459-7/24 zijn dyslexieprobleem en hield daar ook rekening mee. Lysander kwam de laatste weken nauwelijks iets extra vragen of testen bespreken. Het laatste evaluatiemoment (in de reeks op 22/06) zijn nog enkele einddoelen afgenomen, waaronder een leestest. Met collega had ik besproken om die niet van tevoren mee te geven omdat er veel bijkomende tijd was op het evaluatiemoment. Daarenboven was de computerversie slechter leesbaar dan de afgeprinte versie. Na de luistertesten in de klas (B006) heeft Lysander de leestest en de andere einddoelen afgelegd bij een collega in het Sprintlokaal (Sprint = dyslexiesoft- ware). Collega verneemt niets van Lysander over eventuele problemen met de computerstem en krijgt geen vragen om eventueel tekst(gedeelten) voor te le- zen. Toen ik om 10u45 in de sprintklas aankwam was Lysander al verdwenen Hij had nog tot 13u de tijd om verder te werken en mij eventueel vragen te stellen... Er was dus genoeg ondersteuning voorhanden, maar Lysander bolde het liever vroeger af. Ik weet dat leesvaardigheid een grote handicap is voor vele dyslectici maar samen met de drie andere evaluatiemomenten dit school- jaar haalt hij daarop 44% (de 0 meegerekend van de laatste test), dat is een hoger gemiddelde dan de andere leeronderdelen. Het aandeel van leesvaar- digheid in het totale pakket van de einddoelen bedraagt slechts 17% van de punten. Het is dan maar logisch dat de klassenraad geen A attest kon uitspreken. Jammer genoeg voor een leerling die zijn derde dubbelt en dus op deze wijze verknoeit met deze erbarmelijke cijfers voor Frans (slechts 37% op de eind- doelen en 38% op de tussendoelen).’ Met betrekking tot de lage mediaan heeft de leerkracht bovendien een plau- sibele verklaring. De beroepscommissie verwijst hiervoor uitdrukkelijk naar de verklaring van de betreffende leerkracht. Ook de vakleerkracht Nederlands geeft aan veel inspanningen geleverd te hebben in de ondersteuning en begeleiding van Lysander en rekening gehouden te hebben met zijn leerstoornis(sen): ‘Er wordt zowel in het item ‘feiten’ als in het item ‘gebrekkige begeleiding – aangepaste maatregelen – ondersteuning’ gesproken over het feit dat er geen sticordi-maatregelen werden toegepast. Dit klopt niet. Bij het vak Nederlands werden deze steeds toegepast. Toetsen werden steeds verbeterd met de maat- regelen opgesteld door de school / vakgroep Nederlands + met de specifieke noden van Lysander in het achterhoofd. Op niet-spellingstesten was fonetisch schrijven bv. voldoende en werden er nooit punten afgetrokken voor spelling. Er waren doorheen het jaar inderdaad een aantal testen en taken waarbij er volgens de ouders niet genoeg compenserende maatregelen werden getroffen. Hierover werd er met de ouders steeds in dialoog gegaan en werd er zeer grondig uitgelegd waarom een bepaalde maatregel niet genomen werd. Het e-mailverkeer hieromtrent is te vinden in de bijlage (ook te vinden in het leer- lingvolgsysteem). Er werd dus wel degelijk gecommuniceerd met de ouders over de compenserende maatregelen. De bewering ‘voor een optimale bege- leiding dienden er verschillende maatregelen getroffen te worden, zoals geat- testeerd werd en reeds verschillende jaren werden toegepast. De school was hiervan op de hoogte, zij verkoos echter hier geen gevolg aan te gegeven dit jaar’ op p. 6 van het beroepsdossier klopt mijns inziens dus niet. In ‘gebrekkige begeleiding – aangepaste maatregelen – ondersteuning’ wordt er gesproken over de gebrekkige remediëring (wat de leerstoornis betreft). Zoals de rappor- IX-9459-8/24 ten en het leerlingvolgsysteem aantonen, is er weldegelijk opvolging en reme- diëring geweest. Zo werd er na de examens van kerst aan Lysander gevraagd om lesvoorbereidingen af te geven EN zijn toetsen verbeterd te laten zien. Zoals op het LVS te lezen staat, heeft Lysander 1 keer een voorbereiding gemaakt en nooit zijn toetsen verbeterd. Deze informatie staat openbaar op Smartschool en kunnen leerling en ouders ten alle tijden lezen. Na de paasexamens heb ik met doelgerichte vragen gepeild naar de studiemethode van Lysander en heb ik hier persoonlijk feedback op gegeven. Ook deze informatie staat openbaar op Smartschool. Net voor de juni-examens heb ik op vraag van het klasteam ge- beld met [P.], de studiebegeleider die Lysander de laatste maanden van het jaar hielp bij zijn studies. Tijdens een lang telefoongesprek heb ik met hem de noden en valkuilen van Lysander besproken. We hebben onderling een aantal af- spraken gemaakt over de begeleiding van Lysander tijdens het examen Ne- derlands. [P.] ging dit naar de ouders en Lysander communiceren. Ik heb het verslag op het leerlingvolgsysteem gezet. Op het eindrapport heb ik in mijn rapportcommentaar geschreven dat ik een duidelijke evolutie en verbetering zie, maar dat het tekort voor Nederlands in mindere mate ook te vertalen is op slordigheid doorheen het schooljaar.’ ‘Bij het overzicht van de maatregelen die niet werden genomen staan volgende dingen vermeld over het examen Nederlands van juni: Examen niet verbeterd conform de sticordi-maatregelen: schrijven 0/10. Op dd. 2 juli 2018 werd aan de moeder van Lysander en de adjunct-directeur uit- gelegd dat deze 0 NIET het gevolg is van zijn leerstoornis, maat dat Lysander de opdracht niet correct kon uitvoeren (tekst aanpassen aan doelpubliek). Daarnaast was zijn antwoord veel te kort (3 zinnen i.p.v. 10). Teksten waren wel echt lang => Maximaal ¾ pagina. Teksten zijn niet voorgelezen => Lysander heeft elk examen Nederlands af- gelegd met Sprint (dyslexiesoftware). Hij kon de teksten dus zoveel keer laten voorlezen als hij zelf wou. Zoals kan gelezen worden in mijn vakcommentaar van de kerstexamens vroeg ik me al lang af of Lysander wel alle mogelijkheden van Sprint kende, omdat zijn examen vol schrijffouten en spreektaal bleef staan. Lysander heeft altijd aangegeven dat hij wist hoe het programma werkte.’ De beroepscommissie neemt dan ook aan dat de sticordi-maatregelen wer- den nageleefd en er voldoende begeleiding aanwezig was en het zogenaamde gebrek aan begeleiding de gebrekkige resultaten niet kan verantwoorden. Bovendien was het nemen van minder verregaande maatregelen niet moge- lijk. Lysander kreeg immers reeds verschillende remediëringen; de beroeps- commissie verwijst hiervoor naar de zorglijst voor het schooljaar 2017-2018 waaruit blijkt dat: de context en achtergrond van Lysander reeds op 10.07.2017 werd geüpload en de betreffende leerkrachten er kennis van hadden; de uitno- diging naar de ouders in het begin van het schooljaar; de remediëringsles op 2.10.2017; de waarschuwing op 18.10.2017: ‘dubbelaar en heeft toch slechte resultaten. Zou 70% moeten halen, dat lukt in de verste verte niet. Zegt letterlijk dat hij niet studeert voor aardrijkskunde in het gezicht van de leraar;’; het uit- gebreid gesprek met de ouders op 20.11.2017; de verschillende strafmaatrege- len (vb. op 28.11.2017, 4.12.2017 en 5.12.2017) voor het niet bijhebben van lesmateriaal waardoor Lysander start met achterstand aan de les; de onder- IX-9459-9/24 steuning en remediëring op 15.12.2017 voor 6 vakken: wiskunde (oefeningen op de vierkantswortels), geschiedenis (lessen en toetsen schriftelijk voorbe- reiden, toetsen verbeteren, remediëringsoefeningen maken), Frans (toetsen schriftelijk voorbereiden en verbeteren, remediëringsoefeningen), aardrijks- kunde (lessen en toetsen voorbereiden, toetsen verbeteren), Nederlands (toetsen schriftelijk voorbereiden en verbeteren), godsdienst (toetsen schriftelijk voor- bereiden); extra oefeningen voor wiskunde; op 5.01.2018 de opvolging reme- diëring die niet in orde blijkt te zijn: te beperkt, niet gemaakt en reageert on- beleefd bij uitleg over hoe het moet; op 20.02.2018 de opvolging remediëring Nederlands: maar 1x in orde, nog geen verbeterde toetsen gezien; de evaluatie op 24.004.2018 en 1.05.2018. Hieruit blijkt dat school reeds de nodige maatregelen heeft genomen maar deze niet het gewenste resultaat teweegbrachten. Lysander bleef zich immers te weinig inzetten en studeerde te weinig. Bij de beoordeling hield de beroeps- commissie rekening met dergelijke attitude. De beroepscommissie verwijst hiervoor naar de zorglijst en de opmerkingen van de leerkrachten betreffende de resultaten (door niet bijhebben van materiaal start hij met achterstand aan de les, niet bijhebben of fout noteren agenda maakt correct opvolgen onmogelijk, te weinig studeren, geen focus in de les, te weinig inzet in de klas en thuis niet grondig studeren,..). Uit de verklaringen van de leerkracht Nederlands en Frans blijkt bovendien dat de school wel de nodige hulpmiddelen ter beschikking stelde maar Lysander vaak weigerde hiervan gebruikt te maken. Derhalve is de interne beroepscommissie van oordeel dat de elementen die door de ouders/raadsman zijn aangebracht, weerlegd werden en deze niet van die aard zijn om de beroepscommissie te kunnen overtuigen een andere beslis- sing te nemen; dit gelet op het volledige studiedossier (waaronder de verkla- ringen van de leerkrachten en de verklaring van de voorzitter klassenraad); ook de concrete voorbeelden die de ouders aanhalen (zie hiervoor pagina 6 van het oorspronkelijke beroep dd. 04.07.2018) worden weerlegd door de verklaring van de betreffende leerkrachten die worden gevoegd in bijlage; De beroeps- commissie ziet geen redenen om te twijfelen aan de verklaringen van de be- treffende leerkrachten en maakt de argumentatie zich dan ook eigen. De interne beroepscommissie wenst eveneens uitdrukkelijk te bevestigen dat zij, gelet op alle stukken uit het dossier, van oordeel is dat Lysander reeds de juiste omkadering en begeleiding verkreeg en de resultaten dan ook zijn wer- kelijk kunnen reflecteren. De basis van Lysander is in de ogen van de interne beroepscommissie te zwak om in dezelfde studierichting door te stromen; dit oordeel is gebaseerd op een zorgvuldige en globale afweging van alle relevante gegevens uit het vol- ledige (leerlingen-)dossier en houdt niet louter rekening [met] punten en te- korten.” Dit is de thans bestreden beslissing. Ze is met een aangetekend schrijven van 27 september 2018 aan verzoeker betekend. IX-9459-10/24 IV. Ontvankelijkheid van de vordering 4. Ter terechtzitting doet de verwerende partij afstand van de ex- ceptie die zij in haar nota opwerpt betreffende de laattijdigheid van de vordering. De Raad van State verleent akte daarvan. 5. Vooralsnog bestaat er hoe dan ook geen noodzaak om uitspraak te doen over ontvankelijkheidsexcepties. Een onderzoek van en een uitspraak over dergelijke excepties zouden alleen nodig zijn indien de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld zijn, wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is. V. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden 6. Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. VI. Spoedeisendheid Standpunt van verzoeker 7. Verzoeker voert ter verantwoording van de spoedeisendheid van zijn vordering in zijn inleidend verzoekschrift aan: “Verzoeker wordt van zijn schoolkeuze ontdaan, en dient te blijven zitten of een andere richting te kiezen wat een enorme impact heeft op zijn ganse leven, zowel financieel als moreel. IX-9459-11/24 Verzoeker lijdt psychisch onder de bestreden beslissing, aangezien hem een schooljaar wordt ontnomen en meer nog, een studiekeuze, die hem nauw aan het hart ligt. Hij heeft functiebeperkingen, en dient daar al mee te leven. Hij kan uitblinken in zijn sport en wenst deze zo goed mogelijk te kunnen combineren met een opleiding op school, en de door hem gekozen en gevolgde richting, die veel nadruk legt op sport, was en is voor hem zeer belangrijk. Materieel, financieel en psychisch heeft de beslissing eveneens een grote impact, wat niet kan ontkend worden.” 8. Ter terechtzitting doet hij nog gelden dat hij “overweegt zijn examens af te leggen voor de middenjury” en dat een schorsing van de bestreden beslissing ertoe kan leiden dat hij minder examens moet afleggen. Beoordeling 9. Het dreigende verlies van een schooljaar in geval van toeken- ning van een oriënteringsattest B kan in beginsel de spoedeisendheid van de vor- dering aantonen. Immers, een schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing, hoewel voorlopig van aard, moet worden opgevat als een aansporing aan de beroepscommissie om haar onwettig lijkende beslissing reeds onmiddellijk, zonder de verdere afwikkeling van de annulatieprocedure af te wachten, te her- overwegen en om ze desgevallend in te trekken en door een nieuwe te vervangen. Het recht van een leerling op een vaststaande uitslag zet die aansporing nog kracht bij. 10. In het kader van de gewone schorsingsvordering geldt er in beginsel geen dwingende voorwaarde om diligent en voortvarend op te treden, zoals bij een procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid. De regelgeving laat toe dat de schorsing “op elk moment” wordt gevorderd (artikel 17, § 1, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State). Dit betekent echter niet dat het talmen van een verzoekende partij om in rechte te treden, als proceshouding steeds zonder invloed blijft op de beoordeling van de spoedeisendheid. IX-9459-12/24 Een schorsing heeft immers enkel voor de toekomst uitwerking. Met het instellen van een vordering tot schorsing streeft een verzoekende partij voorts na zich te behoeden voor schadelijke gevolgen van een bepaalde omvang, waarvoor een later arrest ten gronde niet nuttig meer kan tus- senkomen. Vereist is dan ook dat, op het ogenblik van de uit te spreken schorsing, het onherroepelijke schadelijke gevolg nog zinvol kan worden geweerd. Mede om die reden moet een verzoekende partij die de Raad van State ertoe wil brengen om haar zaak bij voorrang op andere zaken te onderzoeken en om een schorsing te bevelen, bij het benaarstigen ervan zelf ook de nodige zorgvuldigheid en ijver aan de dag leggen om dit schadelijke gevolg nog te kunnen weren. Dit betekent onder meer dat zij in functie van de omstandigheden, de zaak toch zo spoedig mogelijk bij de Raad van State aanhangig maakt. 11. Aangenomen kan worden dat de diligentie waarmee een ver- zoekende partij tegen een haar grievende rechtshandeling opkomt met een vorde- ring tot schorsing of een schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, niet noodzakelijk is af te lezen uit het tijdsverloop tussen de kennisname van de be- streden handeling en het instellen van die vordering. De situatie is denkbaar dat een zaak door gewijzigde omstandigheden pas dringend wordt – of zelfs uiterst dringend – nádat reeds eerder een annulatieberoep aanhangig werd gemaakt. Het is met andere woorden vanaf het ogenblik waarop de spoedeisendheid of de uiterst dringende noodzakelijkheid ontstaat, dat van een verzoekende partij een pro- ceshouding wordt verwacht die de door haar ingestelde procedure niet tegen- spreekt. Dit ogenblik moet niet – maar kan nog wel – samenvallen met het ogen- blik waarop het voor haar griefhoudende besluit is genomen en dus vanuit het standpunt van de verzoekende partij, het ogenblik waarop zij er kennis van krijgt. IX-9459-13/24 12. In de voorliggende zaak wist verzoeker, zodra hij kennis kreeg van de handhaving van het B-attest, namelijk kort na 27 september 2018 – de datum van de aangetekende zending waarmee de bestreden beslissing hem werd betekend – dat hij zijn schoolloopbaan niet kon voortzetten in de door hem be- oogde studierichting, tenzij door een jaar over te doen. Op dat ogenblik stond voor verzoeker het verlies van een schooljaar vast en was de zaak voor hem derhalve spoedeisend. 13. Verzoeker heeft na de kennisname van de bestreden beslissing gewacht tot 27 november 2018 om de voorliggende vordering in te stellen. Het loutere gegeven dat dit nog binnen de verjaringstermijn van het annulatieberoep valt, vermag een talmen niet te verontschuldigen – zoals ge- zien is er geen band tussen de beroepstermijn en de mogelijkheid om, binnen die termijn of erna, een schorsingsvordering in te leiden. De omstandigheid dat een vordering is ingesteld binnen de wettelijke beroepstermijn, en meer bepaald op het einde ervan, is een gegeven dat de spoedeisendheid op zich noch bevestigt, noch ze tegenspreekt. 14. De bestreden beslissing is bovendien niet zomaar een beslissing die plots of onverwachts over verzoeker is genomen. Ze is het resultaat van een beroepsprocedure die hij heeft ingesteld nadat de klassenraad hem reeds een B-attest had toegekend, waarbij hij zijn argumenten daartegen in een gemotiveerd bezwaarschrift heeft uiteengezet aan de beroepscommissie, wier beslissing daar- over hij vervolgens succesvol met een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid bij de Raad van State heeft bestreden, zodat hij spoedig vanwege de beroepscommissie een nieuw antwoord mocht verwachten, in de ene of andere zin, op de grieven die hij eerder voor deze commissie had aangevoerd. In die context vereiste het opstellen van een verzoekschrift geen nieuwe, laat staan tijdrovende opzoekingen naar de feitelijke toedracht of naar de toepasselijke rechtsregels. IX-9459-14/24 De voorgeschiedenis van het dossier reikt bijgevolg geen ele- menten aan die doen begrijpen dat verzoeker de beslissing nog aan een grondig onderzoek moest onderwerpen om zijn argumentatie volledig te kunnen ontwik- kelen. Verzoeker beweert dat overigens ook niet. 15. Het diligent handelen van verzoeker mag worden afgemeten aan de aard van de schade die de gevorderde schorsing geacht wordt te kunnen afwe- ren, namelijk het dreigende verlies van een schooljaar. Opdat de beroepscommissie nog nuttig tot een heroverweging zou worden aangespoord en het verlies van een schooljaar zou kunnen worden vermeden, is de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid de meest geëigende weg om bij de Raad van State adequate rechtsbescherming te zoeken. Dit betekent niet dat het een verzoekende partij verboden zou zijn om, na een inschatting van de omstandigheden, te opteren voor de gewone schorsingsprocedure. 16. Naast de tijd die is verstreken om de vordering daadwerkelijk in te stellen, vergt het verloop van de gewone schorsingsprocedure de tijd voor de verwerende partij om het administratief dossier en eventueel een nota met op- merkingen in te dienen, de tijd die het auditoraat nodig heeft voor het opstellen van een beredeneerd verslag over de zaak en de tijd die de Raad van State vervolgens nodig heeft om een terechtzitting te organiseren en over de vordering na beraad uitspraak te doen. Een inwilliging van die vordering zou bovendien op zich nog niet tot gevolg hebben dat verzoeker toelating heeft om zijn studieloopbaan on- gehinderd voort te zetten. De beroepscommissie zou dan immers een nieuwe be- slissing moeten nemen. IX-9459-15/24 Een verzoekende partij die afziet van de rechtsbescherming die de uiterst dringende noodzakelijkheid haar kan bieden én daarenboven talmt om de vordering in te stellen volgens de gewone schorsingsprocedure, stelt zich bijgevolg bloot aan een risico, namelijk om haar vordering afgewezen te zien worden we- gens die weinig voortvarende proceshouding omdat de Raad van State, en ver- volgens de beroepscommissie, dan immers noodzakelijk slechts uitspraak kunnen doen op een ogenblik dat het schooljaar reeds verschillende maanden gevorderd is en het verlies van het schooljaar niét meer zo evident kan worden geweerd. 17. In casu heeft verzoeker na de betekening van de bestreden be- slissing op 27 september 2018 – wanneer het nieuwe schooljaar dus al een viertal weken van start is gegaan – gewacht tot 27 november 2018 om bij de Raad van State een vordering tot schorsing in te stellen, zonder zich daarbij te beroepen op de uiterst dringende noodzakelijkheid. Daarna heeft hij nog de volledige termijn benut – tot 3 januari 2019 – om de betaling van het rolrecht en de bijdrage aan het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand in orde te maken. Deze handelwijze van verzoeker leidt ertoe dat over zijn vordering pas in de loop van de maand april 2019 uitspraak wordt gedaan. Zelfs een voor hem gunstig arrest zou slechts na de paasvakantie uitzicht geven op een nieuwe beslissing van de be- roepscommissie. Die vaststelling staat haaks op de eis dat een verzoekende partij zelf alles wat in redelijkheid van haar mag worden verwacht, moet ondernemen om de gevreesde gevolgen van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing te milderen. Tot dit verwachtingspatroon behoort ook haar proceshouding. 18. Met de voorgaande gegevens voor ogen moet worden besloten dat verzoeker niet met de vereiste spoed heeft gehandeld. De aard van de schade die met de gevorderde schorsing moet worden afgeweerd en de graad van urgentie die door verzoeker aan de zaak wordt toegeschreven, vallen niet te verzoenen met zijn proceshouding, die de negatie inhoudt van de beweerde spoedeisendheid van de vordering. IX-9459-16/24 19. Voor zover verzoeker ter terechtzitting nog doet gelden dat een schorsing van de bestreden beslissing ertoe kan leiden dat hij minder examens dient af te leggen voor “de middenjury”, dient te worden opgeworpen dat ver- zoeker daarvan geen melding heeft gemaakt in zijn inleidend verzoekschrift, ter- wijl uit niets blijkt dat hij dat niet kon doen. Overigens toont verzoeker helemaal niet aan hoe louter een schorsing van de bestreden beslissing tot dat beweerde gevolg zou kunnen leiden. Dat argument kan dan ook niet worden aangenomen. 20. Aan de schorsingsvoorwaarde van de spoedeisendheid van de vordering is derhalve niet voldaan. VII. Ernst van het enige middel Uiteenzetting van het middel 21. Verzoeker voert in het enige middel de schending aan van “de motiveringsplicht, en de zorgvuldigheidsplicht”. Hij stelt dat de bestreden beslis- sing steunt op gegevens die niet correct zijn en dat ze “argumenteert in strijd met de werkelijkheid, en eveneens met de stukken uit het dossier van verzoeker, die zijn opgesteld gedurende het schooljaar”. Verzoeker doet vooreerst gelden dat de bestreden beslissing enkel steunt op zijn slechte punten en zijn goede punten niet in overweging neemt: “Zo behaalde hij 82 op basis LO, 83 op atletiek, 75 op zwemmen, 82 op handbal, 75 op basketbal, 74 op voetbal, 69% op Engels, 71% op Engels, 73% op wiskunde, 77% op natuurwetenschappen, 76% op natuurwetenschappen, 68% en 69% op aardrijkskunde, 83% op geschiedenis, 80% op theorie LO, 83% op muzikale opvoeding, …” IX-9459-17/24 Volgens verzoeker kan het motief van de bestreden beslissing dat hij geen grote leerstofhoeveelheden kan verwerken, niet staande worden ge- houden, nu hij “77%” (versta: 73%) behaalde op wiskunde, “73%” (versta: 71%) op Engels, “83%” voor theorie LO (versta: 86%), 76% op natuurwetenschappen en 83% op geschiedenis. Hij wijst er voorts op dat het feit dat de studierichting werd aangevat tegen het advies van de delibererende klassenraad in, geen motief kan zijn om tot de conclusie te komen dat iemand in de toekomst een bepaalde stu- dierichting niet zal aankunnen. Voor zover de bestreden beslissing overweegt dat rekening werd gehouden met bijlessen en met de resultaten van en de inzet voor remediërings- taken en -proeven die onvoldoende waren, wijst verzoeker erop “dat er geen re- mediëringstaken en proeven werden uitgeschreven voor Nederlands en Frans” en dat bijlessen “het voorbije schooljaar nooit [werden] georganiseerd”. Volgens verzoeker wordt niet aangetoond “waarom het vak Frans in de toekomst problematisch zou blijven”. Hij stelt dat indien de nodige bijsturing en begeleiding worden gegeven, hij kan slagen, “zeker gelet op zijn gering tekort”. Met betrekking tot de begeleiding en de inachtneming van de zogenaamde sticordimaatregelen stelt verzoeker dat “op geen enkel moment po- gingen tot begeleiding [zijn] genomen en dat “[u]it het dossier en uit de mail- conversaties met moeder […] duidelijk [blijkt] dat zij juist diegene is die er telkens op moet wijzen dat er sticordimaatregelen moeten nageleefd worden, en dat dit niet [gebeurt]”. Zo heeft hij zijn examens niet op computer kunnen afleggen, werd het vak ‘Nederlands’ verbeterd zonder rekening te houden met de sticordimethode en werd “gewoon een 0 voor schrijven toegekend”. Voor het geplande gesprek van 21 september 2017 hebben zijn ouders geen uitnodiging vanwege de school ont- vangen en na het gesprek van 20 november 2017 hebben zij meermaals contact IX-9459-18/24 opgenomen met de school en via e-mail veel vragen gesteld, waarop veelal geen reactie kwam. Ook hebben zij quasi dagelijks smartschool bekeken. Verzoeker kan zich evenmin vinden in het standpunt van de bestreden beslissing dat hij voor het vak ‘Frans’ het gehele jaar door slecht heeft gescoord en dat geen verband kan worden vastgesteld tussen de afwezigheid van de leerkracht en een verlaging van de cijfers. De bestreden beslissing vermeldt weliswaar dat er voldoende pogingen zijn ondernomen om de structurele achter- stand van verzoeker voor Frans weg te werken, maar dit strookt, aldus verzoeker, niet met de realiteit. Uit het relaas van de leerkracht Frans blijkt volgens verzoeker dat deze leerkracht zich niet houdt aan de voorgeschreven sticordimaatregelen. Er kan hem ook niet worden verweten dat hij het liever vroeger “afbolde” dan vragen te stellen, aangezien hem niet was gezegd dat hij vragen mocht stellen. Verzoeker vervolgt dat ook voor het vak ‘Nederlands’ in on- voldoende mate rekening werd gehouden met de sticordimaatregelen en dat uit het dossier blijkt dat slechts zes keer op een gans jaar een remediëring is aangeboden voor de diverse vakken. Voor het vak ‘Frans’ is er zelfs na december 2017 geen enkele remediëring meer geweest. Verzoeker vat ten slotte zijn betoog samen als volgt: “Kortom, er wordt door de bestreden beslissing gesteld dat verzoeker geen grote hoeveelheden leerstof zou kunnen verwerken, terwijl er wel degelijk in- dicaties zijn dat hij dat wel kan. Er wordt gesteld dat er voldoende remediëring zou geweest zijn, terwijl deze niet terug te vinden zijn in het dossier, en meer bepaald met betrekking tot het vak Frans quasi ontbreken. Er wordt bovendien gesteld dat de ouders geen contact zouden hebben opgenomen met de school, daar waar zij wel degelijk meermaals contact hebben opgenomen, en er wordt gesteld dat de sticordimaatregelen stipt zouden zijn nageleefd, terwijl er zelf door de leerkrachten wordt aangegeven dat zij bepaalde teksten niet op voor- hand ter beschikking hebben gesteld, terwijl het voor de functiebeperking van verzoeker quasi onmogelijk is om te scoren zonder voorafgaande begeleiding. Ook wordt er in de motivering gesteld dat de ouders zouden zijn uitgenodigd op een gesprek, doch dit wordt nergens aangetoond. Dit heeft allemaal wel degelijk meegespeeld bij de behaalde punten, en door te stellen dat dit niet zo, is gehanteerde motivering niet correct. IX-9459-19/24 Een beslissing dient deugdelijk gemotiveerd te zijn, en duidelijk. Bovendien dient er rekening gehouden te worden met correcte elementen en een even- wichtige afweging gemaakt te worden, zeker nu de bestreden beslissing een enorme impact heeft op de verdere carrière van verzoeker. Door enerzijds te stellen dat verzoeker wel degelijk de leerplandoestellingen heeft bereikt en anderzijds te stellen dat hij voor bepaalde theoretische vakken niet sterk genoeg is om de door hem gekozen richting verder te zetten, en daarbij geen rekening te houden met het feit dat verzoeker voor een groot aantal vakken wel degelijk heeft aangetoond gedurende het schooljaar dat hij theore- tische kennis kan vergaren (geschiedenis, godsdienst, ....) en door enkel te wijzen op tekorten en daarbij geen rekening te houden met goede resultaten, wordt de motiveringsplicht en de zorgvuldigheidsplicht geschonden. Ook wordt in de bestreden beslissing daarbij geen rekening gehouden met de functiebeperking van verzoeker. Er blijft een wellens- nietens spel aangehou- den omtrent het al dan niet voldoende rekening houden met de te nemen maatregelen, doch uit het dossier en uit de verklaringen van de vakleerkrachten blijkt zelf dat de te nemen sticordimaatregelen niet altijd werden nagekomen. Ook wat betreft de remediëringen wordt gesteld dat deze voldoende zouden zijn, terwijl uit het dossier blijkt dat er slechts 1 remediëring is geweest voor Frans en dit tijdens het eerste trimester, en voor het overige in totaal slechts 6 gedurende een gans jaar, goed wetende dat verzoeker te kampen heeft met een functiebeperking. In die zin is de bestreden beslissing niet gestoeld op deug- delijke motieven, zeker niet nu rekening dient gehouden te worden met de ernst van de impact van de bestreden beslissing.” Beoordeling 22. Verzoeker mag zich op het eerste gezicht niet erover verbazen dat de bestreden beslissing focust op “zijn slechte punten” voor de “theoretisch zware TSO-vakken”, vermits die precies mede tot verantwoording kunnen dienen van het besluit van de beroepscommissie dat verzoeker, niettegenstaande hij het eerste leerjaar van de tweede graad met vrucht heeft beëindigd, niet in staat wordt geacht het volgende leerjaar in de geclausuleerde studierichtingen van het TSO met succes te volbrengen. De omstandigheid dat verzoeker goede jaarresultaten heeft behaald voor zijn sportvakken lijkt daaraan geen afbreuk te doen. De scores die door verzoeker worden aangehaald voor Engels, wiskunde, natuurweten- schappen, aardrijkskunde, geschiedenis en theorie LO lijken dan weer veeleer een verbloemende greep uit zijn periodieke resultaten voor dagelijks werk. Ze zijn op het eerste gezicht geïsoleerd en verre van een maatstaf voor de jaarresultaten die verzoeker voor de voornoemde vakken heeft behaald. Ze gaan er bovendien aan IX-9459-20/24 voorbij dat verzoeker, zoals in de bestreden beslissing wordt vermeld, in het totaal wel zestien tekorten heeft behaald op zijn rapporten voor dagelijks werk. Voor zover verzoeker doet gelden dat het motief van de be- streden beslissing dat hij geen grote leerstofhoeveelheden kan verwerken niet staande kan worden gehouden, gelet op de goede scores die hij heeft behaald voor de reeds genoemde vakken, kan op het eerste gezicht niet worden ingezien hoe uit de vermelde cijfers voor dagelijks werk kan worden afgeleid dat de beroeps- commissie ten onrechte op grond van de slechte resultaten van verzoeker “vooral voor de examens” tot de bevinding komt dat de slaagkans van verzoeker voor de theoretisch zware TSO-vakken te beperkt is om een A-attest toe te kennen, “gelet op het feit dat het verwerken van grote hoeveelheden leerstof in de derde graad aan belang wint”. De vermelding in de bestreden beslissing dat verzoeker tegen het advies van de delibererende klassenraad in, het eerste leerjaar van de tweede graad van de studierichting Lichamelijk opvoeding en Sport tijdens het schooljaar 2017-2018 heeft gedubbeld, lijkt als zodanig geen decisief motief van de bestreden beslissing, maar wordt in de bestreden beslissing slechts vermeld als een element dat het moeizame verloop van de schoolloopbaan van verzoeker illustreert. In de verklaringen van de betrokken leerkrachten die in de be- streden beslissing zijn aangehaald en waaromtrent geen reden blijkt om ze in twijfel te trekken, vermocht de beroepscommissie voorts op het eerste gezicht de bevestiging te onderkennen dat “de school regelmatige pogingen tot begeleiding heeft genomen en de sticordi-maatregelen heeft nageleefd”. Verzoeker weerlegt dat in de huidige stand van de rechtspleging niet. Met name ook voor de vakken ‘Frans’ en ‘Nederlands’ waarop verzoeker jaartekorten behaalde, blijken “in- spanningen geleverd [...] in de ondersteuning en begeleiding van [verzoeker]” en blijkt “rekening gehouden [...] met zijn leerstoornis(sen)”. IX-9459-21/24 Het feit dat de ouders van verzoeker vanwege de school geen uitnodiging zouden hebben ontvangen voor het geplande gesprek van 21 sep- tember 2017 is voor de beoordeling van de rechtmatigheid van de bestreden be- slissing niet van belang. Overigens heeft op 20 november 2017 klaarblijkelijk wel een gesprek plaatsgehad. Dat de moeder van verzoeker “veelal geen reactie” kreeg op e-mails die zij naar de school zond, lijkt niet meer dan een bewering die alvast niet is gestaafd door de stukken die verzoeker bij zijn inleidend verzoekschrift heeft gevoegd. Verzoeker kan op het eerste gezicht evenmin worden bijgeval- len in zijn argument dat uit het relaas van de leerkracht Frans blijkt dat deze leer- kracht “zich [...] duidelijk niet aan de voorschriften [hield]”. Integendeel stelt deze leerkracht “op de hoogte [te zijn] van [verzoekers] dyslexieproblemen en daar dan ook rekening mee [te houden]”. Voor het niet vooraf meegeven van de tekst geeft zij op het eerste gezicht een aannemelijke verklaring, er zou namelijk “veel bij- komende tijd [zijn] op het evaluatiemoment” . Verzoeker heeft de test bij een collega van de leerkracht afgelegd in het “Sprintlokaal” en hij heeft niet geklaagd over problemen met de computerstem, noch heeft hij gevraagd de tekst of ge- deelten ervan voor te lezen. Toen de leerkracht Frans om 10.45 u. in het voor- noemde lokaal toekwam, was verzoeker reeds weg, terwijl hij nog tot 13.00 u. de tijd zou hebben gehad om voort te werken en eventuele vragen te stellen. Ver- zoeker betwist dit als zodanig niet. Tevergeefs dan weer betwist verzoeker dat hij gedurende het ganse jaar een onvoldoende heeft behaald voor Frans. Zijn resultaten voor dage- lijks werk spreken in dit verband voor zich: 44% (DW1), 33% (DW2), 49% (DW4) en 37% (DW5). Dat er een wezenlijk verband zou zijn met de tijdelijke afwezigheid van de leerkracht, maakt verzoeker niet concreet aannemelijk. Verzoeker stelt dat niet wordt aangetoond “waarom het vak Frans in de toekomst problematisch zou blijven”, maar de doorgaans zware te- korten die hij tijdens de onderscheiden periodes heeft behaald op dagelijks werk IX-9459-22/24 voor dat vak met permanente evaluatie, lijken de beroepscommissie in redelijkheid te hebben toegelaten tot dat besluit te komen. Uit de in de bestreden beslissing weergegeven verklaring van de leerkracht Nederlands blijkt ten slotte dat de bewering van verzoeker dat voor haar vak de sticordimaatregelen niet zijn nageleefd, zonder grond is en dat de toege- kende score ‘0’ voor schrijven géén verklaring vindt in de leesstoornis van ver- zoeker. Verzoeker toont alvast het tegendeel niet aan. 23. Uit wat voorafgaat volgt dat het enige middel niet ernstig is. VIII. Slotsom 24. Er is niet voldaan aan de bij artikel 17, § 2, van de gecoördi- neerde wetten op de Raad van State bepaalde voorwaarden die cumulatief vervuld moeten zijn opdat een vordering tot schorsing zou kunnen worden ingewilligd. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. IX-9459-23/24 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 23 april 2019, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Bert Thys, staatsraad, waarnemend voorzitter bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Bert Thys IX-9459-24/24 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.264 Gerelateerde publicatie(
  2. s)gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.246.111 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.