← België

Arrest 244296 - Verkiezingen, onverenigbaarheden en vervallenverklaringen - 26/04/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 april 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.296 Rolnummer: A. 227116/X-17410 Zaak: Arrest 244296 - Verkiezingen, onverenigbaarheden en vervallenverklaringen - 26/04/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-04-30 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-21 23:10 Fiche Arrest nr 244.296 van 26 april 2019 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Verkiezingen, onverenigbaarheden en vervallenverklaringen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 244.296 van 26 april 2019 in de zaak A. 227.116/X-17.

  1. GEMEENTERAADSVERKIEZING VAN 14 OKTOBER 2018 TE WETTEREN In zake: Walter GOVAERT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Thomas Bienstman kantoor houdend te 9000 Gent Nieuwebosstraat 5 bij wie woonplaats wordt gekozen en eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Luc Steyaert kantoor houdend te 9200 Dendermonde Sint-Gillislaan 36 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  2. Met een op 31 december 2018 ingediend verzoekschrift stelt Walter Govaert beroep in tegen het arrest van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen van 21 december 2018 waarbij zijn bezwaar tegen de gemeenteraadsverkiezing van 14 oktober 2018 te Wetteren verworpen wordt. Hij vraagt in hoofdorde de gemeenteraadsverkiezing van 14 oktober 2018 te Wetteren “geheel ongeldig te verklaren”, al dan niet na het bevelen van “aanvullende onderzoeksmaatregelen” en een getuigenverhoor, en in ondergeschikte orde, de verkozen kandidaten Alain Pardaen (CD&V), Eline Pardaen (CD&V), Herman Strobbe (EEN Wetteren) en Dietbrand Van Durme (EEN Wetteren) van hun mandaat vervallen te verklaren. X-17.410-1/15 II. Verloop van de rechtspleging
  3. De Raad voor Verkiezingsbetwistingen heeft het administratief dossier ingediend. Eerste auditeur Jurgen Neuts heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 5 april
  4. Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Luc Steyaert en advocaat Astrid Lippens, die loco advocaat Thomas Bienstman verschijnt voor verzoeker, zijn gehoord. Eerste auditeur Jurgen Neuts heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Feiten
  6. Er nemen aan de gemeenteraadsverkiezing van 14 oktober 2018 te Wetteren zeven lijsten deel, waaronder lijst 3 CD&V, lijst 6 Open VLD en lijst 7 EEN Wetteren. Verzoeker is lijsttrekker van lijst 6 Open VLD en wordt verkozen. In zijn bezwaar van 13 november 2018 bij de Raad voor Verkiezingsbetwistingen vordert verzoeker de ongeldigverklaring van de gemeenteraadsverkiezing te Wetteren, minstens de vervallenverklaring van het mandaat van vier verkozen kandidaten. Hij oefent inzonderheid kritiek uit op: X-17.410-2/15 - een “gratis Verkiezingsaperitief” dat “ogenschijnlijk” door het buurtcomité THOG werd georganiseerd op 14 oktober 2018 maar dat “zonder meer [werd] gesteund door partij Eén te Wetteren alsook door de partij CD&V”, - het “aanbieden van pannenkoeken onder de gangbare marktprijs” op de dag van de verkiezing door CD&V of bevriende entiteiten of organisaties, - het aanbrengen, of aangebracht houden, van affiches tijdens de verkiezingsdag door kandidaten van CD&V en EEN Wetteren, en - het onredelijk gebruik van zendtijd op de lokale zender TV Oost door CD&V. Ter terechtzitting van 20 december 2018 verhoort de Raad voor Verkiezingsbetwistingen drie getuigen onder ede met betrekking tot het verkiezingsaperitief; van de verhoren wordt een proces-verbaal opgesteld. Daags nadien, op 21 december 2018, verwerpt de Raad voor Verkiezingsbetwistingen verzoekers bezwaar en verklaart hij de uitslag van de gemeenteraadsverkiezing te Wetteren geldig. IV. Onderzoek van het beroep A. Vierde middel Uiteenzetting van verzoeker
  7. Verzoeker leidt een vierde middel af uit de schending van artikel 16 van het decreet van 4 april 2014 ‘betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges’ (hierna: het decreet van 4 april 2014). Toegelicht wordt dat genoemd artikel 16 waarborgt dat een getuigenverhoor wordt georganiseerd met eerbiediging van de rechten van verdediging en van de gelijkheid der wapens. Dit was volgens verzoeker niet voldoende het geval met het verhoor waarin de Raad voor X-17.410-3/15 Verkiezingsbetwistingen voorzag. De Raad voor Verkiezingsbetwistingen riep de “organisatoren” van het zogenaamde, door THOG georganiseerde verkiezingsaperitief op. Anders dan echter verwacht mocht worden, werden de getuigen niet afzonderlijk gehoord, werden ze gehoord nadat de pleidooien werden gehouden en woonden ze de pleidooien bij. Vastgesteld werd ook dat ze “enkel à décharge hebben gefunctioneerd en dat geen getuigen à charge werden opgeroepen”, wat in strijd is met de wapengelijkheid. Voorts betoogt verzoeker dat het decreet van 4 april 2014 geen afdoende procedurele garanties inzake het getuigenverhoor bevat die de rechten van verdediging en de wapengelijkheid waarborgen, zoals dit wel het geval is in het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de burgerrechtelijke geschillen. In dat verband vraagt verzoeker aan het Grondwettelijk Hof de volgende prejudiciële vraag te willen stellen: “Schendt artikel 16 van het Decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuurscolleges de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, samengenomen met artikel 6.1 EVRM, in die zin dat […] artikel 16 van voormeld decreet in strijd is met de gelijkheid en het verbod op discriminatie, aangezien het getuigenverhoor anders wordt geregeld dan in de artikelen 915 t.e.m. 961 van het Gerechtelijk Wetboek, in het bijzonder dat niet wordt voorzien in een nietigheidssanctie indien het getuigenverhoor wordt georganiseerd in strijd met de rechten van verdediging zodat een ongelijkheid wordt geschapen waardoor de gelijkheid van partijen op het punt van de bewijslevering illusoir wordt en strijd ontstaat met de equality of arms van artikel 6 EVRM?” Beoordeling
  8. Zeer terecht overweegt verzoeker zelf – in het verzoekschrift, randnummer 69 – dat de Raad van State in deze “optreedt als rechter in beroep tegen de beslissingen van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen, en […] aldus ingevolge de devolutieve werking van het hoger beroep de zaak in zijn geheel vermag te beoordelen, en dus geen oordeel velt over de procedurele onregelmatigheden die zouden hebben plaatsgegrepen voor de Raad voor X-17.410-4/15 Verkiezingsbetwistingen in eerste aanleg”.
  9. Als rechter met volle rechtsmacht moet de Raad van State het hem voorgelegde geschil over de geldigheid van de gemeenteraadsverkiezing in zijn globaliteit beoordelen en de voorgelegde betwisting zelf oplossen. Zijn arrest komt in de plaats van het arrest van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen. In dat licht is het zonder belang of de Raad voor Verkiezingsbetwistingen al dan niet in gebreke is gebleven door verzoeker niet te hebben toegelaten om met betrekking tot de afgelegde getuigenverklaringen tegenspraak te leveren en door geen zogenaamde “getuigen à charge” te hebben opgeroepen, noch doet het ter zake of het door de Raad voor Verkiezingsbetwistingen toegepaste artikel 16 van het decreet van 4 april 2014 “in strijd [is] met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, samengenomen met de bepalingen van artikel 6.1 EVRM”. Vermits het onderzoek van de zaak door de Raad van State wordt overgedaan, hoeft geen acht te worden geslagen op eventuele onregelmatigheden in de rechtsgang voor de Raad voor Verkiezingsbetwistingen, inbegrepen een voorgestelde prejudiciële vraag aan het Grondwettelijk Hof die slechts met een dergelijke onregelmatigheid verband houdt.
  10. Voorts blijkt dat verzoeker intussen, bij de Raad van State, wel in de gelegenheid is geweest debat te voeren over de getuigenissen die bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen zijn afgelegd en er zich tegen te verdedigen. In zoverre hij, in verband met de wapengelijkheid, thans in het beschikkende gedeelte van zijn verzoekschrift tevens vraagt dat zes getuigen (à charge) zouden worden verhoord, wordt vastgesteld dat hij van vijf van hen reeds een schriftelijke verklaring bijbrengt (als zijn stukken 21, 22, 34, 35 en 36). Bovendien geeft hij met geen woord aan over welke tot de zaak dienende feiten die personen – nog méér – getuigenis zouden kunnen afleggen. X-17.410-5/15
  11. Geconcludeerd wordt dan ook dat het vierde middel en het gevraagde getuigenverhoor worden afgewezen. B. Eerste middel Uiteenzetting van verzoeker
  12. Verzoeker leidt een eerste middel af “uit de schending van artikel 194 van het Decreet dd. 8 juli 2011 houdende de organisatie van de lokale en provinciale verkiezingen [hierna: het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011] en van artikel 3 van het Besluit van de Vlaamse Regering dd. 20 april 2012 houdende de algemene regels voor het aanbrengen van verkiezingsaffiches en het organiseren van gemotoriseerde optochten [hierna: het besluit van de Vlaamse regering van 20 april 2012] juncto artikel 16 van [het decreet van 4 april 2014]”. In een eerste middelonderdeel acht verzoeker artikel 194 van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011 geschonden doordat de politieke partij EEN Wetteren, door tussenkomst van het buurtcomité THOG, een gratis verkiezingsaperitief heeft georganiseerd in de onmiddellijke buurt van drie stembureaus tijdens de duur van de verkiezingen op 14 oktober
  13. Benadrukt wordt dat tijdens het aperitief aan de kiezers gratis dranken en hapjes werden aangeboden, dat de onmiddellijke link tussen THOG en de politieke partij EEN Wetteren eenvoudig aan te tonen is (kandidaat Dietbrand Van Durme is één van de sleutelfiguren en bezielers van THOG, hij doet herhaaldelijk mededelingen over de activiteiten van THOG), en dat CD&V het aperitief steunde. Een en ander maakt, aldus verzoeker, “dat partij Eén, hierin gesteund door CD&V, op onterechte wijze, en in strijd met artikel 194 van het [Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011] gratis geschenken heeft aangeboden op de dag van de verkiezingen dd. 14 oktober 2018 en dat het uitdelen van deze ‘geschenken’ tot gevolg heeft gehad dat de zetelverdeling werd beïnvloed”. X-17.410-6/15 Een tweede middelonderdeel bekritiseert dat de politieke partij CD&V, door tussenkomst van Chiro Overschelde en Samana Ziekenzorg Ten Ede, pannenkoeken heeft aangeboden onder de marktprijs op twee verschillende plaatsen, telkens aan de inkom of in de onmiddellijke nabijheid van stembureaus. Laatstgenoemde twee organisaties kunnen volgens verzoeker “onmiddellijk” gelinkt worden aan CD&V, alleszins is het “maar moeilijk te ontkennen dat een christelijke chiro en een christelijke ziekenzorg veraf zou[den] staan van de Christen-democraten”. De prijs van de pannenkoeken (één euro per pannenkoek) was dermate laag “dat zonder meer kan worden gesproken van een geschenk aan de kiezer tijdens de sperperiode”. Volgens een derde middelonderdeel is artikel 3 van het besluit van de Vlaamse regering van 20 april 2012 juncto artikel 194 van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011 geschonden doordat: “° door de lijsttrekker van de politieke partij CD&V, de heer Alain Pardaen op onrechtmatige wijze een affiche op zijn wagen werd uitgehangen en dit op de dag van de verkiezingen in de onmiddellijke nabijheid van drie stembureaus; ° door mevrouw Eline Pardaen, 13e plaats op de lijst van de CD&V, op onrechtmatige wijze een affiche op haar wagen werd uitgehangen die zich op de openbare weg bevond, en dit op de dag van de verkiezingen; ° door de heer Daniël Van Der Schueren, 10e plaats op de lijst van de politieke partij Eén Wetteren, op onrechtmatige wijze een affiche op zijn wagen werd uitgehangen die zich op de openbare weg bevond, en dit op de dag van de verkiezingen; ° op onevenredige wijze zendtijd werd ingenomen door CD&V op de lokale zender TV Oost.” Volgens verzoeker bewijst het beschikbare fotomateriaal dat zowel door kandidaten van de partij CD&V als van de partij EEN Wetteren op de dag van de verkiezingen affiches “werden aangebracht (of gehouden) op hun wagens”. Tevens doet een videofragment er genoegzaam van blijken dat CD&V op een onredelijke wijze gebruik maakte van de zendtijd op de lokale zender TV Oost. X-17.410-7/15 In een vierde middelonderdeel betoogt verzoeker dat de Raad Voor Verkiezingsbetwistingen in strijd met artikel 16 van het decreet van 4 april 2014 geweigerd heeft om de stukken op te vragen omtrent de effectieve stemmen die in de betrokken stembureaus werden uitgebracht, minstens dat artikel 16 een schending inhoudt van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, zodat er reden is ter zake het Grondwettelijk Hof prejudicieel te ondervragen. Aansluitend op dit onderdeel vraagt verzoeker in het beschikkende gedeelte van het verzoekschrift nog aan de Raad van State om, als “aanvullende onderzoeksmaatregelen”, “alle proces-verbalen van de telverrichtingen per stembureau van de gemeenteraadsverkiezingen te Wetteren op 14 oktober 2018 alsook de aangifte van de verkiezingsuitgaven van de politieke partij CD&V en Eén Wetteren op te vragen en verzoekende partij de mogelijkheid te bieden hieromtrent verder schriftelijk standpunt in te nemen”. Beoordeling
  14. Luidens artikel 194, eerste lid, 1°, van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011 mogen tijdens de sperperiode de politieke partijen, de lijsten en de kandidaten, alsook derden die propaganda voor politieke partijen, lijsten of kandidaten willen maken, geen geschenken of gadgets verkopen of verspreiden.
  15. De vraag waarvoor het eerste middelonderdeel de Raad van State plaatst is of het verkiezingsaperitief dat het buurtcomité THOG op 14 oktober 2018, vanaf 9u30 op het dorpsplein te Massemen, organiseerde al dan niet op te vatten is als een geschenk waarmee een derde propaganda heeft willen maken voor lijst EEN Wetteren en lijst CD&V.
  16. Dat het aperitief een gratis evenement zou zijn geweest, waarop kosteloos drank en hapjes werden aangeboden, knoopt verzoeker exclusief vast aan de aankondiging ervan op de website van ‘UiT in Vlaanderen’. X-17.410-8/15 Tegelijk echter voert hij zelf ook, als zijn stuk 3, de toelating van de burgemeester aan die THOG heeft aangevraagd en verkregen voor de verkoop van niet-alcoholische en alcoholische gisthoudende dranken. Voorts wijzen de verklaringen die de aanvrager van deze toelating op 20 december 2018 onder ede voor de Raad voor Verkiezingsbetwistingen aflegde uit dat voor de drank op het verkiezingsaperitief 2 euro per consumptie diende betaald te worden. Degene die er de foodtruck uitbaatte getuigde dat wel degelijk voor het eten diende betaald te worden en dat de prijslijst dezelfde was als bij andere evenementen. Tegen die verklaringen wordt door verzoeker volstrekt niets ingebracht, zelfs niet ter terechtzitting. Redelijkerwijze dient dan ook – met de Raad voor Verkiezingsbetwistingen in het bestreden arrest – te worden aangenomen dat de vermelding “gratis” op de website van ‘UiT in Vlaanderen’ alleen beoogt aan te geven dat er geen inkomprijs verschuldigd is.
  17. Het blijkt niet dat er door THOG geschenken zijn verspreid. Deze vaststelling volstaat om het eerste middelonderdeel te verwerpen.
  18. Het tweede middelonderdeel wil doen aannemen dat de verkoop van pannenkoeken aan één euro per pannenkoek te beschouwen is als het verspreiden van een geschenk. Ter staving hiervan brengt verzoeker stuk 33 bij, waaruit mag blijken dat een marktconforme prijs voor tien ambachtelijke pannenkoeken zes euro bedraagt, of 0,6 euro per stuk. Met andere woorden bewijst het stuk dat de door verzoeker gewraakte pannenkoeken blijkbaar bijna dubbel zo duur werden verkocht. X-17.410-9/15 Alsof daarmee niet reeds voldoende bewezen zou zijn dat de verkoop van pannenkoeken aan één euro per stuk niet als het verspreiden van een geschenk kan worden beschouwd, moet er volgens verzoeker bovendien rekening mee gehouden worden dat de prijzen van ambachtelijk gemaakte pannenkoeken hoger liggen dan de prijzen van grootwarenhuizen, “wat massaproductie is”. Vergeleken met de kostprijs van industrieel gemaakte pannenkoeken zijn de pannenkoeken die Chiro Overschelde en Samana Ziekenzorg Ten Ede verkocht dus nóg duurder.
  19. In zoverre verzoeker in de toelichting bij het tweede onderdeel tevens kritiek uitoefent op een koffienamiddag die Alain Pardaen op 8 oktober 2018 heeft georganiseerd voor Samana Ziekenzorg Ten Ede en daarvoor gebruik heeft gemaakt van cafetaria Dassenveld, voert hij een bezwaar aan dat hij niet eerst aan de beoordeling van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen heeft onderworpen, zonder dat blijkt of zelfs maar beweerd wordt dat zulks hem onmogelijk was. Op de grief wordt dan ook geen acht geslagen.
  20. Het tweede middelonderdeel is deels ongegrond, deels onontvankelijk.
  21. Artikel 194, tweede lid, van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011 geeft aan de Vlaamse regering opdracht om voor de sperperiode de algemene regels te bepalen voor het aanbrengen van verkiezingsaffiches en de organisatie van gemotoriseerde optochten. Het besluit van de Vlaamse regering van 20 april 2012 strekt tot de uitvoering van die opdracht. Artikel 3 ervan luidt: “Tussen 22 uur en 7 uur is het verboden verkiezingsaffiches aan te brengen, zelfs op plaatsen waar aanplakken overeenkomstig artikel 2 is toegestaan. Op de dag van de verkiezingen geldt dat verbod ook tussen 7 uur en 15 uur.” X-17.410-10/15
  22. Het verbod geldt voor het aanbrengen, het aanplakken of het bevestigen van verkiezingsaffiches, niet het aangebracht, aangeplakt of bevestigd zijn ervan. In dat licht bewijzen de foto’s die verzoeker ter staving van het besproken onderdeel bijbrengt en waaruit alleen maar kan worden opgemaakt dat er op de dag van de verkiezingen affiches op de auto’s van Alain Pardaen, Eline Pardaen en Daniël Van Der Schueren aangebracht zijn, geen schending van genoemd artikel
  23. Dat de affiches niet tijdens de verboden uren op de wagens werden aangebracht, minstens dat het tegendeel niet vaststaat, geeft verzoeker zelf toe waar hij schrijft: - “Duidelijk is dat de affiche op de dag van de verkiezingen nog steeds was aangebracht op de wagen van de heer Alain Pardaen”; - “Door mevrouw Eline Pardaen, 13e plaats op de lijst van de CD&V, werd een affiche op haar wagen aangeplakt die zich op de openbare weg bevond, en dit nog steeds op de dag van de verkiezingen”; - “Aangezien op de dag van verkiezingen, zowel door kandidaten van de partij CD&V als van de partij Eén Wetteren affiches werden aangebracht (of gehouden) op hun wagens, begingen zij dan ook een schending van artikel 3 van voormeld Besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2012”; - “Dit alles kan evenzeer worden aangenomen voor de affiches die nog zichtbaar waren op de dag van de verkiezingen op de wagens van mevrouw Eline Pardaen (CD&V – 13e plaats) en de heer Van Der Schueren Daniël (Eén – 10e plaats)” (cursivering toegevoegd door de Raad van State).
  24. In de mate waarin verzoeker niet het aanbrengen van de verkiezingsaffiches op de betrokken personenwagens viseert, maar het rondrijden, nadien, met die wagens of hun plaatsing in wat hij de omgeving van stembureaus noemt, wordt vastgesteld dat artikel 3 van het besluit van de Vlaamse regering van 20 april 2012 op dat punt geen voorschriften inhoudt. X-17.410-11/15
  25. In het gewraakte videofragment van TV Oost komt burgemeester Alain Pardaen in een interview van 28 november 2018 aan het woord over de heropening van de snelwegparking te Wetteren op 3 december
  26. Wat de relevantie van dit interview van anderhalve maand na de gemeenteraadsverkiezing mag zijn voor de geldigheid van die verkiezing, wordt met niet één woord uitgelegd en kan evenmin spontaan worden begrepen.
  27. Het derde middelonderdeel wordt integraal verworpen.
  28. Als reeds gezegd, doet de Raad van State, oordelend met volle rechtsmacht, het onderzoek van de zaak over en vertonen de eventuele onregelmatigheden in de rechtsgang voor de Raad voor Verkiezingsbetwistingen en de hierop betrekking hebbende prejudiciële vraag dan ook geen belang.
  29. Verzoekers vraag om, doende wat de Raad voor Verkiezingsbetwistingen had moeten doen, te bevelen de processen-verbaal van de telbureaus en de aangiften van de verkiezingsuitgaven voor te leggen, moet hem de nodige informatie opleveren om na te gaan of, en aan te tonen dat, de onregelmatigheden in verband met het verkiezingsaperitief en de pannenkoekenverkoop van die aard zijn dat ze de zetelverdeling tussen de lijsten kunnen beïnvloeden. Hiervóór is evenwel niet gebleken dat het aperitief en de verkoop een verkiezingsonregelmatigheid uitmaken. Er is dan ook geen aanleiding tot het nagaan van de eventuele “stembeïnvloeding” erdoor en bijgevolg geen reden om op verzoekers vraag in te gaan.
  30. Het vierde middelonderdeel en de gevraagde “aanvullende onderzoeksmaatregelen” worden afgewezen. X-17.410-12/15 C. Tweede middel Uiteenzetting van verzoeker
  31. Verzoeker leidt een tweede middel af “uit de schending van artikel 195 § 3 van het [Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011]”. Toegelicht wordt dat alleen natuurlijke personen giften mogen doen, niet rechtspersonen of feitelijke verenigingen. Door het verkiezingsaperitief, georganiseerd door THOG, en meer bepaald door het gratis verdelen van drank en hapjes werden de stemmen beïnvloed ten gunste van EEN Wetteren en ten gunste van CD&V. Het is minstens een verboden gift aan EEN Wetteren en CD&V. Ook de verkopen van pannenkoeken aan een “weggeefprijs” is een voordeel gecreëerd ten gunste van CD&V. Beoordeling
  32. Het middel vertrekt van de premisse dat de drank en hapjes tijdens het verkiezingsaperitief gratis waren en dat de pannenkoeken tegen een weggeefprijs verkocht werden. Bij de bespreking van het eerste middel is geoordeeld dat dit onjuist is. Het middel berust bijgevolg op een verkeerd uitgangspunt. Het wordt verworpen. D. Derde middel Uiteenzetting van verzoeker
  33. In een derde, ondergeschikt, middel vraagt verzoeker dat Dietbrand Van Durme, Alain Pardaen en Eline Pardaen van hun mandaat vervallen worden verklaard omdat zij, zoals beweerdelijk omstandig aangetoond X-17.410-13/15 in het eerste middel, “duidelijk schendingen hebben begaan van artikel 194 [van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011], door het onrechtmatig uitdelen van geschenken tijdens de sperperiode”. In het beschikkende gedeelte van het verzoekschrift wordt, onder verwijzing naar voormeld artikel 194, ook nog gevorderd dat Herman Strobbe van zijn mandaat wordt vervallen verklaard. Beoordeling
  34. De bespreking van het eerste middel heeft uitgewezen dat er geen sprake is van het uitdelen, tijdens de sperperiode, van geschenken in strijd met artikel 194 van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli
  35. Het middel mist bijgevolg grond. Er is geen reden tot het uitspreken van de gevorderde vervallenverklaringen. BESLISSING De Raad van State verwerpt het bezwaar van Walter Govaert tegen de gemeenteraadsverkiezing van 14 oktober 2018 te Wetteren en verklaart deze gemeenteraadsverkiezing geldig. X-17.410-14/15 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zesentwintig april 2019, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust X-17.410-15/15 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.296 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.