id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 april 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.323 Rolnummer: A. 226156/IX-9387 Zaak: Arrest 244323 - Federaal openbaar ambt (behalve bijzondere statuten) - Reglementen - 30/04/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-05-09 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-21 22:47 Fiche Arrest nr 244.323 van 30 april 2019 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt (behalve bijzondere statuten) - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 244.323 van 30 april 2019 in de zaak A. 226.156/IX-9387 In zake: Johan INDEKEU bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Thomas Eyskens kantoor houdend te 1000 Brussel Bischoffsheimlaan 33 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door:
- de minister van Buitenlandse Zaken bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Patrik De Maeyer kantoor houdend te 1160 Brussel Tedescolaan 7 bij wie woonplaats wordt gekozen
- de minister van Ontwikkelingssamenwerking -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 17 september 2018, strekt tot de nietigverklaring van het “Koninklijk besluit van 8 juli 2018 tot wijziging van het koninklijk besluit van 5 maart 2015 houdende de organisatie van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelings- samenwerking”. II. Verloop van de rechtspleging
- De eerste vertegenwoordiger van de verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend die aan de verzoekende partij ter kennis werd gebracht op 19 december
- Op dezelfde datum is aan de verzoekende partij ter IX-9387-1/3 kennis gebracht dat de tweede vertegenwoordiger van de verwerende partij verzuimd heeft een memorie van antwoord in te dienen. Respectievelijk op 1 en 5 maart 2019 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij en beide vertegenwoordigers van de verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State‟. Geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling
- Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijn voor het toesturen van de memorie van wederantwoord of van de toelichtende memorie niet eerbiedigt. Bij het versturen aan verzoeker van een kopie van de memorie van antwoord van de eerste vertegenwoordiger van de verwerende partij en van de mededeling dat de tweede vertegenwoordiger van de verwerende partij verzuimd heeft om een memorie van antwoord in te dienen, heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van het genoemde artikel 21, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van artikel 14bis, § 1, van voormeld besluit van de Regent. IX-9387-2/3 Verzoeker heeft geen memorie van wederantwoord of toelichtende memorie aan de griffie toegestuurd binnen de termijn van zestig dagen gesteld in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent.
- Er dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 30 april 2019, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Bert Thys, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Bert Thys IX-9387-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.323 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div