id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 02 mei 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.348 Rolnummer: A. 227320/VII-40483 Zaak: Arrest 244348 - Milieuvergunningen - 02/05/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-05-13 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-21 07:20 Fiche Arrest nr 244.348 van 2 mei 2019 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 244.348 van 2 mei 2019 in de zaak A. 227.320/VII-40.
- In zake : de VZW MILIEUFRONT OMER WATTEZ gevestigd te 9700 Oudenaarde Dijkstraat 75 alwaar woonplaats wordt gekozen bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Anthony Roegiers tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Paul Aerts kantoor houdend te 9000 Gent Coupure 5 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij : de NV O.D.M. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Thomas Eyskens en Junior Geysens kantoor houdend te 1000 Brussel Bischoffsheimlaan 33 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 30 januari 2019, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van de stilzwijgende beslissing van de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw waarbij het beroep ingesteld tegen de beslissing van de deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen van 7 september 2017, houdende het verlenen van een VII-40.483-1/6 milieuvergunning aan de NV O.D.M. voor het exploiteren van een leemontginning aan het Kerselaarsveld te Geraardsbergen, wordt verworpen. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Peter Provoost heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 25 april
- Staatsraad Patricia De Somere heeft verslag uitgebracht. Advocaat Anthony Roegiers, die verschijnt voor de verzoekende partij, advocaat Anne-Sophie Claus, die loco advocaat Paul Aerts verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Junior Geysens, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Peter Provoost heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Bij besluit van 7 september 2017 verleent de deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen aan de NV O.D.M. een milieuvergunning voor de exploitatie van een nieuwe leemontginning met een oppervlakte van 14 ha 85 a VII-40.483-2/6 met bijhorende opvulling van de groeve, gelegen aan het Kerselaarsveld te Geraardsbergen. 3.
- Tegen dit besluit dient de verzoekende partij bestuurlijk beroep in bij de bevoegde minister, dat op 10 november 2017 ontvankelijk wordt verklaard. 3.
- De Gewestelijke Milieuvergunningscommissie adviseert op 11 januari 2018 voorwaardelijk gunstig. 3.
- Met een ter post aangetekende brief verzonden op 1 augustus 2018, maant de verzoekende partij de bevoegde minister aan om een beslissing te nemen over het bestuurlijk beroep tegen de door de deputatie verleende milieuvergunning. 3.
- De verwerende partij laat de termijn van vier maanden verstrijken die in geval van toepassing van artikel 14, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State tot gevolg heeft dat het stilzwijgen van de tot beslissen aangemaande overheid geacht wordt een afwijzende beslissing te zijn waartegen beroep kan worden ingesteld. Deze stilzwijgende afwijzende beslissing betreft de thans bestreden beslissing. 3.
- Op 14 februari 2019 neemt de verwerende partij alsnog een uitdrukkelijke beslissing over het bestuurlijk beroep, en verleent zij een milieuvergunning voor de exploitatie van een nieuwe leemontginning met een oppervlakte van 10 ha 87 a met bijhorende opvulling van de groeve. De verzoekende partij heeft tegen deze beslissing eveneens een vordering tot schorsing en beroep tot nietigverklaring ingediend. Het betreft de zaak bij de Raad van State bekend onder A. 227.871/VII-40.
- VII-40.483-3/6 IV. Tussenkomst
- Met een op 1 maart 2019 ingediend verzoekschrift vraagt de NV O.D.M. om in het geding te mogen tussenkomen. Er is grond om dat verzoek in te willigen. V. Ontvankelijkheid van de vordering
- De verwerende partij betwist de ontvankelijkheid van het beroep tot nietigverklaring.
- Vooralsnog bestaat er geen noodzaak om over de opgeworpen ontvankelijkheidsexceptie uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over de opgeworpen exceptie zou alleen nodig zijn indien zou komen vast te staan dat de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld zijn, wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is. VI. Schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, § 1, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. VII-40.483-4/6 Spoedeisendheid
- De verzoekende partij zet uiteen dat de vordering spoedeisend is omdat de exploitatie onherstelbare schade zou berokkenen. Er wordt een inschatting gemaakt van de behandelingsduur van een beroep tot nietigverklaring en van de hoeveelheid leem die in die periode zou kunnen zijn ontgonnen en bijgevolg voorgoed verdwijnt, met gevolgen voor de waterafhankelijke vegetaties in de lager gelegen valleigebieden. Beoordeling
- Het ministerieel besluit van 14 februari 2019 houdende uitspraak over het beroep aangetekend tegen de beslissing van de deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen van 7 september 2017, houdende het verlenen van een milieuvergunning voor de exploitatie van een nieuwe leemontginning is in de plaats gekomen van de stilzwijgende afwijzende beslissing. Een eventuele exploitatie is bijgevolg enkel mogelijk op grond van de (eveneens bestreden) milieuvergunning van 14 februari 2019, zodat de thans gevraagde schorsing van de tenuitvoerlegging van de stilzwijgende beslissing tot verwerping van het bestuurlijk beroep de verzoekende partij niet meer tot voordeel kan strekken.
- Uit wat voorafgaat volgt dat de verzoekende partij niet aantoont dat er sprake is van spoedeisendheid. Conclusie
- Er is niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. VII-40.483-5/6 BESLISSING
- Het verzoek van de NV O.D.M. tot tussenkomst wordt ingewilligd.
- De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twee mei tweeduizend negentien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Patricia De Somere, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Patricia De Somere VII-40.483-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.348 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.249.116 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div