← België

Arrest 244360 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 02/05/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 02 mei 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.360 Rolnummer: A. 224610/VII-40209 Zaak: Arrest 244360 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 02/05/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-05-13 Raadplegingen: 73 - laatst gezien 2026-06-21 07:20 Fiche Arrest nr 244.360 van 2 mei 2019 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 244.360 van 2 mei 2019 in de zaak A. 224.610/VII-40.

  1. In zake : José WITTERS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Laurent Proot en Sofie De Maesschalck kantoor houdend te 9000 Gent Kasteellaan 141 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de DEPUTATIE VAN DE PROVINCIERAAD VAN OOST-VLAANDEREN Tussenkomende partij : Stefaan DE WITTE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Pieter Van Assche kantoor houdend te 9000 Gent Koning Albertlaan 128 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  2. Het cassatieberoep, ingesteld op 23 februari 2018, strekt tot de nietigverklaring van arrest nr. RvVb/A/1718/0392 van de Raad voor Vergunningsbetwistingen (hierna: RvVb) van 9 januari 2018 in de zaak 1516/RvVb/0272/A. II. Verloop van de rechtspleging
  3. Een beschikking van 15 maart 2018 verklaart het cassatieberoep toelaatbaar. VII-40.209-1/4 De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. De tussenkomende partij heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 29 mei
  4. De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Auditeur Joke Goris heeft een verslag opgesteld, op grond van artikel 16 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State. Verzoeker heeft een verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend teneinde te worden gehoord. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 28 maart
  5. Staatsraad Pierre Lefranc heeft verslag uitgebracht. Advocaat Sofie De Maesschalck, die verschijnt voor verzoeker, en advocaat Klaas De Pauw, die loco advocaat Pieter Van Assche verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Auditeur Joke Goris heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  6. VII-40.209-2/4 III. Feiten 3.
  7. Met een besluit van 26 november 2015 verleent de deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen (hierna: deputatie) aan de tussenkomende partij een vergunning “voor het wijzigen van de verkavelingsvergunning”. 3.
  8. Het bestreden arrest verwerpt de vordering van verzoeker tot vernietiging van de vergunningsbeslissing van de deputatie omdat alle stedenbouwkundige vergunningen die in uitvoering van de verkavelingswijziging werden verleend, definitief en onaantastbaar zijn zodat verzoeker “niet langer over het vereiste actueel belang beschikt bij de onderhavige vordering”. IV. Onderzoek van het enige middel Uiteenzetting van het middel
  9. Verzoeker voert de schending aan van de artikelen 4.8.11, § 1, eerste lid, 3°, 4.7.21, § 3, en 4.7.19, § 2, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening in samenhang gelezen met artikel 149 van de Grondwet en de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. Hij stelt dat de RvVb onterecht oordeelt dat hij geen actueel belang meer heeft. De RvVb heeft “in het samenhangende arrest nr. RvVb/A/1718/0391 van 9 januari 2018 ten onrechte het verzoekschrift van [verzoeker] van 18 november 2016 ongegrond […] verklaard” en hij heeft tegen dit laatste arrest een cassatieberoep ingesteld waarin hij de onwettigheid van dit arrest heeft aangetoond. De gegrondheid van dit laatste cassatieberoep “betekent […] automatisch dat het cassatieberoep tegen het bestreden arrest […] ook ontvankelijk en gegrond is”. VII-40.209-3/4 Beoordeling
  10. Bij arrest nr. 244.359 van 2 mei 2019 heeft de Raad van State het cassatieberoep van verzoeker verworpen.
  11. Het enige middel van verzoeker kan bijgevolg niet tot cassatie leiden. BESLISSING
  12. De Raad van State verwerpt het cassatieberoep.
  13. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep, begroot op 200 euro. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twee mei tweeduizend negentien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Patricia De Somere, staatsraad, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Eric Brewaeys VII-40.209-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.360 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.