id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 02 mei 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.374 Rolnummer: A. 225544/VII-40316 Zaak: Arrest 244374 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 02/05/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-05-13 Raadplegingen: 68 - laatst gezien 2026-06-21 22:49 Fiche Arrest nr 244.374 van 2 mei 2019 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : heropening debatten Opnieuw vastgesteld Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 244.374 van 2 mei 2019 in de zaak A. 225.544/VII-40.
- In zake : Henri VAN CAUWENBERGHE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jan Beleyn en Merlijn De Rechter kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de GEWESTELIJKE STEDENBOUWKUNDIGE AMBTENAAR bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Yves François kantoor houdend te 8790 Waregem Eertbruggestraat 10 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij : de NV ASPIRAVI bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Gregory Verhelst kantoor houdend te 2600 Berchem Uitbreidingstraat 2 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het cassatieberoep, ingesteld op 25 juni 2018, strekt tot de nietigverklaring van arrest nr. RvVb/A/1718/0830 van de Raad voor Vergunningsbetwistingen (hierna: RvVb) van 8 mei 2018 in de zaak 1617/RvVb/0278/A. VII-40.316-1/4 II. Verloop van de rechtspleging
- Een beschikking van 16 augustus 2018 verklaart het cassatieberoep toelaatbaar. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. De tussenkomende partij heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 15 oktober
- De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Eerste auditeur Tom De Waele heeft een verslag opgesteld, op grond van artikel 16 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State (hierna: cassatieprocedurebesluit). De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 25 april
- Staatsraad Pierre Lefranc heeft verslag uitgebracht. Advocaat Jan Beleyn, die verschijnt voor verzoeker, advocaat Yves François, die verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Gregory Verhelst, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Tom De Waele heeft advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- VII-40.316-2/4 III. Feiten
- Bij arrest RvVb/A/1516/1298 van 30 juni 2016 vernietigt de RvVb de beslissing van de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar (hierna: GSA) waarbij aan tussenkomende partij een stedenbouwkundige vergunning wordt verleend “voor het bouwen van een windpark bestaande uit 3 windturbines en 2 middenspanningscabines” en beveelt aan de GSA een nieuwe beslissing te nemen binnen een vervaltermijn van vier maanden over de vergunningsaanvraag van tussenkomende partij.
- Met een besluit van 28 oktober 2016 verleent de GSA opnieuw aan tussenkomende partij een stedenbouwkundige vergunning “voor de bouw van een windpark bestaande uit 3 windturbines en 2 middenspanningscabines”.
- Het bestreden arrest: - verwerpt het eerste, tweede, derde, vijfde en zesde middel en het tweede onderdeel van het vierde middel van verzoeker tot vernietiging van de vergunningsbeslissing van de GSA, en - heropent het debat voor het eerste onderdeel van het vierde middel van verzoeker en stelt een prejudiciële vraag aan het Grondwettelijk Hof. IV. Regelmatigheid van de rechtspleging
- Artikel 14, derde lid, van het cassatieprocedurebesluit bepaalt wat volgt: “De memorie van wederantwoord of de toelichtende memorie heeft de vorm van een samenvattende memorie waarin alle argumenten van de verzoekende partij op een rij worden gezet. Behoudens wat de ontvankelijkheid van het beroep en van de middelen betreft, doet de Raad van State uitspraak op basis van de samenvattende memorie”. VII-40.316-3/4 Uit deze bepaling volgt dat over de gegrondheid van de middelen die niet in deze samenvattende memorie zijn opgenomen, geen uitspraak dient te worden gedaan.
- Gelet op de door verzoeker neergelegde memorie van wederantwoord stelt de Raad van State de partijen in de gelegenheid om hierover hun opmerkingen te formuleren op de hierna vastgestelde zitting. BESLISSING
- De Raad van State heropent het debat.
- De zaak wordt vastgesteld op de zitting van 6 juni 2019, om 10.00 uur. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twee mei tweeduizend negentien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Patricia De Somere, staatsraad, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-40.316-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.374 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.866 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div